Vrijdenken

Als ik erover nadenk, ben ik altijd ongelovig geweest, van in mijn allerprilste jeugd, dat wil zeggen: zo lang als ik me kan herinneren. Zelfs in de kleuterklas heb ik de verhaaltjes en de gebeden die we moesten opzeggen nooit als iets anders beschouwd dan als verzinsels, sprookjes, spelletjes. Toen de catechese echt begon, in de lagere school, werd dat een houding van geamuseerd afwijzen: hoe kon men nu dergelijke onzin ernstig nemen? En zo bleef het mijn hele schooltijd door. Zeker, er waren momenten van intense verrukking, maar die waren veeleer van esthetische aard: het heerlijke gregoriaans, enkele prachtige liederen die we uit volle borst meezongen, af en toe een verstild liturgisch moment. Maar de boodschap zelf van het christendom was voor mij zonder meer ongeloofwaardig.

Eenmaal aan de universiteit zocht ik opnieuw naar een of andere manier van individuele of gezamenlijke religieuze beleving, maar tevergeefs. Ik informeerde mij over het Zenboeddhisme, over de vrijmetselarij en de georganiseerde vrijzinnigheid, maar die konden me niet bekoren. Godsdienst of een surrogaat daarvoor was blijkbaar niet aan mij besteed. En zo is het gebleven tot ik met pensioen ging en tijd kreeg om weer meer te gaan lezen en nadenken. Ik wou toen een laatste keer ernstig nagaan of het christendom enige waarde had, en las enkele basiswerken over het katholieke geloof. Meteen werd me duidelijk dat de fundamentele beginselen van dat geloof voor mij onaanvaardbaar en zelfs onverklaarbaar waren: een persoonlijke God die naar believen tussenkomt in de wereld die hij geschapen heeft, de zondeval en de erfzonde, de incarnatie in Jezus Christus, God en Zoon van God, zijn lijden en dood als losprijs voor het heil van de mens, hemel en vagevuur en hel, zonde en vergeving, sacramenten, mirakelen, heiligen, de kerkelijke organisatie… Niets daarvan was zelfs inde verste verte aanvaardbaar voor mij, integendeel: hoe meer ik erover te weten kwam, hoe groter mijn afschuw en verontwaardiging werden.
Ik vroeg me verbaasd af hoe het mogelijk was dat een dergelijk vergezocht en ronduit idioot en zelfs nefast systeem kon bestaan en blijkbaar ook blijven bestaan tot op vandaag. Waren er dan nooit mensen geweest die tot dezelfde conclusies gekomen waren als ik? In de voorbije acht jaren heb ik me gaandeweg verdiept in die alternatieve geschiedenis van de mensheid, die van het ongeloof en van de kritiek op religie en kerk. Het is een verborgen, maar rijke geschiedenis van krachtige figuren die de moed hadden om zelf na te denken en zich te verzetten tegen de gevestigde machten, burgerlijke en kerkelijke. Ze toont aan hoe godsdiensten ontstaan zijn en hoe ze de maatschappij in hun greep hebben gekregen. Het is het verhaal van een conflict tussen twee onverzoenbare opvattingen: de ene legt alle macht bij een God, die ze delegeert naar zijn kerk, die ze namens hem uitoefent over de gelovigen; de andere legt alle macht bij het individu dat zelfstandig maar samen met anderen nadenkt, en dat een beperkt deel van die macht toevertrouwt, in de mate dat nodig is voor het samenleven, aan verkozen vertegenwoordigers, die namens de burgers die macht uitoefenen. Het is een conflict tussen de religieuze benadering, die vertrekt van geopenbaarde waarheid en leergezag, en de wetenschappelijke benadering, die vertrekt van de rede, het wetenschappelijk onderzoek en de menselijke autonomie.
Ik heb op deze website verslag uitgebracht van de stappen in mijn onderzoek, van de talrijke boeken die ik over dat onderwerp heb gelezen en van de ideeën die ik mij daarbij eigen heb gemaakt. Ik wil hier nogmaals het monumentale werk van Jonathan Israel onder de aandacht brengen, dat op onnavolgbare wijze dat conflict historisch geduid heeft voor de periode van de Verlichting, grosso modo van1650 tot 1800. In begerige afwachting dat hij zijn aandacht richt, zoals hij me in een persoonlijk gesprek bevestigde, op de periode die daarop gevolgd is, wou ik zelf al, nieuwsgierig naar het vervolg op het debacle van de Franse Revolutie, de Napoleontische tijd en de restauratie en de hele verdere 19de eeuw verkennen en ontdekken hoe de geschiedenis van de vrijzinnigheid zich in die periode heeft voortgezet en ontwikkeld.

Ik ging daarvoor in de eerste plaats te rade bij een auteur die van de studie en de verspreiding van het vrije denken zijn levenswerk heeft gemaakt, John Mackinnon Robertson (1856-1933). Ik had me al uitvoerig verdiept in zijn A History of Freethought, Ancient and Modern, to the Period of the French Revolution, Fourth Edition, Revised and Expanded, in two volumes, in de mooie heruitgave van Dawsons of Pall Mall, 1969, samen goed voor 1032 welgevulde bladzijden, maar het vervolg daarop, A History of Freethought in the Nineteenth Century, two volumes, London: Watts & Co, 1929, 635 pp., kon ik maar niet te pakken krijgen, tot ik deze zomer de hand kon leggen op een wat beduimeld maar gaaf exemplaar. Ik heb het in één ruk uitgelezen, geboeid door de fascinerende inhoud en de heerlijke, typisch Britse zakelijke maar prachtige literaire stijl van deze ongelooflijk belezen en uiterst intelligente auteur. Daar vond ik een verwijzing naar een werk over dezelfde periode, maar dan exclusief voor Groot-Brittannië: Alfred William Benn, The History of English Rationalism in the Nineteenth Century, two vols., 450 + 533 pp., London: Longmans, Green & Co., 1906. Na enig zoeken vond ik dit werk in twee heel goed geconserveerde volumes van de originele uitgave, die veel beter leesbaar bleken dan de online versie die ik gebruikte voor het eerste volume. Benn is van een nog hoger literair en filosofisch gehalte en ook meer gedetailleerd voor de beschreven periode, maar zoals aangegeven beperkt tot de Britse context.
Men zal van mij niet verwachten dat ik deze duizenden bladzijden hier samenvat. Ik kan de lezer die het Engels machtig is alleen maar aanraden om zelf deze unieke ervaring door te maken, en zo kennis te maken met een tijd en een wereld die wij nauwelijks kennen, maar die bepalend geweest zijn voor onze eigen tijd, de twintigste eeuw en, zo durf ik stellen, voor deze eenentwintigste eeuw. De verdere massale ontkerkelijking en secularisering van de maatschappij die wij hebben meegemaakt en die zich nog steeds doorzet, is toen begonnen als gevolg van de steeds sneller voortschrijdende ontwikkelingen in de positieve en de humane wetenschappen, die ook hun weerslag vonden in de politiek, de maatschappij, de kunsten en de literatuur. Deze werken zijn ongetwijfeld van een niveau dat zelfs moeiteloos uitstijgt boven de even waardevolle als populaire werken van de New Atheists.
Ik heb in de voorbije maanden vaak moeten kiezen: doorgaan met mijn lectuur en studie, of tijd vrijmaken voor nieuwe teksten op mijn blog. Meestal ging de keuze naar het onderzoekswerk. In vergelijking met wat ik daar vond, leken mijn eigen overpeinzingen en bespiegelingen me vaak onbelangrijk. Wat ik zelf kon bedenken en schrijven over God, de mens en zijn plaats in de samenleving en in het universum, bleek al eerder bedacht en vaak zoveel beter geformuleerd door anderen. De beste besteding van mijn tijd was, zo meende ik, me te verdiepen in deze rijke bron van inzicht en inspiratie. Wat de toekomst zal brengen, weet ik niet. Wanneer ik er behoefte aan heb, of het niet laten kan, zal ik wel weer in mijn pen klimmen, zoveel is zeker. Maar ik heb naast mijn Kroniek, die vroeger nagenoeg mijn volledige aandacht opslorpte, nu nog andere interesses, niet het minst mijn Spinoza-project, en de verdere studie van de rationaliteit en de vrijdenkerij, zowel in het verleden als vandaag en in de toekomst. Het zijn boeiende tijden voor wie met zulke zaken bezig is. De politieke en maatschappelijke evoluties, zowel lokaal als globaal, krijgen een andere, diepere betekenis wanneer men ze bekijkt in hun historische context en hun filosofische fundering. Dat lijkt me interessanter dan het soort ‘amusement’ dat wij aangeboden krijgen in de media, maar dat is natuurlijk een persoonlijke mening.


