Dode materie en levende.
Dode materie. Het is een staande uitdrukking, waarmee we aangeven dat het om materie gaat die niet ‘leeft’. Dat houdt in dat er ook levende materie is, anders hoefden we niet te spreken over ‘dode’ materie. Er zijn dus geen twee verschillende materies. Alles is opgebouwd uit dezelfde elementaire deeltjes, de levende zowel als de dode materie. Dezelfde materie kan dus zowel dood als levend zijn. Daar zijn geen bovennatuurlijke krachten voor nodig: het universum heeft genoeg aan zichzelf. Maar toch is er een essentieel verschil: levende materie heeft naast de kenmerken van de dode materie andere, specifieke eigenschappen. De meest opvallende zijn dat levende wezens zich voortplanten op een of andere manier, en zo het leven in stand houden wanneer zij zelf sterven en weer herleid worden tot dode materie; dat zij zich actief aanpassen aan hun omgeving; dat ze zich voeden met elementen uit hun omgeving en zo energie opdoen die ze gebruiken om te leven; dat ze communiceren met elkaar.
Het universum is ontstaan ongeveer 13,8 miljard jaar geleden. Vanaf dan zijn in tumultueuze reacties de chemische elementen ontstaan die zich overal verspreid hebben, onder meer de chemische elementen die nodig zijn voor het ontstaan van het leven hier op aarde, namelijk koolstof, waterstof, stikstof, zuurstof, fosfor en zwavel. De aarde is ongeveer 4,5 miljard jaar geleden gevormd en het eerste primitieve leven ontstond een miljard jaar later uit de dode materie. Hoe dat precies gegaan is, weten we ongeveer, maar we zijn er nog niet in geslaagd om dat proces te herhalen. Hoe dan ook is het ontstaan van het leven op aarde een spectaculaire gebeurtenis, die misschien wel uniek is in het universum.
Door die minieme maar essentiële overgang van dode naar levende materie veranderde alles hier op aarde fundamenteel. Dode materie is niet competitief: de verschillende vormen van dode materie ondergaan elkaars invloed passief, zonder dat zij zich daartegen kunnen verzetten, en werken op elkaar in zonder dat ze zich daartoe kunnen beijveren. Maar eens het leven begint, ontstaat de struggle for life, en geldt de regel van de survival of the fittest, de wetmatigheid die Darwin onderkend heeft in het leven. Doordat levensvormen de specifieke eigenschappen hebben die we hierboven samenvatten, komt er een competitief proces op gang waarbij sommige levensvormen floreren en andere niet, omdat sommige spontaan ontstane levensvormen nu eenmaal beter geschikt zijn om te overleven dan andere. Dat maakt dat sommige levensvormen zullen behouden blijven en andere zullen verdwijnen. Toevallige genetische afwijkingen die een gunstig effect hebben op de levenskansen en die bovendien erfelijk zijn, zullen de bovenhand halen op andere, en zullen er voor zorgen dat binnen een bepaalde soort een evolutie plaatsvindt, waarbij de kenmerken van die soort een grondige verandering doormaken. Op een bepaald ogenblik zullen die eigenschappen zo verschillend zijn van de oorspronkelijke, dat exemplaren van de nieuwe soort zich niet meer kunnen voortplanten met die van de oorspronkelijke soort: een nieuwe levensvorm is ontstaan.
Dat proces heeft geleid tot een schier eindeloze diversiteit van het leven hier op aarde, en de mens is een van die talloze levensvormen. De motor van dat proces is het leven zelf: eenmaal er leven is, begint het samenleven, met alle gevolgen van dien. Aangezien er voortplanting is, waarbij de genetische informatie wordt overgedragen op de nakomelingen, kan er bij elke bevruchting spontaan een genetische afwijking ontstaan, die gevolgen heeft voor de kenmerken van het nieuwe levende wezen. Aangezien levende wezens zich voeden, energie omzetten, hun omgeving waarnemen en zich eraan aanpassen en onderling communiceren, zullen er altijd soorten en exemplaren zijn die daar beter in slagen dan andere. Wij hoeven ons niet af te vragen waar de levensdrang vandaan komt: leven is actief overleven in een omgeving, en dat leven in stand houden, ook na de individuele dood.
Het is opvallend dat alle levende wezens samenleven, met soortgenoten en met andere levende wezens. Het is evident dat dit een succesvolle overlevingsstrategie is. Samenwerkende soorten bevolken de aarde in massale aantallen. Soorten die daar niet in slagen, zijn steeds bedreigd in hun voortbestaan. De mens is een van de soorten die zich, dank zij de mentale vermogens waarover wij als soort beschikken, het best heeft aangepast aan het samenleven met anderen en met andere levensvormen. Dat wil niet zeggen dat onze samenleving volmaakt is, verre vandaar. Maar wij beschikken over mogelijkheden die andere soorten niet hebben, en zijn er zo in geslaagd om ons de laatste duizenden jaren sterk te vermenigvuldigen en een beschaving op te bouwen om die aantallen met een hoge levensstandaard te onderhouden.
Het is goed dat we deze fundamentele aspecten van het ontstaan en de evolutie van het leven goed onder ogen zien. Het grootste gedeelte van de wereldbevolking leeft in absolute onwetendheid over deze feiten en principes, of verwerpt ze vanuit een vooringenomenheid of indoctrinatie. Dat leidt tot allerlei misvattingen over de mens en zijn plaats in het universum en in de maatschappij. Indien wij wensen dat onze wereld en het leven dat erop ontstaan is werkelijk floreert, moeten wij steeds uitgaan van de fundamentele feiten omtrent ons bestaan. Alles wat daarmee in strijd is, kan niet anders dan in ons nadeel uitvallen.
Dat lijkt heel abstract, maar dat is het niet. Aanhangers van het creationisme, die alles verwerpen wat hierboven gezegd is, zijn ook tegenstanders van de evenwaardigheid van man en vrouw, van de rechten van andersdenkenden, van seksuele diversiteit, van de gelijkheid van alle ‘rassen’, van de democratie, van de vrijheid van mening en de uiting daarvan. Dat geldt in verschillende mate ook voor vrijwel alle godsdiensten. Wie de ware toedracht ontkent, moet wel iets anders verzinnen, en dat wil wel eens faliekant aflopen, zoals de geschiedenis helaas ten overvloede bewijst.
Inzicht in het ontstaan van het universum, van de Aarde en van het leven is essentieel voor ons bestaan en ons voortbestaan.





