gaandeweg
deze nacht zal niet
als een uitgeplooid doodskleed
over haar warrige
wereld hangen
maar gaandeweg
zal ze in het licht
van een wassende maan
werkelijkheid zien oplichten
gaandewegdeze nacht zal niet
als een uitgeplooid doodskleed
over haar warrige
wereld hangen
maar gaandeweg
zal ze in het licht
van een wassende maan
werkelijkheid zien oplichten
tot zeisen zullen zingen
arm leven
als bewegend zicht
zich vasthoudt
in een koelte
van steriele volkomenheid
zal arm leven regeren
na een woedeuitbarstingbehoed je
voor hoopoplaaiende emoties
die in het heetst van de strijd
vreten aan haar eigenheid
pas wanneer intensiteit smeult
zwartgeblakerde sintels in de as
van verbolgenheid achterblijven
zal ze terug zichzelf zijn
zonder mij
wat mij betreft
ben ik dood
voor jou
hoef je me
zelfs niet
te herinneren
zoveel makkelijker
voor jou
alleen
bij jezelf
naar binnen
te gaan
ontdekken
dat opsluiten
geen zin heeft
eigen bestaan
de reden is om terug
naar buiten te treden
verdriet weten te kanaliseren
wanneer het weer
over de schreef gaat
vele velden blank
komen te staan
klaagt de boer
zijn nood
in plaats van
greppels te graven
er in te geloven
dat zelfs een magere oogst
hongersnood in toom
kan houden
in verder gaan
gedoemd
ze te zien verschroeien
in stoffiger dan ooit
waagt ze zich langs
openbloeiende bermen
toch verder
regennevels
bestuiving
mezelf terugvinden
als nieuwe herinneringen
zomaar opduiken
zal ik mezelf
erin moeten terugvinden
willen gaan verkennen
waar mijn eigen
zich al die tijd
verborgen heeft
zonder onrust
de sprong maken
vanuit het duister
naar helderdiep inzicht
ik droom je alleen nog maar
je bent zo stil
dat ik
over jou
uitgeschreven raak
wegzink in dromen
zoveel mooier dan het verhaal
waarin je mij
hebt achtergelaten
stormenderhand
als waanzin
om aandacht vraagt
stormenderhand
door de linies
tracht te raken
veilig gehecht mensen
elkaars handen
moeten loslaten
weet dan dat zij ondanks
steeds aards verbonden
zullen blijven
de vliergetooid met witte elfensluiers
lijkt het of hij
zich even zucht
in feeëriek mooi
tot trollen en heksen
met trilzwammen en zwarte bessen
hem als schimmend spoor des doods
terug in palmen
hij draagt geschiedenis meedacht je oud
in winters voorbij gaan
tot zomerse warmte
bloesems in je kruin ging hangen
die geurend naar
eindeloze jeugd
mij telkens weer van droom
naar herinnering liet bewegen
plukt ze herinneringen
daar waar ze eens
verweven en verbonden
zich bezondigde
aan het minnen
plukt ze nu de herinneringen
en vlecht ze
met handige handen tot kransen
die haar liefde dragen
gaande wegik heb geen haast
wil gaandeweg over heg en haag
ontdekken hoe schoonheid
mijn hart raakt
want éénmaal achter de horizon
zal het kilte zijn die me
in uitgestrekte eindeloosheid
verder draagt
zonder harde strijd
lijkt de weg versperd
windvlagen
houden mij gaande
laten toe
tijd en plaats
te overstijgen
zonder harde strijd
de vleugels
wijd gespreid
met de luchtstroom mee
aan nieuw leven
vorm te geven
het cadaverhoe wreed
het ontzielde spreekt
tussen een wolk
van warm geel
groei en doods
me zo raakt
ik verstomd het beeld
naar binnenkeer
gelukkig zijnweet dat ik voortaan
alleen de paden ga
waar ik geen vrees
voor ’t einde ken
geen stenen
hoef te rapen
enkel bloemen plukken
welke geluk vertalen
na een levenlang
in blozend bekoren
hem zal verwelkomen
die achter mij is blijven lopen
raken ontbondenin mistig zicht
zweven wij ontdaan
raken ontbonden
vanwaar wij stonden
om uitgestrekter dan ooit
gebroken te gaan neerliggen