de ring van Gyges
In een recent interview in de Campuskrant van de Leuvense Universiteit gebruikte een pas gedoctoreerde onderzoeker de uitdrukking ‘een ring van Gyges’. Omdat ik mij sterk maak dat mijn kennis van de klassieke oudheid niet moet onderdoen voor die van de meeste anderen, was het voor mij een frustrerende vaststelling: ik kende de uitdrukking niet. De context maakte het vrij duidelijk, maar dat was een magere troost. De positieve kant van de zaak is natuurlijk dat ik nu voor mezelf kan opzoeken wat een ‘ring van Gyges’ is en dat ik het aan mijn lezers kan vertellen, tenzij jullie allemaal in koor zeggen: de ring van Gyges, maar natuurlijk! Weet jij dat dan niet? Maar Karel toch!
Om meteen maar met de deur in huis te vallen: het is een ring die de drager onzichtbaar maakt. Dat doet onmiddellijk denken aan andere dergelijke ringen. Ik ben voor de zoveelste keer The Lord of the Rings aan het herlezen, in de prachtige uitgave in drie delen met illustraties van Alan Lee, de artiest de ook aan de film meewerkte. Ook die Ring maakt de drager onzichtbaar. En je hebt natuurlijk ook Wagners Ring des Nibelungen, die dezelfde eigenschap heeft. Maar dat is allemaal veel later dan de ring van Gyges.
Een eerste bron voor het personage Gyges is de Griekse auteur Herodotos (-485 tot -425). De hele tekst van het verhaal staat in een Nederlandse vertaling op Wikipedia: http://nl.wikipedia.org/wiki/Candaules_en_Gyges_%28legende%29
Ik vat kort samen. Lydië was de naam voor wat nu ongeveer Turkije is, Klein-Azië of Asia Minor, van heel vroeg in onze beschaving, ongeveer -1300, tot de laatste Lydische koning, de legendarisch rijke Croesus, het Perzische rijk (nu Iran) aanviel en verslagen werd in -546. Over die vroege periode zijn er meer legenden bekend dan betrouwbare historische bronnen, maar toch worden heel wat gegevens bevestigd door van elkaar onafhankelijke teksten en door archeologisch materiaal.
De legende, zoals Herodotos ze noteerde, verhaalt dat koning Kandaules, die in Lydië regeerde van -735 tot -718, getrouwd is met een bijzonder aantrekkelijke vrouw, wiens naam de auteur helaas maar typisch niet vermeldt. De koning pocht voortdurend over haar schoonheid tegenover zijn vertrouweling Gyges en stelt zelfs voor dat Gyges zich met eigen ogen zou overtuigen: hij zou hem meenemen naar de slaapkamer waar hij, van achter de deur, de naakte echtgenote van de koning zou kunnen bewonderen, om dan stiekem weg te glippen. Gyges weigert aanvankelijk, Kandaules overhaalt hem uiteindelijk toch. Zo gezegd, zo gedaan, maar de koningin ziet nog net hoe Gyges zich ongemerkt probeert uit te voeten te maken. Zij doet alsof er niets aan de hand is, maar ’s anderendaags laat ze Gyges ontbieden en confronteert hem met zijn onaanvaardbaar gedrag; hij krijgt de keuze: de onmiddellijke doodstraf, ofwel Kandaules vermoorden in de slaapkamer en zelf koning worden. Hij kiest, wat dacht je, voor dat laatste en zo geschiedt.
Waar is, zal je me vragen, de ring van Gyges? Niet in het verhaal van Herodotos. Daarvoor moeten we andere bronnen aanspreken, de meest bekende is niemand minder dan Plato, in ‘De staat’ II, 359-360. Dit is de volledige tekst, in de klassieke vertaling van Xaveer De Win (1962).
Ziehier de legende: Gyges zou een herder geweest zijn, die in dienst was bij de toenmalige heerser over Lydië. Toen nu eens, tengevolge van hevige slagregens, een aardbeving de aarde deed opensplijten, ontstond er een kloof nabij de plek waar hij zijn kudden weidde. Verbaasd door dat gezicht, daalde Gyges in de kloof af. Daar zag hij, onder allerlei andere wondere dingen – zoals in alle sprookjes – ook een bronzen paard, helemaal hol, met vensters erin. Gyges boog zich door een van die vensters naar binnen en zag daar een lijk liggen, blijkbaar te groot van gestalte om van een mens te zijn. Het lijk had helemaal niets aan, behalve een gouden ring om de vinger. Gyges trok die ring af en ging weer naar buiten. Toen de herders nu hun gewone bijeenkomst hielden, om het maandelijks verslag over de kudde aan de koning uit te brengen, kwam ook Gyges er naartoe, met zijn ring aan. Terwijl hij daar zat, te midden van de anderen, draaide hij per toeval de ringkas naar zich toe, naar de binnenzijde van zijn hand. Zo gauw als dit gebeurd was, werd hijzelf onzichtbaar voor de omzittenden, en ze begonnen over hem te praten alsof hij weg was. In zijn verbazing morrelde hij aan de ring, en draaide daarbij de kas naar buiten en op slag was hij weer zichtbaar. Toen hij dat bemerkte, wilde hij proberen of het wel de ring was, die deze kracht bezat, en ja, het kwam net zo uit: draaide hij de kas naar binnen, dan werd hij onzichtbaar; draaide hij haar naar buiten, dan werd hij zichtbaar. Zodra hij dat te weten was gekomen, wist hij gedaan te krijgen dat hij onder de boden was, die naar de koning zouden gaan. Hij kwam dan in het paleis, verleidde de koningin, en samen met haar voerde hij een aanslag uit tegen de koning, doodde hem en maakte zich aldus meester van de regering.
Plato gebruikt de legende om vervolgens een levendige discussie te voeren over de moraal en de deugdzaamheid: wat zou een mens doen indien hij een ring had die hem onzichtbaar maakt en die hem zo in staat stelt om ongezien en ongestraft van alles uit te spoken? Mag je met andere woorden overtredingen begaan als je zeker bent dat niemand het zal te weten komen? Mogen we door het rood licht rijden midden in de nacht of een verkeersteken negeren in het midden van de Sahara?
Nog bij andere klassieke auteurs zijn er verhalen over de manier waarop Gyges koning werd, steeds door list of geweld of beide. Met de magische ring erbij is het inderdaad, zoals Plato zelf al opmerkt, een sprookje, dat wellicht aan het oudere verhaal dat we bij Herodotos vinden werd toegevoegd, misschien om te verklaren waarom de koningin Gyges niet opmerkte toen ze zich aan het uitkleden was en hoe Gyges haar ongezien kon bespieden. In een andere versie is het de koningin die een magische ring heeft, die haar in staat stelt Gyges te zien achter de deur; nadien geeft zij hem de ring om, nu zelf onzichtbaar, de koning te kunnen vermoorden. Ook hier moet de ring ongerijmdheden verklaren.
Plato laat ons in het ongewisse over de manier waarop Gyges de ring gebruikte om de koningin te verleiden, maar in de discussie laat hij een van de deelnemers aan het gesprek vertellen hoe een onzichtbare man zou kunnen binnenglippen in elk huis en daar zijn zin doen met elke vrouw. Hoe dat in de praktijk zou werken, laat hij aan onze ondertussen opgewekte verbeelding over.
De uitdrukking ‘de ring van Gyges’ die, zoals we gemerkt hebben, nog wel eens opduikt, komt vrijwel zeker uit Plato’s verhaal. Het is een van die elementen uit de klassieke oudheid die vanaf de renaissance weer opduiken in onze literatuur, een trope, een stijlfiguur waarmee men zijn taal kan opsmukken en zijn kennis van de klassieken kan etaleren, zoals de onderzoeker in het interview met de Leuvense Campuskrant. Hij gebruikt de ring die onzichtbaar maakt als een metafoor, een overdrachtelijk beeld voor de techniek van Hitler om onwaarheden zo vanzelfsprekend voor te stellen, dat de toehoorders niet meer merkten dat het leugens waren. Een beetje ver gezocht, vind ik, maar in een universiteitskrant mag dat misschien nog net. Alhoewel.
Dit is altijd al het probleem geweest met citaten en beelden uit de oudheid: doe je het om iets te verduidelijken dat anders niet begrepen zou worden, of is het verwaande opsmuk? Als je lezers het beeld niet kennen, hebben ze er niets aan, tenzij ze het gaan opzoeken, zoals ik, maar hoeveel lezers van de Campuskrant zullen dat doen, denk je? En als ze daarvoor naar Van Dale grijpen, meer bepaald naar zijn aanhangsel met namen uit de klassieke oudheid, zullen ze echt niet veel wijzer worden.
Vergelijkingen zijn maar verhelderend als ze verwijzen naar bekend materiaal. Iedereen weet wat bedoeld wordt als men zegt dat de staatshervorming als een zwaard van Damocles boven het hoofd van Leterme hangt (zie De rode draad, 21.11.2006). Maar de ring van Gyges? En zelfs als we die kennen, werkt het beeld in het interview niet echt verhelderend, want het is niet Hitler die onzichtbaar wordt, maar zijn ware aard. Het is al een tweedegraads vergelijking en als ik me nog iets herinner van de algebra die men mij ooit probeerde bij te brengen, zijn die vierkants- of kwadratische vergelijkingen niet meteen de meest gemakkelijkste om op te lossen.
We weten nu waar de uitdrukking ‘de ring van Gyges’ vandaan komt en wat ze betekent. Het is een voorwerp dat mensen onzichtbaar maakt, een sprookjeselement dat later in vele tradities opduikt. Chrétien de Troyes, Wagner en meer recentelijk ook Michael Ondaatje in het boek (en de film) The English Patient hebben dit thema gebruikt in een context van huwelijksontrouw. Bij Tolkien en gedeeltelijk ook bij Wagner is de ring niet alleen een handig hulpmiddel en een symbool van macht, maar ook een bedreiging voor de drager ervan. De meer abstracte, filosofische betekenis gaat terug Plato.
Wat mij betreft is het echter ontstellende het verhaal van Herodotos, zonder de magische ring, dat het sterkst de moderne mens aanspreekt: een krachtige vrouw wreekt zich op een echtgenoot die slechts oog heeft voor haar lichamelijke schoonheid en die haar vernedert tegenover een andere man. Spijtig dat haar naam niet is overgeleverd, want die had, als die van de even moorddadige Klytaimnestra, een veel indrukwekkender klassiek cultuurbeeld kunnen worden dan de magische onzichtbaar makende ring van de moreel gezien veeleer dubieuze Gyges.



















