terwijl zijn hand
tegen haar wang
speelsgewijs vraagt
van hem te houden
steelt ze zijn lichaam
met haar ogen
om dichtbij
’t hart te houden
rustig ademend
slaap hervindt
wanneer de nacht
het alleen zijn glimt

terwijl zijn hand
tegen haar wang
speelsgewijs vraagt
van hem te houden
steelt ze zijn lichaam
met haar ogen
om dichtbij
’t hart te houden
rustig ademend
slaap hervindt
wanneer de nacht
het alleen zijn glimt
gestulpt
toen ruchtbaarheid
ging wedijveren
met extreem
erupterend lichtgeweld
leek ik
te worden gestulpt
in een moment
verder weg dan eigen tijd
met de flow meeals grijze beperktheid
diepdroeve sporen trekt
over strepen groene mysterie
wil ik naar buiten
om met de flow mee
uit te huilen
voor ruimte en tijd
overvloeit naar
gitzwarte werkelijkheid
harmonie
gevangen
in het strijklichte
van de avondzon
wordt elk gebaar
geproefd
met gekleurd gevoel
vol geurend
nazomers wezen
trilt mijn wereld
stenen rapen

wanneer rondom mij
heuvels zich
te hoog verheffen
ga ik rustig
stenen rapen
kracht vergaren
tot ik mij
weet
gedragen
mijn weg
vol levenslust
verderga
meidoorn

gebaarde je eerder
met bloesemend teer
het subtiele ontwaken
van zoetgeurende overvloed
vandaag verleidt
jouw rode hartslag
me warm
wil ik jou
telkens aanraken
zelfs al zal die
begeerte me bezeren
die zomerdag
hoe vaak wandel ik
in gedachten naar de plaats
waar jij met een blije
lach op je gezicht
me welkom heette
in jouw leven
lijkt zo lang voorbij
die zomerdag
maar sindsdien geloof
ik in gewoon gelukkig
die gevoed wordt
met levensecht
half oogst herinnering

weet je nog zus
hoe wij kleine ukken
samen met va
bloemhoofden van phloxen
gingen plukken
ze zo heerlijk roken
toen we ze ingetogen
over de kasseien gooiden
als het klokluidde
boos onze Weesgegroeten
aframmelden omdat
de Sint Rochus ommegang
hun kleuren vertrapten
(verjaardag van ons va ondertussen reeds 15 jaar overleden)
te jong om dragen

wanneer de
rijk uitgestrekte
jonge takken
één voor één knakken
oogst te zwaar
om dragen blijkt
onrijpe vruchten
in bolsters blijven
blijkt weelderigheid
mij te hebben misleid
zal ik dit jaar
weinig noten rapen
Diabeet
zelfs wanneer
prikkende brandnetels
terug rechtveren
langs mijn benen
klei mijn voeten
danig verkoelen
zal ik goedschiks
verder gaan
zonder aan morgen te denken
waar het verlangen
naar voel mijn leven
zal beheersen

weerspiegelt de hemel
een blauwe schijn
van weemoedigheid
dan zoek ik naar namen
verbeeld jaren
van lang geleden
pluk hun kleuren
voor ze in ‘t donker
dreigen te vergaan
schaduwen
zich met mij
vergroeien
als zacht zicht
heb je lief
we laten ons verdwalen
in ruimte en licht
gaan in stroming van beleven
op golven zweven
die ons leven verandert in
ik min je dolgraag
mijn schat
losraak van aarde
bezieling

Het is bezieling wanneer
de stilte mij doet uitkomen
boven een bos vol bomen
die staan te dromen
terwijl ik ze dichtbij
in weids verband
wou lezen als aards
waardevolste raakpunt

het vege
sluipt narrig
over ’t wezen heen
klaagt met
gejaagde adem
het drukke neer
laat slechts los
wanneer men
om hondsdagen weent

nachtwezend
het door licht
en schaduw
bespiedt gezicht
met uitgelezen
zwijgzaam zwarte lippen
wanneer het zich
samen met de maan
ver van ’t leven
spiegelt in kristal
gebarend water
schouderdichtstil water
weerspiegelt haar
eenzaamheid
tot ze het wegrimpelt
in nieuwe aanschijn
een weerkaatsing
schouderdicht
achter zich ziet staan
zo fijn te leven
in de schaduw
van wie
men liefheeft
de zon
tussen werkelijkheid en magie