klaprozen
ontkiemend zien we
in hun verlangende wil
naar groei
reeds een rood openbloeien
welke bloed sneller
zal doen stromen
een verlangende droom waarmaken
adembenemend leven gevend
dat we nimmer zullen kwijtraken
klaprozen
ontkiemend zien we
in hun verlangende wil
naar groei
reeds een rood openbloeien
welke bloed sneller
zal doen stromen
een verlangende droom waarmaken
adembenemend leven gevend
dat we nimmer zullen kwijtraken
als drijvende kracht
passiemidden emoties
zo intens
dat haar lichaam
de voel
naar buiten brengt
is ze in je ogen
blijven kijken om
in wijd verklarend begeren
zich helemaal
aan jou te hechten
het blijkbareHet blijkbare
nog voor de zon opkomt
ontdek ik hem
op de nok van het dak
als een schril klinkend
kuiltje zwart
midden grijs wolkigheid
tot hij eensklaps
zijn riedel verandert
in een passioneel lied
dat mij laat inzien
hoe belangrijk het is
niet te vlug
uit observatie te stappen
allenigtoen vannacht
de holle weg van ergens
naar nergens eruit zag
als een donkere steeg
verstoken van troost
vol wanhoop
omgeven door dood
ben ik vol bange dromen
op een bank
gaan zitten wachten
naar een hemel
die zich blauw open plooit om
midden stuifmeelherinneringen
weer thuis te komen
in mijn weerschijnwetende in elk bewegen
schuilt er soms
een nieuw stukje leven
zoek ik
in mijn weerschijn
naar een groeien
die kleur geeft
aan luchtkastelen
die het perspectief
laat bloeien
hartstochtdoor het vleugje wind
welke ruikt naar seringen
voelt de avondlucht
zo zwoel aan
dat ik de beleving
als roes inadem
midden het vindingrijke
mij naar jou omdraai
om hartstochtelijk
te gaan kussen
in weerschijnwetende in elk bewegen
schuilt er soms
een nieuw stukje leven
zoek ik
in mijn weerschijn
naar een groeien
die kleur geeft
aan luchtkastelen
die het perspectief
laat bloeien
liefdeweet je nog hoe je mij
toen ik voor het eerst
alleen met je was
op witwolkend gras leerde
oprechte tederheid
te herkennen
binnenin mij
gevoelens liet ontdekken
die zich verroerden
tot een belevenis
die ik van harte
liefde heet

wanneer zachtzinnigheid
zich in geschreeuw
heeft vervluchtigd
kent passie nood
leven bange dromen
die niet begrepen worden
wordt mens’ wereld
oh zo klein

klatert het vandaag duizend tinten groen
morgen neemt dorstig geel de boventoon
tot oh Here God bontgekleurde dwarrelingen
me laten zien hoe dicht in ‘t verschiet
naakte waarheid spiedt
met gedachten bij Jan, Cor en Nels vriendvindt me stervend
midden een vlucht
onvatbare bloesems
de geur van vroege bloemen
een blauwe stille lucht
waarin vogels een blijvend duren tsilpen
als louter honing
wanneer hun fluweel
zacht uitzicht
me gedag zegt
als louter honing
waarom zou ik hen
dan plukken
los van omgeving
laten verwelken
verdord en dood
lijk een vluchtige droom
in de hand houden
kantbloemen
over hen valt schittering
wanneer ze
als licht uit licht
onze bewogenheid
helpen mee uitdragen
waar is de bloem
ochtendlicht
waar is de bloem
die gisteren nog bloeide
plukte de nacht
haar schoonheid
geheel onverwacht
terwijl de maan
zilver keek
hoe haar levenskracht week
in weerschijn toonde
zij niet meer is
wie eerder was
uitbrekenlangs talrijke windingen
hun pril uitwaaieren van
knop naar bloeisels
te mogen ontwaren
maakt mijn uitbreken
met fladderende vleugels waar
zo zoet
in de roes van hartstocht
die verlangen voedt
zo zoet
blijft het hart opvlammen
ogen gensters spatten
boven nachten
raken wij
het naakt vertrouwen
nimmer kwijt
als adembenemende innemingwanneer verwachting
zich openbaart
van bescheiden knop
tot een glimp volmaaktheid
zal hij haar decennia later
nog steeds als adembenemende
uiting van inneming vanuit
zijn geest terug naar bovenhalen
een buitenlandersoms is het beter
om een vreemde te blijven
waar men zich thuis voelt
doorgrond ik de dieptewanneer ik de harde nerven
van je bast streel
weet ik welke weg
je reeds hebt afgelegd
doorgrond ik
de diepte van wortels
maar terzelfdertijd
tonen de nieuwe loten
en het prille groen
dat jij je hebt bevrijd
uit eentonigheid
en reikt naar frisse lucht