Athene


Athene… ooit riep die naam bij elke beschaafde mens de meest verheven gedachten op. Daar ligt ons geestelijk Eden, waar de mens voor het eerst zijn volle mentale vermogens aanwendde om zichzelf, de wereld en het heelal te begrijpen. Socrates, Plato, Aristoteles inspireren ons nog elke dag, bepalen wat en hoe wij denken, ook als we ons daarvan niet bewust zijn. Ruim 2500 jaar geleden was de mens in staat om zelfstandig na te denken, te schrijven, te filosoferen met een scherpte die ons nog steeds verbaast. In Athene stond de wieg van de wereldbeschaving.
In de mythologie werd Athena geboren uit het hoofd van Zeus: het verstand onttrekt zich aan de oppergod en gaat een zelfstandig leven leiden.
Voor de mens is er geen weg terug. Eenmaal wij in staat bleken om te denken en met ons verstand de wereld te veroveren, de planten en de dieren te benoemen en van dode materie bruikbare werktuigen te maken, was de race begonnen. Wij zouden niet rusten voor alles verklaard was, elk stukje natuur onderzocht op zijn bruikbaarheid voor het overleven van de menselijke soort. Nadenken werd niet alleen een goede gewoonte, maar ook een dwingende opdracht, een verheven taak. Mensenkinderen werden en worden nu nog meer gedurende vele jaren opgeleid, kennis en wetenschap werden idealen, wie daarin uitmuntte alom geëerd. De denkende mens was en is de meester van de schepping. Wissen ist Macht.
De tocht van de tuin en van Eden naar de Akropolis van Athene heeft de mens fundamenteel veranderd. Wie heeft ontdekt dat hij zijn verstand kan gebruiken, is ook gedoemd om dat te doen. Je kan je verstand niet op nul zetten, je kan geen knopje omdraaien, je kan de klok niet terugzetten, de weg terug naar Eden is voorgoed afgesloten, de poort bewaakt door een engel, vlammend zwaard in de hand. Ein Mensch ist kein Tier, maar wij waren dat ooit wel en de herinnering is gebleven, het dierlijke zit in onze genen, zelfs in ons verstand, wij kunnen onze afkomst niet verloochenen. Het bewustzijn dat we geen dier zijn is onze trots, in onze hoogste betrachtingen proberen we het verschil zo sterk mogelijk te benadrukken, onze geestelijke vermogens worden het hoogst geschat. Zelfs onze topatleten zijn geen toevallig gevonden superbe natuurtalenten maar het resultaat van jarenlange intense training op grond van wetenschappelijk bestudeerde schema’s, diëten en helaas ook lichaamsvreemde stoffen, doping.
Maar het heimwee naar Eden is niet te stillen. Wij dromen en dromen nog van die paradijselijke tijd toen er nog geen tijd was en de mens een dier was met de andere, toen er nog geen gedachten waren, geen bewustzijn van verschil, geen kwaadaardig geweld, geen besef van schuld en boete, van zonde, begeerte, geen haat, geen gepijnigde liefde. Wij voelen tot heel diep in onze wortels aan dat we met ons ontwakend bewustzijn ook onze onschuld verloren hebben. Wij bekijken de wereld nu met andere ogen, die van de veroveraar, de landvoogd, de zeevaarder, de handelaar, de stedenbouwer, de ambachtsman, de huishoudster ook. Maar voortdurend worden we aan onze dierlijke afkomst herinnerd, niet in het minst in ons lichaam, met zijn ontembare dierlijke drang naar overleving en voortplanting en met zijn vergankelijkheid, zijn lijden en dood.
De mens voelt zijn niet aflatend denken dan ook als een last, waarvan hij bevrijding wenst. Hij wil weer eenvoudig, ongegeneerd, onbeheerst kunnen genieten, niet geplaagd door scrupules, vrees voor de gevolgen van zijn daden, faalangst, menselijk opzicht, geboden en verboden, wetten en regels. Hij wil onmiddellijke bevrediging voor zijn honger, zijn lusten botvieren in een dronken roes. Hij wil vergeten dat hij een bewust wezen is. Hij wil af van de tergende eenzaamheid van het individu. Daartoe zoekt hij alle gelegenheden en gebruikt hij alle middelen die dat bewustzijn uitschakelen en de eenzaamheid verdrijven. Slaap brengt vergetelheid, aan het einde van een zware dag kunnen we het moede hoofd neerleggen en wegzinken in een vegetatieve toestand waarin het bewustzijn uitgeschakeld is. Maar zelfs dat lukt maar amper: dromen komen ook die rust verstoren, het verstand slaapt nooit, ook al is het bewustzijn even verminderd. De roes zoeken we in het feest, de viering, waarin we ons niet als rationele wezens (hoeven te) gedragen, waar we precies het tegenovergestelde doen van wat we als nadenkende wezens doen. Dat is onder meer offers brengen, dieren en planten bewust vernietigen in plaats van ze op te eten, wijn op de grond gieten, plengen, in plaats van te drinken. Maar ook alcohol drinken en andere stimulerende en zelfs halucinogene middelen innemen, die onze hersenen beïnvloeden en ons vreemde dingen laten doen. Rituele handelingen vervangen natuurlijke, heilige teksten worden opgezegd en vervangen het normale spreken, vastgelegde gebaren en houdingen en bewegingen komen in de plaats van de alledaagse. Mensen komen samen om te vieren, doen dingen samen in plaats van alleen. Bewustzijn maakt een mens eenzaam, het zelfbewustzijn is de vloek van de mens, denkend en voelend ben je steeds alleen met jezelf, een individu. In het samen vieren, samen drinkend en etend en zingend en dansend en opgaand in de stemming en de roes van de gemeenschap kan je even vergeten dat je straks weer alleen bent. In het naleven van rituele voorschriften kan je behoren tot een groep, kan je je eigen verantwoordelijkheid verleggen naar die groep en zo bevrijd worden van de knagende pijn van het zelf nadenken over goed en kwaad.
Religie staat lijnrecht tegenover zelfbewustzijn en individualiteit. Socrates werd veroordeeld in Athene wegens goddeloosheid en het verspreiden van goddeloze gedachten. Hij werd bestraft voor zijn arrogante zelfbewuste manier van denken, die te weinig rekening hield met de behoefte van mensen om ook aan het niet-rationele in hen een plaats te geven, aan al wat hen onbewust maar verpletterend herinnert aan een ander, vroeger gelukzalig oerbestaan. Onweerstaanbaar roept de herinnering naar de tuinen van Eden, waar rust het hart verblijdt.



















