Allochtoon?
Het Griekse allos betekent: anders, het even Griekse chtoon betekent: grond, aarde. Wie allochtoon is is dus van een andere grond dan degene waarop hij staat. In recente discussies wordt de term allochtoon gebruikt voor begrippen die erg verscheiden zijn. Mijn (stief-) dochter, die als Indiase baby geadopteerd werd, wees me daarop. Ik had zelf ook al aarzelingen, bijvoorbeeld toen men me vroeg om de allochtonen te identificeren in een adressenbestand. Dat iemand allochtoon is, staat niet meteen beschreven. Neem een legale immigrant, die ook Belg geworden is: hoe kan je achterhalen dat hij allochtoon is? Zijn geboorteplaats? Er zijn ook autochtone Belgen die op vreemde plaatsen geboren zijn. En wat dan met zijn zoon of dochter, die hier geboren is? Zijn vreemde familienaam dan. Wij kennen toch allemaal in onze omgeving mensen die we nooit als allochtoon zouden identificeren en die de vreemdste namen hebben, de Aguirre, Kolaczny... Wanneer ben je dus allochtoon? Sommigen bedoelen er illegale immigranten mee, sommigen vreemdelingen tout court, dus ook Nederlanders die hier komen wonen zijn. Meestal blijft men legale immigranten en hun kinderen tot in het derde en vierde geslacht ook allochtonen noemen, vooral dan, en daar ligt de clou, als het ook zichtbaar is dat zij anders zijn dan de doorsnee Vlaming. Zij mogen dan al Nederlands als hun moedertaal hebben en eventueel zelfs geen enkele andere taal kennen, ze mogen hun hele leven hier wonen en hun ouders en grootouders ook al, ze kunnen perfect geïntegreerd zijn... als ze er anders uitzien, zijn ze allochtonen. Kinderen van de Hongaarse vluchtelingen, destijds, werden niet als zodanig bestempeld; onze koster, die een Hongaarse vluhteling was, adopteerde later een Afrikaans meisje, en jawel: dat was een allochtoon. Wij baseren ons dus bijna steeds op huidskleur en andere ras-kenmerken, op culturele en sociale gebruiken, zoals hoofddoeken en gewaden die wij niet dragen. Ik vermoed zelfs dat wij een zeer autochtone bekeerling tot de Islam, die zich als zodanig kleedt, ook een allochtoon zouden noemen. Terwijl we dat niet doen met een punker of zo. Als men er dus uitziet als een allochtoon, dan wordt men ermee vereenzelvigd. Als je een baard hebt, ben je al bijna een bommenlegger. Wat zijn wij toch primaire mensen, af en toe.


2 reacties op dit bericht
Een waar verhaal
Maar dan gaat de bal aan het rollen. Als ze zich wil inschrijven, krijgt ze te horen dat er geen plaats is. Haar OKAN-leerkrachten, die hun voormalige leerlingen ook volgen en begeleiden ná hun OKAN-jaar, nemen hierop contact met de directie van de betrokken Leuvense school. Er is namelijk afgesproken dat er steeds een buffer is voor één leerling vanuit OKAN per jaar. Het argument dat er geen plaats is, gaat gewoon niet op. Dan krijgen ze te horen dat de klas in kwestie een erg lastige groep is. Ook dat is uiteraard geen afdoende of zelfs maar juridisch aanvaarde reden om een nieuwe leerling te weigeren, dus zegt de directie van dat gedegen katholiek college in het centrum van Leuven eindelijk waar het om gaat: het meisje dat zich wil inschrijven, draagt een hoofddoek!
Uiteraard draagt ze een hoofddoek. Ze komt uit een land waar dat een (strikte) gewoonte is. Zonder hoofddoek voelt ze zich onbeschermd, bekeken, onzeker. Bij ons op school had niemand ooit iets gezegd over die hoofddoek. Het was gewoon geen thema. De directie en leerkrachten maken er niets van, de leerlingen vinden het de normaalste zaak van de wereld, of ze nu allochtoon of autochtoon zijn. Maar in haar nieuwe school stelt het dus een probleem. Niet voor de veiligheid, want ze zit niet in een technische afdeling waar ze allerlei machines zou moeten gebruiken. Niet omdat er in die school al te veel “allochtonen” zouden zijn, zodat de school een concentratieschool zou dreigen te worden. Niet vanuit religieus standpunt, want ze wil best de lessen (katholieke) godsdienst volgen, net zoals ze dat bij ons deed in OKAN.
Maar het is een probleem in de les LO, krijgt men dan te horen. Ze zal moeten sporten zonder hoofddoek. En in korte broek! En de leraar is een man! Dat schrikt het meisje af. Maar misschien mag een trainingsbroek wel? Tja, misschien wel. Maar er is ook elke week zwemmen! Zonder hoofddoek. En in badpak! En de leraar is nog altijd een man! Het meisje is nog nooit in haar leven in een zwembad geweest, heeft helemaal geen badpak, kan dus ook niet zwemmen, maar ze wil zich wel aanpassen en verklaart zich bereid om voor de lessen LO en het zwemmen haar kledij aan te passen. Per slot van rekening gaat het maar om twee lesuren per week.
Uiteindelijk speelt de directie van dat gedegen katholieke college haar troefkaart uit: het schoolreglement wordt op enkele dagen tijd gewijzigd en een hoofddoek is nu officieel verboden in de hele school. Tegen zoveel onwil is het meisje niet opgewassen. Gedesillusioneerd geeft ze het op en ze schrijft zich in op de Provinciale school in Leuven, waar ze wél de kans krijgt om zich te integreren, en waar wél plaats is in de herberg.
Anders?
Op zich is daar niets mis mee, verstaanbaarheid is belangrijk. Maar wij zien, volgens mij, niet genoeg de gevolgen hiervan.
Deze groep mensen, deze \"allochtonen\", zullen altijd \'anders\' zijn, ook al zijn het tweede of zelfs derde generatie, hier geboren en getogen.
Ze zijn niet thuis in het thuisland van hun ouders, ze zijn er niet geboren. Maar ze zijn hier ook niet thuis, hier zijn het allochtonen, ook hier zijn ze anders.
Er wordt zoveel gejammerd over die allochtonen, maar in wat voor een wereld laten wij ze opgroeien? Langs alle kanten worden ze uitgesloten, beledigd, verstoten. Hun toekomst ligt vast nog voor ze eraan begonnen zijn en het ziet er niet al te fraai uit.
Dit ligt mij zeer nauw aan het hart. Omdat ik zelf merk hoeveel vooroordelen en verwachtingen er kunnen klinken wanneer je in een bepaalde \'categorie\' wordt ingedeeld, en dit zonder dat er vragen gesteld worden.