De parabel van de Oude Man en de jonge, Wilfred Owen


Mijn lezing van het Bijbelverhaal van Abraham en Isaak heeft enkele uiteenlopende reacties opgeroepen. Een trouwe maar kritische lezer, van wie ik hier enkele sterk religieus getinte gedichten naar het Engels vertaalde, heeft het niet gemakkelijk met mijn atheïstische stellingnamen; dat is zijn goed recht, zoals het mijn privilege is om hier te schrijven wat me op de tong ligt, wat me van de lever moet, wat uit mijn hart komt, wat me voor de geest komt, op mijn eigen(zinnige) manier. Hij begrijpt ook niet goed wat ik voortdurend in de Bijbel ga zoeken, als ik toch niet gelovig ben.
Op dat laatste punt volg ik hem niet. Ik ben, zoals hij en zoals zeer velen van onze generatie, opgevoed met de Bijbel, het was dagelijkse kost voor ons, letterlijk. En dat was al eeuwen zo. Geen wonder dat de Bijbel deel is gaan uitmaken van onze cultuur. Wij beseffen niet half hoezeer wij getekend zijn door die christelijke en, in ons Vlaams geval, katholieke cultuur. Ik probeer, vanuit mijn atheïstische overtuiging, na te gaan waar onze vooroordelen en vooringenomenheden liggen, waar we zonder nadenken patronen volgen die ons ingeprent zijn door een religieuze achtergrond van tweeduizend jaar en door een onvoorstelbaar intense vorming vanaf onze kinderjaren.
Dus ga ik terug naar de bronnen: wat zegt de Kerk eigenlijk? wat bedoelen ze? wat staat er letterlijk? wat staat er in de Bijbel? Meestal stel ik daarbij vast dat wat wij denken dat er staat helemaal iets anders is dan wat er letterlijk staat. Wij hebben vage vermoedens en nog vagere herinneringen, maar wij lezen de Bijbel niet meer, noch de Catechismus, noch de pauselijke encyclieken of de andere officiële kerkelijke documenten. Wie kritiek wil uiten, moet goed geïnformeerd zijn. Dat zal ook mijn kritische lezer me niet kunnen aanwrijven.
Maar waarom wil ik zo graag kritiek leveren op de kerk, de gelovigen, de Bijbel? Het is een fel verzet dat bij mij al heel vroeg begon, van in de lagere school. Ik was het uitdrukkelijk oneens met wat men ons voorhield, ik geloofde niet wat men ons vertelde. Ik had het ook danig lastig met de katholieke manier van ‘opvoeden’, die gebaseerd was op morele druk, op het opdringen van schuldgevoelens, op gezag en hiërarchie, op orthodoxie, op het onderdrukken van opstandigheid, originaliteit, zelfstandig denken, op het weigeren van alle kritiek. Ik was ook gloeiend verontwaardigd over de cynische, hypocriete houding van de leraren, gezagsdragers en priesters en religieuzen, die het bij nader toezien niet erg nauw namen met de christelijke voorschriften: het waren ook maar mensen, zei men dan, alsof dat een excuus was.
Ik ben nog altijd bezig daartegen te reageren. Ik probeer de hypocrisie te ontmaskeren, de misleiding bloot te leggen, de al te simplistische uitleg te weerleggen. Mijn standpunt daarbij is, meen ik, verfrissend: aangezien er geen God is, echt niet, moeten we alles wat men als religieus voorstelt, alles wat godsdienst is, alles wat men aan God toeschrijft, op een andere manier verklaren. Als er geen God is, is er ook geen openbaring, op geen enkele manier: niet via de profeten, niet via de Bijbel, niet door de Kerk, er is helemaal niets dat niet afkomstig is van de mens zelf. Godsdienst is een louter menselijk verschijnsel en dus moeten we het benaderen vanuit dat perspectief. Er is dus niets bovennatuurlijks, gewijds of heilig, er is enkel wat de mens zelf bedenkt, verzint of ontdekt.
Passen we dat toe op de Bijbel, dan kunnen we de teksten lezen als geschreven door mensen, geïnspireerd door van alles, maar niet door God, niet door iets of iemand buiten de wereld om, maar door de wereld zelf. Dat is ook het verschil tussen filosofie en theologie: geen filosoof zal ooit beroep doen op goddelijke inspiratie, leergezag of openbaring, anders is hij geen filosoof meer. Theologen daarentegen vertrekken noodzakelijk en zonder aarzelen van de openbaring en proberen die dan (in het beste geval op een redelijke manier, zoals Thomas van Aquino) te verklaren. Ik zie in de Bijbelteksten, maar ook in alle andere, de Catechismus en de kerkelijke documenten, de liturgie, enkel de mens, nooit de hand van God en ik vind dat zeer verhelderend. Het verhaal van het offer van Abraham en Isaak krijgt voor mij, en hopelijk voor nog enkele anderen, op die manier wel degelijk betekenis, ook voor de moderne mens. Denken we daarbij aan de moeder die haar vijf kinderen ombracht en aan de andere familiedrama’s. Maar daarvoor is het nodig dat men het Bijbelverhaal vanuit een ‘louter’ menselijk perspectief bekijkt; dan ontvouwt zich wel degelijk een aangrijpende betekenis, die ons ontgaat als we het zien als een religieuze boodschap, als gezagsvolle geopenbaarde waarheid.
De Bijbel is een uniek document van de geschiedenis van een bepaald volk en heeft bovendien op onze ganse Westerse beschaving een stempel gedrukt die wij niet meer kunnen wegdenken of verwijderen. Om dat in te zien, volstaat het om een totaal andere cultuur of religie te bekijken, waarin er geen contacten zijn geweest met de onze, bijvoorbeeld het Zen-boeddhisme of het Hindoeïsme of het Japan voor de ‘ontsluiting’: wij kunnen met die mensen amper over het weer praten, zo intens verschillend is onze benadering van alles om ons heen. Onze beschaving is op een ingrijpende en definitieve wijze getekend door het joods-christelijk geloof en door tweeduizend jaar op dat geloof gesteunde geschiedenis. Dat is voldoende reden voor elke verstandige atheïst om zich intensief met het geloof en met die geschiedenis bezig te houden. Het is een vorm van cultureel gewetensonderzoek, van zelf-psychoanalyse, van bezinning. Het is een zoektocht naar de waarden en de waarheid achter de verhalen, de symbolen, de metaforen, de beelden en de beeldspraak, om de echte wortels van ons menselijk bestaan-in-de-wereld te ontdekken, om onder de talloze retouches en het vergeelde vernis de hand van de meester bloot te leggen, of de elegante erectie van Priapus.
Een gans andere reactie kreeg ik uit onverwachte hoek. Bij het lezen van een hoofdstuk in een wetenschappelijk verzamelwerk over Spinoza, was ik enkele dagen geleden zo onder de indruk van de inhoud en de literaire kwaliteiten, dat ik meteen de auteur ging opzoeken op internet, om hem dan een lange mail te sturen, waarin ik de evolutie schetste die mij, vooral sinds ik op pensioen ben, gebracht heeft bij mijn atheïstische standpunten en bij de onderwerpen en de auteurs die ik ook hier in mijn teksten uitvoerig belicht. Tot mijn aangename verrassing kreeg ik vrijwel onmiddellijk een zeer vriendelijke mail terug. Het gaat om de Britse emeritus professor Jonathan Bennett, geboren in 1930, analytisch filosoof en historicus van de vroeg moderne filosofie. Hij onderhoudt een uiterst interessante website, waarop hij teksten van die vroeg moderne filosofen ver- of hertaalt in modern Engels. Je moet maar eens gaan kijken en een bladzijde lezen, dan weet je wat ik bedoel; Als je daar klaar bent, klik dan op de back-toets helemaal bovenaan links om terug te keren naar deze tekst.
De professor was zo vriendelijk ook eens op mijn blog te komen kijken en was, ondanks het feit dat hij het Nederlands niet machtig is, toch nogal onder de indruk van wat ik hier allemaal doe. Bij mijn Abraham/Isaak-tekst en bijhorende Rembrandt vermeldde hij ook zijn spontane en filosofische afschuw bij het verhaal. Maar hij stuurde me ook de tekst van een gedicht dat ik niet kende en dat over dit Bijbelverhaal gaat. Het is van de hand van de Britse dichter Wilfred Owen, geboren in 1893 en gesneuveld op 4 november 1918; zijn moeder ontving het telegram dat zijn overlijden meldde toen buiten de klokken het einde van de oorlog luidden.
Dit is de Engelse tekst:
The Parable of the Old Man and the Young
So Abram rose, and clave the wood, and went,
And took the fire with him, and a knife.
And as they sojourned both of them together,
Isaac the first-born spake and said, My Father,
Behold the preparations, fire and iron,
But where the lamb for this burnt-offering?
Then Abram bound the youth with belts and straps
and builded parapets and trenches there,
And stretchèd forth the knife to slay his son.
When lo! an angel called him out of heaven,
Saying, Lay not thy hand upon the lad,
Neither do anything to him, thy son.
Behold! Caught in a thicket by its horns,
A Ram. Offer the Ram of Pride instead.
But the old man would not so, but slew his son,
And half the seed of Europe, one by one.
En dit is mijn onpoëtische vertaling:
Parabel van de oude man en de jonge
En Abraham stond op, en kliefde het hout en ging op weg,
en nam vuur met zich mee, en een mes.
En terwijl ze zo alle twee samen op stap waren,
sprak Isaak de eerstgeborene en zei: Vader,
kijk, we hebben onze voorbereidingen, vuur en staal,
maar waar is het lam voor dit brandoffer?
Toen bond Abraham de jongen met riemen en repen
en bouwde daar schansen en grachten,
en hief hoog het mes om zijn zoon te slachten.
Toen riep hem plots een engel uit de hemel,
die zei: sla je hand niet aan de jongen,
en doe geen kwaad aan je zoon.
Kijk, daar met zijn hoorns verstrikt in het kreupelhout
is een ram. Offer de Ram van de Trots in zijn plaats.
Maar dat wou de Oude Man niet, en hij slachtte zijn zoon,
en half het zaad van Europa, een voor een.



















