
De vertaling van Steven Pinkers How the Mind Works heeft als titel: ‘Hoe de menselijke geest werkt’. Het viel me op dat men voor mind het woord ‘geest’ gebruikte; ik voelde de twee woorden niet direct als volledige synoniemen aan. Ze zijn ook niet etymologisch verwant; misschien ligt daarin mijn ongemak en meteen ook een van de redenen voor die keuze: in het Nederlands is er geen woord met die betekenis dat de zelfde stam heeft als mind, namelijk MEN.
Men- vinden we terug in zowat alle Europese talen, in woorden die een specifieke menselijke activiteit aanduiden die wij omschrijven met verschillende woorden, zoals denken, voelen en willen. In het Grieks hebben we mimnèsko(mai): zich iets voor de geest halen, zich iets herinneren, aan iets denken. Het Latijnse memini heeft dezelfde betekenis en memoria is het geheugen, terwijl mens (dat we kennen van Juvenalis’ mens sana in corpore sano, een gezonde geest in een gezond lichaam) het woord is dat helemaal overeenkomt met het Engelse mind. Mentaal is wat met onze geestelijke vermogens, ons denken te maken heeft. Ook het woord ‘man’ is, althans volgens sommigen, van die ene stam af te leiden, en ook ‘mens’ en ‘men’, dat een vorm van ‘man’ is. Men acht het ook waarschijnlijk dat ‘menen, mening en Meinung, meaning dezelfde oorsprong hebben. Maar er is in het Nederlands geen substatief met die stam dat dezelfde betekenis heeft als mens of mind, zodat de vertaler wel een andere term moest zoeken.
Waarom heeft hij of zij dan gekozen voor ‘geest’? Is dat het zelfde als mind? We kunnen daarover lang praten, maar Van Dale gaat akkoord: datgene wat in de mens denkt, voelt en wil, als een onstoffelijke zelfstandigheid beschouwd, is zijn lullige omschrijving voor ‘geest’. Waarom lullig? Omdat ze niet klopt. Wat in de mens denkt &c. is de mens zelf, hoofdzakelijk zijn hersenen en hoe kan je die ‘als een onstoffelijke zelfstandigheid beschouwen’? We komen zo bij de kern van het probleem: is er een ‘onstoffelijke zelfstandigheid’ in de mens, die instaat voor het denken, voelen en willen? Laten we even kijken naar enkele van de talrijke andere termen die wij gebruiken in die context. Het is immers in de taal zelf dat de mens zijn inzichten tracht duidelijk te maken.
In het Engels zal men daarvoor nooit het equivalent van ‘geest’ gebruiken, namelijk ghost, enerzijds omdat men genoeg heeft aan mind, maar vooral omdat een ghost een spook is, een betekenis die onze ‘geest’ trouwens ook heeft. Het Du. Geist loopt op dat punt gelijk met het Nederlands, het heeft (onder meer) beide betekenissen. De gemeenschappelijke basis is een stam GAST. Het is wellicht omwille van die spookachtige nevenbetekenissen of connotaties dat ik ‘geest’ zo spontaan een wat gewrongen vertaling van mind vond.
De algemene betekenis die Van Dale geeft van ‘geest’, heeft alles te maken met de christelijke ideologie, het is namelijk de vaste vertaling van het Lat. spiritus, dat de middeleeuwse theologie gebruikte als (letterlijke) vertaling van het Griekse pneuma; beide woorden betekenen oorspronkelijk in hun eigen klassieke context niets anders dan ‘adem, wind’, maar kregen in de scholastiek de betekenis van levensadem, het Hebreeuwse ruah, het levensprincipe dat in de dode materie gebracht wordt door de tussenkomst van God, zoals in het Bijbelse scheppingsverhaal. Sindsdien zijn de afleidingen van ‘geest’ met die betekenis niet meer te tellen: geestelijk(e), geesteswetenschappen &c. We kennen ook spiritueel, spiritualiteit, E. spirit, en hier bij ons zelfs een politiek (deel-)partijtje; denk ook aan het Franse esprit. Die ‘geest’ vatte men heel letterlijk op, als een soort van inderdaad onstoffelijk wezen dat in ons lichaam huist. Tot op vandaag lijden we onder die opvatting, het klassieke dualisme dat we in vrijwel alle beschavingen vinden en dat het christendom vooral bij Plato gaan halen is en dan tot in het oneindige en het absurde heeft uitgewerkt. Van Dale probeert te ontsnappen aan die nu achterhaalde manier van denken door de toevoeging ‘beschouwd als’, maar ik blijf het een uitleg vinden die de zaken eerder verduistert dan verheldert.
‘Datgene wat in de mens denkt, voelt en wil’ zijn namelijk de hersenen, die met werkelijk ontelbare verbindingen in directe communicatie staan met ons hele lichaam. Elke gedachte, elk gevoel en elke wilsuiting is een specifieke en unieke fysieke gebeurtenis in ons lichaam, een activiteit van ons ganse lichaam, niet van een of andere onstoffelijke geest die ergens in dat lichaam zou huizen, erin gebracht door God zelf en die bovendien na onze dood aan dat lichaam zou ontsnappen om dan eeuwig verder te leven, bevrijd van alle materiële last. Zo is het echt niet. Zonder lichaam is er… niets, onze geestelijke vermogens vallen stil als wij doodgaan, sterven is niets anders dan het stilvallen van het lichaam mét zijn denkende, voelende en willende activiteit. Er is met andere woorden geen verschil tussen enerzijds wat ons lichaam vooral in de hersenen fysiek doet: de elektromagnetische en chemische en misschien nog wel andere processen van het denken &c. en anderzijds de ‘inhoud’ van die activiteit, de gedachten &c. Er is geen tweedeling, er is slechts eenheid en elk beschouwen van het ene zonder het andere leidt fataal tot funeste conclusies.
Het heeft dus bijzonder weinig zin om de natuurwetenschappelijk vaststelbare processen van het denken te bestuderen los van wát er gedacht wordt, en helemaal zinloos is het als men het onstoffelijke denken gaat bestuderen als iets dat geen enkele binding zou hebben met wat er zich concreet in ons lichaam afspeelt, zoals men nu nog doet in de theologie en zoals het gebruikelijk was in de zogenaamde humane wetenschappen zoals de filosofie, maar ook in de psychologie en andere gedragswetenschappen. Zeer lang is men daar koppig blijven vasthouden aan het bestaan van die onstoffelijke en dus onafhankelijke geest, de psyché, inborst, het gemoed, ego, zowel super- als sub-, Id, geweten, denkvermogen, levensbeginsel, ziel, vernuft, verstand, denkorgaan, karakter of hoe men het verder ook noemen wilde. Vandaag kan geen enkele ernstige wetenschapper het zich permitteren om de ogen te blijven sluiten voor de onweerlegbare resultaten en bevindingen van de positieve wetenschappen, in ons verband vooral de neurowetenschap, genetica en (socio-)biologie of evolutionaire psychologie.
Denken, nadenken, gedacht, gedachtegang, bedachtzaamheid, aandacht; Du. Denken, E. think, thought… en de vele samenstellingen en variaties op de stam DENK in vele talen vormen een andere groep die aanduidt wat er daarbinnen en daarboven gebeurt. Ook hier gaat het om het oproepen van inhouden, beelden, concepten, om het gebruik maken van al wat er ons ter beschikking staat om tot bepaalde conclusies te komen, om ons te helpen overleven in de wereld, om ons doel te bereiken, om gevaren te vermijden, om met onszelf in het reine te komen.
Nog een andere grote groep van denk-woorden heeft als basis GNOS, zoals het Lat. noscere, cognoscere, Gr. gignooskein en nous, E. know, knowledge, Fr. connaitre en ons ‘kennen, kunnen’ en al hun samenstellingen en afgeleiden. In de Germaanse talen is de gemeenschappelijke basis WET, zoals in weten, Du. wissen, E. wit. We vinden er onder meer gewis, onverwist, wis en zeker, E. wittingly, half-wit, nitwit, inwit (een oud woord voor verstand dat je allen nog bij taalarcheologen als Joyce en Pound vindt) outwit, wisdom, maar ook wijsheid en bewustzijn, dat andere kernwoord voor onze geestelijke vermogens.
Je moet immers over je bewustzijn beschikken om volwaardig mens genoemd te kunnen worden, volgens de catechismus kon je onwetend, onbewust dus, niet zondigen! Freud heeft over het bewuste en het on- en onderbewuste dikke ingewikkelde boeken volgeschreven, maar weten we daarmee nu definitief wat het bewustzijn is? Zijn we nog bewuste wezens als we slapen, dromen, onder invloed van drugs of alcohol zijn of van hevige emoties? Als we gebrainwashed zijn, gehersenspoeld? Dement, letterlijk zonder-‘mens’ in de Latijnse betekenis, dus mindless? Wat met een menselijk lichaam dat hersendood is, waar de hersenen nog wel aanwezig zijn maar beschadigd of niet meer actief zijn? Wat met mentaal (nog altijd van mens) gehandicapten of –beperkten? In het Engels zeggen we consciousness, dat afgeleid is van Lat. scire, kennen, weten, zoals in scientific.
Een geliefkoosde term van filosofen om over de menselijke geest te spreken, of althans over een bepaald aspect ervan, heeft als basis RAT, Lat. ratio, E. reason, Fr. raison, Du. Rede en bij ons rede. Men onderscheidt daarmee wat pure gedachten zouden zijn, los van alle emoties, die volgens Van Dale ook bij onze geest horen. En zo vermenigvuldigt men de ‘onstoffelijke zelfstandigheden’, want de mens is een wezen dat begaafd is met redelijke vermogens, hij is niet de slaaf van zijn gevoelens… Alsof gedachten mogelijk zouden zijn zonder emoties, alsof we in staat zouden zijn om een deel van onze hersenen uit te schakelen of ze exclusief voor een bepaalde taak te gebruiken.
Dergelijke ongegronde onderscheiden leiden ertoe dat men bijvoorbeeld gaat beweren dat vrouwen niet rationeel kunnen denken omdat ze geen ratio hebben, niet redelijk zijn maar integendeel denken vanuit hun schoot of baarmoeder, in het Griekse hystera, vandaar ‘hysterisch’. Onbetrouwbare sujetten als deze kon je natuurlijk geen stemrecht geven, en tot op vandaag kunnen ze ook geen priester worden in de katholieke kerk. Nu weten én zeggen we dat vrouwen evident over dezelfde vermogens beschikken, maar ze anders (en beter!) gebruiken. Nog niet zo lang geleden meende men ook dat niet-blanken eigenlijk geen volwaardige mensen zijn omdat ze niet verstandelijk ontwikkeld (kunnen) zijn en dus kon men ze naar believen roven, als slaven verkopen, mishandelen, uitbuiten, verkrachten en lynchen en toch nog naar de hemel gaan of president zijn van de Verenigde Staten of koning van België. Dictators allerhande beslissen wie er Über- en Untermensch is, wie mag kweken en wie niet, wie leeft en wie niet: Sophie’s Choice.
Het is duidelijk: zo werkt het echt niet, je kan een mens of een mens (Lat.), een mind niet opsplitsen of in stukjes hakken, dan maak je hem kapot…
Nog zo’n woord is ‘verstand’: gebruik je verstand, zij is een heel verstandige vrouw, een goede verstaander en zijn half woord. Is dat hetzelfde als onze ratio, onze rede? Wat gebeurt er als we ons verstand op nul zetten? Waar is uw verstand, zeggen we als iemand een stommiteit begaat, maar waar ís dat verstand? En wat doet het? En wat niet? Wat is het tegenovergestelde van de rede, het verstand: de gevoelens, emoties, domheid, dwaasheid, onnadenkendheid? We spreken ook van intelligentie en intellect, Lat. intellectus en ook nog over een intellectueel, (bijna) letterlijk iemand die tussen de regels kan lezen, maar vaak bedoelen we iemand die al te zeer met het louter verstandelijke bezig is, die geen emotionele intelligentie heeft…
Descartes vatte zijn stellingen samen in het alom gekende adagium ‘ik denk dus ik ben’, je pense donc je suis, cogito ergo sum. Penser komt van het Lat. voor (af)wegen, cogito is Lat. voor overwegen. En hoewel hij de man was van de idées claires et distinctes, voegde hij eraan toe dat, aangezien wij onvolmaakte wezens zijn, die perfecte gedachten niet uit onszelf of uit de waarneming konden komen, en dus enkel van de volmaakte God zelf afkomstig moesten zijn. Descartes was een geniaal denker zoals er nog maar weinig geweest zijn, maar hij heeft het Westers denken voor eeuwen op het dwaalspoor gehouden van de strikte scheiding van lichaam en ‘geest’.
Gebruik toch je hersens! Hersenen of hersens, in het Engels: brains is steeds meervoud, al is dat niet bij iedereen even duidelijk. Ook wij kennen ‘brein’, de zetel van het verstand; overdrachtelijk of figuurlijk gebruiken we het ook: het brein achter die treinoverval, een elektronisch brein; in die betekenis is het in het Engels ook enkelvoud: brain.
Afsluiten doen we met homo sapiens. Het is de wetenschappelijke, antropologische term voor het (voorlopig?) laatste stadium in de evolutie van onze soort. Sapiens vertalen we meestal door ‘denkend’ en daarmee zitten we weer volop in de discussie: denkend, maar niet voelend? Sapiens is het onvoltooid deelwoord van sapio en dat heeft in het Latijn veel betekenissen, maar de eerste is, heel merkwaardig: smaken, proeven, zoals we doen met eten en drinken. De mens is dus een wezen dat zijn eten eerst proeft, om te zien of het eventueel niet giftig is in de eerste plaats, nadien of het ook wel lekker is, en zo zoeken we er de lekkerste dingen uit, tot in het absurde in peperdure luxerestaurants. Pas in de tweede, afgeleide betekenis is sapere goede smaak hebben, beschikken over de gave des onderscheids, verstandig zijn, discreet, voorzichtig, wijs… alle menselijke deugden die we sinds de oudheid zo zorgvuldig onderscheiden en opsommen. Sapientia was aanvankelijk niet meer dan goede smaak of verstand, maar het heeft allengskens upgrades gekregen tot het bij de filosofen en theologen hét woord werd voor de hoogste wijsheid. Het is vooral daarom dat men gekozen heeft voor sapiens om de hoogste trap aan te duiden die onze soort heeft bereikt: wij zijn geen Neanderthalers, wij zijn homo sapiens, de wijzen.