Liefdeslied

Liefdeslied
Er was eens
Een slapeloze nacht
Bindend mooi
De Zee (samengeschreven met Rutger100 www.gedicht.nu)

De Zee
Oneindig is de zee
zacht ruisende golven
omvatten de aarde
als een moeder haar kind.
Ze vormt kleine stroompjes
en dringt de oever in,
bevloeiend ontluikende bloemen,
veroverend het strand,
om het weer vrij te geven,
getooid met schelpenpracht.
Altijd weer, steeds weer
tot die ijle gave vlakte
vol parels ruisend neerknielt,
wanneer de laatste felle zonnestralen
het zuivere kristal meenemen
in de wereld van de nacht,
in een eeuwig ritme
Een liefdesnacht

Een liefdesnacht
Terwijl de nacht spookachtig zwijgt
de deuren zijn vergrendeld
lig ik te wachten op een hand
die koestert, streelt, emoties neemt
Diep in mijn verbeelding stromen
ijle hunkeringen als hoge golven
en op het toppunt van geluk
adem ik jou in als rozengeur
Haast je en geniet van liefde
van komen en weer gaan
opdat wij niet zullen verdwalen
in het witte, verstilde morgenlicht
Diep voelen
Zomertijd
Kortgewiekt
Herfst nadert
Stilte en poëzie
Hou nog steeds van jou

Hou nog steeds van jou
Het zachte ruisen van de bomen
een toverachtige, onwerkelijke schemering
de geur van bloeiende bloemen
het brengt mij in vervoering
het laat mij jouw naam noemen
reeds lang vergleden in de nacht
nog steeds tederheid voelen
het samenzijn eens in deze pracht
gevoelens zijn niet vluchtig
ze blijven in een hart heel rustig
In het avondlicht

In het avondlicht
Stralend glimt het licht mijn lichaam
zweeft in goud stil neer
koestert droom in diafragma
verlicht mijn toekomst teer
In de schoot van 't leven
hervind ik werkelijkheid
kom ik mezelf weer tegen
een mens in volle heerlijkheid
Gedragen door mijn vrijheid
loop ik de heuvel op
en 't leidt mij verder vrijer
steeds maar hogerop
Na de storm
Stil levend
Altijd dwalend
Nooit voorbij
Nooit voorbij
Als het zonlicht aan het sterven is
en ik ben uitgebloeid
geen woorden vind
om aan mijn droom te hechten
dan dank ik de avond
om zijn eenzaamheid
want daar leer ik het geheim
dat eindeloze weelde
en verre schijn
steeds weer een hart doet bloeien
Wanneer wij laat nog hopen
Wanneer wij laat nog hopen
Winden mengden onze dromen
edel, lachend, teerbewogen
Alleen jij zag hoe ik in die mallemolen
mijn hart naar jou heb toegebogen
Met ogen gesloten
is het lot ons nagelopen
Het neemt de geur van jou mee
Het neemt de geur van jou mee
In een veld vol rozen en jasmijn
zo onbeholpen kinderlijk verlegen
vertelt mijn hart mij jouw zijn
haast zonder het te weten
Een herinnering gehavend door de tijd
laat ons zoeken naar elkaar, heel even
een droom breekt en verdwijnt
alleen hemelhoog staat je naam geschreven
Een nieuwe dag
Een nieuwe dag
Mijn lach vliegt zeer omslachtig
met roerend teer gekweel
als de dag begint te krieken
de deur uit golvend naar beneen
Sterrenlicht en manestralen
lieten mij met mijn liefde vrijen
ik pluk een nieuwe dag
weet eindelijk wat romantiek vermag
1 reactie op dit bericht
Hallo Martine. Jij schrijft prachtige gedichten.
Elvira en Pierre wensen jullie een fijn midden van de week.