Sint-Bartholomeusnacht

Bartolomeus, wiens feestdag het vandaag is, was een onopvallende apostel, hij kreeg maar een klein bijrolletje in het evangelieverhaal; zijn naam, Gr. Bartholomaios moeten we lezen als (in het Aramees) Bar-Tolmay, of zoon van Ptolemaeus, een Egyptische, Hellenistische naam. Hij staat in de drie synoptische evangeliën vermeld als de gezel van Filippus (Mt 10, 3 par.), maar alleen in de opsomming van de namen van de twaalf apostelen. Het is een 'stomme rol', hij krijgt niets te zeggen, hij is maar een figurant en hij mag ook niets doen. Bij Johannes komt de naam niet voor; daar is de gezel van Filippus een zekere Natanaël: de evangelisten zijn er blijkbaar zelfs niet in geslaagd om de twaalf leerlingen van Jezus correct te identificeren. Voor het gemak heeft men dan maar aangenomen dat met die twee wel zeer verschillende namen dezelfde persoon bedoeld was, maar niet alle exegeten zijn het daarover eens, wat dacht je.
Johannes heeft in het eerste hoofdstuk een mooi maar vreemd verhaal over de roeping van Natanaël:
45 Hij kwam Natanaël tegen en zei tegen hem: 'We hebben de man gevonden over wie Mozes in de wet geschreven heeft en over wie ook de profeten spreken: Jezus, de zoon van Jozef, uit Nazaret!' 46 'Uit Nazaret?' zei Natanaël. 'Kan daar iets goeds vandaan komen?' 'Ga zelf maar kijken,' zei Filippus. 47 Jezus zag Natanaël aankomen en zei: 'Dat is nu een echte Israëliet, een mens zonder bedrog.' 48 'Waar kent u mij van?' vroeg Natanaël. Jezus antwoordde: 'Ik had je al gezien voordat Filippus je riep, toen je onder de vijgenboom zat.' 49 'Rabbi, u bent de Zoon van God, u bent de koning van Israël!' zei Natanaël. 50 Jezus vroeg: 'Geloof je omdat ik tegen je zei dat ik je onder de vijgenboom zag zitten? Je zult nog grotere dingen zien.' 51 'Waarachtig, ik verzeker jullie,' voegde hij eraan toe, 'jullie zullen de hemel geopend zien, en de engelen van God zien omhooggaan en neerdalen naar de Mensenzoon.'
We hebben er het raden naar wat Natanaël zat te doen onder die vijgenboom, maar uit Jezus' prachtige begroeting: ecce vere Israhelita in quo dolus non est, leiden sommigen af dat het een verwijzing naar de Bijbelstudie is; Natanaël betekent: God heeft gegeven, Theodoor dus, Bogdan of Dieudonné.
Hoewel we dus van Bartolomeus niet meer hebben dan zijn naam, heeft hij, als een van de apostelen, in het christendom een plaats ingenomen die in schrille tegenstelling staat met zijn bescheiden evangelische achtergrond. Een lange en ingewikkelde reeks van legenden brengt hem tot in Indië en Armenië, waar hij als martelaar stierf, gevild en ondersteboven gekruisigd. Michelangelo beeldt hem af met zijn eigen vel gedrapeerd over zijn arm... De Kerk zag daarin voldoende reden om hem patroon te maken van de leerlooiers, de infame (wegens de geurhinder: urine was een veel gebruikt middel om de huiden te bewerken) huidevetters die aan de oorsprong liggen van mijn mooie Vlaamse familienaam: D'huyvetters. Ach, ik zal je verder niet lastig vallen met de vele mirakels en verhalen die er over Sint-Bartolomeus gaan; ik vermeld enkel nog dat hij ook de patroon is van vele ziekenhuizen, vooral in Engeland, die naar hem genoemd zijn, nog altijd vanwege het villen, blijkbaar.
Ik wil wel even uw aandacht vragen voor een gruwelijke gebeurtenis die plaatsvond in Parijs op 24 augustus, de feestdag van onze heilige in het jaar 'onzes Heren' 1572 en die in Frankrijk bekend staat als le massacre de la Saint-Barthélemy. Frankrijk was toen verwikkeld in de godsdienstoorlogen die ook in onze gewesten woedden. De koning, Charles IX (1550-1574) was toen dus nog vrij jong maar al koning vanaf zijn tiende jaar in 1560; het bestuur van het land was in handen van zijn moeder, Cathérine de Medicis en een reeks van adviseurs. Frankrijk probeerde vooral om economische redenen een gematigd standpunt in te nemen en enige religieuze verdraagzaamheid te verdedigen, wat naar de zin was van katholieken noch protestanten, natuurlijk. Die protestanten, nooit meer dan ongeveer tien procent van de bevolking, konden zich toen nogal vrij bewegen en min of meer ongestoord hun godsdienst belijden en ze waren ook niet uitgesloten van belangrijke functies. Heel wat edelen, tot aan het koninklijk hof toe, waren openlijk hugenoten (van het Duits Eidgenossen, eed- of bondgenoten, oorspronkelijk een katholieke spotnaam voor de Zwitserse Calvinisten, later algemeen overgenomen in het Frans en andere talen, mogelijks mede onder invloed van de naam van een van de leiders van de Geneefse opstandelingen, Hugues de Besançon). Een van hen, admiraal Gaspard de Coligny oefende grote invloed uit op de jonge koning, die hem zelfs mon père noemde. Dat was niet naar de zin van moeder Cathérine en zij zou de opdracht of de toelating gegeven hebben voor een aanslag op Coligny, op 22 augustus. Hij bleek slechts licht gewond, maar de protestanten waren furieus omwille van die aanslag op hun leider. Een bezoek van de koning aan de gewonde kon de gemoederen niet bedaren en de protestantse leiders gingen bij de koningin-moeder luidruchtig hun beklag doen. Die moet zich erg ongerust gemaakt hebben en drong aan op maatregelen tegen de protestanten. Tegen de zin of veeleer op uitdrukkelijke vraag van de koning (hijzelf vertelde daarover verschillende verhalen, al naargelang hij tot katholieken of protestanten sprak) besliste de Koninklijke Raad om de poorten van de stad te sluiten en de burgermilities te bewapenen. In de stad bevonden zich op dat ogenblik talrijke protestantse edelen voor het huwelijk van de protestantse koning van Navarra, Henri, de latere Henri IV van Frankrijk, met Marguerite, de dochter van Cathérine de Medicis, later la reine Margot. Onder de persoonlijke leiding van de Duc de Guise, de leider van het katholieke kamp, heeft men velen in die nacht van 23 op 24 augustus van hun bed gehaald, door de straten gesleept en brutaal omgebracht; enkel de meest hooggeplaatsten bleven op bevel van hogerhand gespaard. Coligny werd vermoord, zijn lijk uit het raam gegooid.
Deze nachtelijke militaire operatie verliep natuurlijk niet zonder gerucht en veroorzaakte paniek onder de bevolking. De protestanten waren enerzijds danig aangeslagen door de brutale moord op hun leiders, maar ook uit op wraak. De katholieken legden alle schuld bij de protestanten, die ze als oorzaak van de troebelen zagen. Hoe dan ook, er brak een vreselijk volksoproer uit, waarbij al wat protestant was, opgejaagd en uitgemoord werd, ook vrouwen, kinderen en ouderlingen. De katholieken lieten zich daarbij opzwepen door het onophoudelijk luiden van de stormklokken op alle kerken van de stad, le tocsin (van het Provençaals tocar, doen klinken en signum, letterlijk teken, signaal, een middeleeuwse benaming voor de noodklok die bij brand of onheil luidde). De vervolging van de protestanten was bijzonder gewelddadig en wreed en duurde verscheidene dagen, ondanks schuchtere pogingen van het Hof om er een einde aan te maken. Binnen de omwalde en afgesloten stad was er geen ontsnappen mogelijk. De verminkte lijken wierp men naakt op straat, waar ze dagenlang lagen te rotten. Het lichaam van Coligny, door de woeste massa teruggevonden, werd postuum ontmand en verder verminkt in de Seine geworpen en na drie dagen aan de galg gehangen. In Parijs vallen er meer dan 3000 doden. Tijdens de volgende dagen verspreidt het nieuws zich over Frankrijk en zijn er gelijksoortige vervolgingen in nog twintig andere steden, met nogmaals vele protestantse doden, men schat het totale aantal op wel 10.000, maar er zijn ook schattingen die veel hoger zijn, tot honderdduizenden.
Merkwaardig maar helaas niet verbazingwekkend is de reactie van de Paus, Gregorius XIII bij het vernemen van de slachting: hij droeg terstond een plechtig Te Deum op en liet een herinneringsmedaille slaan met als beeldenaar zijn pauselijk uitgedoste buste en aan de keerzijde een tafereel met de moord op de protestanten, hier voorgesteld als bedreven door engelen uit den hemel, het vlammende zwaard in de hand. Aan de schilder Vasari gaf hij de opdracht voor een reeks zeer gewelddadige fresco's, waarvan er vandaag nog ten minste een ostentatief prijkt in de Sala Regia van het Vaticaan, waar men buitenlandse vorsten ontvangt. Filips II van Spanje noemde het de mooiste dag uit zijn leven! In Frankrijk is dit een voorlopig einde van het gedoogbeleid tegenover religieus andersdenkenden en een herneming van het katholicisme als het officiële geloof van het hof, de adel, de staat en de hele bevolking.
Men zegt wel eens dat de godsdienstoorlogen uit deze periode niet veel met godsdienst te maken hadden en alles met politiek. Dat de twee sterk verweven waren, dat weten we: cuius regio, illius et religio, zo besliste men al in de godsdienstvrede van Augsburg in 1555: de plaatselijke vorst beslist of hij katholiek blijft, dan wel luthers en meteen is ook over het geloof van al zijn onderdanen beslist. Dat neemt niet weg dat er tussen de katholieken en de gereformeerden wel degelijk strijd gevoerd is omwille van de overtuiging, omwille van het geloof. De kerken waren hoe langer hoe meer onverdraagzaam, de katholieke overduidelijk het meest. Het uitmoorden van duizenden onschuldige medeburgers tijdens de Bartholomeusnacht heeft zo goed als niets te maken met welke politiek dan ook, maar alles met het opzetten van de ene groep gelovigen tegen een andere.
In het Nederlands noemt men de gebeurtenissen van 24 augustus 1572 ook wel de Bloedbruiloft, omdat de onlusten volgden op het huwelijk van de zus van de koning met een protestant, zoals ik hierboven vermeldde. Vreemd, maar ik vind die term niet terug in het Frans; waarom hebben wij een specifieke Nederlandse naam bedacht voor een Franse gebeurtenis?
In de Franse nationale geschiedenis is la Saint-Barthélemy meestal voorgesteld als een noodzakelijke en volkomen verantwoorde reactie van de koning tegen de protestantse rebellen die de macht wouden grijpen; het is vanzelfsprekend dat het uitmoorden van religieuze andersdenkenden niet in aanmerking kwam voor een voorstelling als een nationale heldendaad. De situatie ligt gans anders in de geschiedschrijving aan protestantse zijde, in Frankrijk, maar na de intrekking van het tolerante edict van Nantes in 1685 en de uittocht van honderdduizenden hugenoten, ook uit protestantse landen: Engeland, Duitsland en Nederland. Daar heeft men al snel een regelrechte complottheorie uitgewerkt, waarbij de katholieken de protestantse edelen, met medeweten van het Hof, naar Parijs lokten om er vermoord te worden. Het huwelijk van de zuster van de koning met een van de hoogst geplaatste protestantse edelen, de koning van Navarra, was slechts een uitvlucht, opgezet spel; Henri bleef gespaard tijdens het oproer, maar enkel omdat hij toezegde zich te bekeren, wat hij ook deed, om dat vervolgens weer af te zweren en nog later zijn bekering tot het ware geloof (?) nog eens over te doen toen hij koning van Frankrijk werd.
Het is al bij al zeer begrijpelijk dat in het Frans de hatelijke en beschuldigende uitdrukking 'bloedbruiloft' niet voorkomt (bij mijn weten), maar wel in het Engels (blood wedding) en het Nederlands. Ondanks ernstige inspanningen (zo zijn we) ben ik er niet in geslaagd te achterhalen waar en wanneer en door wie de uitdrukking voor het eerst gebruikt is (dat ook Van Dale het niet weet zal wel niemand verwonderen), maar het is duidelijk dat ze afkomstig is uit het protestantse kamp, dat het bloedbad van 24 augustus 1572 heeft steeds heeft voorgesteld als een vuige katholieke misdaad tegen onschuldige Franse protestanten.
Zo, dat was het. Ik hoop dat je net zoveel plezier hebt gehad aan het lezen als ik aan het opzoeken en schrijven.



















