Bartok

Bij het horen van de naam Bela Bartok fronsen de meeste mensen de wenkbrauwen en kijken uilig over je schouder in de verte. Ze hebben er al van gehoord, maar... Je zingt geen Bartok in het bad, je fluit hem niet op de fiets.
Misschien
kennen we hem toch beter dan we zelf denken. En dat mag ook wel, want hij is
ontegensprekelijk een van de meest interessante componisten van de eerste helft
van de 20ste eeuw. Zijn bekendheid kwam traag op gang en begon internationaal
pas echt na zijn dood. Ook de meeste muziekliefhebbers beginnen niet met
Bartok, maar leren hem stilaan appreciëren; dat is eigenlijk zo met de meeste
dingen waar we echt van houden; de inspanning die we (moeten) doen om iets te
bereiken loont meestal de moeite; wat we zonder inspanning krijgen is achteraf
gezien vaak niet de moeite, oppervlakkig, zonder belang. De muziek van Bartok
is een mooi voorbeeld van deze stelling.
Het minste dat je van zijn muziek kan zeggen is dat ze expressief is: ze is
niet flauw of vaag, ze is uitgesproken, soms zelfs met veel nadruk, op het
agressieve af. Dat maakt haar uitermate geschikt voor programmamakers van radio
en televisie, die sinds jaren gretig grasduinen in zijn muziek voor treffende
begin- en eindgeneriekjes. Velen herinneren zich wellicht het prachtige begin
van Panorama, het duidingprogramma op TV, waarbij telkens een letter van de
naam verscheen op een zeer ritmisch stukje Bartok. Was dat Bartok? Ja hoor, en
er zijn zo talloze voorbeelden. Als je die stukjes dan hoort in zijn muziek is
dat een leuke verrassing, een beetje komisch ook, want je kan niet anders dan
glimlachen en meezingen: P A N O R A M A !!
Bela Bartok is geboren in 1881 in wat toen Hongarije was, maar nu Roemenië. Hij
was een veelbelovende leerling van zijn moeder en trok naar Boedapest om zijn
opleiding verder te zetten. De grote meneer van de muziek in die tijd was
Richard Strauss en Bartok schreef een eerste muziekstuk in die stijl.
In 1905 kwam hij in contact met de volksmuziek van Hongarije; deze muziek was vrijwel onbekend bij de klassieke muziekliefhebbers. Samen met zijn vriend Zoltan Kodaly trok Bartok de boer op, op zoek naar melodieën en ritmes. Hij noteerde alles en maakte veldopnames en bleef dat ongeveer zijn hele leven lang doen; hij schreef er belangrijke werken over, maar gebruikte nooit die bestaande muziek rechtstreeks in zijn werk. Hij was er natuurlijk wel door geïnspireerd, gebruikte technieken, stijlen en ritmes die hij daar vond, maar al zijn muziek is origineel, eigen werk, modern en nieuw tot en met. In 1917 kende hij zijn eerste succes met een ballet: De houten prins. Zijn opera Blauwbaard, die eerst geweigerd was, kon nu toch opgevoerd, in 1918. In die periode ontstond ook een balletsuite: De wonderbaarlijke mandarijn. De muziek die hij in die jaren schreef, sloot aan bij de expressionistische werken die in die tijd overal opgang maakten. Na de eerste Wereldoorlog vond men eindelijk een uitgever voor zijn composities in Wenen en zo werd hij stilaan bekend in de rest van de wereld, tenminste bij muzikanten en kenners. Voor het grote publiek was hij nog steeds een onbekende. Hij schreef veel voor piano, ook al omdat hij pianoleraar was aan het conservatorium en omdat hij zelf als pianist regelmatig op tournee ging.
Vanaf 1935 werd zijn stijl wat minder hevig, wat minder experimenteel. Er kwamen belangrijke opdrachten uit het buitenland en in 1940 emigreerde hij naar Amerika. Het ging hem daar echter niet goed: zijn gezondheid was nooit van de beste, maar nu ging ze snel achteruit. Zijn werk is toen in Amerika nauwelijks gespeeld en men heeft hem ook zelden gevraagd als pianist. In 1943 kreeg hij dan toch een belangrijke opdracht voor een Concerto voor orkest. Het is een zeer toegankelijk en fascinerend stuk. In 1945 overleed hij. Na zijn dood begon zijn reputatie pas goed en sindsdien is hij een vaste waarde op het repertorium van de klassieke muziek, wellicht een van de meest gespeelde componisten in de 20steen het begin van de 21steeeuw.
Bartok schreef in totaal zes maal voor strijkkwartet, gespreid over zijn hele professionele leven. Voor veel muziekliefhebbers behoort deze vorm van kamermuziek tot het mooiste en diepste dat componisten ons brachten. Denken we aan de talloze kwartetten van Haydn, die het genre zowat uitgevonden heeft, waarin hij de onbeperkte mogelijkheden van muziek voor twee violen, altviool en cello uitwerkt; aan Mozart die vertrekt van Haydn maar dan zoveel verder gaat; aan Schubert die verrukkelijke dingen schreef voor strijkkwartet; aan Beethoven, die vooral in zijn laatste kwartetten zo intens bezig is met muziek dat hij zichzelf vergeet en muziek maakt die ook vandaag nog, na bijna 200 jaar, nog steeds ontroert en modern klinkt; aan Sjostakovitsj, die naast 15 symfonieën ook 15 uiterst originele kwartetten schreef.
Het
lijkt wel alsof deze bescheiden samenstelling van vier muzikanten op een of
andere manier volledig is, dat er niets aan ontbreekt. Veel van deze kwartetten
klinken alsof er een heel orkest bezig is. Zelf had ik ooit het genoegen het
Tokyo String Quartet te horen in de grote zaal Henri Leboeuf van het Paleis
voor Schone kunsten in Brussel, met werk van Beethoven. Verbazingwekkend hoe
zij erin slaagden die prachtige grote zaal, die onlangs zo succesvol
gerestaureerd werd en die we allemaal kennen van de Koningin Elisabeth-wedstrijden,
tot de nok te vullen met slechts vier instrumenten en een groot publiek te
boeien van de eerste noot tot de laatste. Verbazingwekkend ook hoe vier
Japanners deze Westerse muziek bij uitstek vertolkten alsof ze nooit iets
anders gedaan hadden: dat is pas multiculturaliteit en muziek heeft dat altijd
al gehad. Indien de mensen wat meer met muziek zouden bezig zijn en wat minder
met het zoeken naar zondebokken voor wat er verkeerd gaat, dan zou ook de
politiek wat interessanter worden dan het bedenkelijk vertoon dat ons nu elke
avond op TV voorgeschoteld wordt, maar dat tussen haakjes.
Naast de danssuite en het ballet die we al vermeldden, hebben verscheidene andere werken dansers en choreografen geïnspireerd. Een van de eerder verassende vondsten was die van Anne Theresa De Keersmaecker, die met Rosas een ballet bracht op muziek van een van de strijkkwartetten, (ik denk) het vierde, zag ik destijds in een matinee in de Muntschouwburg. De kwartetten van Bartok kende ik toen nauwelijks. Het was een schokkende ervaring. De muziek werd loeihard door de luidsprekers gejaagd en de verscheurdheid die snerpend door de welhaast gewelddadige muziek in your facesloeg, liet je perplex. De danseressen in hun eenvoudige zwarte japon met het doordeweekse ondergoed dat nonchalant zichtbaar was, leefden zich uit in repetitieve maar steeds veranderende passen en suggestieve onvoorspelbare bewegingen. Dit was muziek en dans van onze tijd: kunst die de ontreddering van beide wereldoorlogen in zich draagt en de wanhoop van de losgerukte mens, de stranger in a strange land, op zoek naar eenheid en maat in de mateloze verwarring en haast van onze maatschappij, zelfbewust, menselijk tot in het diepste wezen. Probeer het eens, of liever, probeer het meer dan eens: Bartok heeft je steeds onvermoede rijkdom te bieden.
Aanraders:
- Concerto voor orkest & Muziek voor Strijkers, percussie en celesta:
Chicago Symphony Orch., RCA; zelfde orkest, Szolti, Decca
- Strijkkwartetten 1-6: Emerson Q., DG; Keller Q., Erato Ultima (een koopje);
Vegh Q., Astrée.



/art/slides/Interieur,%20aardappels%20schillen;olieverf;paneel;41,7%20x%2031;gesigneerd%20r.o.;$%206000-8000;$%208225.jpg)














