Terugblik


Als ik terugkijk op mijn leven en mijn huidige levenswijze bezie, dan stel ik vast dat ik me niet graag ophoud in grote groepen van mensen, zelfs niet in kleine groepen. Ik heb geen enkele moeite om zelfs met wildvreemden in contact te komen, maar dat doe ik enkel in een individueel gesprek, zonder dat daar anderen bij aanwezig zijn. Dat beperkt mijn sociale contacten uiteraard drastisch, want de gelegenheden voor persoonlijke ontmoetingen zijn veeleer schaars. Er zijn andere mensen, die nood hebben aan het gezellig samenzijn met verscheidene anderen en de min of meer oppervlakkige contacten die men daar heeft. Er zijn ook mensen die zich pas goed voelen wanneer ze kunnen opgaan in een menigte, en graag deelnemen aan publieke bijeenkomsten van allerlei aard, zoals concerten en optredens, sportwedstrijden, of de gezamenlijke beoefening van sport, cultuur of ontspanning.
Het zijn keuzes die men maakt op grond van de eigen aard. Wat voor de ene persoon het opperste geluk is, verafschuwt een andere. Gelukkig mag iedereen zichzelf zijn en hoeven we geen oordeel uit te spreken op basis van dergelijke persoonlijke voorkeuren, die overigens meestal onbewust zijn en gegroeid zijn uit genetisch bepaalde neigingen en uit de levensomstandigheden van elk afzonderlijk.
Wat wij allen echter gemeen hebben, is dat we niet zonder de anderen kunnen. Of je nu samen met honderdduizend anderen een stormachtige voetbalwedstrijd bijwoont, of een rustig gesprek hebt met een goede vriend, of alleen een wandeling maakt in de natuur, steeds gebeurt dat in een wereld waarin heel veel mensen dat mogelijk maken, rechtstreeks en onrechtstreeks. Wanneer ik helemaal alleen (op Toby na) thuis ben en deze tekst schrijf, ben ik mij ervan bewust dat ik dat niet zou kunnen zonder al de mensen die op een of andere manier bijgedragen hebben tot dat uiteindelijk resultaat. Zonder mijn ouders was ik er niet eens geweest, en zonder al de mensen die ik ooit ontmoet heb, zou ik niet zijn wie ik ben. Naast de mensen die ik in levenden lijve mocht ontmoeten, hoe vluchtig ook, zijn er de talloze mensen met wie ik ooit virtueel contact gehad heb, via de media, correspondentie, publicaties, kunstwerken &c. Mijn cultuur is de cultuur van de hele mensheid, mijn talen zijn de talen van verscheidene volkeren door de eeuwen heen. Heel mijn materiële wereld is tot stand gekomen zonder veel concrete inbreng van mezelf. Ik voel die verbondenheid heel scherp en diepgaand aan. De hele wereld, het ganse universum is één groot geheel van identieke elementaire partikels die bepaalde vormen aannemen, en ik ben slechts een tijdelijke onooglijke conglomeratie van dergelijke subatomaire deeltjes, die als razenden ronddraaien in de leegte van de ruimte, zowel in het minuscuul kleine als in het astronomisch grote, in een wervelende wieling van verandering zonder einde. Alles hangt met alles samen, niets ontsnapt aan de invloed van al het andere, niets blijft zonder gevolg.
Wellicht is het eigen aan de oude dag dat ik de zaken nu zo bekijk. Ik heb geen materiële zorgen, geen grote ambities of behoeften, geen vetes of harde conflicten met mijn medemensen. Ik leef in vrede met mijn familieleden, vrienden en kennissen. Ik prijs me gelukkig dat ik grotendeels mag leven zoals ik dat kan en wil in een wereld waarvan ik enerzijds meer en meer vervreemd ben, maar waarmee ik me anderzijds toch intens verbonden weet.













