
Rond deze tijd herdenken we onze doden, de mensen die we gekend hebben en die gestorven zijn. Het meest nabij in onze gedachten zijn onze familieleden, want zij hebben ons leven het meest getekend. Aan onze ouders danken we het leven zelf, een groter geschenk is er niet. Broers en zussen waren daarna de eersten met wie we samenleefden en dat schept een band die niet te breken is, wat er ook gebeurde, wat er ook gebeure. Vrienden zijn zeldzaam, geliefden nog meer. Met hen bouwen we onze wereld uit, zij zijn ons onmisbaar. Kinderen zijn een zegen, soms een vloek, maar ook dan zijn het onze kinderen.
Wanneer zij die ons nabij zijn, sterven, laten zij een tere open plek, een lange leegte die ook na jaren onvervulbaar blijft, een schrijnende smart, zelfs op momenten van intense vreugde of diep geluk.
Vlaanderen was vroeger een zeer katholieke landstreek. Op alle belangrijke momenten van het leven was er een katholiek ritueel, dat meestal in gemeenschap gevierd werd in de kerk. De meesten onder ons hebben zo talloze begrafenissen bijgewoond. De lezingen en gezangen van de uitvaartliturgie zijn in ons geheugen gegrift, onze reactie erop is, ook nu de liturgie zo ingrijpend veranderd is, nog steeds zeer emotioneel, zoals ik hier onlangs nog schreef over het In paradisum deducant te angeli, dat ook nu nog vaak wordt aangeheven wanneer het lichaam van de afgestorvene de kerk wordt uitgedragen, het afscheid van de gemeenschap voor de meer intieme eigenlijke begrafenis.
Een ander bekend, ik zou bijna zeggen geliefd, onderdeel van die liturgie was het Dies irae, dat als geen ander de droefheid weergeeft die zelfs de meest geharde aanwezige voelde. Het Dies irae staat voor dood en begrafenis, het lot dat elke mens wacht. In zijn Gregoriaanse versie is het een zachtmoedig lied, er spreekt gelatenheid uit bij het onvermijdelijke, berusting ook, door de voortdurende herhaling van het motief uit de eerste maten: ti-da-ti-da-ti-da-ti-da, waarbij we telkens letterlijk een toontje lager zingen. Talloos zijn de componisten die een eigen versie geschreven hebben, ik vermeld slechts de meest bekende: Mozart, Verdi, Berlioz. Nog talrijker zijn de composities die het muzikale thema van het Dies irae citeren om het thema van de dood op te roepen. Ik vermeld er enkele:
- Thomas Adès: Living Toys
- Charles-Valentin Alkan: Symphonie, Souvenirs Trois Morceaux, Op.15 - Morte
- Hector Berlioz: Symphonie Fantastique
- Johannes Brahms: Ein Deutsches Requiem, Klavierstück op. 118/6
- Benjamin Britten: War Requiem
- Antoine Brumel: Dies Irae
- Iva Boulanger: Funerailles du Soldat
- Elliott Carter: In Sleep, In Thunder, #4
- George Crumb: Black Angels, Makrokosmos Volume II, Star Child
- Luigi Dallapiccola: Canti Di Prigiona
- Antonín Dvořák: Symphony No. 7, mvmt 1
- Antonio Estevez: La Cantata Criolla
- Jean Françaix: Cinq poemes de Charles d Orléans
- Alexander Glazunov: Moyen Age
- Leopold Godowsky: Piano Sonata in E Minor, mvmt 5
- Berthold Goldschmidt: Beatrice Cenci (opera)
- Charles Gounod: Faust Opera, Act IV
- Arthur Honegger: La Danse des Morts
- Gottfried Huppertz: filmmuziek voor Metropolis
- Aram Khachaturian: Symphony 2 The Bell, Spartakus
- György Ligeti: Le Grand Macabre
- Franz Liszt: Dante Symphony, Totentanz
- Gustav Mahler: Symphony No. 2, mvmt 1 and 5
- Nikolai Medtner: Piano Quintet in C Major, Op. Posthumous
- Nikolai Myaskovsky: Piano Sonata 2, Symphony 6
- Modest Mussorgsky: Nacht op een kale berg, Songs and Dances of Death
(zie mijn bespreking op 21.03.2007 Lied van de Dood).
- Carl Orff: Carmina Burana
- Krzysztof Penderecki: Dies Irae
- Sergei Rachmaninoff: Études-Tableaux, Op. 39, No. 2, Isle of the Dead, Prelude in e minor, Op. 33 nr. 4, Rhapsody on a Theme of Paganini, Symphonic Dances, Symphony nr. 1, Symphony nr. 2 Symphony nr. 3, The Bells
- Ottorino Respighi: Brazilian Impressions
- Camille Saint-Saëns: Danse Macabre, Requiem, Symphony 3 (Orgelsymfonie)
- Dmitri Shostakovich: Music for Hamlet, Symphony 14
- Jean Sibelius: Lemminkäinen Suite
- Richard Strauss: Till Eulenspiegel, Dans van de zeven sluiers in Salome
- Igor Stravinsky: Le sacre du printemps
- Pyotr Ilyich Tchaikovsky: Grand Sonata; Manfred Symphony; Greek Song; Marche Funebre, Suite 3
- Ralph Vaughan Williams: Five Tudor Portraits
- Eugène Ysaÿe: Sonata in la klein, Op. 27, nr. 2 (Obsession)
Indrukwekkend, niet? Ik luister terwijl ik dit schrijf naar het monumentale en aangrijpende Requiem van Verdi in een oudere uitvoering met von Karajan.
Tijdens een recent gesprek merkte iemand op dat mijn ideeën over de kerk sterk verouderd zijn: de kerk waartegen ik mij zo verzet bestáát niet meer! Ik moest toegeven dat dat inderdaad zo is, maar daarbij toch deze overwegingen.
Vooreerst is dat geen reden om niet te spreken over wat er vroeger verkeerd was: enkel als we ons ervan bewust zijn en blijven, zorgen we ervoor dat we niet dezelfde vergissingen maken. Want heel wat van die zogenaamd voorbije dingen leven nog steeds voort of duiken kwansuis weer op.
Het is ook goed dat mensen die gekwetst zijn, de kans krijgen om hun verdriet of verontwaardiging te uiten, een beetje zoals de waarheidscommissie in Zuid-Afrika: een catharsis, een loutering, veeleer dan een regelrecht proces. Ik vraag niet dat de priester die me als klein kind op zijn schoot bijna speels de hand in de pyjamabroek stak, daarvoor veroordeeld wordt door een rechtbank. Ik denk wel vaak aan hem terug: wat is er van hem geworden? Hoe vaak heeft hij andere kinderen zo doen opschrikken of nog dieper aangerand?
En ten slotte deze gedachte: wat is het nieuwe aanbod van de kerk, die de oude gewaden (of toch sommige) heeft afgelegd? Waar is die nieuwe kerk zichtbaar aanwezig? Wat is haar specifiek religieuze inbreng, boven het gewoon medemenselijke?
Dat de kerk vernieuwd is, blijkt ook uit het verdwijnen van het Dies irae uit de begrafenisliturgie sinds 1962. Het is een van de gevolgen van het Vaticaans concilie. De experts hadden bezwaren tegen deze beroemde sequentia. Niet dat je ze vroeger tijdens elke begrafenismis hoorde, overigens: je had verscheidene prijzen voor missen, ook voor begrafenissen, naargelang het uur (die van twaalf uur was de duurste) en de duur (met of zonder het Dies irae, Libera, Subvenite…), het aantal priesters &c.
Maar goed: het Dies irae is niet meer en de reden waarom het verdwenen is, moet je niet bij de muziek zoeken, maar bij de tekst. Dat bewijst nog maar eens dat religieuze muziek waarschijnlijk niet bestaat, er is alleen goede en minder goede muziek en die van het Dies irae was ons zo zeer vertrouwd dat we ze zonder meer goed vonden.
Wat was er dan verkeerd met de tekst? Zolang het de Latijnse tekst was, niets, want (bijna) geen mens die het Latijn verstond. Maar het concilie besliste dat Latijnse teksten niet meer mochten; de huidige paus vond dat trouwens zo misplaatst dat hij die beslissing ongedaan heeft gemaakt, zonder concilie. Wellicht beslist hij binnenkort dat het Dies irae een uiterst gepaste tekst is voor een begrafenis, maar oordeelt u daarover vooral zelf…
De tekst paste inderdaad niet echt in de nieuwe kerk. Ik meen zelfs dat hij ook in de oude kerk al een beetje moeilijk lag. De vroegste versie staat in een missaal dat waarschijnlijk rond 1250 in Italië is geschreven en dat gebruikt werd in de Franciscaanse gemeenschappen aldaar. Als auteur vermeldt men Thomas van Celano, de auteur van enkele biografieën van Franciscus, maar zeker is men niet, in de Middeleeuwen stond men nog niet zo op zijn auteurschap als nu. Helemaal origineel is de tekst ook al niet, er staan allerlei bekende beelden en formuleringen in uit het Oude en het Nieuwe Testament, zo ging dat toen.
Hierbij de Latijnse tekst, met zijn mooi rijmende ritmische korte drieregelige versregels in trocheeën, dat is de naam voor de opeenvolging van een beklemtoonde en een niet-beklemtoonde lettergreep: Díes írae díes ílla &c.
Voor de vertaling grijp ik graag terug naar een Vlaamse meester: Guido Gezelle. Zijn vertaling is verouderd, zal je zeggen, maar is dat niet passend voor een tekst van voor 1250 die bovendien uit het missaal verbannen is?
Veel toelichting bij de tekst ga ik niet geven. Lees het Latijn nog eens en geniet van de vertrouwde woorden. Lees ook Gezelle, dan weet je meteen waarom de concilievaders de tekst gewraakt hebben. De vertaling is een onderdeel van zijn Kerkhofblommen, en die zijn zeker ook nog het lezen waard. O, ja: de Maria die vergiffenis kreeg is natuurlijk niet de moeder van Jezus, want die kan nu eenmaal niet zondigen, ze is zelfs zonder de erfzonde geboren en meteen na haar dood ten hemel opgenomen, ze hoeft dus niet ergens te wachten tot de dag van het Laatste Oordeel, het eigenlijke onderwerp van het Dies irae. Bedoeld is Maria Magdalena, maar ondertussen is men niet meer helemaal zeker dat de overspelige vrouw dezelfde is als Maria Magdalena en ook nog de vrouw die in Bethanië Jezus voeten zalfde en droogde met heur haar. De gekuiste Latijnse tekst zegt nu peccatrix, zondares, zonder in detail te treden. Niet elke verandering is een verbetering.
Dies iræ! dies illa
Solvet sæclum in favilla
Teste David cum Sibylla!
Quantus tremor est futurus,
quando judex est venturus,
cuncta stricte discussurus!
Tuba mirum spargens sonum
per sepulchra regionum,
coget omnes ante thronum.
Mors stupebit et natura,
cum resurget creatura,
judicanti responsura.
Liber scriptus proferetur,
in quo totum continetur,
unde mundus judicetur.
Judex ergo cum sedebit,
quidquid latet apparebit:
nil inultum remanebit.
Quid sum miser tunc dicturus?
Quem patronum rogaturus,
cum vix justus sit securus?
Rex tremendæ majestatis,
qui salvandos salvas gratis,
salva me, fons pietatis.
Recordare, Jesu pie,
quod sum causa tuæ viæ:
ne me perdas illa die.
Quærens me, sedisti lassus:
redemisti Crucem passus:
tantus labor non sit cassus.
Juste judex ultionis,
donum fac remissionis
ante diem rationis.
Ingemisco, tamquam reus:
culpa rubet vultus meus:
supplicanti parce, Deus.
Qui Mariam absolvisti,
et latronem exaudisti,
mihi quoque spem dedisti.
Preces meæ non sunt dignæ:
sed tu bonus fac benigne,
ne perenni cremer igne.
Inter oves locum præsta,
et ab hædis me sequestra,
statuens in parte dextra.
Confutatis maledictis,
flammis acribus addictis:
voca me cum benedictis.
Oro supplex et acclinis,
cor contritum quasi cinis:
gere curam mei finis.
Lacrimosa dies illa,
qua resurget ex favilla
judicandus homo reus.
Huic ergo parce, Deus:
Pie Jesu Domine,
dona eis requiem. Amen.
Kwade dag, die al de dagen
eens lijk asschen weg zult vagen,
zoo ‘t Sibille en David zagen!
Welk een gruwel ‘n zal ‘t niet wezen
als de Rechter, opgerezen,
‘t goê zal uit het kwade lezen!
Wondere trompetrumoeren
zullen al de graven roeren,
al die dood zijn throonwaards voeren.
Stom zal staan de Dood en ‘t Leven,
als de dooden antwoord geven,
staan, en voor den Rechter beven.
‘t Zal een boek te voorschijn komen
waarin ‘t al staat opgenomen
dat het oordeel Gods moet schromen,
als de Rechter, neêrgezeten,
al ‘t verdoken kwaad zal weten,
straffen ende niets vergeten.
Wie zal dan toch mijn verweer zijn,
wat mijn voorsprake en begeer zijn,
als de goeden zelf verveerd zijn?
Koning, schrikbaar en grootmachtig,
bron van goedheid, nederslachtig
bid ik u, weest mij indachtig!
JESU, wil toch wel gedenken:
als gij mij kwaamt ‘t leven schenken,
was ‘t om me op dien dag te krenken?
JESU, moê van zoeken naar mij
hebt ge ‘t kruis geleên, en daar mij
eens zoo dier gekocht: ach spaar mij!
Schoon ‘t uw recht zij van te wreken,
wilt mij vrij van zonden spreken
eer die dag komt aan te breken!
‘k Zuchte als een ter dood verwezen,
maar mijn schaamrood schuldig wezen
hoopt op uw bermhertig wezen;
Wierd Maria ‘t eeuwig leven,
wierd den moordenaar hoop gegeven,
hopen durve ik ook, en beven.
Heere, onweerdig is mijn bede;
doch, laat me, uit goedjonstigheden,
vrij van ‘t vier der eeuwigheden!
Laat mij bij uw schaapkes weiden,
wilt mij van de bokken scheiden
en ter rechter hand geleiden.
Moet gij dan vermaledijden
en het eeuwig vier doen lijden
roept tot mij: "Gebenedijden!"
Want ik komme al jammerklagen,
‘t herte als asschen rouw geslagen,
hulpe in mijnen doodstrijd vragen.
Dag van weedom en van boeten,
als gij zult verrijzen moeten
en gerecht zijn om uw' zonden,
mensch, God spare u in die stonden!
Zoete Heere JESU mijn,
laat ze in ruste en vrede zijn,
in alle eeuwen!
Amen.