Consilience, Edward O. Wilson

Edward O. Wilson is een grote meneer. Hij is geboren in 1929 in Birmingham, Alabama, het diepe zuiden van de Verenigde Staten. Daar behaalde hij zijn basisdiploma’s in de biologie. In 1955 doctoreerde hij aan Harvard en sindsdien is hij daar professor. Voor zijn boeken kreeg hij twee Pulitzer-prijzen: On Human Nature (1978); The Ants (1990). Verder heeft hij ongeveer alle eerbewijzen gekregen die je als wetenschapper kan behalen, behalve de Nobelprijs, maar dan enkel omdat er geen Nobelprijs is voor zijn domein; hij kreeg wel de Crafoord-prijs van de Koninklijke Zweedse Academie voor Wetenschappen, de hoogste onderscheiding in dat gebied van de wetenschap. Hij is een van de grondleggers van wat men nu sociobiologie noemt, of evolutionaire psychologie. Hij gebruikte ook als eerste de term biodiversiteit.
Ik had zijn naam al verscheidene keren teruggevonden in de bibliografieën van auteurs als Stephen J. Gould, Richard Dawkins, Steven Pinker, Martin Rees, toen ik door een gelukkig toeval de hand kon leggen op zijn Consilience. The Unity of Knowledge, 332 pp., noten en index, 1998. Het is een heel mooie hardcover die ik voor twee euro kocht in de kringloopwinkel ‘t Spit in Leuven; enkel de naam van de vorige eigenaar op het schutblad (in blauwe balpen, waarom doen mensen dat toch?) en een kreukje in de stofwikkel wijzen erop dat het geen nieuw exemplaar is.
En wat een plezier was het lezen van dit werk! Om te beginnen was het een fysieke en esthetische verademing na de oogverblindende (letterlijk!) microscopisch kleine lettertype van Dawkins’ Extended Phenotype, dat ik hier enkele dagen geleden besprak. Een stevig boek, harde kaft, goed openvallend, crèmekleurig ondoorzichtig vrij dik en zacht niet glanzend papier, een klassiek ruim bemeten lettertype en interlinie of regelafstand met perfect register op alle bladzijden, dat wil zeggen dat de regels op de recto- en verso-zijden precies op elkaar passen; dat geeft een extra achtergrond en vermijdt dat je de tekst aan de achterkant van het blad ziet doorschijnen tussen de regels van het blad dat je aan het lezen bent. De letter is zeer scherp gedrukt, niet te vet, niet te mager, met nette initialen en kleine kapitalen bij het begin van een sectie en kleine maar duidelijke insprongen bij elke paragraaf, kortom, de perfectie! Dat helpt als je een serieus boek gaat lezen, je neemt het met plezier vast, je hoeft je niet te ergeren en je bent minder snel vermoeid.
Inhoudelijk was het een intellectuele uitdaging met vele en diepgaande beloningen voor elke geleverde inspanning.
Het is geen boek dat je zo maar eventjes samenvat. Ik denk zelfs dat ik het nog eens moet herlezen, zeker bepaalde hoofdstukken. De moeilijkheid ligt niet, zoals bij The Fabric of the Cosmos van Brian Greene (er ligt een Nederlandse vertaling, vrijwel nieuwe tweedehands in ’t Profijtelijk Boeksken in Leuven!), in de techniciteit van het onderwerp en van het taalgebruik, maar in de ernst, de diepgang en de verregaande consequenties, de nieuwe perspectieven die je werkelijk op elke bladzijde aangeboden krijgt.
Het is een revolutionair boek in zijn aanpak. Wilson pleit voor een grotere structurele en methodische samenhang tussen de wetenschappen, niet zozeer tussen de zogenaamde positieve (zijn de andere dan negatieve?) onderling, zoals de fysica en de biomedische wetenschappen, want daar is reeds verregaande samenspraak (de consilience van de titel), maar tussen de positieve en de humane of geesteswetenschappen (een collega aan de universiteit vertaalde die laatste ooit smalend als ‘les sciences fantômes’), meer bepaald de psychologie, de sociologie en de economie, maar ook de kunstwetenschappen, inclusief taal en letteren. Zijn verdict over de relevantie van de sociale wetenschappen is hard, zeer hard, maar waarschijnlijk zeer terecht en in alle geval voor mij overdonderend overtuigend. Het hoofdstuk over ecologie en de toekomst van onze aarde is ronduit beangstigend.
Wilson is evenwel geen iconoclast, geen beeldenstormer, het is een gedegen wetenschapper die nooit vaste grond verlaat, ook niet wanneer hij zich, zoals in dit boek, waagt op domeinen die traditioneel tot de (wetenschaps-)filosofie behoren. In twaalf uiterst helder geschreven hoofdstukken trekt hij onze aandacht op de verwezenlijkingen van het menselijk vernuft, maar nog meer op de dwaalwegen en doodlopende sporen ervan en tracht hij perspectieven te openen voor toekomstig onderzoek, met wellicht spectaculaire resultaten, precies door alle takken van de wetenschap te verbinden door een onderliggende eenheid. Hij legt verbanden waar je die het minst vermoedt. Hij kiest zijn woorden en zijn wegen voorzichtig, met respect (meestal) voor wat reeds verwezenlijkt is, maar met een klaar appél om onbevangen nieuwe wegen op te zoeken. Vooral zijn uiterst delicate aanpak van de ‘artes’, kunstwetenschap en letterkunde, en van ethiek en godsdienst, maakt dat je zonder argwaan met hem meedenkt, niet afgeschrikt door enige slogantaal of vooringenomenheid, zoals bij sommige andere auteurs (en bij mij…).
Dit is een Belangrijk Boek. Het valt nog te bezien of de vele voorspellingen en perspectieven, zo duidelijk en onbevreesd aangebracht, zullen bewaarheid worden (van het wat ongewone werkwoord ‘bewaarheiden’, staven, bevestigen). Maar ook als dat niet voor alles het geval zou zijn, dan nog kunnen we onmogelijk onbesuisd om deze machtige synthese heen. Dit is een indrukwekkende interpretatie en een vernieuwende stellingname die doet nadenken, die je zelfs doet sidderen door haar schokkende originaliteit, door de uitdagende invraagstelling van gevestigde opvattingen. Dit is een blik op de toekomst, maar dan geen science fiction, nee: ‘gewoon’ wetenschap, die je leest als een goede roman. Ik zou hopen dat boeken als dit verplichte lectuur zouden zijn aan onze universiteiten en hogescholen, voor álle richtingen.
Ik heb helaas geen Nederlandse vertaling gevonden, ook niet van zijn andere boeken, bij Proxis, waar ik gewoonlijk nieuwe boeken koop. Wel deze bij Bol.com en ook in de Leuvense stadbibliotheek, dus kijk eens in jouw stadbib: De toekomst van het leven, Van mieren bezeten, Het veelvormige leven, Kijk op de natuur.


















