regennevels

regennevels
bestuiving
mezelf terugvinden
als nieuwe herinneringen
zomaar opduiken
zal ik mezelf
erin moeten terugvinden
willen gaan verkennen
waar mijn eigen
zich al die tijd
verborgen heeft
zonder onrust
de sprong maken
vanuit het duister
naar helderdiep inzicht
ik droom je alleen nog maar
je bent zo stil
dat ik
over jou
uitgeschreven raak
wegzink in dromen
zoveel mooier dan het verhaal
waarin je mij
hebt achtergelaten
stormenderhand
als waanzin
om aandacht vraagt
stormenderhand
door de linies
tracht te raken
veilig gehecht mensen
elkaars handen
moeten loslaten
weet dan dat zij ondanks
steeds aards verbonden
zullen blijven
de vliergetooid met witte elfensluiers
lijkt het of hij
zich even zucht
in feeëriek mooi
tot trollen en heksen
met trilzwammen en zwarte bessen
hem als schimmend spoor des doods
terug in palmen
hij draagt geschiedenis meedacht je oud
in winters voorbij gaan
tot zomerse warmte
bloesems in je kruin ging hangen
die geurend naar
eindeloze jeugd
mij telkens weer van droom
naar herinnering liet bewegen
plukt ze herinneringen
daar waar ze eens
verweven en verbonden
zich bezondigde
aan het minnen
plukt ze nu de herinneringen
en vlecht ze
met handige handen tot kransen
die haar liefde dragen
gaande wegik heb geen haast
wil gaandeweg over heg en haag
ontdekken hoe schoonheid
mijn hart raakt
want éénmaal achter de horizon
zal het kilte zijn die me
in uitgestrekte eindeloosheid
verder draagt
zonder harde strijd
lijkt de weg versperd
windvlagen
houden mij gaande
laten toe
tijd en plaats
te overstijgen
zonder harde strijd
de vleugels
wijd gespreid
met de luchtstroom mee
aan nieuw leven
vorm te geven
het cadaverhoe wreed
het ontzielde spreekt
tussen een wolk
van warm geel
groei en doods
me zo raakt
ik verstomd het beeld
naar binnenkeer
gelukkig zijnweet dat ik voortaan
alleen de paden ga
waar ik geen vrees
voor ’t einde ken
geen stenen
hoef te rapen
enkel bloemen plukken
welke geluk vertalen
na een levenlang
in blozend bekoren
hem zal verwelkomen
die achter mij is blijven lopen
raken ontbondenin mistig zicht
zweven wij ontdaan
raken ontbonden
vanwaar wij stonden
om uitgestrekter dan ooit
gebroken te gaan neerliggen
emoties delen
zelfs al weet ik
dat emoties delen
opluchting kan geven
deze moet ik zelf doorleven
niet in realiteit
maar diep in mij
zal ik de zin
van mijn verdriet vinden
liefde geven
heb ik
in ervaren
dromen achtergelaten
dan nog zal
een uitgestrekte morgen
me laten ontdekken
dat eenzijdig
liefde geven
nooit zinledig is
niet langer meer
wanneer de avond
het licht dimt
het duister
mijn angst verlinkt
dwingt dromen
op te geven
omdat verleden
ophoudt in ’t heden
dan weet ik
dat toekomst in dit aardse
geen bestaansrecht
meer draagt
naspel
zelfs al heb jij
onbegrijpelijke haast
om van de nacht
wakker te komen
ik vlij me graag
nog even tussen
onze dromen
die zo lieflijk zoet
met een overvloed
van hemels spelen
mij doorasemen
al wat vroeger was
in een zonovergoten tuin
waar mijn berk
zijn stuifmeel strooit
massa’s bloemen
van de blauwe regen
het nest van de merels wegschemert
tracht ik jou
nog even te dromen
doch al wat vroeger was
schijnt vergeten
morgen begint
mijn nieuwe leven
een slinkse pogingals haar chaperon
te willen fungeren
is slechts een slinkse poging
haar van vrouw
in hoer te transformeren
maar weet
zij reeds haar toekomst raadt
terwijl jij alleen maar
haar verleden
blijft verzinnen
beperkinghet maakt me woedend
en opstandig te weten
dat vechten
geen zin meer heeft
steeds mijn grens
moet verleggen
omdat beperking alsmaar sterker
deel uitmaakt van leven
mijn weg nooit meer
zal gaan
maar me voor altijd
gedragen weten