Things fall apart, the center cannot hold!


De primitieve mensen evolueerden spectaculair snel, relatief gesproken, eens de hersenen ons een voorsprong hadden gegeven tegenover onze soortgenoten. Maar de struggle for life en de survival of the fittest gold niet alleen in de competitie met andere dieren en met de onberekenbare natuur. Het was in de eerste plaats in de confrontatie met de naaste soortgenoten, de voorlopers die de volgende stap in de evolutie niet gezet hadden, dat de nieuwe mens zich profileerde: zij bleken een gemakkelijk te overwinnen natuurlijke tegenstrever: in een krachtmeting tussen louter bruut geweld en de combinatie van dat zelfde geweld met verstand is de overwinnaar van te voren bekend, althans in principe, op termijn, statistisch bekeken en daarover gaat het in de evolutie. De directe voorlopers van homo sapiens hadden geen schijn van kans en verdwenen snel en definitief van het toneel, alleen enkele skeletten zijn overgebleven.
De volgende belangrijke uitdaging diende zich aan toen de nieuwe, superieure soort, onder meer door de afwezigheid van valabele natuurlijke vijanden, zich sneller ging vermenigvuldigen. Eén enkele familie werd een clan, een nomadenstam, een dorpsgemeenschap, een bewoonde landstreek. De medemensen waren steeds minder verwant met elkaar en de spanningen die ook binnen families niet uitblijven, staken de kop op in die eerste ruimere gemeenschappen. De Bijbel geeft ons een zeer realistische beschrijving van wat er zoal kon verkeerd gaan in die vroege dagen van onze geschiedenis. Homo homini lupus, de mens is als een wolf voor zijn medemens. Je kan daarover misschien even het verhaal van Kaïn en Abel nalezen: https://blog.seniorennet.be/kareldhuyvetters/archief.php?ID=442.
In die onderlinge strijd heeft onze soort zich verder ontwikkeld, steeds meer afstand genomen van de ‘mindere’ wezens. Dat is typisch voor grote doorbraken. Eenmaal men een iets ontdekt heeft, ziet men plots talloze andere, onvermoede mogelijke toepassingen. En er was zoveel te ontdekken: het vuur en bakken en koken en zich verwarmen, de landbouw en de veeteelt, zwemmen, scheepvaart, zich kleden, werktuigen maken, de sterrenhemel en de seizoenen &c. Van het een komt het ander: een primitieve knots als wapen kan met de nodige aanpassingen ook gebruikt worden om bomen te vellen, dieren te doden, huiden te bewerken, graan te dorsen. De vindingrijkheid van de mens kent geen grenzen. Op korte tijd was de wereld onherkenbaar veranderd, overal drukte de mens zijn stempel op zijn omgeving. De witte vlekken op de wereldkaart werden snel zeldzaam, de bevolkingsexplosie was niet meer af te remmen, zelfs niet door verschrikkingen als de pest.
Maar in elk van die mensen sluimerde nog steeds het oerconflict: Ein Mensch ist kein Tier, maar wij mensen kunnen niet vergeten dat we ooit dieren waren. Onze superhersenen veroorzaakten een radicale breuk met alle andere levende organismen en wezens, maar we bleven met heel ons lichaam, inclusief onze hersenen, onlosmakelijk verankerd in de natuur die ons heeft voortgebracht. Uit die tweespalt is de hogere beschaving ontstaan: taal, kunst, literatuur, religie, filosofie.
In mythen en religie probeerde de mens zijn verbondenheid met de natuur vast te houden en opnieuw te beleven. Maar zijn zelfbewustzijn verzette zich daartegen met kracht: niet de goden beheersen de wereld, maar de mens, die de maatstaf der dingen is. Onze beschavingsgeschiedenis is een lange, moeizame tocht vol conflicten tussen die twee verscheurende uitersten. Het is vandaag niet anders, er is nog steeds geen oplossing voor het menselijk conflict, er is zelfs geen aanzet, geen perspectief op een bevredigende synthese, elke mens blijft dansen op het slappe touw, voelt elk moment de storm in zijn ziel, zwalpt op eb en vloed van die twee nauwelijks verzoenbare stuwende krachten.
Het is niet ondenkbaar dat onze hersenen zich overontwikkeld hebben, zowel in hun fysieke structuur als in het gebruik dat wij ervan maken. Onze technologisch ondersteunde beschaving is zo complex geworden dat een individu geen enkel zicht meer heeft op het geheel. Dat verhindert ons weliswaar niet om er volop gebruik van te maken: een kind kan vaak beter met een GSM om dan een geleerde professor, ook zeer eenvoudige mensen hebben toegang tot de hoogste en duurste verworvenheden van de moderne geneeskunde zoals scanners. Maar voor toponderzoekers en topmanagers zijn de vereisten ontiegelijk hoog en dat geldt in alle domeinen. De druk is ondraaglijk geworden, ook op de eenvoudige mens. Het leven is er niet gemakkelijker op geworden, deelnemen aan de beschaving is niet altijd een onverdeeld plezier.
Nog nooit zijn er zoveel beschavingsziekten geweest, waarvan de oorzaak moet gezocht worden in de onnatuurlijke omgeving die de mens zich heeft geschapen. Ongeveer de helft van alle ziekten heeft ten minste een psychische oorsprong. Het aantal zieken met hersenaandoeningen neemt onheilspellend toe, en niet alleen bij ouderen. Depressie is een alledaags verschijnsel, net zoals burn-out, manisch-depressief gedrag en zwart gat. Nog nooit waren er zoveel zelfdodingen. Er zijn meer echtscheidingen dan huwelijken. Porno viert hoogtij, seksualiteit is een goed op zich geworden, grotendeels los van de voortplanting. Bewegen doen we nog enkel in de fitnesszaal. Onze realiteit is vaker virtueel dan reëel. Geen wonder dat men de mens een ziek dier noemt.
Om gewoon te overleven hebben we misschien maar een tiende nodig van de mogelijkheden die onze hersenen hebben op topmomenten of bij uitzonderlijk begaafde exemplaren. Wat doen we met de rest? Onder meer druk bezig zijn met porno, zoals blijkt uit onderzoeken naar het gebruik van het internet…
Talloze mensen nemen hun toevlucht tot allerlei middelen om hun op hol geslagen bewustzijn tot rust te brengen, om de interne storm te overleven, om te blijven functioneren in de steeds meer eisende wereld. Het lijkt wel of de hele wereld Prozac neemt, drugs snuift en spuit en drinkt en rookt, bij de psychiater zit of ligt, zich maniakaal in het werk stort, zich overgeeft aan collectief ‘uit de bol gaan’ op megafuiven, rockconcerten, voetbalmatchen, in Olympische gekte, emotionele afscheidsvieringen van sportkampioenen of religieuze massabijeenkomsten.
De beschaving die we met gezamenlijke maximale inspanningen van de menselijke intelligentie hebben opgebouwd blijkt nauwelijks leefbaar voor het individu. De strenge wetenschappelijke rationaliteit waarmee we de wereld hebben geordend, is ver zoek in de manier waarop we als individu of als gemeenschap in die wereld staan en gaan. De zelfdestructie van de beurzen en de banken die we de laatste tijd mee organiseren is daarvan een verontrustend voorbeeld, de voortslepende communautaire crisis in eigen land een ander.
Stilaan neemt de verwarring apocalyptische dimensies aan: Things fall apart, the center cannot hold, mere anarchy is loosed upon the World, schreef Yeats, klik hier voor de volledige tekst en mijn vertaling van het schrikbarend visionaire gedicht uit 1920: https://blog.seniorennet.be/kareldhuyvetters/archief.php?ID=101.



















