Virtuoos


Virtuositeit is indrukwekkend.
We bedoelen met dat woord dat iemand de hoogste toppen scheert in zijn domein van specialisatie. Meestal gaat het dan over muziek of een andere kunstvorm, maar het kan ook een meer algemene kunde of vaardigheid zijn; naast virtuozen op een muziekinstrument kan je bijvoorbeeld ook een chirurg of een psychiater of zelfs een sportman of –vrouw met die eretitel bekleden. Enkel heel overmoedige sprekers zullen dit gebruik uitbreiden tot minder veeleisende doch even achtenswaardige bezigheden zoals kasseien leggen, afvoeren ontstoppen of huisvuil ophalen. De gedachte is dat men niet alleen uitzonderlijk goed is in zijn vak, maar ook dat het vak uitzonderlijk moeilijk is.
Reken niet op Van Dale voor etymologieën, je komt bedrogen uit of ten minste teleurgesteld: het Franse virtuosité is net zo afgeleid van een ander woord als ons Nederlandse en kan dus niet als een rechtmatige of ook maar enigszins zinvolle etymologie gelden.
Het Latijnse woord vir is de stam en dat betekent ‘man, mannelijke mens’. Virtus kan dan niets anders zijn dan al de goede kenmerken van een (mannelijke) mens: kracht, sterkte, dapperheid, moed, geschiktheid, bekwaamheid, waarde, excellentie, deugd. Virtuosus is het adjectief dat zo iemand omschrijft. In onze moderne talen heeft het, meer dan waarschijnlijk van uit het Italiaans, de betekenis gekregen van iemand die uitblinkt in de kunsten.
Ik ben ’s avonds wel eens geboeid door Mezzo, de muziekzender op tv. Je hebt daar een uitstekend aanbod aan klassieke muziek; later op de avond komt ook jazz aan bod. Er zijn wat oudere opnamen, maar ook gloednieuwe; qua genre en bezetting is er de grootste verscheidenheid. Zeker de recente opnames zijn van een schitterende kwaliteit, zowel van beeld als van klank, zeker als je digitaal kijkt op een wat groter LCD-scherm en luistert via je stereo-installatie. Je zit met je neus op de uitvoerende kunstenaars, je ziet de kleinste details in haarscherpe close-ups en je hoort het resultaat in al zijn akoestische pracht. De muziek krijgt daardoor een extra dimensie. Doordat je ziet dat de triangel aangetikt wordt, hoor je hem ook beter. Je bent dus nog meer geboeid, je ontdekt aspecten, klankkleuren en instrumentale combinaties die je nooit eerder had vermoed en je ziet hoe ze tot stand komen. Zo neemt je ontzag voor de fysieke en technische vaardigheid van de muzikanten hand over hand toe. Wat sommige virtuozen uit hun instrument toveren is gewoon verbluffend, je houdt het niet voor mogelijk.
Laatst zag ik de pianist Abdul Rahman El Bacha, ooit eerste laureaat van de Koningin Elizabethwedstrijd, in een of andere solosonate van Prokofiev en in sommige passages bewogen zijn handen zo snel, dat zelfs de digitale beelden niet konden volgen en je nog enkel een wirwar van handen boven en op de toetsen zag.
Dat deed me nadenken over het metier van de kunstenaar, over de eindeloze uren die zelfs het meest begaafde natuurtalent moet doorbrengen met intensieve studie, van jongs af aan, om zich de vaak onnatuurlijke bewegingen en de snelheid van uitvoering feilloos eigen te maken. Laatst was er op tv de film La tourneuse de pages, waarin de gespannen wereld van de uitvoerende kunstenaars raak geschilderd werd.
Als je zomaar op de radio een muziekstuk hoort, dan sta je er zo niet bij stil, maar op tv kan je er gewoon niet naast kijken. Dit is de hoogste virtuositeit, dit is het hoogste wat menselijk mogelijk is en het slaat je met verstomming.
Maar heel even sluipt ook de twijfel naar binnen: is dit nog wel menselijk? Ook vroeger al deden verhalen de ronde over duivelskunstenaars en hun heksentoeren: Paganini en Liszt zijn de meest voor de hand liggende namen; ongetwijfeld hebben ze dat om commerciële redenen zelf sterk aangemoedigd. Wij weten dat het niet meer is dan de combinatie van uiterst uitzonderlijk natuurtalent met eindeloos oefenen. Precies met dat laatste heb ik het soms wat moeilijk: is het leven van een virtuoos nog wel menselijk? Is de verenging tot alleen maar ‘pianist’ niet tegelijk een bekroning van de menselijke mogelijkheden én een ontluistering, een herleiding tot ‘slechts’ één volmaakte technische vaardigheid? Hoeveel mensen kunnen dat soort leven aan?
Zeer bekend is de uitspraak van Thomas Alva Edison dat succes gegrond is op tien procent inspiratie en negentig procent transpiratie. Maar het is ook zo dat hoe minder genie, hoe meer er moet gezweet worden; uitzonderlijke kunstenaars op hun hoogtepunt slagen er (soms…) in om fantastisch te presteren met een minimum aan oefenen, terwijl bescheiden amateurs zelfs met eindeloze inspanningen nog niet aan hun enkels reiken. Het hoeft ons niet te verbazen dat zoveel liefhebbers, zelfs na jarenlange gestage inspanningen, vooral in hun jeugd, het niet meer aankunnen en gefrustreerd opgeven.
Bij de beelden van de oogverblindende pianistieke vaardigheid van El Bacha dacht ik spontaan aan de experimenten van de Amerikaanse experimentele componist Conlon Nancarrow (lees hierover meer en klik op deze link: https://blog.seniorennet.be/kareldhuyvetters/archief.php?ID=155).
Het is een uitdaging voor een mens om bepaalde aartsmoeilijke stukken met de opgelegde snelheid (of nog rapper, helaas) te spelen, maar voor een mechanische piano, zeker de meest recente exemplaren van de grote firma’s is dat kinderspel. En maak je geen zorgen over de subtiliteit van de menselijke touch of toucher: ook daarin is voorzien, alles is programmeerbaar. Ook Glenn Gould werkte uiteindelijk en feitelijk zo, zij het dan op een andere manier, namelijk in de montagekamer. De meeste klassieke muziekopnames zijn niet live opgenomen, in één ruk, maar tot in de perfectie bewerkt.
Als menselijke performance moeten we natuurlijk de voorkeur geven aan een ‘echte’ pianist. Men heeft daartoe zelfs de muziek van Nancarrow uitgeschreven in het klassieke notenschrift en moderne pianisten hebben zich met succes gewaagd aan (sommige van) die onmogelijke stukken, in directe competitie met de mechanische monsters.
Maar we mogen ons evengoed afvragen of er geen toekomst is voor geprogrammeerde, automatisch uitgevoerde muziek, niet alleen op puur elektronische apparaten, dus via luidsprekers, maar ook op klassieke instrumenten die zich lenen tot mechanisch aansturen, zoals de piano, het orgel, slagwerk, misschien zelfs blaasinstrumenten en wie weet, ook strijkers? We hebben dat al honderden jaren gedaan, denk aan de Kaporgels, maar onze technologische hulpmiddelen zijn nu zo gesofisticeerd dat de resultaten echt wel de moeite zijn en bij blindtesten zelfs specialisten om de tuin leiden. Ik huiver een beetje als ik eraan denk, maar de reacties van grote uitvoerders op bijvoorbeeld een computergestuurde Bösendorfer waren uiterst lovend. Als je dan denkt aan de menselijke inspanning die voorafgaat aan zelfs een bescheiden recitalletje van een amateur of een concert van een dure professional… Bovendien luisteren we misschien wel duizend keer meer naar opgenomen muziek dan naar live uitvoeringen.
Maar de mensen zouden niet eens komen opdagen voor een piano die op het podium staat te spelen, zonder pianist, net zo min als voor een concert via cd. Men wil kunst zien gemaakt worden, met alle risico’s van het vak, dat is een groot deel van de fascinatie, van de bewondering, de extase: weten dat het hopeloos fout kan gaan en meemaken dat het daarentegen allemaal lukt, dat de meest veeleisende klus met grote virtuositeit wordt geklaard, live, zonder de mogelijkheid om te hernemen, zonder elektronische trucjes.
We weten niet wat de toekomst zal brengen. Ongetwijfeld zullen publieke uitvoeringen door menselijke uitvoerders altijd blijven bestaan en zullen die muzikanten zich moeten blijven bekwamen tot echte virtuozen, topspecialisten, meesters in hun vak. Maar de elektronica is aan een opmars bezig, in de populaire muziek maar ook al in de ‘ernstige’ genres, voorlopig in een ondersteunende rol en met het oog op reproductie, maar er zijn hoopvolle perspectieven voor een verdere evolutie. Zo mogen we ons hopelijk verwachten aan het naast elkaar bestaan van de uitersten, bijvoorbeeld oude muziek uitgevoerd op originele instrumenten, naast zuivere elektronisch muziek, met daartussen wellicht vele mogelijke gelukkige combinaties van de twee.
Menselijke virtuositeit kan zich op allerlei manieren uiten.


















