Aimez-vous Brahms?


Teen en tander
Over Darjeeling, Google, Homeros, Martine, Bavo, Françoise, Johannes, Robert en Clara, Radu Lupu en Neuhauss.
Toen het weer tijd werd om iets te schrijven over muziek liet ik mijn gedachten wegdrijven auf Flügeln des Gesanges, zoals in het lied van Schubert, of zelfs sul’alli dorate, op gouden vleugels, zoals in Va, pensiero, het slavenkoor uit Nabucco van Verdi. Dat wil zeggen, ik ging aan mijn PC zitten, startte Internet op via Telenet (nog steeds bliksemsnel en betaalbaar) en koos uit mijn favorieten www.Klara.be. Daar klikte ik Klara Continuo aan, en na een paar seconden stroomde de muziek uit mijn twee simpele speakertjes, maar met uitstekende kwaliteit. Nog een hartige tas thee – zoals je weet heb ik een voorkeur voor Darjeeling, die streek in het noorden van India waar ze volgens vele liefhebbers de beste thee ter wereld plukken. Het epitheton ornans (nee dit is geen theesoort, maar jargon voor een omschrijving die vaak aan een woord gekoppeld wordt. Homeros, je weet wel, van de Ilias en de Odyssee, geldt als de uitvinder: de zee is steeds wijnrood, de dageraad rozevingerig, Athena heeft grijze ogen en Achilles heeft helm met een bos wuivende pluimen), het vaste sierwoord voor Darjeeling thee is dus ‘de champagne van de thees’, wellicht omdat hij ongeveer dezelfde kleur heeft, en misschien ook wel omdat hij lekker is en niet altijd goedkoop. Anderzijds…ik koop hem vaak in Delhaize, in een leuk houten doosje, in zakjes en liever nog in bulk, en dat is aanzienlijk minder duur dan ordinaire koffie. Die tas thee is ondertussen uit, en dat voel je net zo goed als een krachtige espresso. Waarover zullen we het nu eens hebben?
De muziekrubriek is een vast onderdeel van mijn kroniek. Hoe kan het anders als muziek sinds mijn prille jeugd een essentieel element in mijn leven is?
In mijn favorieten staat ook www.componistennet.be en dat is een aantrekkelijke Nederlandstalige site. Geen reden om webstek te schrijven, overigens, site is een mooi Nederlands woord, zeg maar siete, als je niet graag saait hoort. Toevallig of niet kwam meteen Brahms op de proppen, met zijn vaste sierbaard. Wat uitleg over zijn leven en wat minder over zijn werk. Er is ook een verwijzing naar afbeeldingen, via Google, zomaar meteen 8.360 in 0,15 seconden. Nog via Google krijg je in 0,03 seconden nog 77 links naar andere sites over Brahms, de ene al meer relevant dan de andere. Eentje zegt bijvoorbeeld dat hij net zomin als Napoleon van katten hield…
Waarom zou ik hier dan nog moeite doen?
Wel, zoals elke VRT-reporter tegenwoordig zijn antwoord begint op een vraag van het nieuwsanker (Sigrid of Martine, Wim of destijds Bavo), wel, dus, omdat de informatie op componisten.net net iets te vrijblijvend is om je naar de muziek te lokken. En dat is nu net mijn bedoeling met deze rubriek. In de laatste regels word je aangepord om naar de bibliotheek te hollen om een CD of DVD te ontlenen. Of je naar je cd-rack of -tower jaagt om nog eens die Chopin te zoeken die je voor je verjaardag gekregen hebt van een goedbedoelend kleinkind of vleiende zakenrelatie.
Aimez-vous Brahms? vroeg Françoise Sagan al, maar dat is lang geleden, en wie heeft er zelfs toen het boekje gelezen? Wie kent haar nu nog?
Brahms kennen we beter, denk ik. We hebben zeker allemaal al iets van hem gehoord. Meer dan waarschijnlijk was dat zijn academische feestouverture, die gebaseerd is op studentenliederen zoals Gaudeamus igitur. Zeker de ouderen onder ons kunnen die zo meeneuriën. Ook zijn Hongaarse dansen zijn vrij populair, op piano of omgezet voor orkest. Wat mij steeds het meest plezier geeft bij het beluisteren van zijn muziek is zijn gulheid. Zijn muziek voor orkest is altijd ruim bemeten, geen nouvelle cuisine voor hem. Dat blijkt ook uit zijn figuur. Die leent zich uitstekend tot karikaturen. Hij hield van de klassieke keuken. Daarin vind je genoeg room en boter in de saus om je cholesterol voor enkele weken in de stratosfeer te doen belanden. Brahms is niet zuinig met de instrumenten, er spelen er altijd een heleboel tegelijk, of met zijn melodieën die steeds verrassen en charmeren. Kortom, zijn muziek is aangenaam. Op een dag, lang geleden was ik samen met mijn oudere broer aan het schilderen op een zolder die hij had ingericht als kinderkamer. Op de radio hoorden we een stuk kamermuziek dat ik niet kon thuiswijzen. Bij de afkondiging bleek het om een sextet van Brahms te gaan. Ik herinner me mijn reactie van toen nog: het lijkt wel Beethoven, maar het is er geen. En dat is nog steeds zo: Brahms heeft goed naar Beethoven geluisterd, maar hij is daarbij niet blijven stilstaan, hij is verder gegaan op de weg die Beethoven had ingeslagen. Jarenlang heb ik Brahms wat links laten liggen. Waarom naar een epigoon (en dat is een geleerd woord voor een navolger) luisteren als je het origineel bij de hand hebt? Later is dat veranderd, en heb ik echt zin gekregen in Brahms, zodat ik nu zelfs bevestigend kan antwoorden op Françoises vraag: oui, je l’aime bien, Brahms.
Johannes Brahms werd geboren in Hamburg in 1833. Zijn vader was daar stadsmuzikant, die allerlei officiële gelegenheden op alle mogelijke instrumenten luister moest bijzetten. Daarnaast speelde hij om den brode in restaurantjes en zelfs havencafés. Maar zijn begaafdheid en zijn ambitie brachten hem hogerop, en uiteindelijk werd hij contrabasspeler in het stedelijk orkest, dat ook in de opera speelde. Zoon Brahms kreeg een goede opvoeding, ook muzikaal, maar moest met vader mee in de cafés en de schouwburgen. Zijn talent werd al heel vroeg duidelijk. Op zijn tiende was hij al bekend als wonderkind aan de piano. Toen hij 21 was trok hij samen met een violist te voet door Duitsland en speelde overal waar hij kon; dat was dan Bach, Beethoven, populaire stukken, maar ook zijn eigen muziek, alles uit het hoofd, natuurlijk. Hij ontmoette tijdens de reis Josef Joachim, violist en concertmeester, die hem bewonderde en hielp. Hij ontmoette ook Liszt, maar tussen die twee en ook met Wagner heeft het nooit geklikt. Het werd er niet beter op na een controverse over muziek, die in de pers enorm opgeschroefd werd. Kunst, en zeker klassieke muziek was toen een belangrijk onderwerp van gesprek en ook in de ‘media’.
Brahms werd door Joachim ook geïntroduceerd in de kringen van het echtpaar Robert Schumann en Clara Wieck. Ook dat was een zeer gelukkige ontmoeting van muzikanten die elkaar uitstekend aanvoelden en heerlijk konden samenspelen. Schumann was in de wolken over de composities van Brahms en schreef er lovend over in muziektijdschriften. Maar Schumanns geestelijke gezondheid was toen al bedenkelijk. Datzelfde jaar nog trachtte hij een eind te maken aan zijn leven door in de Rijn te springen. Hij werd opgenomen in een instelling en overleed in 1856.
Uit die tijd dateert de hechte vriendschap tussen Brahms en Clara Wieck-Schumann. Zij was zijn muze, maar zelf ook een uiterst begaafde pianiste en meer dan verdienstelijke componiste. Van haar echtgenoot had ze verbod gekregen om na hun huwelijk nog te componeren. Het zou nu niet meer lukken. Ook na het overlijden van Schumann bleef het tussen die twee bij een zeer nauwe vriendschap, die gedurende meer dan veertig jaar een zeer grote plaats in hun leven heeft ingenomen. Brahms is nooit getrouwd, al waren er natuurlijk wel vrouwen in zijn leven, even zelfs de dochter van Clara…
Vanaf 1862 verbleef Brahms in Wenen, de hoofdstad van de wereld in die tijd. Hij was er een belangrijke figuur in het muziekleven en daar schreef hij zijn bekende werken, vaak na vakanties in het gebergte. In Ein Deutsches Requiem vinden koor en groot orkest elkaar in ontroerende, ruisende zeeën van klank. Hij schreef ook nog vier symfonieën, twee pianoconcerten, een vioolconcert, een concert voor viool en cello, de Hongaarse dansen, een groot aantal werken voor koor, vaak met orkestbegeleiding en met solo’s voor alt of bariton, honderden liederen, sonates en kortere stukken voor piano, en voor viool en piano, trio’s, strijkkwartetten, kwintetten en sextetten. Hij kreeg eredoctoraten van twee universiteiten. Voor dat van Breslau schreef hij als dank de Academische Festouverture.
Brahms is ongetwijfeld een van de groten van de romantiek, en zelfs van de hele klassieke muziekgeschiedenis. Hij was misschien niet de grote vernieuwer die Beethoven was. Als je de muziek van voor Beethoven vergelijkt met die erna, valt meteen op hoe verschillend die twee zijn; dat is met Brahms niet zo; hij bleef trouw aan wat hij geleerd had van zijn voorgangers, en bleef zijn leven lang muziek schrijven op die prachtige basis. Wie de moeite doet om naar zijn muziek te luisteren, komt niet bedrogen uit. Tijdens een pianorecital in de Grote Aula van het Maria Theresiacollege in Leuven begon Radu Lupu met enkele betoverende Franse stukken, Ravel, Debussy. Toen hij daarna een sonate van Brahms bracht, kon je het verschil overduidelijk horen. Eerst het lichtvoetige maar wat oppervlakkige Franse aquarelwerk en dan het machtige olie-op-doek landschap van Brahms, substantieel, feilloos opgebouwd, meeslepend, begeesterend, zoals de Duitsers zeggen.
Brahms was een vakman tot en met, in alle genres. Maar hij was ook steeds geïnspireerd, leverde nooit levenloos maakwerk af. Daarbij getuigt zijn werk steeds van uitzonderlijk goede smaak: hij vindt een perfect evenwicht tussen ernst en luim, tussen mannelijke en vrouwelijke benaderingen, tussen orde en vrijheid, tussen engagement en bespiegeling.
Het is moeilijk om niet van Brahms te houden, Françoise, eens dat je hem wat beter hebt leren kennen. Dat is wel vaker zo met de mensen, maar bij Brahms is de moeite die je moet doen niet erg groot: als je in de bibliotheek komt, ga naar de cd-afdeling, kies een strijkkwartet, een symfonie of een pianosonate, en als je thuiskomt, maak jezelf een echte Darjeeling klaar, misschien met een chocolaatje van Neuhauss, zet je stereo op, plof neer in je luie zetel en geniet zoals ik.




















