oogverblindend blank
je schudt herinneringen uit
op ’t gras
ze blinken
licht hun kracht
wijd open
oogverblindend blank
overspoelen ze
mijn dag
oogverblindend blank
je schudt herinneringen uit
op ’t gras
ze blinken
licht hun kracht
wijd open
oogverblindend blank
overspoelen ze
mijn dag
jouw weerspiegeling
huil me tot de maan
een licht midden duisternis
jouw weerspiegeling
eindeloze oneindigheid
na elkaar
te hebben meegemaakt
voel ik je diep in mij
als een innemende
zacht deinende koestering
die ik omzoom met
warme dartele gedachten
dat je maakt tot
eindeloze oneindigheid
na de storm
in het heftig tekeergaan
van de wereld om me heen
laten mijn handen
houvast los
me de vaste overtuiging
dat liefde me zal opvangen
geruststellend vasthouden
wijl ik uitzie naar ’t licht
dat ogen opent
hart verwarmt
stil geluk leven beheerst
storm me niet langer
meer bruuskeert
stilte lokt
leg mijn pen neer
en wacht tot woorden komen
die mij laten beschrijven
de chaos in mijn lijf
zodat ik mij eindelijk kan
verzoenen met de tijd
die mij steeds dichter brengt
bij onbewoonbaarheid
mij wonder
Jij
die ik diep in mezelf ontdek
als veel meer dan mijn denken
al die tijd in het ritme van
mijn hartenklop hebt verborgen
noem ik mijn wonder
grenzeloos vertrouwen
ontmoet ik hem in mijn stilte
weet dat hij mijn leven draagt
in hem een vriend zie die ik
een gelaat durf geven
herken in broosheid
grootse dingen
zijn zo diep menselijke kant
pas dan weet ik mezelf helemaal
er vast in geloof
hoe graag wil ik
na een nacht
vol gitzwarte twijfel
die de tijd met
verwarring vertraagt
verzuchten in jouw
warm gloeiend bewegen
dat mijn toekomst op d’aarde
aan de hemel oplicht
iedere dag weer
tot ik er vast in geloof
dat er leven is na de dood
over mijn wereld
als een beslommering
hangt de mist
over mijn wereld
zodanig dat
het me verontrust
of de bloemen van gisteren
nog bloeiend uit
de verdrukking zullen breken
wanneer de dag oplicht
dan wel onder
een winterse horizon
begraven liggen
met een nieuw begin in zich
ooit terug te bloeien
uit mezelf bloei
toen ik de zon was kwijtgeraakt
aarde het middelpunt van
hemel en hel leek te zijn
kromp ik elke oneffenheid vlak
wachtte me stil weg
van donkere onenigheid
tot het moment
ik mezelf in een nieuw
daglicht durfde stellen
uit mezelf bloeiend
de wereld
een bevredigd hart gaf