Sophie's Choice: het minste kwaad


Wij kennen het gezegde dat men altijd het minste van twee kwaden moet kiezen. In het Engels is dat: to choose the lesser of two evils.
Het lijkt een gezond principe: als je voor de keuze staat tussen twee onaantrekkelijke opties, dan kies je voor de minst slechte, al was het maar om de schade te beperken.
Maar het is een gevaarlijk principe. In de internationale politiek heeft het herhaaldelijk rampzalige gevolgen gehad. Zo hebben de V.S. al te vaak rechtse dictators verkozen boven hun linkse of communistische opposanten. Hun keuze voor the lesser evil was maar het begin van het uitbundig meewerken aan misdaden tegen de mensheid. Ook de aanvankelijk berustende reacties van de andere Westerse landen op Hitler, Stalin, Mussolini, Franco waren ingegeven door de gedachte dat het alternatief nog slechter was.
Ook wij denken vaak zo. Wij vinden zeker niet alles goed wat ‘Amerika’ uitgespookt heeft sinds 1945, maar wie zou liever achter het IJzeren Gordijn geleefd hebben? Zelfs Sartre niet…
Het gezegde heeft echter maar zin als er werkelijk geen andere keuze is, als we voor een dilemma staan; in het Engels zeggen ze dan: damned if you do, damned if you don’t. Het Griekse lèmma (van lambanein, nemen) is iets dat men aanneemt, in de logica een stelling of een premisse waarvan men aanneemt dat ze juist is; een di-lemma is dan een twee-stelling, een dubbele stelling waarin de beide opties evenwaardig zijn, even goed of even slecht; gewoonlijk gebruikt men het woord voor gevallen waarin beide mogelijkheden even slecht zijn. Enkel in dat geval, als er werkelijk geen andere keuze is en men is ervan overtuigd dat ook op langere termijn de ene optie beter uitvalt dan de andere, kan men eventueel kiezen voor het minste kwaad.
Maar hoe vaak staan we echt voor een dilemma? Gelukkig voor ons zijn er meestal verscheidene mogelijkheden en worden we niet voor de hartverscheurende vraag gesteld uit de film Sophie’s Choice, die onlangs nog op Canvas+ te zien was: een boosaardige Nazi stelde een Poolse moeder voor de keuze welk van haar beide kinderen ze wou bij zich houden; het andere wachtte een zekere dood. Ze moest kiezen, het was het ene kind of het andere dat zou sterven. In haar ontreddering liet ze haar jongste dochtertje gaan en koos ze voor haar iets oudere zoontje.
Als je de (zeer ‘Amerikaanse’) film bekijkt, stel je je onvermijdelijk ook die vraag: wat zou ik in dat geval gedaan hebben?
Ik weet het niet, het is niet te voorspellen, je kan zoiets niet weten, tenzij je werkelijk in dat geval geweest bent. Wij leven in andere tijden en in een land waar dergelijke dilemma’s ondenkbaar zijn en dat is maar goed ook. Maar het is een kunstmatige vraag, een literaire formule, bedacht door een auteur/regisseur om zijn lezers/kijkers te choqueren. De Nazi’s waren pervers, maar (meestal) niet op die manier; hun kwaadaardigheid was, zoals Hannah Arendt het stelde, banaal. Eichman voerde zijn bevelen op een bijna saaie manier uit, net zoals vele andere Duitsers die actief betrokken waren in de uitroeiing van Joden en andere untermenschen; zij waren geen psychopaten, geen wellustelingen, maar ambtenaren. Enkele jaren geleden is er een geval geweest van een Zwitserse man die zich uitgaf voor een Jood die de Holocaust overleefd had en die in boeken en lezingen ‘zijn’ schokkend verhaal bracht, vol horrortaferelen: ook dat bleek verzonnen. Voor dat soort literaire horror was er in de Holocaust geen tijd. De echte gruwel lag in de onmenselijke efficiëntie van de liquidatie van mensen, in de vrijwel industriële uitroeiing van miljoenen burgers.
Ongetwijfeld hebben zich toen menselijke drama’s voorgedaan en hebben familieleden op een gruwelijke manier afscheid moeten nemen van elkaar. Allicht hebben velen zelf gekozen voor de dood, onmachtig hun geliefden te overleven, of zijn door het ondraaglijk leed de waanzin in gedreven, de enige uitweg uit uitzichtloze situaties.
Wij moeten ons steeds afvragen of er werkelijk geen andere keuze is, of er echt maar twee mogelijkheden zijn, of er werkelijk een dilemma is, of er echt geen uitweg is uit de impasse. We moeten beseffen dat bewust kiezen voor iets dat niet goed is, ook al is het net iets minder slecht dan iets anders, een lesser evil, toch altijd nog slecht is. Het was misdadig dat ‘Amerika’ de Taliban bewapende in hun strijd tegen de Russen. Het was een zware politieke én morele vergissing dat Engeland en Frankrijk zich neerlegden bij de annexatie van Oostenrijk door Hitler. De inval in Irak was niet goed te praten, zelfs indien slechts de helft van de ‘bewijzen’ juist waren geweest, quod non; de oorlog in Afghanistan evenmin, de beslissing van president Obama om de strijd aldaar op te voeren is nefast. Wij moeten niet kiezen voor het mindere kwaad, wij mogen niet opteren voor of ons neerleggen bij gelijk welk kwaad, in tegendeel, wij moeten ons ertegen verzetten, we moeten blijven zoeken naar een oplossing die geen kwaad inhoudt. De weg van het het minste kwaad mag niet de weg van de minste weerstand worden, de gemakkelijkheidsoplossing.
Wanneer het er werkelijk op aankomt, moeten we de moed hebben om radicaal elk kwaad te verwerpen, ook het mindere.
Laten we hopen dat wij nooit in omstandigheden komen waarin wij voor die keuze geplaatst zijn, waarbij we daadwerkelijk tot het uiterste getest worden en het voor iedereen, vooral ook voor onszelf, duidelijk is uit welk hout we gesneden zijn.


















