
Anne Provoost, Beminde ongelovigen. Atheïstisch sermoen. Pamflet, Querido 2008, 48 blz., € 6,95.
Anne Provoost (1964) is een Vlaams auteur, ga eens kijken op haar verzorgde website: http://www.anneprovoost.be/nl/pmwiki.php/Auteur/Auteur. Ze is atheïst en schreef daarover dit zeer leesbare pamflet, dat ik u hierbij graag aanbeveel. Het is een eerlijke, bedachtzame tekst, niet opruiend, die vrij goed de situatie schetst in Vlaanderen inzake ‘geloof en zeden’.
Bij de lectuur maakte ik volgende bedenkingen.
Het geloof van moderne christengelovigen hier bij ons staat meestal op een laag pitje. Het is vrijwel onmogelijk om uit iemands doen en laten op te maken of hij of zij gelovig is of niet. Men spreekt er niet over, men voelt niet de behoefte om zich kenbaar te maken, ook niet als ongelovige. Waarover we niet kunnen spreken, daarover zwijgen we. En verder halen we de schouders op: ieder zijn of haar gedacht. Dat gaat goed zolang het werkelijk zijn of haar gedacht is, en niet dat van anderen, van de Kerk, de Paus, het Humanistisch Verbond, de Islam of een of andere atheïstische auteur. Wij zijn individualisten, onze ideeën halen we niet zomaar ergens anders, we denken zelf wel na, dank u wel. En zo wordt de omertà onderhouden, de zwijgplicht over geloof en zeden die vooral onder intellectuelen heerst. Dat laat alle ruimte om te praten over om het even wat, al is dat meestal iets dat in de krant of het weekblad stond, of een reportage op tv, of een boek waarover iedereen het heeft maar dat heel wat minder mensen ook gelezen hebben.
Aangezien niemand nog echt gelooft, met alle heftigheid en bekeringsdrang van een Paulus, is alle onderscheid tussen gelovigen en ongelovigen zo goed als verdwenen, op recepties, in concerten, in theater- en filmzalen, op terrasjes en in cafés, op het werk en op vakantie, in bad en in bed.
Moderne gelovigen storen zich niet meer aan de voorschriften van de Kerk, die ze overigens niet eens meer kennen; de zondagsplicht onderhouden ze niet, ze houden ook hun Pasen niet; biechten doen ze niet meer, want zijn er nog wel zonden? Waar de wetten van het land twijfel zou laten, beslist hun rekkelijk geweten over goed en kwaad, niet de Paus in Rome. De Bijbel, zelfs in de meest moderne onherkenbaar makende hertaling, lezen ze niet, want ze hebben hem niet eens in huis. Ze stemmen op dezelfde kopstukken, op dezelfde patijen als de ongelovigen, want een partij van louter gelovigen of alleen maar ongelovigen is er niet meer, en ook geen Brugse bisschop om dat te verplichten of te verbieden.
Moderne ongelovigen van hun kant zijn geen libertijnen. Ze leven zoals hun buren, de moderne gelovigen. Ze onderhouden de wetten van het land en luisteren naar hun geweten, dat gevormd is in de zelfde scholen, de zelfde cultuur, de zelfde samenleving. Ze zijn even behoudsgezind als hun gelovige collega’s, en even vooruitstrevend, al naargelang. En zoals Anne Provoost aan het einde van haar betoog zegt: zij eisen al de goede menselijke eigenschappen op die (volgens de gelovigen) voorbehouden zijn aan gelovigen, en recupereren begrippen als naastenliefde, heil en redding, vrede, opoffering, barmhartigheid, bezinning, soberheid, eerlijkheid, gelijkheid, inkeer, heiligheid, moraal; ze beoefenen de zeven kapitale deugden en vermijden de zeven hoofdzonden (klik hier voor de details:
https://blog.seniorennet.be/kareldhuyvetters/archief.php?ID=416).
Modern geloof is een persoonlijke zaak geworden. Wat men gelooft en welke consequenties daaraan vasthangen, beslist men zelf. Geen mens die nog een catechismus of een geloofsboek ter hand neemt, een encycliek of een herderlijk schrijven, een parochieblad of een Osservatore Romano. Geen mens die nog de dogma’s kent, laat staan hun geschiedenis of betekenis. De morele standpunten van de Kerk legt men naast zich neer; het begon met het verbod op de pil en condooms, dan abortus, dan euthanasie, dan kunstmatige bevruchting. Wat goed en slecht is, dat maakt elk voor zich wel uit.
Maar dat is de situatie hier in Vlaanderen en in misschien ook in delen van West-Europa. Dat is de situatie onder intellectuelen of toch mensen die aan de schoolplicht voldaan hebben. Dat zijn, laat ons eens ruim schatten: 50 of 100 miljoen mensen? En wat met die andere zes miljard?
Godsdienst stelt de zaken echt wel anders. Voor de gelovige is er een Opperwezen, Iemand waarmee men rekening moet houden, die ingrijpt in deze wereld, ten goede of ten kwade, naarmate men zijn geboden volgt of niet, en die uiteindelijk op basis daarvan zal beslissen over ons lot in eeuwigheid. Er is ook een Kerk die namens Hem gezagsvol spreekt, apostolisch, zonder tegenspraak, onfeilbaar. Een Kerk die niet democratisch is verkozen, niet democratisch wordt geleid, maar op Zijn gezag. Er is ook een Boek, een Bijbel, waarin Gods woord geïnspireerd staat opgetekend, en dat de Weg wijst, de Waarheid en het Leven. Er zijn geboden die zeggen wat goed is en wat niet, niet in het algemeen en het vage, maar heel duidelijk en precies, niet alleen over God maar ook over de mens en de samenleving; niet alleen over jou maar over alle mensen.
Wij mogen dat vergeten zijn, gemakshalve, maar dat is niet voor iedereen zo. In Amerika is er een sterke beweging om een en ander weer in voege te brengen, niet als een persoonlijke overtuiging in de beslotenheid van je hart, maar als een publiek afgelegde geloofsbelijdenis, met alle consequenties van dien. Wat je zelf ook moge denken, je behoort in alle gevallen te doen wat de Kerk voorschrijft, zonder morren. Als die kerk, jouw kerk beslist dat de evolutieleer onwaar is, dan moet je dat niet alleen gelovig aanvaarden, je moet die evolutieleer ook bestrijden, bijvoorbeeld door hem te laten verbieden op de school van je kinderen, of door te eisen dat men ook het Bijbels scheppingsverhaal als alternatieve wetenschappelijke waarheid aanleert, het creationisme.
Naast de bijna twee miljard christenen van alle soorten en gezindten en alle gradaties van vroomheid en Bijbelvastheid, zijn er ook nog moslims, een miljard of iets meer wellicht. Ook voor hen geldt wat ik net zei, met dat verschil dat ze het Boek, de Bijbel wat herschreven hebben en hun dogma’s wat anders geformuleerd. Ook hen wordt voorgehouden wat ze moeten doen en dat is niet zelden erg gewelddadig, zoals het opblazen van eeuwenoude beelden, of van de gelovige zelf, samen met zoveel mogelijk onschuldige slachtoffers op een bus of een marktplein; dat is het met geweld onderdrukken en ombrengen van vrouwelijke gelovigen; dat is het publiek terechtstellen van homoseksuelen, afvalligen en andersdenkenden.
Het is dus niet voor iedereen ‘elk zijn gedacht’, geloof is niet altijd en overal een privé kwestie waarover men niet spreekt in beschaafd gezelschap.
En ook bij ons laaien de gemoederen op als godsdienst ter sprake komt, in het hoofddoekendebat, bij relletjes over Gaza, bij al dan niet beledigende uitspraken, vermeende of vermoede religieuze discriminatie, bij de vraag of in publieke gebouwen nog kruisen mogen hangen, of in Amerika in de discussies tot voor het Hoogste Gerechtshof over de Pledge of Allegiance, die bij officiële gelegenheden en bij het begin van de dag in publieke scholen vereist wordt: "I pledge allegiance to the flag of the United States of America, and to the Republic for which it stands: one Nation under God, indivisible, With Liberty and Justice for all." En heb je de eedaflegging gevolgd van Barack Hussein Obama II? Heb je de verwijzingen naar God geteld? Heb je gezien hoe hij de eed aflegde met zijn hand op de Bijbel, vastgehouden door zijn echtgenote en op de vraag van de Chief Justice So help you God? met overtuiging antwoordde: So help me God!! (Het geeft ons een goed idee van de voorbeeldige en vlotte rechtsgang in de States als zelfs de Chief Justice er niet eens in slaagt deze woorden af te lezen van een spiekbriefje: "I do solemnly swear (or affirm) that I will faithfully execute the Office of President of the United States, and will to the best of my ability, preserve, protect and defend the Constitution of the United States", zodat ze het ‘s anderendaags nog even moesten overdoen). Een presidentskandidaat die zou verklaren of zelfs maar laten vermoeden dat hij ook maar enigszins twijfelt aan het bestaan van God, heeft evenveel kans om verkozen te worden als, zeg maar, die andere (Saddam) Hoessein.
Anne Provoost doet een oproep om, in het ‘licht’ van die nieuwe golf van rabiaat geloof en onredelijkheid die op ons afkomt, als atheïst niet lauw te zijn, de zwijgplicht te doorbreken, mondig te worden, argumenten te zoeken en aan te brengen voor het atheïsme, indien niet tegen het geloof. Daarin kan ik haar zonder aarzelen bijtreden. Maar ik leg wellicht iets meer nadruk op wat overtuigde atheïsten scheidt van overtuigde gelovigen dan zij doet in haar pamflet, dat qua taal en stijl nauwelijks beantwoordt aan de tweede, gebruikelijke betekenis die Van Dale aan dat woord geeft, en ik citeer hem hier voor één keer graag met de etymologische verklaring:
pamflet (pam·flet)
het; -ten
(1790) <Eng. pamphlet, uit de Lat. persoonsnaam Pamphilus uit het populaire me. Lat. dichtstuk Pamphilus seu de Amore, na uitvinding van het boekdrukken een semiliterair genre, een als brochure verspreid traktaat over actuele zaken
1· gedrukt geschrift van geringe omvang over een actueel onderwerp
2· een geschrift dat zich op felle toon tegen iem. of iets richt
synoniem: libel, schotschrift.