Reageer op dit bericht
Reageer op dit bericht
het kind in mij
binnen mijn eigen
kleine wereldje
waar verpozing heerst
schilder ik voor mezelf
verrassingen
creëer zonder de minste
terughoudendheid
in geel een speelse sfeer
waarmee ik liefde
uit het leven kan halen en
volop het kind in mij beleef
God
hoe mag ik je noemen
wanneer ik zie hoe de bloemen
in mijn tuin openlijk je diepe zelf
voor mij openbaren
waaiend op speelse zomerwinden
je wondere werkelijkheid dragen
zwoel geurend je passie
voor leven uitstrooien
leg je naam op mijn lippen zodat
ik je als hemelsbrede koestering
kan prevelen midden de wereld
die ik liefheb
ik noem je god
maar dat zegt nog niets
met dank aan Cor van Vliet voor de laatste strofe
oneindig vloeiende weelde
een met hem
peppe
midden mijn alleen zijn
heeft ’t verleden
me bij de arm gegrepen
bracht me naar de bank
achterin de tuin
bedacht hoe hij een tak
zoetigheid afbrak en sprak :
huil maar mijn stekelbeeske
ik droog je tranen wel
nu en later
zal nooit overgaan
maar in je hart verblijven
één en al aanwezigheid
samen zijn we naar binnen gegaan
een ogenblik verder


een ogenblik verder
geldt er geen weg meer terug
slechts eenzaamheid
wenkt voor beiden
zij hier
hij aan de overzijde
enkel een schemering van wat
is geweest blijft hen nabij
een oudje van tussen mijn bundel
nog uit te geven gedichten gehaald
in haar bloei
de vlinderstruik uit mijn tuin
je was nooit
zal nimmer zijn
zoals je vandaag
te beleven staat
één en al
honingzoete sfeer
waar vele vlinders
naar toe worden gelokt
en hoe weliger
je gaat wuiven
net als ik
niet meer willen wijken
tot de dag ondergaat
je helemaal vergeten raakt
of zal ik je vannacht
nog dromen
onbespreekbaar mijn dromen
me overgolvend
met haar zilte frisheid
vervloei ik vol van haar
weliswaar met tranen
in mijn ogen
want wat ik in één ogenblik
bij haar gevonden heb
raak ik zo weer kwijt
wanneer ik terug
landinwaarts trek
midden oneindigheid
geef me het nachtelijk beeld
van een hemelschittering
dat leidt tot opbloei
van sensualiteit
een broedplaats vol liefde
midden oneindigheid
schluchsee
waterval van Triberg
voortbestaan van liefde bloesemt
in een ogenblik
bloeit een herinnering open
als wat ooit is geweest
immer zal zijn
een werkelijkheid
die vol in zicht
het voortbestaan
van liefde bloesemt
fluisteren we de hemel terug dicht
omdat het zo moeilijk is te wennen
aan dagdagelijkse realiteit
wanneer wij
in elkaars warmte
liggen weggestoken
fluisteren wij
de hemel terug dicht
met enkel
hier en daar
een sprankje licht
als de dag tracht de zon
hoog aan de hemel te zetten
Dom van Blasien


hoe licht ze leven op
in tegenstelling
met andere gebedshuizen
waar nadruk wordt gelegd
op de zwaarheid mijner zonden
donkerte
me hemels waardig
niet langer
een onheilskind voel
dat het moet doen
zonder liefde
van mijn schepper
Feldberg
slechts een fase


als men
mij niet zoekt
niet wordt gemist
gevangen zit
in de tijd
die te stil
te vluchtig is
om te verdromen
laat me
dan doodgaan
herontwaken
naast wie mijn
werkelijkheid bemint
foto cor van Vliet
eenzaamheid
geloofwaardig
door me te verdiepen
in haar groei
ontdek ik het vermogen
open te bloeien
zoals men herinnert
wil worden
een standvastigheid
die ruimte en tijd
heeft vervormd
tot een geloofwaardige oase
waar schoonheid immer
hoogtij viert


1 reactie op dit bericht
Appels