Reageer op dit bericht
Reageer op dit bericht
zielskracht
enkel jij
uit mistroostigheid
heb ik je opgegraven
met zachte vingers als
lieflijke tedergevoeligheid
midden een immense zee
geurende bloemen herplant
elke dag water gegeven
om krachtig uit te groeien
mooier dan ooit te bloeien
want enkel jij
kan in je zachte ruisen
mij verhalen
als levendig blijven herhalen
wanneer ik van ergens
nooit weerkeer
draag me mee
draag me
in de stroom van leven mee
naar die andere wereld
schraap
weg de aarde
op zoek naar mijn sporen
toren ze hoog
want ik wil niet
dat je zonder mij oogt
hun oorlog
een paradijs
je vurig explosief hart
heeft tumultueus
lagen steen
opgestapeld
gebroken
tot glooiende hellingen
bizarre rotsen
blauwgroene maren
waarrond een verscheidenheid
van kleuren opbloeien
in weelde zich verder uitzaaien
tot een paradijs
teneinde ik me
met een gevoel van lichtheid
vrij kan bewegen net als
die dartele vlinders om me heen
zielsdiep
het einde van een verhaal
schrijft ze neer
als beginregel
waarbij woorden
het bestaan een continue
stroming geven
met steeds meer
bewustwording ware
liefde bevestigd ziet
zielsdiep
als een tweede leven
heropbloeit
immer dichtbij
vervulling
verstrooi je
in mijn schaduw
als bron van inspiratie
vindingrijke waarachtigheid
die ik laat groeien tot inhoud
te mooi voor woorden
maar me hoe dan ook
tot schepper maakt
creator van levensgeluk
zo diepgeworteld dat
mijn ziel zich met
blijvende bloei verrijkt
gemeenzaam
cohesie
mijn betracht thuiskomen
veel te lang heb ik
niet ziende over
wegen gedwaald
tot jij mij onder die
schaduwrijke kroon
met dartel speelse wolkjes
op de huid soelaas bood
mijn betrachting
thuis te komen
een wezenlijkheid werd
afscheid
midden een veld
vol korenaren
zaai ik mezelf uit
tot een herinnering
want het is
midden die eenzaamheid
dat ik me veilig voel
berusten kan
de wind durf te leven
als weemoedige onderstroom
van het voorgoed verlorene
de linde

een nieuwe bloei
omdat ik van je hou
wanneer ik midden waan
jou als vlinder vang
een ritselende franje
die sterft in mijn handen
weet dan dat ’t enkel
een schijngedachte was
een nare droom
want in mijn wakker worden
laat ik je ver voorbij
mijn schemering fladderen
vrij met eigen kleuren
de dood uitdaag
zelfs als ik de klok
uitdaag door
niet te slapen
lijkt ze enkel
onverschilligheid
te hameren
in haar voortgaan
tot de lucht
zich vult met licht
en mijn verademing
’t ritme een
eigen zielsbewegen
is gebleken
vrij
in een grijze morgen
lig ik te luisteren
hoe het zacht ademhalen
in mij schreit
zich wil bevrijden
in volkomenheid
een eigen bestaan leidt
vollediger volmaakter
dan dat het ooit
binnenkamers droomde
geworteld


