Crisis

Crisis. Ik heb het nog niet anders geweten. Het is altijd crisis, is het niet van het een, dan van het andere, maar meestal van alles tegelijk: de crisis is ’systemisch’, een woord dat Van Dale nog niet gehaald heeft, maar dat lijkt alleen een kwestie van tijd.
Wat moeten wij daarmee? Simpele burgers zoals jij en ik zitten
opgescheept met een frustrerend gevoel van diepe machteloosheid. Wij hebben
geen idee van de oorzaken van de crisissen, laat staan dat we een oplossing
zouden kunnen bedenken. In een crisis gebeuren er allerlei vreselijke dingen,
maar zelfs als we achterhalen hoe dat in hemelsnaam mogelijk geweest is, zijn
we daar achteraf niets mee: de schuldigen worden niet gevonden of bestraft, zodat
niemand ontraden of afgeschrikt wordt om het nog eens te doen of ook eens te proberen,
de gevolgen kunnen niet ongedaan gemaakt worden, en er zijn blijkbaar geen
lessen die we eruit trekken.
Snafu is een woord dat me dan te binnen schiet, een
Amerikaanse militaire slang term, een
acroniem of letterwoord uit de Tweede Wereldoorlog: situation normal, all fucked up. Crisis is de normale situatie.
Daaruit valt toch tenminste dit te leren: we hoeven ons niet te verbazen of te ergeren over het feit dat er een crisis is: niets is meer normaal dan dat. Er kan immers zoveel verkeerd gaan in onze wereld, dat het veeleer een wonder zou zijn als dat niet het geval was. Meteen kunnen we ook wel stellen dat er niet één verantwoordelijke is; het gaat om een gezamenlijke verantwoordelijkheid. Het zijn dus niet de banken, of de rijken, of de regering, of de vakbonden die het gedaan hebben en steeds weer doen: wij zijn het, met zijn allen. Je hebt wel eens uitschieters, zoals een trader die een aantal miljarden kwijtspeelt, maar meestal zijn we er allemaal massaal bij betrokken. Zoals bij de opwarming van de aarde: niet alleen de industrie (die toch ook maar voor iedereen draait), maar elk van ons doet er aan mee, elke keer als we bij manier van spreken, of zelfs letterlijk, een windje laten.
Dezer dagen hoor je veel kritiek op de banken: Cyprus,
Ierland, Spanje en Portugal, Italië, maar ook de Verenigde Staten, Groot-Brittannië
en zelfs hier bij ons, en IJsland zijn dan we dan al weer bijna vergeten. Maar
wat heeft die crisissen veroorzaakt? Niet één inhalige CEO, niet een
graaicultuur bij de banken, maar wij allemaal. We laten ons verleiden om meer
leningen aan te gaan dan we kunnen terugbetalen en om ons geld te beleggen aan een
hogere interest dan redelijk is. Hoewel we uit onze dagelijkse praktijk wel
beter weten, blijven we toch denken dat het geld aan de bomen groeit, dat er
snelle winsten te maken zijn zonder te werken, dat men ook slapend rijk kan
worden. Als dat al zo zou zijn, dan blijkt die snel verworven rijkdom zeer
relatief en zeer volatiel: je bent er noot zeker van, je bent je snelle winst
zo weer kwijt, en soms zelfs een flink stuk van je kapitaal. Het zijn maar
uitzonderingen die met al hun speculatief gedrag beter doen dan de markt, dat
wil zeggen de interesten die je bij elke bank krijgt. We jagen dus droombeelden
na, zoals wanneer we meedoen aan loterijen: je kan het groot lot winnen, maar
de kans is erg klein, zo klein dat een verstandig mens er maar beter niet aan
meedoet.
Maar zo zijn we niet: wij hopen allemaal dat we de uitzondering zullen zijn, dat we de regel kunnen breken die zegt dat je moet werken voor je boterham. Meer nog: we houden vol dat je van werken niet rijk wordt. Van wat dan wel?
Als het niet van werken is, dan is het van diefstal.
Ik denk dan aan de koloniale tijd, toen men in de warme landen allerlei grondstoffen ging halen zonder ervoor te betalen; integendeel, de inboorlingen werden zelfs als slaven ingezet bij de productie, verkocht, verkracht en uitgeroeid. Wegens hun zeldzaamheid waren die grondstoffen hier peperduur (daar komt ons woord trouwens vandaan), en zo kon men hier dus enorme winsten maken, vaak met zo goed als nutteloze stoffen, zoals zilver en goud en edelstenen, maar ook peper, kaneel, kruidnagel, cacao, koffie en thee. Multatuli maakte al duidelijk dat het niet om handel in koffie ging, maar om diefstal en uitbuiting.
In feite is wat nu gebeurt niets anders. Even nutteloze of
niet-essentiële producten worden een hype, zoals gsm’s, mobieltjes. Een firma
die een succesvol toestel op de markt brengt (dat ergens in een arm land door
een uitgebuite bevolking gemaakt wordt voor zo goed als niets, maar in de rijke
landen duur verkocht), ziet haar beurswaarde spectaculair stijgen. Dat wil
zeggen dat de eigenaars of de aandeelhouders plots virtueel rijk zijn.
Virtueel, want als ze hun gestegen aandelen niet verkopen, zijn ze net zo rijk
als voorheen. En als ze ze wel verkopen, wat moeten ze dan met dat geld?
Beleggen in andere aandelen en hopen dat die ook weer stijgen? We weten hoe dat
gaat: met aandelen valt veel geld te verdienen en veel geld te verliezen, en je
moet al heel veel geluk hebben om beter te doen dan de markt, en zo zijn we
weer bij af, zonder langs de bank gepasseerd te zijn.
Te veel mensen, ook gewone mensen, zijn bezig met het najagen van snelle en spectaculaire winsten. Het is zelfs zo dat als je dat niet doet, je doorgaat voor een kluns. Gewoon elke dag naar je werk gaan en daar de hele dag ernstig bezig zijn met wat van je verwacht wordt, wat dat ook is, dat lijkt wel alleen voor domoren weggelegd.
Of toch niet? Bezorgde Belgen halen nu massaal hun geld weg uit risicovolle beleggingen en deponeren het op spaarboekjes, waar je zo goed als geen rente krijgt, zeker als je rekening houdt met de inflatie. Tweehonderdveertig miljard euro hebben we zo op de bank staan. Dat is als ik het goed heb 24.000 euro per Belg. In oude franken is dat ruwweg een miljoen. Elke Belg is dus miljonair, alleen al met wat we op onze spaarboekjes staan hebben. Natuurlijk is dat alleen statistisch zo, in de praktijk is het anders verdeeld, waarbij een dunne toplaag het grootste deel van het geld heeft, een heel wat mensen zo goed als niets.
Vandaar dat iedereen het erover eens is dat de rijkdom niet eerlijk verdeeld is, niet in ons eigen land en niet in de wereld. Men wil dus een meer billijke herverdeling. Maar dan beginnen de problemen. Herverdelen is afnemen van de enen om het aan andere te geven, zomaar. Ja, dag Jan! Niemand staat daarvoor te springen, natuurlijk, zeker niet wie enig bezit heeft. Wij hebben dat bezit immers met hard werken verdiend, of met verstandig beleggen, of desnoods met het groot lot te winnen. En we betalen al zoveel belastingen om studerende jongeren, werklozen en zieken en ouderen te onderhouden. Politieke en economische systemen die op herverdeling inzetten, zijn niet populair. Het communisme begon als een idealistisch en humaan project, maar zonk binnen de kortste keren weg in de meest afschuwelijke en mensonterende waanzin. Ook zo voor het nationaal-socialisme in Duistland. Zo moet het dus niet.
Hoe dan wel? Wij hebben een gezonde argwaan tegenover mensen die zeggen hoe het moet, of dat nu economen zijn, politici, syndicalisten, middenvelders, filosofen of godsdienstige leiders. Wij wantrouwen gezag, omdat we zien dat het gezag het niet beter doet dan wij zelf. Systemen zijn niet volmaakt. Of het openbaar vervoer, de post, de bank of de industrie door de staat wordt uitgebaat of door privé firma’s, het maakt omzeggens geen verschil, zeker niet op termijn. Hoe kan het ook anders? In elk geval zijn het mensen die de systemen bedenken en draaiend houden. En de mensen zijn overal eender, of toch zo goed als.
Dat zou ons aan het denken moeten zetten. Het gaat fout, zo blijkt telkens weer, als te weinig mensen te veel macht hebben. Het gaat beter wanneer zoveel mogelijk mensen betrokken worden bij het bedenken van oplossingen en bij het toepassen ervan. Dat noemen we democratie. We moeten er dus voor zorgen dat onze samenleving democratisch blijft. Dat kan alleen maar wanneer we daarvoor goede systemen uitwerken, niet alleen in de politiek maar in alle geledingen van de maatschappij. Democratie moet een ingesteldheid zijn die we altijd en overal toepassen. Dat is niet vanzelfsprekend. Wij hebben vaak de indruk dat het democratisch proces tijdrovend en inefficiënt is. Maar dan moeten we bedenken dat wanneer we afwijken van dat democratisch ideaal, andere en veel grotere gevaren op de loer liggen: diefstal, uitbuiting, onmenselijke behandeling van onze medemens en de andere levende wezens, vernietiging van onze leefwereld, ongelijke verdeling van de rijkdom, waanzinnige oorlogen…
Hoewel de democratie in de eerste plaats een ingesteldheid
is die in elke mens moet aanwezig zijn, hebben wij ook behoefte aan systemen
die dat helpen realiseren. Het is niet voldoende dat onze parlementairen
democratisch verkozen worden, het parlement moet ook democratisch te werk gaan
in zijn wetgevende en uitvoerende taken. Het is niet voldoende dat bijvoorbeeld
via de vakbonden de werknemers betrokken worden bij sommige aspecten van de
bedrijfsleiding, zij moeten mede de verantwoordelijkheid dragen. En in
religieuze gemeenschappen zijn we nog ver van enige echte inspraak.
Ik ben geen voorstander van totalitaire systemen, waar een zogenaamd democratisch systeem van boven uit opgelegd en afgedwongen wordt. Wij hebben genoeg gezien dat zoiets niet werkt en integendeel tot nog grotere misbruiken en ongelijkheid leidt. Ik zie geen andere mogelijkheid dan steeds te blijven ijveren voor een echte en doorgedreven democratie. Als de grootste bedreiging daarvan zie ik de concentratie van macht bij een te beperkt aantal personen gedurende een te lange periode. Dat kan men verhinderen door de macht systematisch te verdelen over meer personen en instellingen en door hun ambtstermijn dwingend en drastisch te beperken in de tijd. Op die manier garanderen we dat meer mensen betrokken worden in de besluitvorming en dat is, daarvan ben ik overtuigd, de enige manier om een wereld tot stand te brengen waarin het voor iedereen goed leven is.


















