Buridans ezel?
Buridans ezel?
Wanneer men in naam van de filosofie een of ander gedachte-experiment voorstelt, houd ik altijd mijn hart vast. Wat moeten de mensen niet denken over filosofen die zich met dergelijke dwaasheden bezighouden?
Neem nu de ezel van Buridan. Die bevond zich op precies dezelfde afstand van twee hooischelven, of van een portie hooi en een emmer water, en kon dus geen keuze maken, en kwam om van honger, of van honger en dorst in het tweede geval. Tja…
Bovendien blijkt dat Jean Buridan, die leefde tot ongeveer 1358, helemaal niet over een ezel heeft geschreven, noch over een dergelijk gedachte-experiment. Hij hield wel voor dat men altijd moet kiezen voor de beste van twee oplossingen, of de minst slechte. En wanneer de twee volledig evenwaardig zijn, is er geen rationele keuze mogelijk, omat er geen argumenten zijn voor de ene mogelijkheid of de andere.
De dwaasheid van simplistische filosofen is hierin gelegen, dat zij een dergelijk gedachte-experiment voorstellen als een concreet geval, terwijl het niet meer is dan de illustratie van een specifieke en beperkte logische redenering. Het gaat om de vraag waarop men zijn voorkeuren moet baseren, wat de grond is voor onze besluitvorming. Het antwoord is: de rede of ratio, het rationeel redeneren, dus ons verstand gebruiken. Wanneer we echter rationeel onmogelijk kunnen uitmaken wat de beste oplossing of keuze is, is de conclusie helemaal niet, zoals (sommige) filosofen beweren, dat men geen keuze kan maken en dus gevangen zit in een dodelijk dilemma, zoals onze ezel, maar wel dat beide mogelijkheden inderdaad evenwaardig zijn en dat het dus niet uitmaakt voor welke oplossing we kiezen: ze zijn allebei even rationeel en mogen dus allebei gekozen worden. Dat is precies wat ezels en mensen ook doen in dat geval.
We moeten dus paradoxen en andere hulpmiddelen van de filosofie met een stevige korrel grof zout nemen. Dat er geen rationele, dus redelijke keuze zou zijn tussen twee evenwaardige mogelijkheden is manifest onjuist. Het is precies door rationeel verder te denken dat we tot de conclusie komen dat we helemaal niet moeten aarzelen om te kiezen wanneer we ervan overtuigd zijn dat er geen noemenswaardig verschil is tussen twee alternatieven, wat overigens veeleer zelden zal voorkomen in de praktijk. Wij kunnen ons in dergelijke gevallen zelfs gerust laten leiden door onze persoonlijke voorkeur, of kruis of munt spelen. Veeleer dan ons te verlammen, maakt een dergelijke situatie de keuze juist gemakkelijk: het kan immers niet verkeerd gaan.
Spinoza heeft het over Buridans spreekwoordelijke of eponieme ezel zowel in zijn eerste gepubliceerde werk, een commentaar bij Descartes, als in zijn hoofdwerk, de Ethica (E2p49s). Daar maakt hij zich min of meer vrolijk over de veronderstelling van sommige filosofen dat men tussen twee evenwaardige dingen niet kan kiezen, en men dus daarover voor altijd onbeslist moet blijven, en omkomen zoals de ezel van Buridan. Spinoza zegt: ze doen maar; maar iemand die zo redeneert, is veeleer zelf een ezel dan een mens. Natuurlijk zijn er dergelijke mensen die hun verstand niet gebruiken, zoals zelfmoordenaars, zwakzinnigen, kinderen, krankzinnigen enzovoort.
Wie blijft steken in een al te letterlijke interpretatie van de situatie van de ezel van Buridan, denkt niet zoals een mens die goed bij zijn verstand is, en is dus zeker geen filosoof, maar een ezel. Als we over filosofie niet meer weten dan dergelijke anekdoten en gedachte-experimenten, zijn we niet veel beter dan onze simpele langoor.




