Naar de inhoud

Kroniek

mijn blik op de wereld /span>
akke.beakke.be
Welkom op mijn blog, mijn eigen website en dank voor je bezoek. Ik hoop dat je iets vindt naar je zin.
Vrij vaak zijn er nieuwe berichten, dus kom nog eens terug? Bedenkingen? Stuur me een mailtje: karel.d.huyvetters@telenet.be

Allochtoon?

En wat is een allochtoon dan wel?
Het Griekse allos betekent: anders, het even Griekse chtoon betekent: grond, aarde. Wie allochtoon is is dus van een andere grond dan degene waarop hij staat. In recente discussies wordt de term allochtoon gebruikt voor begrippen die erg verscheiden zijn. Mijn (stief-) dochter, die als Indiase baby geadopteerd werd, wees me daarop. Ik had zelf ook al aarzelingen, bijvoorbeeld toen men me vroeg om de allochtonen te identificeren in een adressenbestand. Dat iemand allochtoon is, staat niet meteen beschreven. Neem een legale immigrant, die ook Belg geworden is: hoe kan je achterhalen dat hij allochtoon is? Zijn geboorteplaats? Er zijn ook autochtone Belgen die op vreemde plaatsen geboren zijn. En wat dan met zijn zoon of dochter, die hier geboren is? Zijn vreemde familienaam dan. Wij kennen toch allemaal in onze omgeving mensen die we nooit als allochtoon zouden identificeren en die de vreemdste namen hebben, de Aguirre, Kolaczny... Wanneer ben je dus allochtoon? Sommigen bedoelen er illegale immigranten mee, sommigen vreemdelingen tout court, dus ook Nederlanders die hier komen wonen zijn. Meestal blijft men legale immigranten en hun kinderen tot in het derde en vierde geslacht ook allochtonen noemen, vooral dan, en daar ligt de clou, als het ook zichtbaar is dat zij anders zijn dan de doorsnee Vlaming. Zij mogen dan al Nederlands als hun moedertaal hebben en eventueel zelfs geen enkele andere taal kennen, ze mogen hun hele leven hier wonen en hun ouders en grootouders ook al, ze kunnen perfect geïntegreerd zijn... als ze er anders uitzien, zijn ze allochtonen. Kinderen van de Hongaarse vluchtelingen, destijds, werden niet als zodanig bestempeld; onze koster, die een Hongaarse vluhteling was, adopteerde later een Afrikaans meisje, en jawel: dat was een allochtoon. Wij baseren ons dus bijna steeds op huidskleur en andere ras-kenmerken, op culturele en sociale gebruiken, zoals hoofddoeken en gewaden die wij niet dragen. Ik vermoed zelfs dat wij een zeer autochtone bekeerling tot de Islam, die zich als zodanig kleedt, ook een allochtoon zouden noemen. Terwijl we dat niet doen met een punker of zo. Als men er dus uitziet als een allochtoon, dan wordt men ermee vereenzelvigd. Als je een baard hebt, ben je al bijna een bommenlegger. Wat zijn wij toch primaire mensen, af en toe.
Stuur door

2 reacties op dit bericht

Dirk D\'huyvetters5 maart 2006 om 10:28

Een waar verhaal

Een in alle opzichten allochtoon meisje belandde twee jaar geleden, samen met haar gezin, in Vlaanderen. Om zich zo snel mogelijk te kunnen integreren, volgt ze in onze school les in OKAN, de Onthaalklas voor Anderstalige Nieuwkomers, waar ze intensieve lessen Nederlands krijgt (28 lesuren per week, een heel schooljaar lang). Op het einde van dat schooljaar kent ze voldoende Nederlands om in te schakelen in het reguliere onderwijs. Op basis van haar leeftijd en haar schoolloopbaan in haar vaderland, mag ze inschakelen in het derde jaar. Ze opteert voor een richting in het ASO in een gedegen katholiek college in het centrum van Leuven, waar haar zusje overigens al het zesde jaar lager onderwijs had gevolgd.

Maar dan gaat de bal aan het rollen. Als ze zich wil inschrijven, krijgt ze te horen dat er geen plaats is. Haar OKAN-leerkrachten, die hun voormalige leerlingen ook volgen en begeleiden ná hun OKAN-jaar, nemen hierop contact met de directie van de betrokken Leuvense school. Er is namelijk afgesproken dat er steeds een buffer is voor één leerling vanuit OKAN per jaar. Het argument dat er geen plaats is, gaat gewoon niet op. Dan krijgen ze te horen dat de klas in kwestie een erg lastige groep is. Ook dat is uiteraard geen afdoende of zelfs maar juridisch aanvaarde reden om een nieuwe leerling te weigeren, dus zegt de directie van dat gedegen katholiek college in het centrum van Leuven eindelijk waar het om gaat: het meisje dat zich wil inschrijven, draagt een hoofddoek!

Uiteraard draagt ze een hoofddoek. Ze komt uit een land waar dat een (strikte) gewoonte is. Zonder hoofddoek voelt ze zich onbeschermd, bekeken, onzeker. Bij ons op school had niemand ooit iets gezegd over die hoofddoek. Het was gewoon geen thema. De directie en leerkrachten maken er niets van, de leerlingen vinden het de normaalste zaak van de wereld, of ze nu allochtoon of autochtoon zijn. Maar in haar nieuwe school stelt het dus een probleem. Niet voor de veiligheid, want ze zit niet in een technische afdeling waar ze allerlei machines zou moeten gebruiken. Niet omdat er in die school al te veel “allochtonen” zouden zijn, zodat de school een concentratieschool zou dreigen te worden. Niet vanuit religieus standpunt, want ze wil best de lessen (katholieke) godsdienst volgen, net zoals ze dat bij ons deed in OKAN.

Maar het is een probleem in de les LO, krijgt men dan te horen. Ze zal moeten sporten zonder hoofddoek. En in korte broek! En de leraar is een man! Dat schrikt het meisje af. Maar misschien mag een trainingsbroek wel? Tja, misschien wel. Maar er is ook elke week zwemmen! Zonder hoofddoek. En in badpak! En de leraar is nog altijd een man! Het meisje is nog nooit in haar leven in een zwembad geweest, heeft helemaal geen badpak, kan dus ook niet zwemmen, maar ze wil zich wel aanpassen en verklaart zich bereid om voor de lessen LO en het zwemmen haar kledij aan te passen. Per slot van rekening gaat het maar om twee lesuren per week.

Uiteindelijk speelt de directie van dat gedegen katholieke college haar troefkaart uit: het schoolreglement wordt op enkele dagen tijd gewijzigd en een hoofddoek is nu officieel verboden in de hele school. Tegen zoveel onwil is het meisje niet opgewassen. Gedesillusioneerd geeft ze het op en ze schrijft zich in op de Provinciale school in Leuven, waar ze wél de kans krijgt om zich te integreren, en waar wél plaats is in de herberg.
Sangeeth4 maart 2006 om 12:47

Anders?

Ik zie ook het gemak waarmee wij deze termen gebruiken. \"Allochtoon\" \"autochtoon\", we proberen ons verstaanbaar te maken, door alles zo precies mogelijk te definiëren.
Op zich is daar niets mis mee, verstaanbaarheid is belangrijk. Maar wij zien, volgens mij, niet genoeg de gevolgen hiervan.
Deze groep mensen, deze \"allochtonen\", zullen altijd \'anders\' zijn, ook al zijn het tweede of zelfs derde generatie, hier geboren en getogen.
Ze zijn niet thuis in het thuisland van hun ouders, ze zijn er niet geboren. Maar ze zijn hier ook niet thuis, hier zijn het allochtonen, ook hier zijn ze anders.
Er wordt zoveel gejammerd over die allochtonen, maar in wat voor een wereld laten wij ze opgroeien? Langs alle kanten worden ze uitgesloten, beledigd, verstoten. Hun toekomst ligt vast nog voor ze eraan begonnen zijn en het ziet er niet al te fraai uit.

Dit ligt mij zeer nauw aan het hart. Omdat ik zelf merk hoeveel vooroordelen en verwachtingen er kunnen klinken wanneer je in een bepaalde \'categorie\' wordt ingedeeld, en dit zonder dat er vragen gesteld worden.

Mijn muziek

Componisten van wie ik het werk verzamel,
met een voorbeeld van hun werk

Bach, J.S., klavierwerk, solo viool, solo cello, passies
Barber, Samuel, Quartet
Bartok, Bela, Concerto voor orkest, strijkkwartetten
Beethoven, Ludwig, Strijkkwartetten
Bellini, Vincenzo, Norma
Brahms, Johannes, Cellosonates
Bruckner, Anton, Symfonieën
Chopin, Frédéric, Nocturnes
Delius, Frederick, Summer night on the river
Glass, Phillip, Einstein on the Beach
Haendel, George Frederic, Orgelconcerto’s, The Messiah
Haydn, Joseph, Strijkkwartetten
Ives, Charles, The unanswered question
Mahler, Gustav, Kindertotenlieder
Mendelssohn, Felix, Midzomernachtsdroom
Monteverdi, Claudio, L’Orfeo
Puccini, Giacomo, Turandot
Scarlatti, Domenico, Sonates voor clavecimbel
Schubert, Franz, Pianotrio’s, sonates
Shostakovitch, Dmitri, Strijkkwartetten, symfonieën
Strauss, Richard, Symfonische gedichten, Der Rosenkavalier
Verdi, Guiseppe, Othello
Wagner, Richard, Tannhauser

Stuur door

Bela Bartok

Bij het horen van de naam Bela Bartok fronsen de meeste mensen de wenkbrauwen en kijken over je schouder in de verte. Ze hebben er al van gehoord, maar... Je zingt geen Bartok in het bad, je fluit hem niet op de fiets.

Misschien kennen we hem toch beter dan we zelf denken. En dat mag ook wel, want hij is ontegensprekelijk een van de meest interessante componisten van de eerste helft van de 20ste eeuw. Zijn bekendheid kwam traag op gang en begon internationaal pas echt na zijn dood. Ook de meeste muziekiefhebbers beginnen niet met Bartok, maar leren hem stilaan appreciëren; dat is eigenlijk zo met de meeste dingen waar we echt van houden; de inspanning die we doen om iets te bereiken loont meestal de moeite; wat we zonder inspanning krijgen is achteraf gezien vaak niet de moeite, oppervlakkig, zonder belang. De muziek van Bartok is een mooi voorbeeld van deze stelling.
Het minste dat je van zijn muziek kan zeggen is dat ze expressief is: ze is niet flauw of vaag, ze is uitgesproken, soms zelfs met veel nadruk, op het agressieve af. Dat maakt haar uitermate geschikt voor programmamakers van radio en televisie, die sinds jaren gretig grasduinen in zijn muziek voor treffende begin- en eindgeneriekjes. Velen herinneren zich wellicht het prachtige begin van Panorama, het duidingsprogramma op TV, waarbij telkens een letter van de naam verscheen op een zeer ritmisch stukje Bartok. Was dat Bartok? Ja hoor, en er zijn zo talloze voorbeelden. Als je die stukjes dan hoort in zijn muziek is dat een leuke verrassing, een beetje komisch ook, want je kan niet anders dan glimlachen en mee-zingen: P A N O R A M A !!
Bela Bartok werd geboren in 1881 in wat toen Hongarije was, maar nu Roemenië. Hij was een veelbelovende leerling van zijn moeder en trok naar Boedapest om zijn opleiding verder te zetten. De grote meneer van die tijd was Richard Strauss en Bartok schreef een eerste muziekstuk in die stijl.

In 1905 kwam hij in contact met de volksmuziek van Hongarije; deze muziek was vrijwel onbekend bij de muziekliefhebbers. Samen met zijn vriend Zoltan Kodaly trok Bartok de boer op, op zoek naar melodieën en ritmes. Hij noteerde alles en maakte veldopnames en bleef dat ongeveer zijn hele leven lang doen; hij schreefer belangrijke werken over, maar gebruikte nooit die bestaande muziek rechtstreeks in zijn werk. Hij werd er natuurlijk wel door geïnspireerd, gebruikte technieken, stijlen en ritmes die hij daar vond, maar al zijn muziek is origineel, eigen werk, modern tot en met. In 1917 kende hij zijn eerste succes met een ballet: De houten prins. Zijn opera Blauwbaard, die eerst geweigerd was, werd nu toch opgevoerd, in 1918. In die periode ontstond ook een balletsuite: De wonderbaarlijke mandarijn. De muziek die hij in die jaren schreef sloot aan bij de expressionistische werken die in die tijd overal opgang maakten. Na de eerste Wereldoorlog werden zijn composities uitgegeven in Wenen en zo werd hij stilaan bekend in de rest van de wereld, ten minste bij muzikanten en kenners. Voor het grote publiek was hij nog steeds een onbekende. Hij schreef veel voor piano, ook al omdat hij pianoleraar was aan het conservatorium en omdat hij zelf als pianist regelmatig op tournée ging.

Vanaf 1935 werd zijn stijl wat minder hevig, wat minder experimenteel. Er kwamen belangrijke opdrachten uit het buitenland en in 1940 emigreerde hij naar Amerika. Het ging hem daar niet goed: zijn gezondheid was nooit van de beste, maar nu ging hij snel achteruit. Zijn werk werd nauwelijks gespeeld en hij werd maar zelden gevraagd als pianist. In 1943 kreeg hij een belangrijke opdracht voor een Concerto voor orkest, en het werd een zeer toegankelijk en fascinerend stuk. In 1945 overleed hij. Na zijn dood begon zijn reputatie pas goed, en sindsdien is hij een vaste waarde op het repertorium van de klassieke muziek, wellicht een van de meest gespeelde componisten van de 20ste en het begin van de 21ste eeuw.
Naast de danssuite en het ballet die we al vermeldden, hebben verscheidene andere werken dansers en chorografen geïnspireerd. Een van de eerder verassende vondsten was die van Anne Theresa De Keersmaecker, die met Rosas een ballet bracht op muziek van een van de strijkkwartetten.

Bartok schreef in totaal zes maal voor strijkkwartet, gespreid over zijn hele professionele leven. Voor veel muziekliefhebbers behoort deze vorm van kamermuziek tot het mooiste en diepste dat componisten ons brachten. Denken we aan de talloze kwartetten van Haydn, die het genre zowat uitgevonden heeft, waarin de onbeperkte mogelijkheden van muziek voor twee violen, altviool en cello worden uitgewerkt, aan Schubert die verrukkelijke dingen schreef voor kwartet, aan Beethoven, die vooral in zijn laatste kwartetten zo intens bezig is met muziek dat hij zichzelf vergeet en muziek maakt die ook vandaag nog, na bijna 200 jaar, nog steeds ontroert en modern klinkt, aan Shostakovitch, die naast 15 symfonieën ook 15 uiterst originele kwartetten schreef. Het lijkt wel alsof deze samenstelling op een of andere manier volledig is, dat er niets aan ontbreekt. Veel van deze kwartetten klinken alsof er een heel orkest bezig is. Zelf had ik ooit het genoegen het Tokyo String Quartet te horen in de grote zaal Henri Leboeuf van het Paleis voor Schone kunsten in Brussel, met werk van Beethoven. Verbazingwekkend hoe zij erin slaagden die prachtige grote zaal, die onlangs zo succesvol gerestaureerd werd en die we allemaal kennen van de Koningin Elisabeth-wedstrijden, tot de nok te vullen met slechts vier instrumenten en een publiek te boeien van de eerste noot tot de laatste. Verbazingwekkend ook hoe vier Japanners deze Westerse muziek bij uitstek vertolkten alsof ze nooit iets anders gespeeld hadden: dat is pas multiculturaliteit en muziek heeft dat altijd al gehad. Indien de mensen wat meer met muziek zouden bezig zijn en wat minder met het zoeken naar zondebokken voor wat er verkeerd gaat, dan zou ook de politiek wat interessanter worden dan het bedenkelijk vertoon dat ons nu elke avond op TV voorgeschoteld wordt, maar dat tussen haakjes.
Het ballet van Anne Theresa De Keersmaecker op (ik denk) het vierde strijkkwartet van Bartok zag ik destijds in een matinée in de Muntschouwburg. De kwartetten van Bartok kende ik toen nauwelijks. Het was een schokkende ervaring. De muziek werd loeihard door de luidsprekers gejaagd en de verscheurdheid die snerpend door de haast gewelddadige muziek in your face sloeg, liet je perplex. De danseressen in hun eenvoudige zwarte japon met het doordeweekse ondergoed dat nonchalant zichtbaar was, leefden zich uit in repetitieve maar steeds veranderende passen en suggestieve onvoorspelbare bewegingen. Dit was muziek en dans van onze tijd: kunst die de ontreddering van beide wereldoorlogen in zich draagt en de wanhoop van de losgerukte mens, de stranger in a strange land, op zoek naar eenheid in de mateloze verwarring en haast van onze maatschappij, zelfbewust, menselijk tot in het diepste wezen. Probeer het eens, of liever, probeer het meer dan eens: Bartok heeft je steeds onvermoede rijkdom te bieden.
Aanraders:
- Concerto voor orkest & Muziek voor Strijkers, percussie en celesta: Chicago Symphony Orch., RCA; zelfde orkest, Solti, Decca
- Strijkkwartetten 1-6: Emerson Q., DG; Keller Q., Erato Ultima (een koopje); Vegh Q., Astrée



Stuur door

reclame?

Hier en daar vind je vooral in de Hongaarse muziek de term \'verbunkos\' terug, in die of een andere spelling. Je denkt dan spontaan: ik ken geen Hongaars, dus: weet ik veel wat verbunkos is.
De waarheid ligt dichterbij dan je denkt. In de 18de eeuw was het niet ongebruikelijk dat het leger probeerde soldaten te ronselen in stad en vooral ook dorp. Soldaten in hun beste plunje brachten een echte show met opgewekte dansen, begeleid door een muziekkapel of een kleiner ensemble. De sergeant van dienst las dan de aantrekkelijke voorwaarden voor, vaak met een relatief aanzienlijke som die onmiddellijk werd uitbetaald. Jonge kerels zonder zonder werk en zonder toekomst zagen hierin vaak een uitweg. Over de gevaren van de oorlogen werd in alle talen gezwegen.
Zo\'n reclamecampagne van het leger heette in het Duits, zoals nu nog, op TV: \"Werbung\". In het Hongaars werd dat verbunko. En die naam ging over op die levendige soldatendansen. Dat soort muziek werd zelfs vrij populair, los van de \'Werbung\'. De toen beroemde vioolspeler Bihari speelde ze vaak, naar verluidt zelfs voor de groten van de wereld bijeen op het Congres in Wenen, na de nederlaag van Napoleon. Bela Bartok gebruikte het genre herhaaldelijk, onder meer in zijn kwartetten, maar dan in zijn eigen, onnavolgbare stijl.
Verbunkos. Werbung. Reclame, dus.
Stuur door

waardig levenseinde?

De discussie wordt weer aangewakkerd, al is ze nooit ver weg geweest: mag men tussenkomen in het levenseinde van een mens?
Wat me vooral opvalt, is dat het belang het individuele leven van sommige mensen zo  absoluut wordt gemaakt, terwijl wij toch dagelijks ervaren dat wij met een angstaanjagende onverschilligheid voorbijgaan aan de dood van onze medemens: verkeersslachtoffers, zelfdoding bij jongeren en ouderen, zelfmoord- en andere aanslagen, vermijdbare ziekte, ondervoeding en burgeroorlogen...
Vergelijk dat met wat men doet om in sommige landen sommige mensen nog even in leven te houden, en dan nog een leven waarvan men zich afvraagt of het nog enige zin heeft voor de betrokkene en zijn omgeving. Waar zijn onze prioriteiten? Met wat we hier uitgeven voor één betwistbaar rekken van een uitzichtloos en uiterst pijnlijk levenseinde kunnen we misschien een kans geven aan vele kinderen die ook niet om het leven gevraagd hebben en die echt geen schijn van kans hebben zonder hulp.
Als ik dan een modieus uitgedoste, wel-doorvoede, goedbetaalde senator-professor hoor verklaren dat niet wat de mensen daarover denken of voelen van belang is, maar wat de wetgever (hij bedoelt: de weldoorvoede...) daarover beslist in al zijn wijsheid, dan weet ik: Vlaanderen verdient beter dan dat soort relicten van het ancien régime, waarin sommigen in de naam van God, kapitaal en partij decreteerden wat anderen moesten denken en doen.
Leren we het dan nooit af?
Stuur door

wie lees ik

Auteurs van wie ik het werk verzamel, met een werk als voorbeeld

 

Literatuur

Bataille, Georges: Ma Mère

Burgess, Anthony: Enderby

De Vries, Peter: The Blood of the Lamb

Dostoievski, Fjodor: De idioot

Gallant, Mavis: Collected Stories
Garcia Marquez, Gabriel: Honderd jaar eenzaamheid
Graves, Robert: I, Claudius

Joyce, James: Ulysses

Lawrence, D.H.: Lady Chatterley’s Lover

Maugham, Wiliam Somerset: Collected Stories

Mehta, Ved: Vedi

Melville, Herman: Moby Dick

Nabokov, Vladimir: Ada

Nash, Ogden: I’m a Stranger here Myself

Plato:Dialogen

Pritchett, V.S.: Collected Stories

Proulx, Annie M.: Short Stories

Shakespeare: MacBeth

Tolkien, J.R.R.: The Lord of the Rings

Trevor, William: Collected Stories

Updike, John: Collected Stories

Vian, Boris: L’écume des jours

Waugh, Evelyn: Brideshead Revisited

White, T.H.: The Once and Future King

 

Detective, spionage, thriller, bestseller

Clavell, James: Shogun

Deighton, Len: Funeral in Berlin

Fleming, Ian: 007

Le Carré, John: The Perfect Spy

McBain, Ed: Sadie When She Died

McLean, Alister: H.M.S. Ulysses

Simenon, Georges: Maigret

Smith Cruz, Martin: Gorky Park

 

Science Fiction

Asimov, Isaac: Foundation

Heinlein, Robert: Stranger in a Strange Land

Sturgeon, Theodore: More Than Human

 

Non-fiction

McPhee, John: Annals of the Former World

Stuur door

pensioen

Ik ben op pensioen gegaan op 1 februari 2006. Ik was op 16 januari 60 geworden. Mijn chef op het werk was op 1 oktober gestopt, hij was 65. Mijn vrouw is 63 en is al drie jaar op rust. In mijn familie word je ook niet oud: mijn vader was 66, en heeft ook om medische redenen quasi niet kunnen genieten van datgene waarvoor hij toch een heel leven gewerkt heeft: een schone oude dag. Mijn moeder was 72, en haar laatste jaren waren ook niet gemakkelijk. Ik ben de jongste van vier kinderen. Mijn zus stierf toen ze 36 was. De tweede jongste broer is 58 geworden. De oudste is na een beroerte op zijn 55ste getekend.
Ik had dus weinig redenen om te wachten tot mijn 65ste, vind je ook niet?
Stuur door

Dun tin?

Voor mijn Kerst kreeg ik van de kinderen de scheurkalender van Onze Taal. Hoewel ik duidelijke Nederlandse accenten merk, kijk ik elke dag benieuwd uit naar de achterkant. Voor 2 februari fronste ik de wenkbrauwen. Riemer Reinsma (kan het nog Nederlandser dan dat? Maar met een familienaam als de mijne…) heeft het over High Noon, de film van Zinneman naar een verhaal van Cunningham, The Thin Star, althans volgens Reinsma. Nu mag die ster zowel letterlijk als figuurlijk wel erg dun geweest zijn, het verhaal heet wel degelijk: The TIN Star, omdat ze van tin was, natuurlijk.

Stuur door

Teilhard de Chardin

Een citaat uit 'La Messe sur le monde"
"C'est une chose terrible d'être né, c'est à dire de se trouver irrévocablement emporté, sans l'avoir voulu, dans un torrent d'énergie formidable qui paraît vouloir détruire tout ce qu'il entraîne en lui."
Bij het lezen van enkele teksten van Teilhard moest ik spontaan denken aan de discussie die nu gevoerd wordt over 'intelligent design' en over de rol van godsdienst in onze samenleving. Als we bedenken wat een beperkte plaats de mensheid inneemt in het heelal, dan lijkt het op zijn minst onwaarschijnlijk dat men de zin van dat heelal zou kunnen afleiden uit de rol die de mens daarin speelt. Het heelal is, dat weten we. Hoe het onstaan is, weten we bijna, of ongeveer... Maar dat een inteligentie het zou geschapen hebben, met een doel nog wel, dat is voor mij geen zinvolle boodschap.
Ik begrijp evenmin waarom godsdiensten en hun vertegenwoordigers zich zo vastklampen aan een schepper. Wat ze daarover dan zeggen is meestal zo absurd of irrelevant dat ze mensen afstoten die zelfs maar even nadenken. En voor hun godsdienst hebben ze die schepper niet echt nodig, toch?
Laten we dus het heelal voor wat het is, en de godsdienst voor wat die is: als godsdienst kan bijdragen tot een betere samenleving, goed. Maar wat we ervan gezien hebben tot nog toe stemt wel tot nadenken. Het probleem is daar, zoals bij elk mensenwerk, het gevaar van de concentratie van de macht bij onvolmaakte mensen (en dat zijn we allemaal, niemand is onfeilbaar). Mensen die (te veel) macht krijgen, hebben de neiging die te misbruiken. En zelfs als ze het goed menen, kunnen ze zich nog altijd vergissen. Dus laten we de 'macht' bij elke mens laten zo lang dat kan, en als we die macht toch moeten delegeren naar een hoger niveau, laten we dan goed in het oog houden wat men er daar mee doet.
Stuur door

Meer van Kroniek

↑ Terug naar de berichten