't tempeest
wanneer ik bij zon
donker droom
het hoogoplaaiende
niet intoom
dan zal ‘t tempeest
met schoon leven
op de loop gaan
't tempeest
wanneer ik bij zon
donker droom
het hoogoplaaiende
niet intoom
dan zal ‘t tempeest
met schoon leven
op de loop gaan
boven eigen wereld
slechts één schamele bloem
als alle wouden
worden geveld
alleen sprokkelhout
ons nog vertelt
hoe bomen vol groene weelde
leven geurden
de wind
verwijtend klaagt
hoe hij
in het ongerepte landschap
geen grenzen of bakens
meer vindt
slechts één schamele bloem
in een troostend aanschijn vertelt
dat niks meer is zoals weleer
dan sla ik de ogen neer
in mijn overleven
zoekt verdwalend
alsmaar kringen tekenend
dwarrelt ze
vlinderlicht omhoog
zoekt verdwalend
in het blauw
haar roos
omdat aards
haar wezen
steeds heeft verzwegen
genieten van het fysieke
nadat het losmaken
van een bovenste knoop
ervoor zorgde dat kwetsbaarheid
werd blootgegeven
zocht hij beschroomd
verstrooiing
in het doorbladeren
van dode tijd
in plaats van
te genieten van het fysieke
dat zicht
hem bood
in eigen reflectieterwijl hij
als spraakwaterval
bij hoogtij
en volle wind
in geschiedenis uitmondt
laat zij zich
in stil water verliezen
hopend dat men
in het ruisen haar diepte
weet te vinden
zodat zij
in eigen reflectie
naar open zee
kan drijven
gaandewegdeze nacht zal niet
als een uitgeplooid doodskleed
over haar warrige
wereld hangen
maar gaandeweg
zal ze in het licht
van een wassende maan
werkelijkheid zien oplichten
tot zeisen zullen zingen
arm leven
als bewegend zicht
zich vasthoudt
in een koelte
van steriele volkomenheid
zal arm leven regeren
na een woedeuitbarstingbehoed je
voor hoopoplaaiende emoties
die in het heetst van de strijd
vreten aan haar eigenheid
pas wanneer intensiteit smeult
zwartgeblakerde sintels in de as
van verbolgenheid achterblijven
zal ze terug zichzelf zijn
zonder mij
wat mij betreft
ben ik dood
voor jou
hoef je me
zelfs niet
te herinneren
zoveel makkelijker
voor jou
alleen
bij jezelf
naar binnen
te gaan
ontdekken
dat opsluiten
geen zin heeft
eigen bestaan
de reden is om terug
naar buiten te treden
verdriet weten te kanaliseren
wanneer het weer
over de schreef gaat
vele velden blank
komen te staan
klaagt de boer
zijn nood
in plaats van
greppels te graven
er in te geloven
dat zelfs een magere oogst
hongersnood in toom
kan houden
in verder gaan
gedoemd
ze te zien verschroeien
in stoffiger dan ooit
waagt ze zich langs
openbloeiende bermen
toch verder
regennevels
bestuiving
mezelf terugvinden
als nieuwe herinneringen
zomaar opduiken
zal ik mezelf
erin moeten terugvinden
willen gaan verkennen
waar mijn eigen
zich al die tijd
verborgen heeft
zonder onrust
de sprong maken
vanuit het duister
naar helderdiep inzicht
ik droom je alleen nog maar
je bent zo stil
dat ik
over jou
uitgeschreven raak
wegzink in dromen
zoveel mooier dan het verhaal
waarin je mij
hebt achtergelaten
stormenderhand
als waanzin
om aandacht vraagt
stormenderhand
door de linies
tracht te raken
veilig gehecht mensen
elkaars handen
moeten loslaten
weet dan dat zij ondanks
steeds aards verbonden
zullen blijven
de vliergetooid met witte elfensluiers
lijkt het of hij
zich even zucht
in feeëriek mooi
tot trollen en heksen
met trilzwammen en zwarte bessen
hem als schimmend spoor des doods
terug in palmen
hij draagt geschiedenis meedacht je oud
in winters voorbij gaan
tot zomerse warmte
bloesems in je kruin ging hangen
die geurend naar
eindeloze jeugd
mij telkens weer van droom
naar herinnering liet bewegen