waar elfen en feeën

waar elfen en feeën
in zwoele samenhang

wanneer een lichte rilling
tussen de donkerpaarse
trosvolle takken
een geur vrijmaakt
die bij diep ademhalen
een gevoel van
welbehagen meedraagt
dan wil men de tijd
laten stilstaan
om helemaal op te gaan
in zwoele samenhang
ze zomert vertrouwen
ze zomert vertrouwen
prikkelt de groei
van een kloppend hart
en laat het trillend bloeien
midden bloemenpracht
tot ze gaat slapen
in gloeiend rood gewaad
met dromen betoverd
de mooiste lentenacht
ooit in gaat
als een bezetene
na te zijn bedrogen
door de nacht
waar duivels en demonen
in een bevlogen feest
mijn hart uitvraten
lichaam overnamen
ben ik blij in eigen droom
te mogen ontwaken
om als een bezetene
mij aan de hartenklop
van leven
over te geven
van verliefd naar liefdevolhoe sneller wij zullen vertrouwen
op gevoel en instinct
luisteren naar de stem binnenin
hoe vlugger onze relatie
van verliefd naar liefdevol
zal groeien
zelfs als druk en spanningen
ons leven verzwaart
zullen wij weten
dat samen liefde delen
alles heelt
op eigen levensritmehet heeft geen zin
om je in lentetooi
te blijven hechten
aan het verweerde
dat je nooit als blozend rood
zal willen dragen
laat de wind
je meenemen
naar een nieuw beleven
waar groei
zich kan richten
op eigen levensritme
deltavliegenal noemde
men mij
een gestoorde malloot
wanneer ik
de aarde van boven
wou bekijken
in het spectaculaire
voluit
horizonten verkennen
wist ik
oneindig rijk
mijn gelijk
haar gevoel dichtbijze wil
opstandig blijven
niet toegeven
aan verliefdheid
daarom wacht ze
omhelsd door eigen armen
tot teerhartigheid
voorbij ijlt
levens uit elkaar worden gedwongen
al werpen hoge bomen
beschermende schaduwen
over hen die zich
laten begoochelen
door dromen
toch is de mens bang
de grens te overschrijden
omdat het emotionele
terzelvertijd inzicht geeft
over hun werkelijkheid
levens uit elkaar
worden gedwongen
wanneer het bewustzijn
van de aarde
in beweging komt
laat die donkere dagen
heeft het nut
steeds terug te keren
naar datgene
wat vroeger speelde
wanneer eerder
enkel maar
naar droef zijn
en eenzaamheid verwijst
laat die donkere dagen
en waag het ontwaken
waar leven
doodgewoon ademhaalt
tot ik dromend wegzink
bij nog slechts
een handvol licht
adem ik
haar uitgestrektheid
gaand en kerend mee
blijf ijl en onbeweeglijk
hangen in haar kringen
tot ik dromend wegzink
niemand me
ooit nog weet
een winter lang
heb ik het landschap
een winter lang
in zijn vermoeidheid gelezen
eindelijk heeft zij
het zwart afgelegd
zich in bruin verheven
om in vol uitgevouwen zon
me te verhalen dat zij
bereid is tot geven
in mijn alleen zijner schreeuwt
geen eenzaamheid
in mijn alleen zijn
omdat ik
me omgeven weet
door leven
dat met boeiende beelden
hoofd en hart behaagt
schelpen rapenwanneer de zee
in haar oplichtend verhaal
het blanke zand verschept
en teruglegt
gaan wij
schelpen rapen
om onze bestemming
te verdagen
waar wij
ons vastklampen
aan souvenirs
om niet te vergaan
schrikt schemer wegdaar waar
de zee
blauwgroen
het strand op spoelt
schrikt schemer weg
ga ik
met wijdopen ogen
in het beweeglijke spelen
waar wezenlijke kleuren
me ruimte en vrijheid tonen
weg van de wereld
als pluizige sluier

bewonderenswaardig
hoe ze leegte
met leven merken
als pluizige sluier
hun geelwolkende rijpheid
omhoog laten kringelen
zelfs in hun moment
het zomergroen toelaten
te verwerkelijken
te jong
hoe kon ik verhopen
dat ik met mijn
heen en weer lopen
haar slaapwiegend
bij mij kon houden
zo de tijd rekken
om nog even alleen
met haar gelukkig te wezen
wanneer de illusie
toch wordt weggehaald
breekt fragmenteneen onvolmaaktheid
in de tijd
laat zich niet verstoren
zelfs niet door dromen
strekt zich uit
tot een blinde vlek
breekt fragmenten
vertekent en overdrijft
verloochent in verwarring
het leven
om duistere plannen
verder in te weven
gebaar jij
in voorjaarswinden
gebaar jij
hoe ik mij
gezwind moet bewegen
vrij ademhalen
tussen datgene
wat het leven
tekent