
De Spaanse furie: Carmen
Zelfs als je helemaal niets van klassieke muziek weet, zijn er een aantal namen die je wel al eens gehoord hebt, en melodietjes die je toch herkent. Zo van: ha, Beethoven, tadadadà; dat is dan de Vijfde van Beethoven. Of de Vier seizoenen van Vivaldi, wellicht het meest bekende klassieke muziekstuk op dit ogenblik; vroeger was dat de Kleine Nachtmuziek van Mozart. En zo kent iedereen ook Carmen, de opera van Bizet, zeker als we een hint geven: Toreeeador… juist. Maar wie was die Bizet, en waarover gaat die opera, en is die nu nog te pruimen?
Georges Bizet heeft maar een kort leven gekend. Hij werd geboren in Parijs in 1838 en stierf er al in 1875, amper 36 jaar oud. Hij had een zwakke gezondheid en was ook psychisch niet van de sterksten. Men zegt wel eens dat hij zich doodgewerkt heeft, of dat hij ten onder gegaan is aan de kritiek van zijn tijdgenoten. Allebei die veronderstellingen hebben hun grond van waarheid: hij was inderdaad altijd bezig en was nooit tevreden met minder dan de volmaaktheid; en de beroepscritici hadden maar weinig respect voor zijn werk. Zijn collega’s, andere musici dus, zoals Richard Strauss en Peter Tchaikovski, bewonderden hem ten zeerste, en ook kenners uit andere kunsttakken, zoals Nietzsche, ware fameus onder de indruk van zijn muziek. De erkenning bij het publiek zou er pas na zijn dood komen, helaas.
Carmen was zijn laatste opera, en het was een moeilijke bevalling, zoals trouwens ook al zijn vroegere opera’s. De zangers vonden hun rol best leuk: je gaat op het podium staan en je zingt. Het koor was gewoon om een rol te spelen zoals de minder ambitieuze backing groepjes van vroeger: oeoeoe op de achtergrond. Bizet wou ze als echte acteurs laten optreden en ook wat moeilijker dingen laten zingen, en dat viel serieus tegen. Bovendien was het publiek van de Parijse opera gewoon om heel brave onderwerpen voorgeschoteld te krijgen, en dat is Carmen echt niet. Bizet had zoveel als hij kon rekening gehouden met de criticasters en had muziek geschreven die klaar en helder is en niet te ‘moeilijk’, met veel ritme… Hij zou zelfs gezegd hebben: als ze kitsch willen, dan zullen ze kitsch krijgen!
Er waren maar 35 opvoeringen in Parijs in 1875 en dat is erg weinig voor die tijd; het jaar daarop waren er slechts 13. Ondertussen was Carmen echter aan een enorme internationale carrière begonnen, met stormachtige successen, bijvoorbeeld in Wenen. Toch duurde het tot 1883 voor Parijs opnieuw Carmen te horen kreeg; het succes was enorm: 1000 opvoeringen tussen 1883 en 1905. Sindsdien is Carmen een vast stuk op het repertoire van alle grote en kleine huizen. De muziek heeft haar weg gevonden tot in elke huiskamer, door de ontelbare versies die ervan gemaakt zijn, de ene al smaakvoller dan de andere.
Laat ons even kijken naar het verhaal. Het is gebaseerd op een heel populaire novelle van Prosper Mérimée van 1845, maar voor de opera sterk en goed bewerkt door een duo ervaren tekstschrijvers. We volgen de vier bedrijven.
We zijn in Sevilla. Een groep soldaten trekt de wacht op in de buurt van een tabaksfabriekje. Micaëla komt don José opzoeken, maar hij arriveert pas later, bij de aflossing van de wacht. Als de klok slaat komen de fabrieksmeisjes naar buiten voor hun lunchbreak en een sigaret; ze zijn een groot succes bij de; mannen, natuurlijk. Carmen, een zigeunermeisje, zingt een uitdagende aria waarin ze de liefde beschrijft als een rebelse vogel die niet te temmen is. Ze werpt een bloem naar de verbijsterde don José. De meisjes gaan terug aan de slag, en dan daagt Micaëla terug op. Ze heeft een boodschap van de moeder van don José, die overigens graag zou hebben dat die twee een paar zouden worden. Plots is er heibel in de fabriek: Carmen verwondt een van de arbeidsters. De soldaten worden erbij geroepen, en Zuniga, de dienstdoende officier, beveelt don José om Carmen naar de gevangenis te brengen. Carmen verleidt don José en hij laat haar ontsnappen.
Tweede bedrijf. Carmen en haar zigeunervriendinnen maken plezier in de herberg van Pastia. Zuniga is daar ook, en hij vertelt dat don José een maand cachot gekregen heeft omdat hij haar liet ontsnappen, maar dat hij nu weer vrij is. Dan komt Escamillo binnen met zijn vrienden, de populaire stierenvechter. Carmen geilt hem niet op, maar laat hem toch hopen… Als al de bezoekers verdwenen zijn komen enkele zware jongens de plannen bespreken voor een smokkelpartij. Carmen verbaast de anderen door te weigeren mee te doen: ze is verliefd! Dan moet ze haar nieuwe minnaar maar overhalen om mee te doen, is de boodschap. Daarop komt don José binnen. Hij wordt feestelijk onthaald door Carmen, die voor hem danst. Maar als de trompetten schallen, zegt don José dat hij terug naar de kazerne gaat. Carmen reageert woedend en is ongevoelig voor de liefdesverklaringen van don José, die haar de bloem laat zien die hij tijdens zijn gevangenschap gekoesterd heeft. Als hij haar echt graag ziet, dan moet hij dat maar bewijzen door met haar me de bergen in te trekken met de andere boeven. Op dat ogenblik komt de officier Zuniga binnen, die ook al een oogje heeft op Carmen, en die stuurt don José naar buiten. Dol van jaloersheid valt hij Zuniga aan en heeft nu geen andere keuze dan met Carmen de bergen in te vluchten.
Als het doek opgaat voor het derde bedrijf zijn de smokkelaars in de bergen. José en Carmen hebben weer een discussie. Als ze de kaarten leest, krijgt ze steeds de dood als antwoord, eerst voor zichzelf, dan ook voor José. De smokkelaars vertrekken, de meisjes moeten de douaniers afleiden. José blijft achter in het kamp. Plots daagt Micaëla op, vastberaden om met José op te trekken. Die bespeurt een indringer en vuurt een schot af. Het blijkt Escamillo te zijn, die een kogelgat in zijn hoed bekijkt. Hij is op zoek naar Carmen, die naar het schijnt haar minnaar beu is… Ze gaan elkaar met messen te lijf, maar als José de toreador wil doden, houdt Carmen hem tegen. Escamillo nodigt Carmen uit op de volgende corrida en vertrekt. Micaëla vertelt José dat zijn moeder stervende is. Zij vertrekken samen, en de jaloerse José spreekt dreigende woorden tot Carmen.
Voor het vierde bedrijf zijn we weer in Sevilla, aan de arena waar het stierengevecht wordt gehouden. Escamillo daagt op met een feestelijk uitgedoste Carmen. Er zijn geruchten dat don José in de buurt is. De menigte trekt samen met Escamillo de arena in. Carmen blijft alleen achter en don José staat plots voor haar, smeekt haar om met hem mee te gaan. Carmen weigert, zegt dat ze niet meer van hem houdt, dat ze nog liever sterft en gooit woedend de ring weg die hij haar gegeven heeft. Ze wil naar Escamillo en met hem genieten van zijn triomf. José houdt haar tegen en steekt haar neer terwijl vanuit de arena het applaus voor Escamillo weerklinkt. Als de menigte naar buiten stroomt, vinden ze don José die zich op het levenloze lichaam van Carmen heeft geworpen.
Dat is het verhaal, dus. Niks bijzonders: boy gets girl, girl gets other boy, boy kills girl, dertien in een dozijn. Mijn samenvatting slaat natuurlijk een en ander over, en hoe kan je bijvoorbeeld om een grap lachen als je er enkel de samenvatting van krijgt? De opera is bovendien een samenvatting van een stuk literatuur en je hoeft maar naar The Lord of de Rings te kijken om te weten wat een kloof er gaapt tussen het boek en de film. En toch is er iets met dit verhaal.
Als boek was het een stormachtig succes, maar voor de opera vond men het te wreed (een moord), te onzedig (Carmen en haar minnaars), niet netjes (smokkelaars, arbeidsters die sigaretten roken en vechten, dansende en drinkende zigeuners). We zijn immers in de 19de eeuw, waar de mens (of althans de rijke bourgeois bovenlaag die naar de opera trok) zoveel beschaving heeft opgedaan dat hij niet meer mag laten zien dat hij ook nog van vlees en bloed is. Een boek kan je nog stiekem lezen, zoals wij vroeger Jan Cremer, Jef Geeraerts of Playboy, maar in de opera zie je wie er naast je zit, daar speel je een rol, vorm je een groep, het establishment, en die groep leidende burgers kan toch niet wild worden over een verhaal dat regelrecht ingaat tegen de bourgeois mentaliteit?
Het verhaal stelt ons, zoals zoveel documenten uit die tijd, de tweespalt voor tussen gevoelens en verstand, tussen passie en rede. Maar hier gaat de sympathie naar Carmen, de vrouw die zich door niemand wil laten doen en die enkel haar passies volgt, wat de gevolgen ook zijn. Don José is de brave burger, een sergeant, die de bevelen van zijn overste moet volgen en voor de rest zijn bek houden. En als hij dan tot zijn eigen verbazing smoorverliefd wordt denkt hij dat het voor het leven is, terwijl het voor Carmen slechts duurt tot ze een nieuwe passie ontdekt. Onderhuids, en zelfs nauwelijks, is het ook een verhaal over seks al noemde men het toen l’amour. Enerzijds heb je Carmen, de wulpse zeer zelfbewuste en sensuele vrouw die van de liefde, zeg maar de pijn van de verliefdheid en de gloed en de passie van de verovering wil genieten, met heel haar hart en met heel haar lijf. Anderzijds heb je brave don José, die zich een bult schrikt als Carmen eens met haar kontje draait, die naar zijn brave maar waarschijnlijk net iets minder aantrekkelijke nichtje luistert en naar zijn arme moeder die in de achtergrond sterft van verdriet omdat haar zoon het slechte pad opgaat.
Voor onze brave burgers was seks iets waarover je niet sprak in beschaafde middens, iets met de ogen toe in een kille slaapkamer met een brave, passieve echtgenote. Alhoewel… Die zelfde brave burgers waren ondertussen niet vies van een bezoek aan de rosse buurt, of van de diensten van het huispersoneel, of van een betaalde maîtresse maar dat was natuurlijk sub rosa, daarover werd niet gepraat, of toch niet officieel… Ze reden dus wel eens een scheve schaats, en dan nog het liefst met partners die moeilijk nee konden zeggen, omdat ze ook financieel gebonden waren.
De officiële koffiedikkijker van deze generatie, ik bedoel oom Sigi, de Weense kwakzalver, de grote Freud, juist, heeft ons geleerd dat dat soort hypocrisie nergens goed voor is, dat je daar allerlei rare complexen kan van krijgen, en dat dat zelfs voor de maatschappij nare gevolgen kan hebben. Het heeft twee wereldoorlogen en miljoenen doden gevraagd eer sommige machtshebbers hun complexen kwijt waren, en je vraagt je af wat vandaag de dag sommige mensen bezielt als ze onder elke steen een tegenstander zoeken en een voorhamer om elke vlieg te vermorzelen.
Terug naar Bizet. Hij heeft die tweespalt die ook in elk van ons aanwezig is gestalte gegeven in personages die ons direct aanspreken. Ze doen dat door wat ze zeggen, wat ze doen en, aangezien het een opera is, door de muziek die ze vertolken. Als je naar Carmen luistert, hoor je de passie exploderen, hoor je de verleiding zich in kronkels wringen. Als don José zijn liefde bekent, hoor je de vertwijfeling in zijn brekende stem. Als Escamillo over zijn exploten in de arena zingt, zie je de stier stampvoeten in het zand, de hete adem uit zijn hijgende neusgaten, bloed uit zijn schoften waar de banderilla’s diep in zijn vlees gehaakt zijn.
De collega’s van Bizet bewonderden zijn vakkennis, zijn gave om gedachten en gevoelens op papier te zetten ten behoeve van vertolkers, die op hun beurt met hun métier het publiek een spiegel voorhouden en hen vragen: wie ben je? Carmen? of Micaëla… don José? of Escamillo… Waarvoor kies je: passie of verstand; genieten of berekenen. Dat is wellicht de reden van het succes van deze opera, steeds weer, voor elke nieuwe generatie. We zien de mogelijkheden van ons eigen leven voor ons uitgestald in een dramatisch conflict, met levensechte karakters, wars van hypocrisie en de gebruikelijke eufemismen van de klassieke opera van voor Verdi en het vérisme, met schitterende, spetterende, meeslepende muziek, in een heerlijke combinatie van goede literatuur en spannend theater, wat wil je nog meer?
Een woord nog over het ‘Spaans’ karakter van de opera Carmen. De titel van mijn bijdrage is: de Spaanse furie. Oorspronkelijk was dat de naam die men gegeven heeft aan de verwoestingen en andere ongeregeldheden die de Spanjaarden, of althans hun katholieke huurlingen, aanrichtten toen ze Antwerpen veroverden ergens in de zestiende eeuw. Ik dacht dat het een goede omschrijving was van de figuur van Carmen. Maar Carmen is helemaal geen Spaanse, ze is een zigeunerin, en de Spanjaarden zelf zijn steeds de eersten geweest om dat onderscheid te maken. Bizet ging, zoals voor en na hem nog talloze componisten, graag te rade bij wat wij Spaanse muziek noemen, maar wat in feite zigeunermuziek is, flamenco, bijvoorbeeld. Men zegt dat de oorsprong van de zigeuners ergens in India zou liggen, en zo zien ze er ook wel uit, eerder dan Spaans. Zeker is ook dat de eeuwenlange aanwezigheid van de Arabieren op het Iberische schiereiland sporen heeft achtergelaten, net zoals de relatieve nabijheid van Afrikaanse ritmes. Dit krachtige mengsel werd aanvankelijk in de grotten van Andalusië vooral aan toeristen aangeboden, maar vond nadien zijn weg over heel de wereld, zowel via gehaaide impresario’s en flauwe televisieshows als door enthousiaste liefhebbers als bijvoorbeeld Wannes Van de Velde, alias Niño de Flandes, die tot in de details de complexiteit van deze volksmuziek analyseerden maar ook meesterlijk vertolkten.
Het verhaal van Carmen is als een levenslied (Carmen betekent letterlijk trouwens: lied), met een lach en een traan, met moord en doodslag, met liefde en ontrouw, met levensechte mensen. Voor ons heeft ook dit levenslied een boodschap, als we willen luisteren. Mens zijn is leren dat er niet één antwoord is, maar vele, dat je je keuzes elke dag opnieuw moet maken, en dat niemand ooit met zekerheid kan zeggen waarvoor hij ’s anderendaags zal kiezen.
Waar vind je Carmen op CD? Er zijn eindeloos veel opnames, nu ook op DVD. Het heeft geen zin om er een of andere uit te pikken als een aanrader, je kan eigenlijk niet verkeerd gaan. Loop even binnen in je bibliotheek en pik er een CD uit en geef je over aan de meeslepende muziek. In plaats van een discografie wil ik hier graag even stilstaan bij het verschijnsel DVD voor de opera. Ook ik heb onlangs de overstap gemaakt van CD naar DVD, en wat een ervaring! Operaliefhebbers vind je niet alleen in de operatheaters zelf; dat is immers een omslachtige en vrij dure bezigheid, en het succes is niet altijd gegarandeerd, want zelfs in onze uitstekende Vlaamse en Brusselse operahuizen vind je niet altijd de beste zangers en zangeressen.
Vele operaliefhebbers zijn sinds vele jaren aan hun geluidsinstallatie gekluisterd, waar ze wegsmelten bij afgunstig gekoesterde plaatopnamen van Callas, Caruso of noem maar op; soms zie je ze smachtend en met tranen in de ogen naar die ene hoge C zweven, die alleen X (invullen naar believen) zó kan brengen. Ook een geliefd programma als ‘Opera en belcanto’, een erfenis van de Duitse bezetting, en recentelijk van BRT1 naar Klara verhuisd onder de trendy naam van Tosca (Donna? Clara?), heeft generaties wat vervreemd van die andere kant van opera, namelijk het theater. Als je filmbeelden met bijvoorbeeld Callas ziet, dan begin je te begrijpen waarom zij de passies zo kon doen oplaaien, ik bedoel de passies in de opera, die daarbuiten zijn een andere zaak. Nu we met de DVD uitstekende opnamen van prachtige opera’s op ons scherm kunnen toveren, krijgen we weer een volledig beeld van wat opera is: muziektheater.
Ik had zeker al tien keer het verhaal van Arabella van Richard Strauss gelezen en vaak naar de muziek geluisterd, maar ik kon om de drommel niet voortvertellen waarover het verhaal ging. Na een namiddagvoorstelling met DVD in een luie zetel voor mijn TV werd alles opeens duidelijk en vanzelfsprekend ontroerend. DVD’s met opera zijn bovendien onbegrijpelijk goedkoper dan de parallelle CD, je krijgt dus de beelden gratis en betaalt nóg minder. Ik hoop dat ik het nog mag meemaken dat CD’s helemaal vervangen worden door DVD: ook voor gewone muziekuitvoeringen brengen bijvoorbeeld beelden van een orkest in volle actie of een solist, zoals bij de Koningin Elizabethwedstrijd (ook al zendt Canvas die niet rechtstreeks uit, een onvergeeflijke blunder), zoveel meer dan wat een CD kan brengen. Doe eens de proef: luister eens naar de Last Night of the Proms (de enige echte, in de Royal Albert Hall, niet in een of ander sportstadion, al zal dat ook wel zijn verdiensten hebben) of het Nieuwjaarsconcert uit Wenen, zonder de beelden. En dan met. Aha!
Heb je opmerkingen, vragen of zelfs verwensingen: stuur eens een mailtje naar
karel.d.huyvetters@pandora.be, en let op de puntjes.