de linde

de linde
een nieuwe bloei
omdat ik van je hou
wanneer ik midden waan
jou als vlinder vang
een ritselende franje
die sterft in mijn handen
weet dan dat ’t enkel
een schijngedachte was
een nare droom
want in mijn wakker worden
laat ik je ver voorbij
mijn schemering fladderen
vrij met eigen kleuren
de dood uitdaag
zelfs als ik de klok
uitdaag door
niet te slapen
lijkt ze enkel
onverschilligheid
te hameren
in haar voortgaan
tot de lucht
zich vult met licht
en mijn verademing
’t ritme een
eigen zielsbewegen
is gebleken
vrij
in een grijze morgen
lig ik te luisteren
hoe het zacht ademhalen
in mij schreit
zich wil bevrijden
in volkomenheid
een eigen bestaan leidt
vollediger volmaakter
dan dat het ooit
binnenkamers droomde
geworteld
de kerselaar
een nieuwe morgen
als de maan
langzaamaan verzilvert
midden schemering
laat zij zich wegbrengen
door vreemd
bewogen klanken
welke doorvloeien
tot een zacht
wezend wiegelied
dat haar het vertrouwen
op een nieuwe morgen
adembenemend inzingt
een drijvende kracht
stelligheid
strijk onvermogen
uit zicht
door me in de geest
van ’t land te wortelen
gekleurde gedachten
als bereikbare utopie
in ’t licht van de zon
te laten rijpen
tot het me als
stelligheid bekomt