
Seksualiteit is een overweldigend onderwerp. Ik bedoel daarmee vooral dat je er kan blijven over praten, het is onuitputtelijk, c’est la mer à boire. Ook hier op mijn blog had ik het al verscheidene keren daarover:
- erfelijkheid en incest, klik hier https://blog.seniorennet.be/kareldhuyvetters/archief.php?ID=341
- le demon du midi, klik hier https://blog.seniorennet.be/kareldhuyvetters/archief.php?ID=18209
- incest en seksueel geweld, klik hier https://blog.seniorennet.be/kareldhuyvetters/archief.php?ID=382
- seksuele revoluties, klik hier https://blog.seniorennet.be/kareldhuyvetters/archief.php?ID=148
- de verkrachting van de Sabijnse maagden, klik hier https://blog.seniorennet.be/kareldhuyvetters/archief.php?ID=35098
- oude bokken lusten groene blaadjes, klik hier https://blog.seniorennet.be/kareldhuyvetters/archief.php?ID=157
Wat heb ik daaraan nog toe te voegen? Och, van alles. De aanleiding is deze keer een uitzending op Canvas van eergisteren, heel laat op de avond, als de kinderen al naar bed waren. Het onderwerp was een geval van seksueel misbruik door een Ierse priester, gedurende bijna dertig jaar, in elk van de opeenvolgende Amerikaanse gemeenschappen waarnaar hij werd verplaatst. Zijn slachtoffers waren jongens en meisjes, jonge en oudere vrouwen; het jongste meisje was amper negen maand oud, negen maand! De documentaire ging ook over de manier waarop de katholieke kerk, zowel de plaatselijke als de universele, daarmee omging.
Wij hebben niet goed geslapen, die nacht.
De volgende dag hebben Lut en ik met elkaar over gesproken over het programma en over seksueel misbruik door priesters in het algemeen. Lut vermoedde dat ik wel in mijn pen zou klimmen om een agressieve blog te plegen. Maar het programma had me zo sterk aangegrepen, vooral door de schrijnende reacties van de betrokkenen, de slachtoffers en hun ouders, dat ik wat meer tijd nodig had om het te verwerken. Het leek me ook te gemakkelijk om te gaan fulmineren tegen al wat priester en kerk is. De vragen die bij mij opkwamen groeven naar meer fundamentele kwesties.
Seksualiteit zit in de mens. Technisch-biologisch gezien is het is onze manier om ons voort te planten. Maar dat is maar een zeer bescheiden aspect van een inderdaad bouleverserend fenomeen. Zo kan je ook zeggen dat onze hersenen dienen om beter te overleven in de wereld, of dat onze stem dient om te spreken, onze ogen om te kijken &c, daarmee is zo goed als niets gezegd. Onze voortplanting gebeurt in een vrij korte periode van ons leven, meestal niet meer dan een jaar of tien of nog veel korter. Hier bij ons in België is het gemiddeld aantal kinderen per vrouw ongeveer 1,7; heel wat mensen hebben geen kinderen. Als men alleen maar naar de voortplanting kijkt, zou de seksuele activiteit van de mens wel héél beperkt zijn.
De mens is een seksueel wezen. Hij is altijd seksueel actief, in tegenstelling tot heel wat diersoorten die zich inderdaad tot de voortplanting beperken of tot een bepaalde periode van het jaar, wanneer ze bronstig zijn. De mens is seksueel actief van op vrij jonge leeftijd en blijft dat tot op zeer hoge ouderdom. Maar in ruimere zin zijn wij gedurende ons hele leven essentieel seksueel, het is onze manier van in de wereld zijn.
Wij zijn man en vrouw, met enkele zeldzame vormen daartussenin, en elk van ons beleeft dat op een eigen manier. Statistisch gezien zijn er vooral heteroseksuelen, maar de grenzen met homoseksualiteit zijn voor velen verre van scherp. Er zijn vele vormen om de menselijke seksualiteit te beleven. Er zijn weinig domeinen waarin de mens zo vindingrijk, ja pervers is. Wij leven in een tijd en een cultuur waarin de gangbare opinie over seks is dat alles toegelaten is tussen consenting adults, volwassenen die toestemmen. Dat betekent niet dat jong en oud van de vroege morgen tot de volgende niets anders doet dan rollebollen met jong en/of oud in elke van de talloze posities van de Kama Soetra. Maar er gebeurt wel een en ander, al was het maar om het te kunnen vastleggen met de camera om het te vertonen aan anderen, voor hun genot. Een boek of film, een tv-programma, een advertentie zonder seks heeft nauwelijks kans op succes.
Seks is niet weg te denken uit ons leven of onze maatschappij. Er is een zekere ordening, er zijn wetten, er zijn dingen die je niet doet. Maar er is ook ongeordend gedrag, de wetten worden overtreden en ook de meest ondenkbare dingen doet men toch. Een oude spreuk zegt: als den steert staat, zit ’t verstand in de klooten. Als de ‘goesting’ een mens aangrijpt, is er niet veel nodig voor het tot seks komt en daarbij wordt ongeveer alles over het hoofd gezien, men riskeert hebben en houden, gezin en vrienden voor het relatieve en kortstondige genot. En dat gedrag wordt ook aanvaard, grotendeels, want wie kan zeggen dat hij niet het zelfde zou doen?
Toch zijn er grenzen. Het incestverbod is er een van, overspel, verkrachting, seksueel misbruik van kinderen ook. Dat ze verboden zijn betekent meteen ook dat het nodig is om ze te verbieden, dat er mensen zijn die het willen doen en het inderdaad ook niet (kunnen) laten. De vervolging en de bestraffing is een delicate, precaire zaak: wat mensen met elkaar doen op seksueel gebied is vrijwel onbespreekbaar in het openbaar of voor een rechtbank, wie zal zeggen wat er precies gebeurd is en wat elk van de betrokkenen daarbij dacht of voelde? Men weet heel zeker dat maar een heel klein gedeelte van alle seksuele conflicten ooit ter sprake komt; nog een veel kleiner aantal leidt tot rechtspraak en de meeste daarvan eindigen onbevredigend voor ten minste een van de betrokkenen.
Dat priesters betrokken zijn bij ongewenst seksueel gedrag, dat hebben we altijd al geweten. Priesters zijn mensen, er is dus geen enkele reden om aan te nemen dat zij op seksueel gebied anders zouden zijn, door hun roeping, opleiding of wijding, dan al de andere mensen. Zij mogen dan al geloften afleggen, maar ook gehuwden leggen geloften af en ongehuwden moeten zich ook aan de regels houden van de maatschappij. Wij moeten dus van priesters niets anders verwachten dan van de rest van onze medemensen, wij moeten voor hen de lat niet hoger leggen dan voor onszelf.
Seksualiteit is intrinsiek intiem gedrag. Het speelt zich, op zeldzame en wellicht mythische groepsactiviteiten na, af in de beslotenheid, vaak zelfs met gesloten ogen, het liefst zonder toeschouwers of getuigen. Dat betekent dat als mensen zich in dergelijke omstandigheden bevinden, de kans op seksuele handelingen groter wordt. Tijdens massale recepties kan er wel gelonkt en gegeild worden en afspraken gemaakt voor nadien, maar van expliciete seks is er nauwelijks sprake. Maar als twee mensen gedurende enige tijd met elkaar alleen zijn, dan is het vrijwel altijd prijs: ten minste een van hen voelt zich vroeg of laat ooit wel eens min of meer seksueel aangetrokken tot de andere. Personen die beroepshalve in die omstandigheden verkeren, weten er alles van. Artsen, psychiaters, verzorgers, begeleiders, onderwijzend personeel en ook priesters hebben een seksueel beroepsrisico. Er is misschien enige kans dat gewenning tot inperking van de lust leidt, zoals men wel eens veronderstelt van gynaecologen, maar daarop zou ik toch maar geen huizen bouwen.
Het is dus de vraag of afwijkend seksueel gedrag bij priesters meer voorkomt dan bij vergelijkbare groepen van de bevolking. De overtuiging leeft dat zij het moeilijker hebben om zich te beheersen dan anderen omdat zij gebukt gaan onder de celibaatsverplichting. Concreet betekent dat eigenlijk enkel dat zij niet mogen huwen; er zijn echter talloze andere vormen van samenleven en vele priesters hebben die ongetwijfeld beoefend en zo de grenzen afgetast van het begrip van hun partners en hun oversten. Ook voor andere ongehuwden zouden we dan een grotere tolerantie moeten opbrengen, maar dat is geen algemeen aanvoelen. Bij priesters denken we: ze hebben er wel zelf voor gekozen, maar ze doen het om beter ten dienste te staan van de gemeenschap; als ze dus hun taak naar behoren vervullen, dan willen we wel een oogje dichtknijpen voor een peccadille, een amoureus slippertje of een onofficiële onduidelijke al dan niet seksuele relatie. We kunnen zelfs begrip opbrengen voor het beroepsrisico, ze staan bloot aan de ‘verleidingen’ zoals andere hulpverleners: intieme omgang met kwetsbare personen.
Maar er is toch wel heel wat meer aan de hand. De kerken doen er sinds eeuwen werkelijk alles aan om het seksueel misbruik door priesters te verbergen. Het wordt botweg genegeerd, ontkend in alle toonaarden. Wie een dergelijke beschuldiging durft te uiten, wordt zelf in vraag gesteld, verdacht, beschuldigd. Er rust een ongelooflijk taboe op het onderwerp en dat is slechts heel langzaam aan het veranderen, zelfs nu er tienduizenden concrete gevallen zijn van mensen die met hun verhaal naar de burgerlijke overheid durven stappen en de kerk miljarden heeft betaald aan wat ik in dit geval niet echt ‘minnelijke’ schikkingen durf noemen: vergoedingen in ruil voor het afzien van vervolging. Binnen de kerkelijke hiërarchie is het verschijnsel ongetwijfeld al eeuwen bekend, net zoals bij de gewone mens, maar dat bewustzijn heeft niet de minste invloed gehad op het fenomeen. Ik haast me te zeggen dat het niet over alle priesters gaat, goddank nee. Er zijn priesters die zich dapper zo goed mogelijk aan de celibaatsverplichting hebben gehouden. Er zijn ook de ‘menselijke’ overtredingen van de (in mijn opinie dwaze) celibaatsverplichting, waarbij priesters, in ons geval van katholieke priesters, zich eigenlijk maar gedragen zoals andere mensen, gehuwde of ongehuwde en er dus weinig reden is om hen iets kwalijk te nemen, behalve een stevige dosis hypocrisie.
Maar er zijn al heel lang veel meer dan overtuigende aanwijzingen dat bij priesters en andere religieuzen seksueel misbruik zeer nadrukkelijk vaker voorkomt dan bij elke andere bevolkingsgroep. De zaak wordt nog kwalijker doordat de kerkelijke overheden vrijwel nooit ingrijpen en het misbruik dus, zoals in de documentaire, vele jaren lang kan voortduren en de rij van slachtoffers steeds maar langer wordt. De kerk behoudt zich het recht voor om zelf met ‘het probleem’ om te gaan, verzet zich met alle macht tegen vervolging door burgerlijke rechtbanken. De kerk is wellicht ook de enige instelling waarin seksueel misbruik geen reden is tot (onmiddellijk!) ontslag: tu es Sacerdos in aeternum, een priesterwijding kan niet ongedaan gemaakt worden.
Daarin is mijns inziens de kern van het probleem grotendeels gelegen. De kerk creëert als het ware onvermijdelijk de omstandigheden waarin seksueel misbruik zich gemakkelijk kan voordoen, maar daarin verschilt ze nauwelijks van andere hulpverlenende instanties; het probleem is dat zij dit risico negeert en niet optreedt bij zelfs de meest ernstige criminele overtredingen. Het gevolg is dat het misbruik in stand gehouden wordt, maar ook dat de kerk een in verhouding veel groter aantal mensen heeft aangetrokken met een min of meer labiele seksuele persoonlijkheid of met regelrechte seksuele afwijkingen en crimineel, dus strafbaar seksueel gedrag, precies omdat deze mensen zich bewust of onbewust veilig wisten, beschermd door het taboe, de onuitgesproken samenzwering, het bedekken met de mantel der ‘liefde’, de zo kwalijk riekende kerkelijke doofpot.
De documentaire moge dan al eenzijdig geweest zijn, mede door het onbegrijpelijk verzet van de kerkelijke overheid tegen elke dialoog en de onwil om over het specifieke geval van de Ierse priester ook maar één zinvol woord te zeggen, toch heeft ze ons diep geraakt, door het sobere maar hartverscheurende relaas van de feiten en de confrontatie met enkele van de slachtoffers en hun familieleden, door de sluwe perversiteit die de dader ook nu nog uitstraalde, maar niet minder door de hardvochtige, onmenselijke minachting die vertegenwoordigers van de kerkelijke hiërarchie hier zo liefdeloos ten toon spreidden tegenover het diepe leed en de ontreddering van de zo deerlijk geschonden gelovigen.