NIEUW: Blog reclamevrij maken?
Inhoud blog
  • DOORDENKEN OP DONDERDAG
  • GEDICHT VAN DE WEEK
  • DOORDENKEN OP DONDERDAG
  • GEDICHT VAN DE WEEK
  • ZONDAG 25 JUNI
    Zoeken in blog

    Beoordeel dit blog
      Zeer goed
      Goed
      Voldoende
      Nog wat bijwerken
      Nog veel werk aan
     
    Gastenboek

    Druk op onderstaande knop om een berichtje achter te laten in mijn gastenboek

    Foto
    Mijn favorieten
  • Gedachten van Stefaan
    E-mail mij

    Druk oponderstaande knop om mij te e-mailen.

    Doorheen de dagen
    Ervaringen besproken
    16-05-2017
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.GEDICHT VAN DE WEEK

    FIETSEND DOOR HET MEETJESLAND

     

    CANADEZEN

     

    Mijn vader zei: hier liggen ze, 

    de Canadezen. Ik zag ze staan 

    aan de vaart, in hun grijze kleren.

    Eindeloze, slachtrijpe rijen.

     

    Man tegen man stonden ze: 

    een beetje wind en ze gingen.

     

    Vrede. Aan beide kanten

    Canadezen. Te lang in het land

    om terug te keren. Te diep

    in de grond om weg te marcheren.

     

    Peter Theunynck

















    16-05-2017 om 09:17 geschreven door Omer

    0 1 2 3 4 5 - Gemiddelde waardering: 5/5 - (1 Stemmen)
    Categorie:Dagboek/bedenkingen
    >> Reageer (0)
    13-05-2017
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.ZONDAG 14 MEI

    5de PAASZONDAG A – 14 MEI 2017

    ‘TOON ONS DE VADER’

     

    In de bewogen stemming van het Laatste Avondmaal neemt Jezus afscheid van zijn leerlingen. Hij zegt daarbij dat Hij terugkeert naar de Vader. Filippus, één van de leerlingen, vraagt dan: ‘Heer, toon ons de Vader.’ Ook wij zouden die vraag wel willen stellen, ook wij zouden ‘deze Vader’ wel graag wat beter leren kennen.

    Maar onze zintuigen kunnen Hem niet waarnemen en Hij gaat ons verstand te boven. Hij is immers van een geheel andere orde. Toch moet alles wat wij over Hem willen zeggen in menselijke woorden uitgedrukt worden, woorden, die doordrongen zijn van onze zintuiglijke waarnemingen en onze verstandelijke begrippen.

    Net daarom – omdat onze zintuigen en ons verstand tekort schieten – is Jezus’ antwoord aan Filippus eigenlijk troostend en bemoedigend: ‘Filippus, wie Mij ziet, ziet de Vader’. En ook al hebben wij Jezus nooit persoonlijk ontmoet, is het voor ons mogelijk om van Hem een beeld te vormen. Omdat Hij mens geworden is, tastbaar en zichtbaar. Net zoals wij.

    Het wordt zo mooi gezegd in de Christushymne: ‘Hij die Gods gelijke en evenbeeld was, heeft uit eigen beweging de gestalte van een dienstknecht aangenomen en is mens geworden. Bovendien, als mens was Jezus maar gering, deemoedig en gehoorzaam tot de dood, ja, tot de dood aan een kruis.’

     

    Zusters en Broeders,

    voeg u bij de Heer, de levende steen, 

    door de mensen verworpen, 

    maar uitverkoren en kostbaar in Gods ogen. 

    Laat u ook zelf als levende stenen gebruiken

    voor de bouw van een geestelijke tempel. 

    (Uit de eerste brief van Petrus 2,4-5)

     

    ‘Als gij Mij zoudt kennen, 
    zoudt gij ook mijn Vader kennen. 
    Nu reeds kent gij Hem en ziet gij Hem.’ 
    Hierop zei Filippus:

    `Laat ons de Vader zien, Heer, dan zijn we tevreden!'

    En Jezus weer:

    `Ik ben al zo lang bij jullie, Filippus,

    en je hebt Me nog niet leren kennen?

    Wie Mij gezien heeft, heeft de Vader gezien.

    Hoe kun je dan nog zeggen:

    `Laat ons de Vader zien''?

     (Johannes 14,7-9)

     

    ‘WIE MIJ ZIET, ZIET DE VADER’

     

    Tijdens zijn leven had Jezus veel over zijn Vader gesproken. Telkens bleek dat hij, met die Vader, een heel bijzondere band had. Die Vader vulde zijn hele leven en was zijn grote houvast. Die vraag van Filippus ligt eigenlijk voor de hand: toon ons die vader. Spreek ons eens klaar en duidelijk over Hem.

    De vraag van Filippus is ook onze vraag: God? Wie is Hij? Waar is Hij? Er wordt zoveel over Hem gesproken … maar wie is Hij eigenlijk? Wat kunnen wij zinvol over Hem zeggen? Hoe kunnen wij ons een voorstelling van Hem maken? In welke woorden mogen wij Hem beschrijven? En heel verrassend is Jezus’ antwoord op die diepe filosofische vragen uitzonderlijk eenvoudig: 'Wie mij ziet, ziet de Vader.' Om God te leren kennen, moeten we geen dure woorden gebruiken. We  moeten enkel naar Jezus kijken: Hij is de zichtbare gestalte van de onzichtbare God. In de mens Jezus komt God aan het licht.

     

    Zoals Jezus één en al liefde was, zo is God één en al Liefde.

    Zoals Jezus zachtmoedig en barmhartig was, zo is God zachtmoedig en barmhartig.

    Zoals Jezus bovenal begaan was met armen, kleinen en zwakken, met allen die uitgesloten worden, zo is ook God in de eerste plaats bekommerd om allen die onrecht aangedaan wordt.

     

    Jezus is het beeld van de Vader. Uit het leven van Jezus kunnen we het wezen van God afleiden. In Jezus' concrete leven komen we God op het spoor. 'Wie mij ziet, ziet de Vader, Filippus.'

    Bovenal botst de levenswijze van Jezus voortdurend met de gewone gang van zaken in de wereld. In Jezus laat God zien dat liefdeloosheid niet kán. Dat geweld uit den boze is. En dat wij in ons leven méér mogen verhopen dan verdriet en leed. De verrijzenis van Jezus is het verzet van God tegen hardheid en geweld, tegen lijden en dood.

    Deze Jezus, die het beeld van God is, is ook een roeping of een inspiratie voor de mens. Wie Jezus ziet, ziet ook de echte, de ware mens, de mens zoals God hem voor ogen had. In Jezus is zichtbaar geworden hoe God zich de mens voorstelt. Daarom kon Jezus terecht zeggen: 'Ik ben de weg, de waarheid en het leven.' Het is een uitnodiging om hetzelfde leven te leven dat Jezus geleefd heeft; om dezelfde weg te gaan, die de Heer is gegaan: de weg van de liefde, de zachtmoedigheid, de barmhartigheid en de nabijheid.

    Net als Jezus zijn ook wij geroepen om God te tonen aan de mensen. Ons concrete leven kan God zichtbaar maken. Het zou mooi zijn als wij konden zeggen: wie mij ziet, ziet God. Of , met een beetje meer bescheidenheid: wie mij ziet, ziet een stukje van God. Want waar pijn wordt geheeld en onheil gekeerd, kortom: overal waar liefde is, daar is God, daar wordt God zichtbaar.

    Als wij God niet laten zien aan de mensen, zullen velen blijven afhaken. Zeker vroeger, maar misschien ook nu nog wordt er te veel over God gesproken, en wordt Hij te weinig ervaren. De vraag van vele mensen is niet: spreek ons over God, maar wel: laat ons iets van God zien. En dan zou het mooi zijn, als wij konden zeggen: wie mij ziet, ziet – een beetje van – God. In mijn leven wordt God een beetje zichtbaar.

    (gebaseerd op een homilie van Jan Arnouts, dominicaan)

     

    (Een gedicht bij Moederkesdag)

     

    De moeder de vrouw

     

    Ik ging naar Bommel om de brug te zien.

    Ik zag de nieuwe brug. Twee overzijden

    die elkaar vroeger schenen te vermijden,

    worden weer buren. Een minuut of tien

    dat ik daar lag, in 't gras, mijn thee gedronken,

    mijn hoofd vol van het landschap wijd en zijd -

    laat  mij daar midden uit de oneindigheid

    een stem vernemen dat mijn oren klonken.

     

    Het was een vrouw. Het schip dat zij bevoer

    kwam langzaam stroomaf door de brug gevaren.

    Zij was alleen aan dek, zij stond bij 't roer,

     

    en wat zij zong hoorde ik dat psalmen waren.

    O, dacht ik, o, dat daar mijn moeder voer.

    Prijs God, zong zij, Zijn hand zal u bewaren.

     

    Martinus Nijhoff













    13-05-2017 om 08:29 geschreven door Omer

    0 1 2 3 4 5 - Gemiddelde waardering: 0/5 - (0 Stemmen)
    Categorie:Dagboek/bedenkingen
    >> Reageer (0)
    11-05-2017
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.DOORDENKEN OP DONDERDAG

    Lieve Elena,


    Ik herinner het me zo goed, het telefoontje van mijn broer, je vader: “Ik heb een dochter, kom kijken …”

    Ik sprong in mijn auto en reed naar Boechout!

    En daar lag je: klein, blauwe oogjes, rustend op een schapenvacht.

    En nu ben je 22, nog niet groot, met blauwe ogen en een heerlijke glimlach, onderweg naar Rome, te voet en op je eentje, een zware rugzak van 16 kilo meetorsend. Je reisschema ligt naast me en ik volg je op de voet.

     

    Dag 20 - 24,5 km. Met aankomst in Asfeld.


    Net voor je vertrok vertrouwde je me toe: “Ik wil ook ontdekken of ik wel geloof …”

    Dat zinnetje speelt af en toe door mijn hoofd!

    Ontdekken of je gelooft?

    Geloven in wie, in wat, in waar en waarom?

    Naar wie, waarnaar, naar hoe ben je op zoek?

     

    Ik weet dat je ondertussen al veel lieve mensen bent tegengekomen. Ze openden zomaar hun deur voor jou. Je kreeg een bed, stond onder hun douche te huilen van vermoeidheid, ze gaven je te eten en vooral hun gastvrijheid. Heb je in hun ogen en in hun hart iets van het goddelijke mogen gezien?


    Ik wil je iets toevertrouwen, mijn lieve schat.

    Die vraag die je je nu stelt, is een constante op mijn levensweg en daarom wil ik je graag twee teksten meegeven die in mij opborrelden op een moment dat ik ook onderweg was, pelgrimerend langs de kronkels van mijn eigen leven!


    hier en vandaag

    omgeven door de bomen

    en hun onzichtbare, zingende bewoners

    is het niet moeilijk de rust rust te laten zijn

    en vragen eenvoudig toe te laten vraag te zijn

                  
    maar morgen …

    volgende week…

    volgende maand hoop ik op een wegwijzer die zegt:

    stop … hou even halt … kijk eens achterom

    en maak je leeg voor de stilte

    blijf even ter plaatse

    om pas nadien weer verder te gaan


    die wegwijzer kan een vlinder zijn, een boom, een goed mens

    en heel af en toe

    zomaar in een onbewaakt ogenblik

    ervaar ik in die vlinder, die boom, die mens

    het Mysterie,

    de Adem

    de Kracht …

     

    Begrijp je, lieve Elena, ook voor mij is weet hebben van die zachte Kracht, die ik gewoon God wil noemen, niet zo vanzelfsprekend. Maar diep binnen in me weet ik dat er een goddelijke bron is in ieder van ons. Misschien begrijp je beter wat ik wil zeggen als je ook volgende woorden leest!


    God, onzichtbare tochtgenoot,

    als een komen en gaan

    aanwezig, afwezig,

    op mijn levensweg …


    hier en nu

    zijn mensen

    tekenen van Jouw aanwezigheid


    hier en nu

    is het tweestemmig lied 

    van vogels en wind

    melodie van Jouw scheppingskracht


    hier en nu

    worden woorden

    draagkracht en teken van Jouw belofte:

    ‘Ik zal er zijn voor jou …’

    hier en nu


    maar morgen ga ik de weg terug

    zoals in het Taborgebeuren

    dat steeds weer uitnodiging is om naar het dal te gaan

    morgen ga ik de weg terug …


    om ook dan nog Jouw zachte krachtige Adem te voelen

    vraag ik Jou: blijf mijn Tochtgenoot

    ook als ik Je niet kan zien in de schoonheid van Jouw schepping

    ook als ik Je niet kan voelen in de omarming van mensen

    ook als ik Je niet kan vinden in de stilte die zo kostbaar is …


    blijf mijn Tochtgenoot!


    Meisje lief,

    Terwijl ik hier voor mijn computerscherm zit, zie ik in de weerspiegeling een moedige, jonge vrouw van 22, haren in de wind, blauwe ogen en een stralende glimlach met een open hart dat alles opneemt wat ook maar op haar weg komt.

    Dat ben jij, mijn nichtje op wie ik zo trots ben!

    Ik wens je die onzichtbare Tochtgenoot toe, dat Hij je omarmt en dat je zijn zachte krachtige Adem mag voelen op die ogenblikken dat jouw tocht wat moeilijker wordt!


    Ik zie je graag, lief kind,

     

    Tante Hilde

    (Hilde Welffens – Ekeren)

     

    (Uit bundel:  ‘Tweeëntwintig brieven aan mensen die op zoek zijn naar God’ Een uitgave van Catechesehuis, een huis voor spiritualiteit en geloofsbeleving)













    11-05-2017 om 11:04 geschreven door Omer

    0 1 2 3 4 5 - Gemiddelde waardering: 0/5 - (0 Stemmen)
    Categorie:Dagboek/bedenkingen
    >> Reageer (0)
    08-05-2017
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.GEDICHT VAN DE WEEK

    HET CARILLON

    Ik zag de mensen in de straten,
    hun armoe en hun grauw gezicht, -
    toen streek er over de gelaten
    een luisteren, een vleug van licht.


    Want boven in de klokketoren
    na ’t donker-bronzen urenslaan
    ving, over heel de stad te horen,
    de beiaardier te spelen aan.



    Valerius : - een statig zingen
    waarin de zware klok bewoog,
    doorstrooid van lichter sprankelingen,
    ‘Wij slaan het oog tot U omhoog.’



    En één tussen de naamloos velen,
    gedrongen aan de huizenkant
    stond ik te luistr’ren naar dit spelen
    dat zong van mijn geschonden land.



    Dit sprakeloze samenkomen
    en Hollands licht over de stad –
    Nooit heb ik wat ons werd ontnomen
    zo bitter, bitter liefgehad.



    (Ida Gerhardt) – Oorlogsjaar 1941

    08-05-2017 om 18:08 geschreven door Omer

    0 1 2 3 4 5 - Gemiddelde waardering: 0/5 - (0 Stemmen)
    Categorie:Dagboek/bedenkingen
    >> Reageer (0)
    06-05-2017
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.ZONDAG 7 MEI

    4de PAASZONDAG A – 7 MEI 2017
    ‘IK BEN DE DEUR VOOR DE SCHAPEN …’

    Herders, kudden en schaapstallen zijn al tientallen jaren uit ons straatbeeld verdwenen, evenzeer als uit het gewone leven van de meeste mensen. En toch vinden ze aansluiting bij die zo weinig meetbare en toch zo belangrijke wereld van onze diepste verlangens. Is het omdat zij in onze kindertijd zo overvloedig aanwezig waren? Misschien koesteren we, ouder wordend, nog een vage herinnering aan die warme tijd, toen we kind waren in de polder en een wat wereldvreemde herder in het schemerdonker met zijn kudde naar de stal ging. Bovendien, de juf van de kleuterklas kon er zo mooi over vertellen en tekende op het bord met haar meest kleurrijke krijtjes tafereeltjes die de tijd trotseerden: drie, vier lammetjes die in de wei huppelden met moeder schaap. En wij werden diep doordrongen van haar verhalen. Het kleine, onschuldige lammetje – in andere verhalen viel het ten prooi aan een boze wolf – was een weerloos wezentje, waarin wij – zelf klein en weerloos vaak – onszelf herkenden … we leefden mee en werden zelf beetje bij beetje dat lieflijke, bedreigde schaapje.
    ‘Ik ben de deur voor de schapen’, zegt Jezus vandaag over zichzelf. Met die achtergrond uit onze prille kindertijd verstaan wij maar al te goed wat Jezus bedoelt. Doorheen ZIJN leven biedt HIJ een toegang die WIJ voor ONS leven nodig hebben. In de rollercoaster van impressies, beelden, invloeden en feiten, die ons van alle kanten overrompelen worden ons zoveel poorten en wegen naar geluk en leven opgedrongen, die niet zelden doodlopende sporen blijken, waar we aan het eind troosteloos en verweesd achterblijven. Wegen ook waar zoveel valse herders – rovers en dieven, noemt Jezus hen – ons met hun mooiste glimlach trachten te misleiden voor eigen winst, eigen voordeel, eigen macht.

    Zusters en broeders,
    geduldig verdragen
    dat u te lijden hebt vanwege uw goede daden,
    dát is het wat God behaagt
    En het is ook uw roeping,
    want Christus heeft voor u geleden
    en u een voorbeeld nagelaten;
    u moet in zijn voetstappen treden.
    (1ste Brief van Petrus 1,20-22)


    Een andere keer zei Jezus tot hen:
    ‘Voorwaar, voorwaar, Ik zeg u:
    Ik ben de deur voor de schapen.
    Als iemand door Mij binnengaat,
    zal hij worden gered;
    hij kan vrij in- en uitgaan en zal weide vinden.
    Een dief komt alleen maar
    om te roven, te slachten en te vernietigen.
    Ik ben gekomen,
    opdat zij leven zouden bezitten,
    en wel in overvloed.’
    (Johannes 10,9-10)

    ‘EEN GOEDE HERDER EN EEN VEILIGE DEUR’

    Wie de catacomben in Rome bezocht heeft, weet dat in die begraafplaatsen de Goede Herder de meest voorkomende figuur is. Je ziet hem geschilderd op muren, en gebeeldhouwd op sarcofagen en grafstenen. Het is ook duidelijk wie die Goede Herder is: dat is Jezus, en Hij draagt een schaapje op zijn schouders, als symbool voor de mens die Hij gered heeft.
    Het beeld van de Goede Herder leefde zeer sterk onder de eerste christenen, en dat is niet verwonderlijk. De herder speelde ten tijde van Jezus immers een zeer belangrijke rol in het leven en de cultuur van het joodse volk. Het is dus ook geen toeval dat het herders waren die door de engelen op de hoogte werden gebracht dat hun redder, de Messias, geboren was. Dus gingen ze op zoek naar het Kind, en bij hun aankomst vertelden ze wat hun over dat Kind gezegd was. En zo werden ze meteen de eerste missionarissen van Jezus: zij waren de eersten die over Hem vertelden, en ‘allen die het hoorden, waren verbaasd over hun woorden,’ zo staat het in het Bijbelverhaal.
    Maar vandaag gaat het niet over die herders, wel over Jezus die zichzelf een goede herder noemt. Hij noemt zich ook de veilige deur van de kooi waarin de schapen de nacht doorbrengen uit vrees voor dieven die ‘alleen komen om te stelen, te slachten en te vernietigen’, zoals Jezus zegt.
    Een goede herder en een veilige deur … Hoe fantastisch zou het zijn als leiders van het volk geen dieven, maar goede herders waren. Als ze niet uit waren op rijkdom, macht en eigenbelang, maar op het welzijn van hun volk. Als ze niet streefden naar muren tussen de volkeren en naar oorlog om hun macht te tonen, maar naar wederzijdse hulp. Als ze geen vreselijke wapens, maar vrede zouden bouwen.
    En welke heerlijke woonplaats van God de Heer zou onze Kerk zijn als alle kerkelijke leiders goede herders zouden zijn. Als ze niet zouden denken aan hún Kerk, hún leer, hún wetten en hún macht, maar aan de Kerk van God, de Kerk van Jezus. Als ze zouden meebouwen aan een Kerk waar geen plaats is voor oordeel en veroordeling, maar voor liefde en vrede. Een Kerk voor iedereen, voor vrouwen zo goed als voor mannen, voor mensen van een ander ras en een andere geaardheid, voor alle mensen, want allen zijn we kinderen van dezelfde Vader.
    En laten we ook onszelf niet vergeten. Zijn wij goede herders voor ons gezin, onze familie, onze buren, onze kerkgemeenschap, onze medemensen? En gaan wij altijd door de juiste deur, de deur die Jezus is, of gaan we soms liever door valse deuren die leiden naar kromme en stiekeme wegen? Is de stem van de Goede Herder altijd herkenbaar in ons doen en laten, of luisteren we liever naar de stem van sluwe herders met valse beloften over winst en eigenbelang?
    Zusters en broeders, zoals elk jaar is het op de dag van de Goede Herder ook roepingenzondag. Wellicht bidden we dat er meer roepingen zouden zijn. Mannen en vrouwen die zich geroepen voelen om herder te zijn in Gods Kerk. Het is goed dat we daarvoor bidden, maar laten we zeker niet vergeten dat roepingendag ook op ons slaat, want allen zijn we geroepen om herders, om goede herders te zijn. Herders die leven naar Jezus’ woorden en daden, en die dat niet met tegenzin doen. Op het einde van het evangelie zegt Jezus: ‘Ik ben gekomen opdat mijn schapen leven zouden bezitten, en wel in overvloed.’ En misschien vragen we ons af wat dat ‘leven in overvloed’ is. Wel, dat is niets anders dan leven naar Jezus’ woorden en daden. Het is dus leven in geloof, hoop en liefde. En leven in de genade van Gods aanwezigheid onder ons. En leven om mee te bouwen aan Gods Koninkrijk, het Rijk van liefde, vrede en gerechtigheid. Tot dat leven in overvloed worden we geroepen op deze roepingenzondig, op deze dag van de Goede Herder. Laten we proberen aan die roeping te beantwoorden, alle dagen van ons leven. Amen.
    (Romain Debbaut)



    Vaak in een vreemde stad
    traag en nieuwsgierig op pad
    vond ik na urenlang lopen
    hekken of poort wijdopen.
             
    Keek in het grijze schrijn
    van een getegeld plein
    teruggetrokken tegen
    gevels vol goudenregen.
           
    Keek in een tuintje dat
    krap tussen muren zat
    vechtend om vrij te komen
    langs de ladders der bomen.
               
    Keek in het niemandsland
    van een sneeuwwit kloosterpand
    waar uit de kerk de kalme
    golfslag begon van psalmen.
             
    En toen er niets meer was
    dan groene stilte van gras
    liep ik gelukkig verder
    want de Heer was mijn herder.
             
    Anton van Wilderode

















    06-05-2017 om 08:36 geschreven door Omer

    0 1 2 3 4 5 - Gemiddelde waardering: 0/5 - (0 Stemmen)
    Categorie:Dagboek/bedenkingen
    >> Reageer (0)
    04-05-2017
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.DOORDENKEN OP DONDERDAG

    BRIEF AAN IEMAND DIE OP ZOEK IS NAAR GOD

    Beste vriend,

    Op zoek naar God zal je de berg beklimmen zoals Mozes het je voordeed; je gaat in zijn sporen en dat besef bereidt je voor op iets groots. Het weidse uitzicht zal je de adem benemen en je zult in vervoering God danken. Tot je weer nuchter bent, zal je denken dat je God hebt ontmoet. En dat is goed zo. Maar hou vol, geef de moed niet op.

    Als je verlangen vurig blijft branden, zal je naar de abdij gaan en het leven van de monniken delen. Je zult met hen zingen, je zult je gedragen weten door God bewogen mensen en God danken. Tot je weer nuchter bent.

    Je zal luisteren naar de cantates van Bach en in tranen uitbarsten en God danken voor zoveel schoonheid. Tot je weer nuchter bent.

    Je zal de woestijnervaring van Jezus zoeken. In Zijn sporen kan je niet anders dan God ontmoeten. In een kluis zul je bidden en stil zitten. Zeven dagen lang. Voor je het weet tel je de dagen af. Soms ben je helemaal in gedachten verzonken en weet je niet meer welke dag het is. Je prijst je gelukkig om dit te mogen meemaken. Soms overvalt je een gevoel van onzin. Je knieën doen pijn. Waartoe dient dit alles? Gelukkig heb je geestelijke lectuur bij en je begint te lezen. De woestijnvaders geven je moed. Ze beschrijven wat je nu meemaakt. Je bent fier dat het je lukt tot het eind van de 7 dagen. Je vraagt je af in welke mate je zult veranderd zijn. Want de woestijn verandert een mens. Tot je weer nuchter bent.

    Maar ook de sterkste moed wordt gebroken, mijn vriend. Je bent niet langer nuchter maar dronken van droefgeestigheid. Je hebt er geen zin meer in om God te zoeken. Het vuur lijkt geblust. Tot wat dienen al die inspanningen? Het vreet aan je tot je van ellende je fiets neemt en wenend langs het kanaal fietst om niet in bed te kruipen van ellende. Je zal de god vervloeken die je dwingt om hem te zoeken en die je telkens ontnuchtert als je dacht hem te hebben gevonden. De tranen zullen je onmacht nog versterken, je roept het uit “Mijn God, Mijn God, waarom hebt Ge mij verlaten?”. Tot de tranen opdrogen en het stil valt in je hart; het stil valt in je hoofd.

    De wereld lijkt rustig ook al raast de wind over het water en striemt de regen je gelaat. Je glimlacht en weet niet waarom. Je ademt diep in en uit.

    Uren zit je op de bank ondanks regen en wind. Mensen die je lief hebt verschijnen. Je weent voor wie je tekort hebt gedaan en ziet wat je te doen hebt. Je ademt weer diep in. De ruimte in je borst ademt vrijheid. Het begin van een vernieuwd zoekproces naar God.


    Steeds vaker zul je de berg opgaan om vanuit die onmacht God te ontmoeten. En je zal merken dat je er zo ook mag zijn. In verdriet om niet te voldoen aan wat je zou willen zijn of zou willen doen zal je naar de cantates van Bach luisteren. De mildheid voor jezelf zal je tot troost zijn. In je kluis zal de ontmoeting met onmacht en verdriet de verveling doorbreken. Je twijfels worden een essentieel stuk van de weg naar God die je helpt mildheid te ontwikkelen tegenover elk aspect van jezelf.

    Maar wees op je hoede, vriend. Denk aan de jonge godzoeker die in wanhoop de hoogste berg beklom en niet meer weerkeerde. Vond hij God? Hij vond de dood. Alles wat je tot nu toe hebt gedaan is slechts voorbereiding om Gods gelaat te kunnen zien in het gelaat van iedere medemens: bedelaar, kapitalist, ontspoorde jongere, pedofiel, gehandicapte, gevangene, fraudeur, mishandelende ouder, werkloze, de neonazi … Je ziet de plaatsen om God te ontmoeten zijn ontelbaar. Je hoeft er niet naar te zoeken, je komt ze overal tegen. Laat je dus niet afleiden door een gelukzalig gevoel op een berg of in een kluis, door de vrede na een emotionele bui … ze zijn slechts voorbereiding.

    Ga en blijf op weg gaan op zoek naar het ware leven, d.i. waar God tot leven komt tussen mensen.


    Hendrik Van Moorter - Holsbeek

    (Uit de bundel: ‘Tweeëntwintig brieven aan mensen die op zoek zijn naar God’ – Een uitgave van Catechesehuis, een huis voor spiritualiteit en geloofsbeleving)

    04-05-2017 om 18:07 geschreven door Omer

    0 1 2 3 4 5 - Gemiddelde waardering: 0/5 - (0 Stemmen)
    Categorie:Dagboek/bedenkingen
    >> Reageer (0)
    02-05-2017
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.GEDICHT VAN DE WEEK

    PRINSESJE ANNABEL

                  

    Er was eens een prinsesje en ze heette Annabel;
    nu moet je heel goed luisteren, naar wat ik je vertel:
    Ze had twee blonde vlechtjes en een kroon van diamant
    en ‘s avonds ging ze slapen in haar gouden ledikant,
    de koning en de koningin vertelden dan verhaaltjes,
    ze werd in slaap gezongen door twee witte nachtegaaltjes,
    en meestal was ze lief en zoet, en ieder die haar zag,
    hield heel verschrik’lijk veel van haar… maar niet op zaterdag,
    want telkens, iedere week opnieuw, op zaterdag, let wel,
    dan was ze boos en prikkelbaar, die kleine Annabel,
    dan sloeg ze alles kort en klein, dan ging ze aan het schreeuwen
    en maakte net zoveel kabaal als zesentwintig leeuwen!
                          
    De koning en de koningin die zeiden op een keer:
    Nu moeten we er iets aan doen, nu gaat het heus niet meer!
    Ze heeft wéér zes lakeien in hun grote teen gebeten!
    We zullen vragen of Merijn, de tovenaar, komt eten!
                      
    De tovenaar Merijn, dat was een grote tovenaar,
    hij zou ‘t prinsesje wel genezen van haar boosheid, reken maar!
    Daar kwam hij dan, op zaterdag, daar stond hij op de stoep,
    ze gingen prompt aan tafel, bij de vermicellisoep.
    Wel, zei de tovenaar Merijn, hoe maakt u het, prinses?
    Hoe gaat het met de aardrijkskunde? En pianoles?

    ‘t Prinsesje keek hem even aan. Ze nam haar lepel beet
    en smeet hem met de soep naar ‘t hoofd. De soep was gloeiend heet!
    Die arme tovenaar! Zijn haar zat vol met vermicel.
    Zo’n kribbekat, zo’n akelige, stoute Annabel!
                     
    De koning en de koningin, met tranen in hun ogen,
    probeerden om de tovenaar voorzichtig af te drogen.
    U ziet het zelf! zo zeiden ze, het is weer zaterdag!
    Dan is ze toch zo prikkelbaar, ons dochtertje, ach, ach!
    Wat prikkelbaar! zo bulderde de tovenaar Merijn,
    ik zal dat snertkind wel eens leren, prikkelbaar te zijn!
    Hij zwaaide met zijn toverstaf, en toen opeens, jawel
    daar zat een heel klein egeltje, in plaats van Annabel.
    De tovenaar verdween door ‘t raam, datzelfde ogenblik,
    de koning en de koningin, die gilden van de schrik,
    ze huilden en hun tranen vielen in de gouden borden,
    nu was hun kleine Annabel een egeltje geworden!
                         
    Een egel vol met stekeltjes, wie had dat ooit gedacht,
    maar net als and’re avonden werd zij naar bed gebracht,
    de koning en de koningin vertelden haar verhaaltjes
    en net als anders zaten daar de witte nachtegaaltjes…
                     
    Wat deed de tovenaar Merijn? Hij ging naar zijn kasteel,
    hij kroop in ‘t bad, hij nam een boender met een lange steel,
    en waste al de vermicellislierten van zijn hoofd,
    en gek, toen hij weer schoon was, was zijn woede ook gedoofd!
    Ik ben wel heel erg hard geweest, zo dacht hij bij zichzelf,
    kan ik er nu nog wat aan doen? Het is al kwart voor elf!
                           
    Hij deed zijn grote vleugels aan, en zo, dat niemand ‘t zag,
    vloog hij terug en kwam bij ‘t raam, waar ‘t egelkindje lag.
    En ‘s morgens vroeg, wie lag daar in haar gouden ledikant,
    met kleine blonde vlechtjes en een kroon van diamant?
    Dat was geen egelkindje, maar ‘t prinsesje Annabel,
    de koning en de koningin, die zeiden: Wel, wel, wel!!!!!
                              
    En ‘t mooiste is: ‘t prinsesje is nu altijd even lief.
    En zaterdags? Dan ook. Wat zeg je daarvan? Alsjeblief!

                       

    Annie M. G. Schmidt

    02-05-2017 om 07:55 geschreven door Omer

    0 1 2 3 4 5 - Gemiddelde waardering: 3/5 - (1 Stemmen)
    Categorie:Dagboek/bedenkingen
    >> Reageer (0)
    29-04-2017
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.ZONDAG 30 APRIL

    3de PAASZONDAG A – 30 APRIL 2017
    ‘GAANDEWEG’

                 

    ‘Gaandeweg’: in dit ene woord kunnen we de hele viering van vandaag vatten. Misschien koesterden wij ooit de waan dat wij, als kind nog, op school, eens en voorgoed DE ABSOLUTE WAARHEID IN ALLE ZEKERHEID hadden verworven. En daarna bleef ons, tot in lengte van dagen, slechts één opdracht over: die onwankelbare waarheid vasthouden en consequent naleven. Had Jezus ons immers niet gezegd dat Hij zelf DE WEG, DE WAARHEID EN HET LEVEN WAS … en wie zouden wij wel zijn om aan die zekerheid te tornen?
    Helaas – of gelukkig – is ons leven niet in die mate monotoon en saai. Ook indien wij – om ten volle tot leven te komen – bij Jezus aankloppen, hebben wij niet van meet af aan een voltooid inzicht in de rijke veelzijdigheid van zijn Persoon. Ons leven verloopt stapje voor stapje en dagje voor dagje, soms rimpelloos rustig, soms weifelend en twijfelend, en vaak met veel vraagtekens, angsten ook en misschien een tijdlang zonder tastbaar houvast … en ‘gaandeweg’ kan – in het beste geval – ons zicht zuiverder worden, klaar als het licht op een frisse lentemorgen.
    Zo gebeurt het in ieder geval vandaag in het evangelie. Twee mensen gaan op weg – naar Emmaüs gaan ze, weg van Jeruzalem – ontgoocheld omdat hun hoop daar gekruisigd was. Een eindweegs krijgen ze gezelschap van een vreemde, die hun alles leert verstaan, die met hen het brood breekt en zijn eigen leven deelt. Dan gaan hun ogen open: hoewel gekruisigd, is Hij de Levende …
    Om meer dan één reden is het verhaal leerrijk. Wie halsstarrig vasthoudt aan zijn eeuwige, onwrikbare gelijk ‘van in den beginne’ loopt wel eens meer het gevaar om – vroeg of laat – met zijn hoofd tegen de muur te botsen. Alleen wie nederig, met open oog en oor, luisterbereid in het leven staat kan hopen ‘gaandeweg’ een stukje beter ‘de diepe dingen’ in te zien en te vatten. Of anders gezegd: TROUW – die deugd die o zo mooi is – mag niet verward worden met verstarde koppigheid.

                

    Daarop trad Petrus naar voren en sprak de menigte toe:
    ‘Israëlieten, luister naar wat ik u zeg:
    Jezus uit Nazaret is door God tot u gezonden.
    Deze Jezus hebt u door heidenen laten kruisigen en doden.
    God heeft hem echter tot leven gewekt.’
    (Handelingen 2,14.22-23)

               

    Toen zei hij tegen hen:
    ‘Hebt u dan zo weinig verstand en bent u zo traag van begrip?
    Moest de messias al dat lijden niet ondergaan?’
    Daarna verklaarde hij hun
    wat er in al de Schriften over hem geschreven stond.
    (Lucas 24,25-27)

          

    EMMAÜS OP ONZE WEG

    Zusters en broeders,
    De Emmaüsgangers is een heel bekend en heel geliefd verhaal over twee diep ontgoochelde leerlingen die onderweg zijn van Jeruzalem naar hun dorp Emmaüs, en dan ontmoeten ze Jezus. Maar om verschillende redenen is het ook een heel merkwaardig verhaal. Vooreerst heeft men nooit kunnen achterhalen over welk dorp het gaat. In het verhaal ligt Emmaüs op ruim elf kilometer van Jeruzalem, maar daar is nooit een dorp geweest dat die naam draagt. Merkwaardig is ook dat de leerlingen Jezus onderweg niet herkennen, maar dat ze Hem wel herkennen bij het breken van het brood. Waren ze dus ook aanwezig op het Laatste Avondmaal? En ten slotte: een van beiden heet Kléopas, maar de andere wordt niet bij naam vernoemd.
    Misschien wijst dit alles erop dat de evangelist Lukas hier een verhaal vertelt over iedereen en overal. Het niet-bestaande dorp Emmaüs zou dan het synoniem zijn van ‘overal’, en de niet bij naam genoemde tweede leerling staat dan voor ‘iedereen’. Dus ook voor ons. En dan kunnen we ons afvragen waar wij staan in het verhaal.
    Zijn wij zoals de diep ontgoochelde leerlingen? Alles hebben ze achtergelaten om Jezus te volgen: hun werk, hun woning, hun familie. Ze hadden dat gedaan omdat ze, zoals ze zelf zeggen, heel sterk onder de indruk waren van die ‘man die een profeet was, machtig in daad en woord in het oog van God en van heel het volk.’ Maar nu zijn ze diep ontgoocheld en moedeloos, en geloven ze ook niet meer in een betere toekomst. Ze zijn zelfs zozeer ontgoocheld dat ze Jezus niet eens herkennen. En wellicht is dat voor ons heel herkenbaar. Ook wij gaan soms diep gebukt onder ontgoocheling, moedeloosheid, tegenslag en ellende van ziekte en dood, en misschien herkennen ook wij Jezus dan niet als we Hem ontmoeten. We herkennen Hem niet in zijn belofte dat Hij altijd bij ons is en met ons meegaat. We herkennen Hem niet in zijn woorden en daden die we in elke viering gedenken, en we herkennen Hem ook niet in de vele heiligen die in zijn naam geleefd hebben en gestorven zijn. Hoeveel namen van onze dorpen, steden en kerken beginnen niet met ‘Sint’, maar kennen we ook de heiligen die daarop volgen? Herkennen we in Maarten, Gertrudis, Joris, Laurentius, Jacob en zoveel anderen de woorden en daden van Jezus, of zijn het alleen maar namen, niets meer dan namen?
    En moet Jezus misschien ook tegen ons, net als tegen de Emmaüsgangers, zeggen dat we ‘onverstandigen’ zijn? Geen ‘ongelovigen’, maar ‘onverstandigen.’ Want in Hem geloven, dat deden de Emmaüsgangers, en dat doen wij ook. Zij zegden dat ze ‘leefden in de hoop dat Hij degene zou zijn die Israël ging verlossen.’ Voor hen is dat dus de Messias: de redder die Israël zou bevrijden van de Romeinen, en daarom noemt Jezus hen ‘onverstandigen’. Want Hij is helemaal niet de Messias van wereldlijke macht, integendeel, Hij is de Messias van goddelijke liefde, vrede en barmhartigheid. Is Hij dat ook in onze ogen, of is Hij voor ons dezelfde Messias als voor de Emmaüsgangers: de redder dus die ons van ongeluk, ziekte, ellende en dood zal bevrijden, en die ons zal vertroetelen op onze weg van egoïsme en eigenbelang? Zijn ook wij zulke ‘onverstandigen’?
    Zusters en broeders, wanneer ze in hun dorp aankomen, nodigen de leerlingen Jezus uit om bij hen te blijven’, ‘want het wordt al avond en de dag loopt ten einde.’ En die dag, dat is de dag dat hun wanhoop weer hoop, en hun moedeloosheid weer geloof werd. Is dat ook zo voor ons? Nodigen ook wij na moeilijke dagen en moeilijke tijden Jezus uit in de donkerte van ons leven? Vragen ook wij dat Hij bij ons zou blijven, zodat we in het breken en delen van het brood een teken van zijn aanwezigheid onder ons zouden herkennen? Het breken en delen van het brood van liefde, van vrede, van gerechtigheid, van oprecht geloof. Moge het zo zijn: dat we Jezus altijd opnieuw in ons leven zouden uitnodigen, zodat we niet verdwalen in de donkerte die ons leven en dat van onze medemensen soms kan zijn. Amen.
    (Romain Debbaut)

        

    ZO MAAR ONDERWEG

    Naar Emmaüs gingen zij, net zoals wij onze weg gaan. Naar Emmaüs ging Hij mee, ook als zij de verkeerde kant uit gaan, weg van Jeruzalem. Hij is een vreemdeling. En stelt de eerste vraag: ‘Waarover lopen jullie zo druk te praten?’ En zij mogen vertellen … honderduit.
    Het lijkt ons eigen leven. Hij is bij ons, vaak onbekend, en vraagt: ‘Wat houdt je bezig? Waar is je hart?’ En wij mogen vertellen. Een persoonlijk gebed, een gesprek van mens tot mens.
    Hij loopt mee en luistert, en kijkt ons teder aan. En als ons hart openstaat, gaat Hij vertellen. Zijn verhaal, met woorden en beelden uit de Schrift.
    Gaandeweg herkennen we Hem, eenvoudig en klein, zoals Hij ooit zei: ‘Kom tot Mij, die onder lasten gebukt gaat. Ik zal u verlichting schenken.’ Hij geeft de sleutel van zijn leven, de sleutel van DE WEG: ‘wees zachtmoedig en nederig van hart’. En: ‘heb elkander lief, zoals Ik u heb liefgehad’.
    Ons hart wordt warm bij zijn woorden. Hij vervult ons diepste verlangen. Maar Hij dwingt niet. Hij is bereid ook zo verder te gaan. Zonder ons.
    Maar als ons hart bereid is, vragen wij net als de leerlingen: ‘Blijf bij ons! Het wordt avond.’ Hij heeft iets wakker gemaakt in ons. Door zijn woorden, door het delen van het brood. En – voor wie zijn weg gaat – evenzeer door hen, die geen brood hebben om te delen.
    In wat Hij zegt, in wat Hij doet, door mensen, zien we Hem. Gaandeweg. En we keren terug, naar Jeruzalem, naar het land waar de mensen wonen. Om te vertellen wat ons zo diep beroert. En om zijn weg, DE WEG, te gaan.


    Als je morgen
    morgen
    morgen
    naar “Emmaüs” moet,
    en onderweg
    komen er vragen in je hart
    en twijfels in je geest,
    en zinkt de moed in je schoenen,
    zie toe
    wie met je meegaat op de weg…

          

    Het zal een mens zijn
    die eerst vreemd voor je is,
    misschien luistert hij
    en maakt veel voor je duidelijk.
    Zijn stem zal warm zijn
    en vol begrip;
    zijn hand vast en zacht,
    en wanneer je hem bij je uitnodigt
    om binnen te komen
    - het zal bij valavond zijn -
    zie toe
    als hij met je het brood breekt:
    het kan de Heer zijn,
    heel duidelijk,
    en daarna maar weer
    gewoon de mens
    die de weg met je gaat…

             

    Mogen wij daarom leven
    met open ogen,
    met open oren,
    en met een hart dat openstaat,
    dieper ziet, beter hoort en méér verstaat.













    29-04-2017 om 09:01 geschreven door Omer

    0 1 2 3 4 5 - Gemiddelde waardering: 5/5 - (2 Stemmen)
    Categorie:Dagboek/bedenkingen
    >> Reageer (0)
    26-04-2017
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.DOORDENKEN OP DONDERDAG

    ANGST EN PIJN

     

    Als je moet ontdekken dat je leeft op een tijdbom, onzichtbaar –

    als je moet ontdekken dat je haar niet zelf onschadelijk kunt maken –

    als je moet ontdekken dat je moet wachten

    en afhankelijk bent van de deskundigheid van anderen –

    dan tikt de angst in je hart en in je hoofd.

    Dan wil je dat tikken wel stilzetten, maar de slinger is onbereikbaar.

     

    Als je moet ontdekken dat er een tijdbom is

    in het leven van een mens die je na en lief is,

    een mens om wie je geeft,

    dan probeer je hoopvol te blijven,

    ondanks de angst die ook raast in je hart en je hoofd.

     

    Als je dit alles moet ervaren

    kun je nauwelijks zeggen hoe de dagen en de nachten zijn.

    Je voelt je heen en weer geslingerd tussen angst en hoop,

    tussen wanhoop en verdriet.

     

    Niemand kan die angst en dat verdriet wegnemen.

    Ook God die je aanroept, neemt ze niet weg.

    Je kunt ze alleen dragen als er liefde is.

    Liefde van lieve mensen:

    trouw toegewijd, hartelijk en genegen.

     

    In die liefde mag je God vermoeden.

    Je wordt niet alleen gelaten.

    De liefde geeft kracht en hoop,

    die liefde zorgt voor je,

    die liefde motiveert je om door te gaan.

     

    Je bidt om kracht en steun tegen de wanhoop en de angst in.

    Je bidt dat je nog tijd gegeven zal zijn.

    Je hoopt dat je gesterkt zult worden.

     

    uit 'Voor de laatste tijd', Marinus van den Berg

    26-04-2017 om 16:20 geschreven door Omer

    0 1 2 3 4 5 - Gemiddelde waardering: 5/5 - (2 Stemmen)
    Categorie:Dagboek/bedenkingen
    >> Reageer (0)
    25-04-2017
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.GEDICHT VAN DE WEEK

    DE NACHTEGAAL

    Ik hoorde de nachtegaal zingen
    een morgen, heel vroeg, in april,
    hij zong van verloren dingen,
    ik luisterde, ademloos-stil.

    Schuldeloos, schoon en zuiver
    klonk mij die oeroude wijs,
    er doorvoer mij een vreemde huiver
    als de koelt’ uit een ver paradijs.

    De dag kwam met licht en geruchten,
    toen zweeg plots het nachtegaalslied,
    waar ook, sinds dat uur, ik mocht vluchten,
    vergeten kan ik het niet.

    Frans De Wilde

    25-04-2017 om 08:25 geschreven door Omer

    0 1 2 3 4 5 - Gemiddelde waardering: 5/5 - (1 Stemmen)
    Categorie:Dagboek/bedenkingen
    >> Reageer (0)
    19-04-2017
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.DOORDENKEN OP DONDERDAG

    ’t Wordt Pasen

    als de jonge zonnestralen

    ook bij ons zichtbaar worden.

     

    ’t Wordt Pasen

    als de naam van iedere medemens

    met respect wordt uitgesproken.

     

    ’t Wordt Pasen

    als de woorden die mensen spreken

    liefde en waardering schenken.

     

    ’t Wordt Pasen

    als alles wat we vertellen

    vreugde en geluk mag brengen.

     

    ’t Wordt Pasen

    als het oude verhaal van bevrijding

    ook ons levensverhaal wordt.

     

    (Ziekenzorg)

    19-04-2017 om 18:23 geschreven door Omer

    0 1 2 3 4 5 - Gemiddelde waardering: 5/5 - (1 Stemmen)
    Categorie:Dagboek/bedenkingen
    >> Reageer (0)
    18-04-2017
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.GEDICHT VAN DE WEEK

    MARIA MAGDALENA OP PAASMORGEN

     

    Toen al de anderen waren weggegaan

    – Ik zag ze bij de tuinmuur in de verte 
    nog redetwisten en verwoed gebaren,
    Petrus voorop de stofwolk die de weg wees –

    scheen het stiller dan ooit.
     
    En ik besefte opeens dat ik alleen was
    en de angst om de geboorte van de bleke dag
    te storen had de krekels zelfs bevangen
    zo stil en weifelend rees het licht,
    dat bomen grijparmen werden, bloemen valse ogen,
    en ik moet zelf een smalle kaars geweest zijn,
    daar in de dunne mist, bij het lege graf.
     
    En de twee mannen die in witte kleden
    plotseling  voor mij stonden schenen beelden
    uit een oud geheimzinnig speelliedje
    en maakten mij weer tot een kind. En juist
    als in dat spel van vroeger hield ik bei
    mijn handen tegen mijn gezicht gedrukt
    en schreide, wat ik vroeger had gezongen:
    Waar hebben ze mijn meester neergelegd?
     
    Ik was een schreiend kind, ik moest maar weggaan
    voordat ze zouden lachen om mijn dwaasheid;
    ik moest maar weggaan, net als al de anderen,
    weg uit de spooktuin, weg uit het valse licht,
    als al de anderen. En ik keerde me om
    en veegde met mijn mouw mijn tranen weg,
    toen ik de tuinman zag. 
     
    Hij stond er zo gerust en groot. 
    En ’t was of al de bloemen
    nu opeens bloemen werden en de bomen
    hun groen herkregen, toen hij naar mij keek,
    en of ik niet alleen meer was, en of
    het graf achter mijn rug niet meer bestond,
    niet meer als leegte, als holle angst, en of
    een leeuwerik opschoot in zijn stem: Maria!
     
    Ik heb het al zo vaak verteld, Johannes,
    maar steeds als jij mij met Pasen aanziet is het
    alsof ik hem mijn naam weer hoor zeggen,
    misschien omdat jij op hem lijkt misschien,
    omdat het licht van deze dag jouw kleed zo wit
    maakt als het zijne op die ochtend.
     
    Maar nee, dat is het niet 
    het is omdat het brood dat jij nu in je handen hebt
    en mij te eten geeft zijn lichaam is.
    Zijn leven, en daarom hoor ik hem vandaag
    en meer en ik wil je zeggen dat vandaag
    zijn liefde pas geopenbaard wordt,
    want je weet, Johannes, dat hij die ochtend in de tuin zei:
    houdt me niet vast.
     
    En zie nu komt hij zelf, nu komt hij zelf 
    om mij weer naar zich toe te trekken,
    vast te houden, vast te houden. O, ik weet het wel,
    ik kan niet zeggen wat ik zeggen wil vandaag,
    maar ‘k ben een kaars die van zijn glorie brandt en
    ik ben zo gelukkig want zijn leven is mijn leven.
    En dit witte brood, o deze liefde is sterker dan de dood.

     

    Michel van der Plas

     

    18-04-2017 om 09:55 geschreven door Omer

    0 1 2 3 4 5 - Gemiddelde waardering: 5/5 - (1 Stemmen)
    Categorie:Dagboek/bedenkingen
    >> Reageer (0)
    16-04-2017
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.PASEN

    PASEN ERVAREN

    Enkele overwegingen over

    - De noodzaak om ‘Pasen’ te ervaren: mensen hebben, diep in hun binnenste, nood aan een onaantastbaar fundament om in een grondhouding van hoop, door het leven te  kunnen gaan. Dorothee Sölle is er in geslaagd dit op een enige wijze onder woorden te brengen in haar onvolprezen boek: ‘Waar het visioen ontbreekt, verwildert het volk’, een titel, die ontleend is aan het boek ‘Spreuken.

    - Hoe kleine, schijnbaar onbenullige ervaringen, een diepe inhoud kunnen openbaren, voor wie met open oog en oor ontvankelijk in het leven staat … en observeert … en dieper denkt. De zo begaafde dichteres en Bijbelkenner Ida Gerhardt heeft vanuit deze ingesteldheid die ‘werkelijkheid achter de werkelijkheid’ gevoeld en doorgegeven.

     

    ‘Ik kan u geen leven zonder leed of pijn beloven.

    Ik kan ook niet beloven

    dat alles gauw veel beter zal gaan.

    Ik kan niet beloven dat binnenkort

    honger en onrecht en oorlog verdwenen zullen zijn.

    Ik geloof ook niet dat ik het zelf nog beleven zal.

     

    Maar daarom heb ik broeders en zusters nodig,

    ik heb troost nodig,

    want dat alles is een groot verdriet.

    Ik heb die traditie van zoveel eeuwen nodig,

    die christelijke traditie,

    die terugkijkt naar de Joden en naar Jezus

    want die vertelt verhalen

    die over bevrijding en over leven gaan.

     

    Het is van groot belang dat je mag geloven,

    dat een blinde al eens ziende is geworden,

    of dat een verlamde al eens is gaan dansen,

    en zeker dat een heel volk ooit eens

    van die gulzige vleespotten van Egypte is weggetrokken,

    dit Egypte achter zich heeft gelaten.

     

    Zulke verhalen herhalen en blijven herhalen,

    is voor mij de betekenis van de christelijke traditie.

    Ik denk almaar terug aan wat ooit gebeurd is

    met het oog op mijn toekomst,

    én met het oog op de toekomst van ons allen.

     

    Ik heb die hoop nodig,

    die groeit uit een terugblik op dit verleden:

    Er is al eens iemand uit de doden opgestaan.’

                                

    (vrije bewerking van een tekst van Dorothee Sölle)

     

    PASEN

     

    Een diep verdriet dat ons is aangedaan

    kan soms, na bittere tranen, onverwacht

    gelenigd zijn. Ik kwam langs Zalk gegaan,

    op Paasmorgen, zéér vroeg nog op den dag.

     

    Waar onderdijks een stukje moestuin lag

    met boerse rijtjes primula verfraaid,

    zag ik, zondags getooid, een kindje staan.

    Het wees en wees en keek mij stralend aan.

     

    De maartse regen had het' s nachts gedaan:

    daar stond zijn doopnaam, in sterkers gezaaid.

                                

    Ida Gerhardt

     

    En dan is er nog dit:

    PASEN 

    In het doodspunt van de tijd,
    in de donkerste der nachten,
    dieptepunt van antimachten,
    grondverloren elk verwachten,
    werd het Pasen, nieuwe tijd,
    nieuwe toekomst, wonderwijd.

                        

    In dit morgenlijk begin,
    in dit heden van Gods dromen
    – leven aan de dood ontkomen –
    ingeplant en opgenomen,
    gaan wij vol verwondering,
    nieuwe mens, de toekomst in.

                          

    Inge Lievaart

     

    ZALIG PASEN





    16-04-2017 om 11:14 geschreven door Omer

    0 1 2 3 4 5 - Gemiddelde waardering: 5/5 - (1 Stemmen)
    Categorie:Dagboek/bedenkingen
    >> Reageer (0)
    15-04-2017
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.EEN KRUISWEG VOOR DE GOEDE WEEK

    DERTIENDE STATIE

    JEZUS WORDT VAN HET KRUIS AFGENOMEN

     

    Toen ze alles hadden voltrokken

    wat over Hem geschreven staat,

    namen ze Hem af van het kruishout.

    (Handelingen, 13,29)

     

    Hij zal ons armzalig lichaam herscheppen

    om het gelijkvormig te maken

    aan zijn verheerlijkt lichaam.

    (Filippenzerbrief, 3,21)

     

    DE HEER JEZUS

    in zijn gemarteld gebroken lichaam

    wordt Hij van het kruis afgenomen.

    De menigte is weg.

    Bij de dood houdt alle vertoning op.

    De vrienden zijn gebleven

    of schuchter beschaamd uit hun schuilplaatsen gekomen.

    Zij helpen. Hun handen zijn zachter dan ooit eerder,

    en trager.

    Zij willen nog niet denken nu.

    Hun herinnering zit vol

    aanwijzingen en woorden en voorspellingen

    die geen rekening houden met dood en einde en voorbij.

    Geloof is vergezicht

    op de nieuwe aarde, op de nieuwe hemel.

     

    HEER JEZUS,

    enige ogenblikken hebt Gij weerloos wegend

    gelegen in de macht van vriendenhanden,

    op de schoot gestrekt van de Moeder

    die Uw eerste liefste gelovige was.

    Alles zal herbeginnen.

    Niets is uit, niets is vergeefs.

    Uw kruisweg werd thuisweg.

    Het geledigde kruis blijft Uw troon,

    het hout wordt verheerlijkt,

    alle lijden heeft een bestemming.

    Door U.

     

    VEERTIENDE STATIE

    JEZUS WORDT BEGRAVEN

     

    De inwoners van de stad antwoordden:

    Het is het graf van de man Gods

    die uit Judea gekomen was.

    (2 Koningen, 23,17)

     

    De laatste vijand die onttroond wordt is de dood.

    (Romeinerbrief. 15,26)

     

    DE HEER JEZUS

    wordt neergelegd in een nieuw graf

    dat voor een ander was gereedgemaakt.

    Voor Hem is alles nu voorlopig,

    de windselen en de lijkwade,

    de balsem en het aroma van kruiden,

    de barmhartige bezorgdheid.

    Even voorlopig en zelfs nutteloos

    zijn sluitsteen en rotsmuur.

    de zekerheid van de zegels

    het kohort van de koele wachters.

    en de anonieme nacht.

    Het zaad in de aarde,

    de korrel in de voor,

    de zon achter de kim.

    Alles is belofte.

     

    HEER JEZUS,

    Gij ligt in het graf van een vriend

    als een dode, gebed en gebalsemd.

    Voor drie dagen maar,

    hebt Gij gezegd.

    Dan wandelt Gij in de tuin

    in het heilig licht van de morgen,

    weer zichtbaar verheerlijkt onzichtbaar.

    De laatste vijand, de dood,

    voor altijd en altijd overwonnen.

    Passie wordt Pasen wordt paradijs.

    Wij leven U achterna.

     

    Anton van Wilderode: ‘De weg die Hij ging’

    Foto’s: Kerk Waarschoot





    15-04-2017 om 13:40 geschreven door Omer

    0 1 2 3 4 5 - Gemiddelde waardering: 0/5 - (0 Stemmen)
    Categorie:Dagboek/bedenkingen
    >> Reageer (0)
    14-04-2017
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.EEN KRUISWEG VOOR DE GOEDE WEEK

    ELFDE STATIE

    JEZUS WORDT AAN HET KRUIS GENAGELD

     

    Jezus ... aan wie gij u vergrepen hebt

    door Hem aan het kruis te slaan.

    (Handelingen, 5,30)

     

    Met Christus ben ik gekruisigd,

    en toch leef ik.

    (Galatenbrief, 2,20)

     

    DE HEER JEZUS

    wordt geheel gelijk aan het kruis

    dat Hij droeg en dat Hem thans zal dragen:

    de rechte stam van het lichaam

    (van gemarteld hoofd tot verscheurde voetzool)

    en het dwarshout van de doorspijkerde armen en handen.

    De Man die al goeddoende

    – prekend genezend zegenend –

    door zijn land liep

    wordt voor altijd de Gekruisigde.

    Vier nagels rechtop

    in de wig van de wonden.

     

    HEER JEZUS,

    vanop het kruis bemoedigt Gij en vertroost,

    verzoent Gij en verenigt.

    Naast U staat de Moeder, naast U sterft verlost

    de moordenaar.

    Metterdààd herhaalt Gij uw zaligsprekingen

    voor geringen en zachtmoedigen,

    rechtvaardigen en zuiveren,

    barmhartigen en vredesgezinden,

    treurenden en vervolgden.

    Aan hén belooft Gij troost, opbeuring,

    bijstand en bescherming –

    het Land en het Koninkrijk.

     

    TWAALFDE STATIE

    JEZUS STERFT AAN HET KRUIS

     

    Daar zult gij sterven op de berg die gij beklimt.

    (Deuteronomium, 32,50)

     

    Ik zal niet sterven, ik zal leven

    en verhalen hoe Jahwe handelt

    (Psalmen, 118, 17)

     

    DE HEER JEZUS

    sterft aan het kruis,

    door ons, voor ons.

    De aarde – zo bericht ons de Schrift –

    werd door duisternis overvallen en beefde,

    de tempelvoorhang scheurde doormidden

    en de doden wandelden uit hun graven te voorschijn.

    Johannes schrijft in het boek van Openbaring

    dat het stil werd in de hemel, een half uur lang.

    Alles wat voorlopig was is voorbij.

    De waarachtige geschiedenis van de mensen begint.

    Gelijk in de hemel

    alzo ook op de aarde.

     

    HEER JEZUS,

    Gij zijt voor ons gestorven.

    Gij zijt voor ons gestorven:

    vijf korte woorden zijn het,

    die tegelijk vreselijk zijn, én vol troost.

    Wij zijn verlosten, nooit meer alleen,

    nooit meer vergeten of verweesd.

    Want Gij leeft, en wij zullen leven.

    De dood is niet meer, géén verdriet duurt,

    alle tranen gedroogd.

    Wij verdwijnen niet, wij komen thuis.

    Bij de Zoon, bij de Vader.

     

    Anton van Wilderode: ‘De weg die Hij ging’

    Foto’s: Kerk Waarschoot





    14-04-2017 om 07:55 geschreven door Omer

    0 1 2 3 4 5 - Gemiddelde waardering: 5/5 - (1 Stemmen)
    Categorie:Dagboek/bedenkingen
    >> Reageer (0)
    13-04-2017
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.EEN KRUISWEG VOOR DE GOEDE WEEK

    NEGENDE STATIE

    JEZUS VALT VOOR DE DERDE KEER

     

    Ik denk: als ze maar niet om mij lachen,

    en triomferen als mijn voet struikelt;

    haast verlies ik de grond waar ik sta.

    (Psalmen, 38, 17-18)

     

    Zijn engelen zullen U op de handen nemen,

    opdat ge uw voet niet zult stoten aan een steen.

    (Lukas, 4,11)

     

    DE HEER JEZUS,

    valt voor de derde keer, en ligt.

    Men geraakt het gewoon,

    het is gewoon niet meer de moeite

    van het opdringen waard.

    Soldaten, tegenstanders en hogepriesters

    achterin achteraan in de massa

    gnuiven van zelfverzekerdheid:

    Hij kan niets méér dan wij,

    wij hoeven géén vrees te hebben voor

    een plotselinge manifestatie

    van macht en mirakel,

    niet voor Zijn meesterschap over het lichaam,

    niet voor Zijn bevelende stem tot de stof.

     

    HEER JEZUS,

    driemaal begeeft Gij, driemaal staat Gij weer recht.

    Gij wankelt verder tussen het volk dat gaapt

    en niet begrijpt.

    Gij hebt in deze stad over gespreide mantels gelopen,

    over palmtakken en lovertwijgen,

    Gij werdt gedragen op verende schouders

    in een wolk van sympatie.

    Nu gevoelt Gij de harde grond,

    het harde kruishout

    en de mensen – een hard geslacht.

    En tweeduizend jaar later, wij

    U méér nabij?

     

    TIENDE STATIE

    JEZUS WORDT ONTKLEED

     

    Zij verdelen samen mijn kleren:

    er wordt om mijn mantel geloot.

    (Psalmen, 22, 19)

     

    Is niet het lichaam méér dan de kleding?

    (Matheus, 6,25)

     

    DE HEER JEZUS

    wordt van zijn kleren beroofd.

    Hij wordt de schamelste van allen,

    ontluisterd en te kijk gesteld.

    Het lichaam van de volwassen man

    ontoonbaar, nog enkel raadbaar,

    verdwenen onder sluiers van bloed.

    Onheelbaar geschonden.

    Zie de Mens,

    zoals de mensen Hem gemaakt hebben.

    Weerloos overgeleverd aan de wereld.

    Het Lam dat voor zijn scheerder stom blijft.

     

    HEER JEZUS,

    in dat bitterste uur

    hebt Gij U willen vereenzelvigen

    met alle hulpelozen

    die overgeleverd zijn aan de grillen en begeerten,

    aan de hartstocht en de harteloosheid

    van anderen.

    In alle komende eeuwen.

    Tot in onze tijd.

     

    Anton van Wilderode: ‘De weg die Hij ging’

    Foto’s: Kerk Waarschoot





    13-04-2017 om 08:40 geschreven door Omer

    0 1 2 3 4 5 - Gemiddelde waardering: 5/5 - (1 Stemmen)
    Categorie:Dagboek/bedenkingen
    >> Reageer (0)
    12-04-2017
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.EEN KRUISWEG VOOR DE GOEDE WEEK

    ZEVENDE STATIE

    JEZUS VALT VOOR DE TWEEDE KEER

     

    Dan struikelen de helpers

    en vallen die geholpen worden.

    (Jesaja, 31,3)

     

    Heer, ontferm gij u, richt mij op.

    (Psalmen, 41, 11)

     

    DE HEER JEZUS

    valt andermaal.

    Wat weegt Hem het zwaarst:

    de vermoeidheid of het onbegrip en de onverschilligheid?

    de pijn van het lichaam of het eelt van de ziel?

    En toch gaat Hij voor hen de zwaarste weg

    tot het einde toe.

    Met vallen en opstaan.

    Klein worden, tot de vernedering en de vernietiging toe.

    Oordeel, voorbeeld.

    Voor allen die op Hem neerkijken

    en voor de nog onzichtbaren

    in de toekomst.

     

    HEER JEZUS,

    Gij kent onze zwakheid en onze trots,

    onze bezorgdheid om de schone schijn te bewaren,

    onze angst om niet goed voor de dag te komen.

    Gij laat ons kiezen.

    Voor de waan van de wereld

    of voor U.

    Voor U.

     

    ACHTSTE STATIE

    JEZUS ONTMOET DE WENENDE VROUWEN

     

    Laat mij daarom weeklagen en kermen,

    barrevoets lopen en naakt,

    laat mij huilen als de jakhals

    en kermen als de uil oehoe.

    (Micha, 1,8)

     

    Dochters van Jerusalem,

    ween niet over Mij,

    maar ween over uzelf en over uw kinderen.

    (Lukas, 23,28)

     

    DE HEER JEZUS

    spreekt hen aan als

    Dochters van Jerusalem,

    kinderen van zijn stad.

    Wie zijn zij?

    Is de vrouw van de Honderdman onder hen?

    De echtgenote van Jaïrus?

    De zieke die de zoom van Zijn mantel greep

    en genezen werd van de kwaal waaraan zij zo lang al leed?

    En Petrus' schoonmoeder die door Hem werd aangeraakt

    en opstond uit haar koorts?

    En het meisje van twaalf jaar dat Hij uit de dood terugriep?

    Zij tonen hun medelijden en hun verdriet.

    Zij zijn de zachte kern in een harde verharde massa.

     

    HEER JEZUS,

    Dochters van Jerusalem,

    hebt Gij hen genoemd,

    de schreiende vrouwen

    die met haar tranen getuigen.

    Gij zendt hen vriendelijk terug

    naar haar huis en kinderen,

    naar haar werk en toekomst,

    naar de dag van morgen

    die ànders zal zijn nà deze bejegening.

     

    Anton van Wilderode: ‘De weg die Hij ging’

    Foto’s: Kerk Waarschoot





    12-04-2017 om 07:50 geschreven door Omer

    0 1 2 3 4 5 - Gemiddelde waardering: 4/5 - (1 Stemmen)
    Categorie:Dagboek/bedenkingen
    >> Reageer (0)
    11-04-2017
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.EEN KRUISWEG VOOR DE GOEDE WEEK

    VIJFDE STATIE

     

    JEZUS ONTMOET SIMON VAN CYRENE

     

    Nu is wat mij dreigde genaderd,

    er is geen mens die mij helpt.

    (Psalmen, 22,12)

     

    Ik geef u kracht, ik kom u zeker te hulp.

    (Jesaja, 41,10)

     

    DE HEER JEZUS

    ziet, tussen de massa die hard is en zonder hart,

    één enkele man naar hem toekomen.

    Er is moed nodig om uit de anonimiteit te treden,

    om bij name genoemd te worden,

    om te doen wat anderen niet durven.

    Simon van Cyrene,

    wij hebben zijn daad van liefde bewogen bewonderd.

    Simon van Cyrene draagt het kruis van een vreemde,

    de àndere Simon. de Steenrots, laat verstek gaan.

    Ik ken hem niet, zegt de eerste, maar hij is een mens

    die hulp behoeft.

    Ik ken Hem niet, zegt de tweede, ik heb Hem nooit gezien.

     

    HEER JEZUS,

    iemand van ons heeft U geholpen

    terwijl de menigte nieuwsgierig dichterbij drong,

    terwijl de leerlingen angstig van op afstand toekeken,

    terwijl de schepping onbeweeglijk wachtte.

    Gij hebt mensen nodig

    om mensen te verlossen.

    Wij hebben anderen nodig

    die ons naar U verwijzen.

    Altijd zal er iemand zijn

    die de eerste stap zet

    en in wiens spoor wij zullen volgen.

     

    ZESDE STATIE

     

    JEZUS ONTMOET VERONICA

     

    Zie mij aan in uw mateloos erbarmen,

    wend uw aanschijn niet af.

    (Psalmen, 69,17-18)

     

    Hij zal zijn aanschijn niet van u afwenden.

    (2 Kronieken, 30,9)

     

    DE HEER JEZUS

    laat zich de attentie van Veronica welgevallen.

    Een vrouw op de lijdensweg,

    wie is zij? vanwaar komt zij?

    Zij is er,

    zij komt.

    Zij baant zich een weg

    tegen de stroom in,

    menselijk zonder menselijk opzicht,

    bewogen door geen andere macht

    dan de liefde die medelijden is.

    Rijker dan ooit tevoren gaat zij heen,

    met Zijn beeld op het witte lijnwaad

    waarmee zij zweet en bloed wilde betten.

     

    HEER JEZUS,

    er zijn wellicht geen woorden gesproken

    van U tot Veronica,

    van Veronica tot U.

    Haar daad immers was duidelijk genoeg.

    Uw dankbaarheid ook.

    Tweemaal tastbaar.

    En onvergetelijk.

     

    Anton van Wilderode: ‘De weg die Hij ging’

    Foto’s: Kerk Waarschoot





    11-04-2017 om 08:10 geschreven door Omer

    0 1 2 3 4 5 - Gemiddelde waardering: 5/5 - (2 Stemmen)
    Categorie:Dagboek/bedenkingen
    >> Reageer (0)
    10-04-2017
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.EEN KRUISWEG VOOR DE GOEDE WEEK

    DERDE STATIE    

    JEZUS VALT ONDER HET KRUIS

     

    Als door boeven geveld,

    zo bent u gevallen.

    (2 Samuel, 3,34)

     

    Mocht hij vallen, geveld is hij nooit,

    want de Heer heeft zijn hand reeds gegrepen.

    (Psalmen, 37,24)

     

    DE HEER JEZUS

    geeft ons een voorbeeld van de hoogste moed:

    die van de zichtbare vernedering.

    Een mens onder de mensen.

    Hij ligt en zwijgt

    met alle wonden.

    Het hout is hard, de straatkeien

    en de plotselinge belangstelling van de menigte

    die niets méér is dan nieuwsgierigheid.

    Tussen gewoel en geweld

    van kijkers en knechten

    staat Hij op, staat Hij recht.

     

    HEER JEZUS,

    geef ons inzicht én uitzicht.

    Laat ons niet overmand worden door last of leed,

    niet toegeven aan de bekoring

    om het op te geven of te versagen.

    Verleen ons de durf om van U te zijn,

    genoemd met Uw naam,

    gered door Uw bloed.

    Uw getuigen voor U

    niet enkel op een feestelijk moment

    met velen samen,

    maar altijd in het gewone leven van alledag

    en soms alléén.

     

    VIERDE STATIE

    JEZUS ONTMOET ZIJN MOEDER

     

    Zij ontmoeten elkander, genade en waarheid,

    gerechtigheid en vrede.

    (Psalmen, 85,11)

     

    Want dit zegt Jahwe:

    Zoals een moeder haar zoon troost,

    zo troost Ik u.

    (Jesaja, 66,13)

     

    DE HEER JEZUS

    ziet zijn moeder,

    de eerste en laatste getuige,

    de eerste en laatste toevlucht.

    Zij bleef op de achtergrond

    in de dagen van glorie,

    maar is Hem nabij op de weg van zijn lijden,

    op de weg naar zijn dood.

    Zij wéét wat verdriet is en leed.

    Daarom zegt zij weinig.

    Of véél: met haar oogopslag en haar groet,

    met haar onmachtige handen.

     

    HEER JEZUS,

    zoon van Maria,

    Gij zijt van haar weggegaan

    uit gehoorzaamheid aan de Vader.

    Gij hebt gekozen.

    Niet voor een vreedzaam en veilig bestaan,

    beneden in het land van de mensen,

    maar voor de berg van het offer.

    Eén kort ogenblik lang

    wordt Gij weer het kind en de knaap van Nazareth.

    Daarna, en voorgoed,

    De Man-van-smarten naast de Moeder-van-smarten.

    Een teken van tederheid in het tumult rondom.

     

    Anton van Wilderode: ‘De weg die Hij ging’

    Foto’s: Kerk Waarschoot





    10-04-2017 om 10:45 geschreven door Omer

    0 1 2 3 4 5 - Gemiddelde waardering: 5/5 - (1 Stemmen)
    Categorie:Dagboek/bedenkingen
    >> Reageer (0)
    09-04-2017
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.EEN KRUISWEG VOOR DE GOEDE WEEK

    EERSTE STATIE

     

    JEZUS WORDT TER DOOD VEROORDEELD

     

    Gij hebt de rechtvaardige gevonnist en vermoord.

    (Jakobus, 5,6)

     

    Hij die de zondaar vrijspreekt

    en hij die de rechtvaardige veroordeelt:

    beiden zijn ze Jahwe een gruwel.

    (Spreuken, 17,15)

     

    DE HEER JEZUS

    staat voor Pilatus,

    voor de redeloze vrees van de rechter

    voor de macht van de massa.

    Pilatus zegt: Zie de Mens!

    Dat betekent: Hier is hij, zo is hij,

    zo hebt gij hem gemaakt,

    zo lever ik hem aan u over.

    Pilatus zegt: Zie, ik was mijn handen

    in water wit.

    Ongewassen handen voeren Jezus weg.

    De Heer van het Leven wordt verwezen tot de Dood.

    De daad bij het woord.

     

    HEER JEZUS,

    wat blijft over van alle namen

    waarmee wij U hebben genoemd:

    Rabbi en Leraar,

    Meester en Magister,

    Gezalfde en Gezegende,

    Verlosser en Heiland,

    Eerstgeborene en Bruidegom,

    Zoon van David, Zoon van God.

    Alleen nog maar:

    Lam, dat onze zonden wegdraagt.

     

     

    TWEEDE STATIE

     

    JEZUS NEEMT ZIJN KRUIS OP

     

    Ik blijf u dragen en torsen,

    ik zal u redden.

    (Jesaja, 46,4)

     

    Als iemand zijn kruis niet draagt en mij volgt,

    kan hij mijn leerling niet zijn.

    (Lukas, 14,27)

     

    DE HEER JEZUS

    neemt het kruis op zijn schouders,

    van Gabbata tot Golgota,

    van het Rechtsplein tot de Schedelplaats.

    Hij torst het teken van schande en verlossing,

    van vernietiging en voortbestaan,

    van bestraffing en heil.

    Hij gaat de kruisweg, de weg van de keuze.

    Hij predikt met zijn leven, met zijn dood.

    Want Hij kwam niet om te verklaren,

    maar om te vervullen.

     

    HEER JEZUS,

    aan het teken van het kruis

    – het éérste dat wij leerden vragen

    en het lààtste dat ons wordt meegegeven –

    zal men zien dat wij Uw leerlingen zijn,

    dat wij van U zijn.

    Leer ons aanvaarden wat ons overkomt

    want het komt uit Uw handen.

     

    Anton van Wilderode: ‘De weg die Hij ging’

    Foto’s: Kerk Waarschoot





    09-04-2017 om 20:12 geschreven door Omer

    0 1 2 3 4 5 - Gemiddelde waardering: 5/5 - (1 Stemmen)
    Categorie:Dagboek/bedenkingen
    >> Reageer (0)


    Archief per week
  • 03/07-09/07 2017
  • 26/06-02/07 2017
  • 19/06-25/06 2017
  • 12/06-18/06 2017
  • 05/06-11/06 2017
  • 29/05-04/06 2017
  • 15/05-21/05 2017
  • 08/05-14/05 2017
  • 01/05-07/05 2017
  • 24/04-30/04 2017
  • 17/04-23/04 2017
  • 10/04-16/04 2017
  • 03/04-09/04 2017
  • 27/03-02/04 2017
  • 20/03-26/03 2017
  • 13/03-19/03 2017
  • 06/03-12/03 2017
  • 27/02-05/03 2017
  • 20/02-26/02 2017
  • 13/02-19/02 2017
  • 06/02-12/02 2017
  • 30/01-05/02 2017
  • 23/01-29/01 2017
  • 16/01-22/01 2017
  • 09/01-15/01 2017
  • 02/01-08/01 2017
  • 25/12-31/12 2017
  • 19/12-25/12 2016
  • 12/12-18/12 2016
  • 05/12-11/12 2016
  • 28/11-04/12 2016
  • 21/11-27/11 2016
  • 14/11-20/11 2016
  • 07/11-13/11 2016
  • 31/10-06/11 2016
  • 24/10-30/10 2016
  • 17/10-23/10 2016
  • 10/10-16/10 2016
  • 03/10-09/10 2016
  • 26/09-02/10 2016
  • 19/09-25/09 2016
  • 12/09-18/09 2016
  • 29/08-04/09 2016
  • 08/08-14/08 2016
  • 01/08-07/08 2016
  • 25/07-31/07 2016
  • 18/07-24/07 2016
  • 11/07-17/07 2016
  • 04/07-10/07 2016
  • 27/06-03/07 2016
  • 20/06-26/06 2016
  • 13/06-19/06 2016
  • 06/06-12/06 2016
  • 30/05-05/06 2016
  • 23/05-29/05 2016
  • 16/05-22/05 2016
  • 09/05-15/05 2016
  • 02/05-08/05 2016
  • 25/04-01/05 2016
  • 18/04-24/04 2016
  • 11/04-17/04 2016
  • 04/04-10/04 2016
  • 28/03-03/04 2016
  • 21/03-27/03 2016
  • 14/03-20/03 2016
  • 07/03-13/03 2016
  • 29/02-06/03 2016
  • 11/01-17/01 2016
  • 04/01-10/01 2016
  • 28/12-03/01 2021
  • 21/12-27/12 2015
  • 14/12-20/12 2015
  • 07/12-13/12 2015
  • 30/11-06/12 2015
  • 23/11-29/11 2015
  • 16/11-22/11 2015
  • 09/11-15/11 2015
  • 02/11-08/11 2015
  • 26/10-01/11 2015
  • 19/10-25/10 2015
  • 12/10-18/10 2015
  • 05/10-11/10 2015
  • 28/09-04/10 2015
  • 21/09-27/09 2015
  • 14/09-20/09 2015
  • 07/09-13/09 2015
  • 17/08-23/08 2015
  • 10/08-16/08 2015
  • 03/08-09/08 2015
  • 27/07-02/08 2015
  • 20/07-26/07 2015
  • 13/07-19/07 2015
  • 06/07-12/07 2015
  • 29/06-05/07 2015
  • 22/06-28/06 2015
  • 15/06-21/06 2015
  • 08/06-14/06 2015
  • 01/06-07/06 2015
  • 25/05-31/05 2015
  • 18/05-24/05 2015
  • 11/05-17/05 2015
  • 04/05-10/05 2015
  • 27/04-03/05 2015
  • 20/04-26/04 2015
  • 13/04-19/04 2015
  • 06/04-12/04 2015
  • 30/03-05/04 2015
  • 16/03-22/03 2015
  • 09/03-15/03 2015
  • 02/03-08/03 2015
  • 23/02-01/03 2015
  • 16/02-22/02 2015
  • 09/02-15/02 2015
  • 02/02-08/02 2015
  • 26/01-01/02 2015
  • 19/01-25/01 2015
  • 12/01-18/01 2015
  • 05/01-11/01 2015
  • 29/12-04/01 2015
  • 22/12-28/12 2014
  • 15/12-21/12 2014
  • 08/12-14/12 2014
  • 01/12-07/12 2014
  • 24/11-30/11 2014
  • 17/11-23/11 2014
  • 10/11-16/11 2014
  • 03/11-09/11 2014
  • 27/10-02/11 2014
  • 20/10-26/10 2014
  • 13/10-19/10 2014
  • 06/10-12/10 2014
  • 29/09-05/10 2014
  • 22/09-28/09 2014
  • 15/09-21/09 2014
  • 08/09-14/09 2014
  • 01/09-07/09 2014
  • 25/08-31/08 2014
  • 18/08-24/08 2014
  • 11/08-17/08 2014
  • 04/08-10/08 2014
  • 28/07-03/08 2014
  • 21/07-27/07 2014
  • 14/07-20/07 2014
  • 07/07-13/07 2014
  • 30/06-06/07 2014
  • 23/06-29/06 2014
  • 16/06-22/06 2014
  • 09/06-15/06 2014
  • 02/06-08/06 2014
  • 26/05-01/06 2014
  • 19/05-25/05 2014
  • 12/05-18/05 2014
  • 05/05-11/05 2014
  • 28/04-04/05 2014
  • 14/04-20/04 2014
  • 07/04-13/04 2014
  • 31/03-06/04 2014
  • 24/03-30/03 2014
  • 17/03-23/03 2014
  • 10/03-16/03 2014
  • 03/03-09/03 2014
  • 24/02-02/03 2014
  • 17/02-23/02 2014
  • 10/02-16/02 2014
  • 03/02-09/02 2014
  • 27/01-02/02 2014
  • 20/01-26/01 2014
  • 13/01-19/01 2014
  • 06/01-12/01 2014
  • 30/12-05/01 2014
  • 23/12-29/12 2013
  • 16/12-22/12 2013
  • 09/12-15/12 2013
  • 02/12-08/12 2013
  • 25/11-01/12 2013
  • 18/11-24/11 2013
  • 11/11-17/11 2013
  • 04/11-10/11 2013
  • 28/10-03/11 2013
  • 21/10-27/10 2013
  • 14/10-20/10 2013
  • 07/10-13/10 2013
  • 30/09-06/10 2013
  • 23/09-29/09 2013
  • 16/09-22/09 2013
  • 09/09-15/09 2013
  • 02/09-08/09 2013
  • 26/08-01/09 2013
  • 19/08-25/08 2013
  • 12/08-18/08 2013
  • 05/08-11/08 2013
  • 29/07-04/08 2013
  • 22/07-28/07 2013
  • 15/07-21/07 2013
  • 08/07-14/07 2013
  • 01/07-07/07 2013
  • 24/06-30/06 2013
  • 10/06-16/06 2013
  • 03/06-09/06 2013
  • 27/05-02/06 2013
  • 20/05-26/05 2013
  • 13/05-19/05 2013
  • 06/05-12/05 2013
  • 29/04-05/05 2013
  • 22/04-28/04 2013
  • 15/04-21/04 2013
  • 08/04-14/04 2013
  • 01/04-07/04 2013
  • 25/03-31/03 2013
  • 18/03-24/03 2013
  • 11/03-17/03 2013
  • 04/03-10/03 2013
  • 25/02-03/03 2013
  • 18/02-24/02 2013
  • 11/02-17/02 2013
  • 04/02-10/02 2013
  • 28/01-03/02 2013
  • 21/01-27/01 2013
  • 14/01-20/01 2013
  • 07/01-13/01 2013
  • 31/12-06/01 2013
  • 24/12-30/12 2012
  • 17/12-23/12 2012
  • 10/12-16/12 2012
  • 03/12-09/12 2012
  • 26/11-02/12 2012
  • 19/11-25/11 2012
  • 12/11-18/11 2012
  • 05/11-11/11 2012
  • 29/10-04/11 2012
  • 22/10-28/10 2012
  • 15/10-21/10 2012
  • 08/10-14/10 2012
  • 01/10-07/10 2012
  • 24/09-30/09 2012
  • 17/09-23/09 2012
  • 10/09-16/09 2012
  • 03/09-09/09 2012
  • 27/08-02/09 2012
  • 06/08-12/08 2012
  • 30/07-05/08 2012
  • 23/07-29/07 2012
  • 16/07-22/07 2012
  • 09/07-15/07 2012
  • 02/07-08/07 2012
  • 25/06-01/07 2012
  • 18/06-24/06 2012
  • 11/06-17/06 2012
  • 04/06-10/06 2012
  • 28/05-03/06 2012
  • 21/05-27/05 2012
  • 14/05-20/05 2012
  • 07/05-13/05 2012
  • 30/04-06/05 2012
  • 23/04-29/04 2012
  • 16/04-22/04 2012
  • 09/04-15/04 2012
  • 02/04-08/04 2012
  • 26/03-01/04 2012
  • 19/03-25/03 2012
  • 12/03-18/03 2012
  • 05/03-11/03 2012
  • 27/02-04/03 2012
  • 20/02-26/02 2012
  • 13/02-19/02 2012
  • 09/01-15/01 2012
  • 02/01-08/01 2012
  • 26/12-01/01 2012
  • 19/12-25/12 2011
  • 12/12-18/12 2011
  • 05/12-11/12 2011
  • 28/11-04/12 2011
  • 21/11-27/11 2011
  • 14/11-20/11 2011
  • 07/11-13/11 2011
  • 31/10-06/11 2011
  • 24/10-30/10 2011
  • 17/10-23/10 2011
  • 10/10-16/10 2011
  • 03/10-09/10 2011
  • 26/09-02/10 2011
  • 19/09-25/09 2011
  • 12/09-18/09 2011
  • 05/09-11/09 2011
  • 29/08-04/09 2011
  • 22/08-28/08 2011
  • 15/08-21/08 2011
  • 08/08-14/08 2011
  • 01/08-07/08 2011
  • 25/07-31/07 2011
  • 18/07-24/07 2011
  • 11/07-17/07 2011
  • 04/07-10/07 2011
  • 27/06-03/07 2011
  • 20/06-26/06 2011
  • 13/06-19/06 2011
  • 06/06-12/06 2011
  • 30/05-05/06 2011
  • 23/05-29/05 2011
  • 16/05-22/05 2011
  • 09/05-15/05 2011
  • 02/05-08/05 2011
  • 25/04-01/05 2011
  • 18/04-24/04 2011
  • 11/04-17/04 2011
  • 04/04-10/04 2011
  • 28/03-03/04 2011
  • 21/03-27/03 2011
  • 14/03-20/03 2011
  • 07/03-13/03 2011
  • 28/02-06/03 2011
  • 21/02-27/02 2011
  • 31/01-06/02 2011
  • 24/01-30/01 2011
  • 17/01-23/01 2011
  • 10/01-16/01 2011
  • 03/01-09/01 2011
  • 26/12-01/01 2012
  • 20/12-26/12 2010
  • 13/12-19/12 2010
  • 06/12-12/12 2010
  • 29/11-05/12 2010
  • 22/11-28/11 2010
  • 15/11-21/11 2010
  • 08/11-14/11 2010
  • 01/11-07/11 2010
  • 25/10-31/10 2010
  • 18/10-24/10 2010
  • 11/10-17/10 2010
  • 04/10-10/10 2010
  • 27/09-03/10 2010
  • 20/09-26/09 2010
  • 13/09-19/09 2010
  • 06/09-12/09 2010
  • 30/08-05/09 2010
  • 02/08-08/08 2010
  • 26/07-01/08 2010
  • 19/07-25/07 2010
  • 12/07-18/07 2010
  • 05/07-11/07 2010
  • 28/06-04/07 2010
  • 21/06-27/06 2010
  • 14/06-20/06 2010
  • 07/06-13/06 2010
  • 31/05-06/06 2010
  • 24/05-30/05 2010
  • 17/05-23/05 2010
  • 10/05-16/05 2010
  • 03/05-09/05 2010
  • 26/04-02/05 2010
  • 19/04-25/04 2010
  • 12/04-18/04 2010
  • 05/04-11/04 2010
  • 29/03-04/04 2010
  • 22/03-28/03 2010
  • 15/03-21/03 2010
  • 08/03-14/03 2010
  • 01/03-07/03 2010
  • 22/02-28/02 2010
  • 15/02-21/02 2010
  • 08/02-14/02 2010
  • 01/02-07/02 2010
  • 25/01-31/01 2010
  • 18/01-24/01 2010
  • 11/01-17/01 2010
  • 04/01-10/01 2010
  • 28/12-03/01 2016
  • 21/12-27/12 2009
  • 14/12-20/12 2009
  • 07/12-13/12 2009
  • 30/11-06/12 2009

    Blog als favoriet !

    Categorieën
  • Dagboek/bedenkingen (1146)


  • Blog tegen de regels? Meld het ons!
    Gratis blog op http://blog.seniorennet.be - SeniorenNet Blogs, eenvoudig, gratis en snel jouw eigen blog!