ex libris John Updike: Terrorist


ex libris: Updike, John, Terrorist, 2006, 310 pp., hardcover, Club Leuven, € 25.
John Updike was een van de auteurs die ik leerde kennen in 1975 of zo, toen ik een abonnement nam op The New Yorker. Ik keek uit naar zijn korte en langere bijdragen, ze fascineerden me in hun bevrijdende beschrijving van de combinatie van seks, werk, familieleven, godsdienst in het misschien wel snobberige leven van de hogere middenklasse van het Oosten van de U.S.A. Er was veel dat ik kon herkennen, veel waarnaar ik kon verlangen. Hij durfde te schrijven wat ik dacht, zijn personages durfden te doen waar ik van droomde. Dat was het leven, dacht ik, waarvoor ik gemaakt was.
Maar ik was me ook zeer bewust van het don Quixote-syndroom, de man die zo gek werd van het lezen dat hij verliefd werd op de dochter van de cafébaas en met zijn bezemsteel de windmolens te lijf ging. Literatuur is ‘maar’ dat: boeken lezen die geschreven zijn door die andere gefrustreerden, de auteurs.
En toch heb ik altijd genoten van Updike. Ik heb de meeste van zijn vele boeken gelezen en heel veel van zijn kortverhalen en zelfs zijn poëzie. Toen zijn laatste nieuwe uitkwam, heb ik hem onmiddellijk gekocht en gelezen. Ik had in Knack de boekbespreking gezien, maar opzettelijk niet helemaal gelezen, ik wou mijn plezier niet laten bederven. Een zinnetje had ik wel gezien, en ik wou dat het niet zo was, want het verklapt stomweg het einde, dus als je nog kan, lees de recensie niet voor het boek.
Ik zal dus dezelfde fout niet maken. Het verhaal is vrij eenvoudig: een jongeman wordt betrokken in een terroristische aanslag. Wij krijgen een beschrijving van de periode die gaat van zijn laatste weken op de middelbare school, zijn eerste maanden op het werk tot de verjaardag van 9/11. We leren hem kennen, zijn moeder, een vriendinnetje, een adviseur op zijn school en diens vrouw en schoonzus, zijn werkmakkers, zijn leraar op de Koranschool. We vernemen wat ze zeggen en denken, hoe ze denken. We krijgen een beeld van het dagelijks leven in dat stuk van de wereld in onze dagen, een wereld die we kennen van TV, het nieuws, de reportages, de films, kranten, tijdschriften… Onze wereld.
Updike schrijft literatuur. De Knack-recensent was teleurgesteld. Als je verwacht een thriller voorgeschoteld te krijgen, dan kan ik dat begrijpen, maar hoewel Updike heel vaak, eigenlijk altijd over actuele gebeurtenissen en situaties schrijft, heeft hij nog nooit een thriller geschreven. Hij is een woordkunstenaar, die zinnen kan neerzetten die gerust een halve of een hele bladzijde vullen met kronkelende constructies, onverwachte woorden en combinaties, alle mogelijke stijlfiguren, heerlijk treffende beschrijvingen van mensen, dingen, de natuur, gevoelens, angst, tevredenheid, geluk of wanhoop. En daarin stelt hij nooit teleur, daarin is hij de onovertroffen meester van de Engelse literatuur van de laatste 50 jaar.
Nabokov schreef dat voor een auteur één waarneming meer betekent dan honderd ideeën. Dat is ook zeker waar voor Updike. Hij tovert de werkelijkheid zo beeldend voor ons dat we ze bekijken als met nieuwe brillenglazen, als na een bevrijdende regenbui of na een te lang aanhoudende winter. Zijn vergelijkingen - hij maakt inderdaad nog vergelijkingen, en wel op elke bladzijde! – zijn als cartoons: ze doen je verrast maar aangenaam glimlachen in hun stiekeme revelatie van een waarheid die je niet gezien had, en die nu als een zen-ervaring van het blad springt. Ik heb meer plezier aan één bladzijde Updike dan aan een heel jaar Knack. Vandaar dat ik mijn abonnement niet zal vernieuwen, trouwens: tijdverlies is het, tijd die ik zo veel beter kan gebruiken om te lezen op een niveau dat zoveel hoger ligt op alle gebied, qua psychologisch inzicht, menselijkheid, eruditie, taal, verfijnde artistieke geneugten, informatie, duiding, pure menselijkheid in al zijn gekwetste vergankelijkheid en onvermoede alledaagse heldhaftigheid.
De auteurs van The New Yorker hebben mij ongemerkt sterk beïnvloed in mijn artistieke verwachtingen en zelfs mijn wereldbeeld. Die vaststelling brengt gevoelens van dankbaarheid naar voren, maar ook van spijt, want ook de TNY is niet meer wat het was. Of ben ik niet meer dezelfde?
Ik heb echt wel genoten van deze Updike, ook als is het geen ‘grote’ literatuur. Maar wat is dat, grote literatuur? Wie schreef die dan wel? Ik zou het niet zomaar kunnen of durven zeggen. Daarom dat mijn lijstje van auteurs en boeken als titel kreeg: auteurs van wie ik het werk verzamel; ik heb gewoon in mijn boekenkast gekeken en gezegd wat daar staat, niet wat daar zou moeten staan, of wat ik zou moeten gelezen hebben.
Van Updike staat er veel. Gelezen.













.jpg)



