als groene tijden mij
in warme blijken drijven
bloemen en vruchten
in de hand mag dragen
verknocht
aan ’t zoete raak
helder en zonneklaar in weelde
van heerlijke zekerheid baadt
ken ik eindelijk weer zomer

als groene tijden mij
in warme blijken drijven
bloemen en vruchten
in de hand mag dragen
verknocht
aan ’t zoete raak
helder en zonneklaar in weelde
van heerlijke zekerheid baadt
ken ik eindelijk weer zomer
wanneer je zoete lach
in nat zwiepend gras

vogels zonder vleugels
met onvaste zilveren schijn
zitten zich helemaal
donker te verliezen
in nat zwiepend gras
nadat ze door fel
ophitsende wind
uit een wolkenbressend
groen vertekende hemel
werden gedreven
in wondere waarheid
bezield

in ‘t kringelend uitdeinen van je stem
zo getekend door het tere
verliezen golven hun vaart
kan ik vol van beleven
dobberend op adem komen
helemaal één wezen
met heel veel pure chocolade
met stemmige muziek op de achtergrond
een wit laken over de tafel
kaarslicht en heel veel pure
chocolade in de schaaltjes
zo tracht hij als niet elk ander
tussen gewoontegetrouwe dagen in
romantiek uit de lucht te halen
gewilde liefde levendig te smaken
geniet het hart
binnen de grenzen
van voel
waar schaduwen bezwangerd
van het intieme
een glimp van hoop
stralen
geniet het hart
tijdloos
de wind in vrije val

middenin een tarweveld
heeft de wind in vrije val
een bed van halmen
voor ons gespreid
om na hard labeur
samen rustig aan
het belang van groei
te gaan ontdekken
wij met rijke voel
kunnen oogsten

hoe graag
wil ik de totaliteit
van ’t beleven neerschrijven
nadat ik
in het voorbijgaan
licht werd aangeraakt
door een vlaag
van verhevigde gevoeligheden
die de liefde belichaamt
laat leven
in stroomversnelling
wondere volkomenheid
wanneer ik
in jouw momenten zie
hoe jij jezelf uitzaait
traag gestadig groeit
met algeheel
knoppend mysterie
me verleidt tot binnen
de grenzen van existentie
dan laat ik me dolgraag
door wondere volkomenheid
helemaal veroveren
vol verloren uren
als het lot
keuze wegneemt
jij ligt opgebaard
vol verloren uren
in de schaduw van
een zwarte maan
ween ik
je vergeefse tranen
vlierbloesems

soms donker
af en toe klaar
wezensvreemd
naakt
zo heeft ze
een winter lang
langs de kant
van de weg gestaan
tot ze zich
in witte kantenbloei
als zoet voorjaarscreatuur
ging uiten
uit bedrukking vrij
van ganser harte toeliet
de wereld zich met haar bloei
ging verrijken
ver voor mij
het was door houvaste stilte
dat ik wist te ontdekken
wat ver voor mij
in tijd geschapen is
nog steeds met bezieling
wordt bevloed
door wat geen naam meer heeft
alomvattendheid heet
lichtverworvenheid

toe wees stil met mij
hoor hoe bomen
zachtvloeiend
sierlijk
ingetogen
lichtverworvenheid
prevelen
een waar beeld
van tedere koestering
die wij
door haast
onderwijl
zijn verloren
als vlinder
mijn hart neergelegd
in volkomen licht
op een bed
van zacht gras heb ik
mijn hart neergelegd
opdat het zich
door de strelingen
van bewegend leven
gekoesterd weet
zonder eindeloos gedroom
verder kan
ten dode
met een witgekerfde bast die
zich veel te expressief vertoont
bladerloze dooreengeleefde
naar beneden hangende takken
in elkaar gegroeide wortels die
doodvermoeid de diepte zoeken
zo houdt hij mij een spiegel voor
van eigen sterven
verliefd zijn

nog voor hij zich
in wijd verbreide
groene tooi
krachtig opengooit
word ik door zoet
zacht bloeiende bloemen
verleid tot weerschijn
zo eigen aan verliefd zijn
klaprozen

meegedragen
naar hartje zomer
zo voelt het
wanneer wij in
bloeiende bermen
rode klaprozen ontdekken
die met weloverwogen gebaren
onze brandende passie
natrillend verhalen