mijn eigen blauw
pas als wolken
hemeltergend traag
in wit feestelijk gewaad
de harde wereld opentrekken
ontdek ik mijn eigen blauw
dat zich als warm verlangen
tussen hartstochtelijk
nieuw leven innestelt
mijn eigen blauw
pas als wolken
hemeltergend traag
in wit feestelijk gewaad
de harde wereld opentrekken
ontdek ik mijn eigen blauw
dat zich als warm verlangen
tussen hartstochtelijk
nieuw leven innestelt
verdronken souvenirs
puur bedoeld als vermaak
a straight bourbon whiskey
in een zee van tijd
lijkt haar te inspireren
om een blos te blozen
bij verdronken souvenirs
boven verbeelding
de dans der doden
omringd met blauwe flarden
bovenaardse schijn
die hun zijn niet verbloemen
bewegen ze licht
in toekomstgerichte
eigenbeweging
de dans der doden
zonder leven op aarde
ooit nog aan te raken
zelfs jezelf niet meer herkent
samen hebben wij
naar de sterren gekeken
net zolang je ging beseffen
dat het echt nacht was
en met jezelf
kon gaan slapen
terwijl ik diepstil
bij jou ben blijven waken
bang dat je in mistig zicht
zou herontwaken
waar alles zich
weer vaag stelt
zelfs jezelf
niet meer herkent
als een adem van eeuwigheid
met zomerzoete droomsels
in mijn schaduwspel
schim een leven
in mijn schaduwspel
claim een toekomst
die er nooit zal wezen
de morgen
wacht je immers niet
zal ik jou
eindelijk vleugels geven
vanzelf doodgegaan
toen leven door ijzige kou
zich breekbaar uitte
tijd er zich spoorloos
in verloor
wij in die besloten droom
met de ogen dicht
bleven stilstaan
is alles vanzelf doodgegaan
in de hitte van het ogenblik
zwelgend gekrijs
de stille sneeuw
toen de lach van een heldere maan
over de stille sneeuw zozeer de rijkdom
van mijn gedachten verspreidde
ben ik met een gerust hart naar de
neerdwarrelende vlokken gaan kijken
met kloppend hart
zacht bescheiden weelde
viel in onontkoombare
witte oneindigheid
koud neer
waarin ik met kloppend hart
door de verstilde schoonheid
van geheimhouding
die op beslotenheid teerde
verankerd dreigde te verzinken
vervulling
stadig voed je
met warme
behaaglijke handen
de zekerheid
dat zacht verlangen
leidt naar een volkomenheid
die vervulling biedt
tussen licht en donker
er vlaagt wit
dwalend zijde zacht
nakende sereniteit
over mijn werkelijkheid
aarzelend tussen
licht en donker
even wolkend
smelten gedachten
gehechtheid
weerglim ik
flemen gouden zonnestralen
warme schaduwen
op mijn lichaam
weerglim ik
eigen gedachten
uitgelaten naar de hemel
net zolang
tot sneeuwig grijs zich
met ons samenspel bemoeit
het wonderlijke
in eigen ritme

slaat nevel neer
dan dringen zonnestralen
de slaperigheid in
breken open
wat verborgen leek met zo’n
volmaakte fijngevoeligheid
oorsprong terug
zijn waarheid schrijft
werk je uit je nacht
je hebt veel te lang geslapen
toe werk je uit je nacht
zie met de ogen van een kind
hoe nieuw de sterren
de hemel ontplooien