Voorlopig vonnis


Op het proces van Nürnberg (je vindt ook Neurenberg, terwijl het normaal Nuernberg zou moeten zijn als je de umlaut door een e vervangt; blijkbaar is Neurenberg een Nederlandse vertaling, zoals Berlijn van Berlin; ook Nuremberg duikt regelmatig op: het is een zeldzame Engelse vertaling van een Duitse stadsnaam) verdedigden enkele van de beklaagde Nazi-kopstukken zich met het beruchte Befehl ist Befehl. Men noemt dat sindsdien de Nuremberg Defence. Men volgde een bevel van hogerhand op, omdat men soldaat was en een soldaat doet wat hem opgedragen wordt, dat deden de Amerikaanse soldaten toch ook, bijvoorbeeld bij de aanvallen op Hiroshima en Nagasaki, waarbij bijna uitsluitend burgers en vooral vrouwen en kinderen het slachtoffer waren?
Ook de verdediging van de Amerikaanse soldaten die zich misdroegen in Vietnam (My Lai) en recentelijk nog in Irak (Abu Graib), steunt zich op dit principe. Soms gebeurt dat ook met succes: de ondergeschikten worden vrijgesproken en de hogere leiding eveneens, want het is meestal niet te achterhalen wie het nefaste bevel precies heeft gegeven.
In de rechtspraak is er een gelijkaardig principe, dat zoals gebruikelijk gevat is in een Latijns gezegde dat schittert door zijn beknoptheid, in dit geval: Fiat justitia ruat caelum. Vertaald is dat: recht geschiede al stort de hemel in. Het tweede deel, ruat caelum heeft in vele talen dezelfde betekenis van iets ongerijmds, iets dat niet denkbaar is, dat nooit zal gebeuren; de hemel zal echt niet instorten.
De traditie wil dat die spreuk en het beginsel dat erdoor uitgedrukt wordt, reeds in de Romeinse oudheid bestaan hebben, meer zelfs, dat het de Romeinse rechtsprincipes zou typeren. De tekst staat echter niet te lezen bij de klassieke auteurs of in documenten uit die tijd. Een andere versie is Fiat justitia et pereat mundus, met dezelfde betekenis ‘al vergaat de wereld’. Het was de wapenspreuk van Ferdinand I, keizer van het Heilige Romeinse Rijk (1558-1564). We weten dus niet wanneer de formulering ontstaan is, maar ze past veeleer in de starre deductieve manier van denken van de middeleeuwse theologie en de daarop gesteunde rechtspraak, dan in de pragmatische rechtsfilosofie van de Romeinen. In de autocratische middeleeuwse traditie zijn de geboden van God en van zijn rechtstreekse vertegenwoordigers, de paus, de keizer, de kerk en het burgerlijk gezag, heilig en onveranderlijk.
De basis van de redenering is in elk van die gevallen dat eenmaal iets vastgelegd is in een wet of reglement, de uitvoering ervan ‘wettelijk’ of ‘reglementair’ is en derhalve niet strafbaar. Meer nog: de wet moet uitgevoerd worden, gebeure wat wil, et pereat mundus!
In zijn tekst over de woede (De ira, I, 18) verhaalt Seneca (-4-65) een gebeurtenis waarbij een zekere Piso rechter was. Een soldaat kwam terug uit verlof, maar zonder zijn gezel. Piso veroordeelde hem prompt ter dood op beschuldiging van moord op die gezel. Toen een officier op het punt stond het vonnis uit te voeren, daagde plots de gezel op. Algemene vreugde! Samen trekken ze naar rechter Piso. Die ontsteekt echter in een Latijnse woede en veroordeelt ook de officier ter dood, omdat hij nagelaten heeft het vonnis uit te voeren en vervolgens ook de gezel, omdat hij door zijn afwezigheid de aanleiding was voor de veroordeling van zijn vriend en door zijn terug opduiken verantwoordelijk voor de fout van de officier (het niet uitvoeren van het vonnis) en dus voor de dood van de officier. Een betere illustratie van fiat justitia ruat caelum is nauwelijks denkbaar.
Een ander Latijns gezegde luidt Summum jus summa iniuria en dat heb ik hier al enkele keren aangehaald: het hoogste recht is het grootste onrecht, of het ten top drijven van de rechtspraak zorgt voor de grootste gerechtelijke blunders.
Dit brengt me bij het thema dat ik ook al op 2 augustus behandelde, toen ik het had over de vrijlating van een drugskoerier op basis van een overtreding van de wet op de privacy door een reportageploeg. Ik meende toen dat die vrijlating een al te letterlijke toepassing van de wet was en dat men de misdadiger niet hoefde vrij te spreken voor zijn drugsdelicten, maar hem op de gebruikelijke manier vergoeden voor het geleden onrecht in de kwestie van zijn geschonden privacy.
Ik weet dat ik mij op delicaat terrein waag, maar ik heb ernstige twijfels bij het beroep dat de advocaten van de jongeman die onlangs in Antwerpen veroordeeld werd, willen aantekenen. Aan de feiten twijfelt niemand, niemand betwist ze, kan ze in twijfel trekken; iedereen kent de dader en de slachtoffers. Ook over de psychologische gesteldheid van de dader is men het op vrijwel alle punten eens: hij is een gevaar voor de maatschappij, de kans op herhaling is zeer groot, of hij nu een psychopaat dan wel een autist is. De verdediging verkiest internering als remedie, de openbare aanklager meent dat de man geen zorgbehoevende zieke en dus schuldeloze is, maar een moorddadige crimineel. De jury heeft hem daarin gevolgd. Iedereen is het erover eens dat het een goed proces was. Er zijn ontroerende taferelen geweest, waarbij familieleden van de slachtoffers de familie van de dader troostten! Zelfs de verdediging kreeg van hen een verzoenende handdruk.
Nu vernemen we dat de verdediging in beroep wenst te gaan omdat de rechten van de beklaagde geschonden zijn: hij kon geen eerlijk proces krijgen, omdat hij al veroordeeld was in de media en (dus) in de publieke opinie. Ook hier kijkt men dus naast de feiten, naast de schuldvraag, naast de bescherming van de maatschappij, naast de positieve resultaten voor alle betrokkenen van een sereen proces en een normale veroordeling en strafmaat. Men vraagt nu aan een hogere rechtbank de opschorting van dat alles omwille van het feit dat het publiek, de maatschappij dus, zich een oordeel heeft gevormd over wat iedereen, ook de verdediging, erkent als een afschuwelijke misdaad, en omdat de pers en de media, de spreekbuis van de publieke opinie, dat oordeel, in al zijn rationaliteit en emotie, heeft verwoord.
Ook hier gaat men dus op zoek naar een algemene rechtsregel, die op zichzelf waardevol is, om een evidente veroordeling ongedaan te maken.
In die redenering zijn oorlogsmisdaden plots geen reden tot veroordeling meer, omdat ‘iemand anders’ het bevel heeft gegeven. Een rechterlijk vonnis in beroep moet uitgevoerd worden, wat ook de inhoudelijke waarde van de beslissing van de lagere rechtbank over de feiten was, omdat een ander rechtsprincipe, bijvoorbeeld de bescherming van de persoonlijke levenssfeer, geschonden is. Of, in dit geval, omdat de vertegenwoordigers van de gemeenschap, de jury, niet onafhankelijk konden oordelen omdat de feiten, door hun uitzonderlijk geweld en wreedheid maandenlang terecht het voorwerp waren van discussies in de maatschappij.
Het is niet moeilijk om gevallen aan te wijzen waarbij een jury duidelijk vooringenomen was. De uitsluitend blanke rechters, advocaten en juryleden die in het zuiden van de Verenigde Staten negerslaven veroordeelden, deden zelfs geen moeite om hun racistische houding te ontveinzen. De opgezette processen tegen dissidenten in communistische landen waren een aanfluiting van elke eerlijke rechtsgang.
Maar enkel de meest rabiate negationisten vechten de processen in Nürnberg aan. Daar heeft de Nuremberg Defence niet gewerkt: de misdaden van het Nazi-regime waren zo flagrant dat zelf Göring bij het zien van de documentaires over de vernietigingskampen inzag dat elke verdediging, op welke juridische grond dan ook, ongerijmd en futiel was.
Even zag het ernaar uit dat het Antwerps proces voor iedereen heilzaam zou zijn. Door hun gefrustreerde reactie en hun vermetel beroep op heilige rechtsprincipes tonen de advocaten van de verdediging zich aanhangers van die vreselijke Piso-rechtspraak: fiat justitia ruat caelum. Het recht is boven alles en iedereen verheven, al gaat de hele wereld daaraan ten onder. Zij vergeten daarbij dat het recht niet door God gegeven is, zoals men vroeger dacht, maar door mensen gemaakt, onvolmaakte mensen.
Dat is het grote verschil, dat vanaf de renaissance in onze westerse maatschappij is doorgedrongen en in een voortdurende strijd tegen de behoudende krachten verder is gerealiseerd: de waarheid is wat de mens ontdekt, niet wat een hogere macht verordent en met geweld afdwingt. Dat is zo in de wetenschap, met spectaculaire resultaten. Ook in de kunst heeft de mens zich bevrijd van alle dogmatisme, alles is nu mogelijk, het is aan de mens zelf om te beslissen wat hij waardevol vindt. Op politiek gebied is de democratie het vanzelfsprekende model en wie het niet openlijk aanhangt, kan er zich de facto nog nauwelijks tegen verzetten.
De rechtspraak, daarentegen… Het is eigenaardig dat zoveel ongetwijfeld intelligente mensen, de fine fleur van ons opvoedingssysteem, zo primair kunnen blijven denken. Enkele recente persoonlijke ervaringen met het gerecht hebben mij nog eens pijnlijk duidelijk gemaakt dat er, ondanks inspanningen, toch nog een schrijnend diepe kloof gaapt tussen de maatschappij en het gerecht.
In plaats van democratie heerst daar nog steeds een streng militaire korpsgeest en een slaafse ondergeschiktheid tussen de eigen rangen en standen, een middeleeuwse verabsolutering van gezag, wet, precedent, traditie en gewoonte, een verwerpelijke arrogantie, een totaal gebrek aan zelfkritiek en twijfel, een hartsgrondige maar onbegrijpelijke verachting voor de gewone mens, een ziekelijke neiging tot zelfverheerlijking en een stelselmatig misbruik van de in principe zo belangrijke onafhankelijkheid van de rechterlijke macht. Kortom: fiat iustitia ruat caelum et pereat mundus.
Dit is een gevaarlijke situatie, want wanneer een maatschappij er niet in slaagt om een bepaalde klasse te doen functioneren binnen het heersende bestel, dan leert ons de geschiedenis dat daarop meestal de razernij volgt van een revolutionaire beweging die met geweld een einde wil maken aan die tergende wereldvreemdheid. Maar wellicht vergenoegt men zich in die kringen in die andere lessen van de geschiedenis, namelijk dat ook revoluties rechters en advocaten nodig hebben en dat overigens op elke revolutie een restauratie volgt, waarbij het gerecht als eerste in al zijn praal en pracht in ere wordt hersteld.


















