midden oneindigheid
geef me het nachtelijk beeld
van een hemelschittering
dat leidt tot opbloei
van sensualiteit
een broedplaats vol liefde
midden oneindigheid
midden oneindigheid
geef me het nachtelijk beeld
van een hemelschittering
dat leidt tot opbloei
van sensualiteit
een broedplaats vol liefde
midden oneindigheid
schluchsee
waterval van Triberg
voortbestaan van liefde bloesemt
in een ogenblik
bloeit een herinnering open
als wat ooit is geweest
immer zal zijn
een werkelijkheid
die vol in zicht
het voortbestaan
van liefde bloesemt
fluisteren we de hemel terug dicht
omdat het zo moeilijk is te wennen
aan dagdagelijkse realiteit
wanneer wij
in elkaars warmte
liggen weggestoken
fluisteren wij
de hemel terug dicht
met enkel
hier en daar
een sprankje licht
als de dag tracht de zon
hoog aan de hemel te zetten
Dom van Blasien

hoe licht ze leven op
in tegenstelling
met andere gebedshuizen
waar nadruk wordt gelegd
op de zwaarheid mijner zonden
donkerte
me hemels waardig
niet langer
een onheilskind voel
dat het moet doen
zonder liefde
van mijn schepper
Feldberg
slechts een fase

als men
mij niet zoekt
niet wordt gemist
gevangen zit
in de tijd
die te stil
te vluchtig is
om te verdromen
laat me
dan doodgaan
herontwaken
naast wie mijn
werkelijkheid bemint
foto cor van Vliet
eenzaamheid
geloofwaardig
door me te verdiepen
in haar groei
ontdek ik het vermogen
open te bloeien
zoals men herinnert
wil worden
een standvastigheid
die ruimte en tijd
heeft vervormd
tot een geloofwaardige oase
waar schoonheid immer
hoogtij viert
keuzes maken
mee met een niet te stuiten rivier
tot waar alles aanspoelt
uit troebel woelig water
op de oever wordt gesmeten
als bewijs van bestaan
opsta en verder ga
in plaats van mezelf
tussen ’t wrakhout te begraven
leven draait om keuzes maken
moeite doen om ieder moment
te blijven beleven
trouw aan wie ik in essentie ben
de herinnering blijft
de werkelijkheid van mijn twijfel
midden de gloed van
een ondergaande zon
verwaait hij mij
met een nieuwe wind
in zijn verhaal
waarom kan ik
niet omgaan met jong zijn
het refrein inademen
is het omdat ik hem zie als
als een droom
met een beetje werkelijkheid
de werkelijkheid van mijn twijfel
gedachteloos geweld
als een in woede
ontstoken meute
haar driftig te grazen
wil nemen
al de illusies die
ze ooit heeft gedroomd
met geweld
tracht mee te nemen
haalt zij hen
met een sprong
in de nacht
onderuit
ketent hen
gedachteloos vast
aan de sikkel van
een ondergaande maan
omdat zij wil verdergaan
met leven
ten volle wil bloeien
iedere morgen
een eeuwigheid lang
een drijvende kracht
laat ik me los
in de fantasie
waar tijd stilstaat
hoe echter dan echt
dan wie ook ben jij
tillen samen nevels op
drinken hetzelfde
zoet zachte licht
zien de ochtend blauw
ervaren aarde
als een honingzoet bed
ons blijvend vasthouden
een drijvende kracht
dat me telkens
terugbrengt naar jou
weet je nog
weet je nog hoe wij
stenen verschikkend
buitenkamers zijn geraakt
op zoek gingen
naar de kleuren
van geurende bloemen
dat stukje blauw
welke wij vanuit
het dakvenster beleefden
ergens verder dan de horizon
met alles wat goed voor ons was
dag morgen hebben gezongen
in een nieuw begin
raakte ooit
midden je bloei
verslingerd
driftte mee
deelde verhalen
geheimen
tijden van liefde
verlies
en verandering
tot ik verweerd
maar nog steeds
een glimlach rimpelend
in de holte van je stam
stil slapend
ging bedenken
dat als dit het einde was
ik er ons heel graag
in verdroom
met evenwel een nieuw begin
binnen handbereik
het ultieme zijn
vogelzanggebeuren
elk met een eigen
zomerzachte melodie
in ’t dicht groene
lover van de bomen
houden zij niet alleen
de dag levendig
ze bevliegen
ook mijn gedachten
tot ik het innestel
om ooit weer
neer te schrijven
als ook mijn lied
1 reactie op dit bericht
Altijd