de verkrachting van de Sabijnse maagden
Uit de vroegste geschiedenis van Rome, ons verteld door Livius (-57 – 17) en Plutarchus (46-120), kennen we het verhaal over de roof van de Sabijnse maagden. Het is een thema dat vooral in de Renaissance en de Barok het onderwerp is geweest van intussen beroemde schilderijen ( Poussin, Rubens, David) en beeldhouwwerken (Giambologna), maar ook Picasso heeft zich aan dit erotisch getinte verhaal gewaagd.
Kort samengevat komt het hierop neer dat de groep Romeinse jongelingen, die net hun stad hadden gesticht, bij hun buren gingen aankloppen om echtgenotes te vinden: ze vroegen het recht op onderlinge huwelijken met de naburige stammen. Zoals te verwachten hadden die daarvoor geen belangstelling: wat was er te verwachten van schoonzonen die uit den vreemde waren aangekomen zonder have of goed en zich hadden gevestigd in een moerassig gebied? Romulus, de aanvoerder, organiseerde daarop een groot feest, waarop alle buren welkom waren. Vooral de Sabijnen kwamen erop af, met heel hun huishouden. Ze waren onder de indruk van wat de Romeinen op korte tijd hadden gerealiseerd en genoten van spijs en drank. Op een afgesproken teken trokken de Romeinen hun wapens en maakten zich meester van de Sabijnse jonge vrouwen; hun familieleden vluchtten weg in verwarring. Aanvankelijk wilden de jonge Sabijnsen niet weten van hun overweldigers, maar toen Romulus hen had uitgelegd dat zij de wettige echtgenotes zouden zijn van hun Romeinse mannen en dat hun kinderen vrije burgers van Rome zouden zijn, stemden zij toe in het huwelijk. Dat de Sabijnen daarmee geen vrede namen, ligt voor de hand. Het kwam tot een oorlog, maar voor die goed en wel kon beginnen kwamen de nu Romeinse jonge vrouwen met hun ondertussen geboren kinderen tussenbeide, letterlijk dan, om te verhinderen dat hun ouders hun echtgenoten zouden doden, of hun mannen hun ouders.
In het Engels is dit verhaal bekend als The Rape of the Sabine Women. Wij weten dat rape ‘verkrachting’ betekent, maar in dit geval spreken wij van de ‘roof’ en terecht, want van verkrachting, in de betekenis van seksueel geweld, is hier niet echt sprake, enkel van ontvoering, maar gevolgd door huwelijksaanzoek, instemming en officiële bekrachtiging. De etymologie bevestigt dit: Lat. rapere betekent roven, met geweld wegvoeren, ontvoeren. Pas rond 1500 vinden we het in de hedendaagse betekenis in het Engels als werkwoord, het substantief nog honderd jaar later.
Het verhaal dat Livius en Plutarchus voor ons opdissen, moeten we met enige argwaan bekijken. Vooreerst is het geschreven meer dan 750 jaar na de ‘feiten’: Rome zou gesticht zijn in -753. Het lijkt meer dan waarschijnlijk dat de werkelijkheid minder fraai was. Zo weten we uit antropologische studies dat primitieve stammen zich schuldig maken aan het roven van vrouwen van naburige stammen; meestal doden ze daarbij de betrokken mannen, zodat ze niet hoeven te vrezen voor wraakacties. Dit is ook het verhaal dat we in de Bijbel vinden: de Iraëlieten doden, op bevel van Mozes en van Jahweh zelf, alle mannen, mannelijke kinderen en gehuwde vrouwen van de volksstammen van het hen beloofde land en nemen de ongehuwde meisjes als vrouw (Numeri 31, 17; Deuteronomium 20, 14).
Evolutionaire biologen en psychologen hebben het vaak over dit thema, dat een belangrijk aspect moet geweest zijn van de primitieve samenlevingen en dat derhalve zijn sporen moet nagelaten hebben in de moderne mens. Vrouwenroof en verkrachting, want dat was het eigenlijk toch wel, heeft wel degelijk bestaan; het moet in de vroege jaren van onze ‘beschaving’ een aantrekkingskracht gehad hebben en de rovers een voordeel bezorgd hebben: uitbreiding van de mogelijkheid tot voortplanting, vergroten van de kans op overleven, de twee elementaire regels van alle leven.
Het is veel minder duidelijk of de hedendaagse problematiek van verkrachting veel te maken heeft met die primitieve en gewelddadige, bijna dierlijke manier van ‘gezinsvorming’. De statistieken over verkrachting in onze moderne maatschappij tonen aan dat in slechts 2% van de gevallen de verkrachter een vreemde is, in alle andere is het de vaste partner (21,6%), een ‘losse’ vriend (16,5%), een vroegere vaste vriend (12,2%), een kennis (10,8%), een ‘goede’ vriend (10,1%), een afspraakje (10,1%), de echtgenoot (7,2%). In elk van deze gevallen gaat het enkel om verkrachting, niet over roof en daarop volgende vaste relatie. Het wijst erop dat mannen, zoals mannelijke dieren, veel meer belangstelling hebben voor seks met andere partners dan hun vaste, dan vrouwen, die veel kieskeuriger zijn. Mannen die een vrouw verkrachten, konden (vóór er voorbehoedsmiddelen waren en abortus) er vrijwel zeker op rekenen dat de vrouw voor hun kind zou zorgen, ook als zij zelf de biezen namen; zo konden zij hun kansen op voortplanting vergroten. Voor vrouwen is verkrachting veel minder interessant: zij hebben niets aan een man die hen prompt in de steek laat na de seks, die niet voor vrouw en kind zorgt; vandaar ook dat zij geen losse partner zoeken, maar een betrouwbare en geen losse seks, maar een vaste relatie. Zij zullen zich dus verzetten tegen verkrachting. Vrouwen die een kind van een vreemde man in hun relatie brengen, zijn evenmin in een benijdenswaardige situatie: hun ‘vreemd’ kind zal moeten afrekenen met de afkeer en de woede van de ‘vader’ en de competitie van de ‘eigen’ kinderen.
Een ander aspect van verkrachting is het seksueel geweld in oorlogssituaties. Terwijl in primitieve stammen oorlogen vaak over vrouwen gingen én gaan, tot en met de strijd om Troje, is in de ‘beschaafde’ wereld oorlog de gelegenheid voor de soldaten om zich te buiten te gaan aan roof, moord en seksueel geweld, daarvan biedt onze geschiedenis een tragische catalogus, met als afschrikwekkend dieptepunt de stelselmatige verkrachting van burgerslachtoffers op grote schaal en de uitmoording van de mannen in vrijwel alle conflicten van de 20ste eeuw, een praktijk die ook vandaag nog voortdurend voorkomt in de smerige oorlogen die we elke avond even in het nieuws krijgen, maar waaraan geen enkele internationale organisatie een einde blijkt te kunnen stellen. Dit is de biologisch absurde combinatie van de vrouwenroof en het uitmoorden van de mannelijke tegenstanders met de gewelddadige seks om de seks van het moderne verkrachtingsmodel.
Verkrachting is een menselijk verschijnsel van alle tijden en van alle rangen en standen. Er rust nog steeds een vreselijk taboe op. Dat betekent dat we niet weten hoe we ermee moeten omgaan, we kunnen niet eens op een rustige manier over seks praten, laat staan over verkrachting, hoe kunnen we dan verwachten dat we een oplossing vinden? Er zijn geen betrouwbare cijfers over hoe vaak verkrachting voorkomt onder een van zijn vele vormen, maar het is geen verwaarloosbaar randverschijnsel, ook niet buiten de oorlogssituaties. De behandeling van klachten is nog steeds een moeizaam en vernederend proces, de veroordeling van daders nog steeds een twijfelachtige zaak. Wij weten niet waarom de ene mens de andere verkracht, al zeggen de statistieken ons dat in de helft van de gevallen ten minste één van de betrokkenen onder de invloed was van alcohol. De voorzichtige veronderstellingen van de sociobiologie over de genetische achtergrond van de aanleg of aandrift voor verkrachting stuiten op enorme weerstand, als zou die uitleg de daders vrijpleiten van enige verantwoordelijkheid: ik kan er niet aan doen, het zit in mijn genen! Zo is het duidelijk niet, maar dat verkrachting deel uitmaakt van ons mens-zijn, dat zullen daders noch slachtoffers kunnen ontkennen. Daarom moeten we elke poging aanmoedigen om enig licht te werpen op dit zo weerzinwekkend en tegelijk blijkbaar onvermijdelijk menselijk gedrag. Elke bevestiging van het taboe, hoe verleidelijk ook, kan niet anders dan de huidige schrijnende situatie bestendigen en dat kan toch echt niet de bedoeling zijn.

















