raison d'État


Verantwoordelijkheid, het is een woord dat je nu voortdurend hoort, meestal in de combinatie: zijn of haar (maar meestal zijn) verantwoordelijkheid opnemen of niet uit de weg gaan. Maar het is een vorm van newspeak, de verloedering en perversie van de taal door de politiek die George Orwell in zijn dystopische roman Nineteen Eighty-four zo vernietigend ironiseerde: The Ministry of Love is niets anders dan de geheime politie die zich verlustigt in agressieve ondervragingstechnieken en marteling. Orwell schreef zijn meest bekende werk, naast Animal Farm (1945), in 1948 - vandaar de anagrammaticale titel – ongeveer een jaar voor zijn dood in 1950, hij werd niet ouder dan zesenveertig.
Wat bedoelt een politicus als hij zegt dat hij zijn verantwoordelijkheid zal opnemen? Het is sinds vele jaren de staande uitdrukking om aan te kondigen dat de betrokkene ontslag neemt onder druk van de omstandigheden, meestal een blunder of een misstap die hij of zij zelf begaan heeft, of waarvoor hij of zij ‘verantwoordelijk’ geacht wordt: een misstap van een kabinetsmedewerker of de administratie van het departement of ministerie. Denk aan de twee ministers die ontslag namen na de ontsnapping van Dutroux: zij hadden met dat feit zelf vanzelfsprekend niets te maken, ze waren er niet rechtstreeks verantwoordelijk voor, maar de blunders van hun diensten, justitie en binnenlandse zaken, waren zo flagrant dat ‘er koppen moesten rollen’ voor ‘de geloofwaardigheid van de politiek’.
De uitdrukking is dus een verdraaiing van de betekenis, een verschuiven van de verantwoordelijkheid van de echte daders naar iemand die er nauwelijks bij betrokken is en alleen een morele, politieke of symbolische verantwoordelijkheid draagt.
Maar newspeak kent vele subtiele bochten. Zo hebben we gezien dat een andere minister van binnenlandse zaken precies van uit zijn verantwoordelijkheidsgevoel weigerde af te treden toen bleek dat een kabinetsmedewerkster haar eigen bedje gespreid had bij de politie, onder meer door het vervalsen van examenresultaten; het zelfde gebeurde nog eens toen de topman van de politie, waarvoor de binnenlandminister ‘verantwoordelijk’ is, beschuldigd werd van het onregelmatig bevorderen en degraderen van enkele medewerksters. De minister beweerde met klem dat ontslag nemen zou neerkomen op onverantwoordelijk gedrag, het ontlopen van verantwoordelijkheid.
Het recente ontslag van de minister van justitie en vervolgens van de hele regering brengt ons bij hallucinante uitbreidingen van newspeak. Na enig aandringen, bijvoorbeeld door herhaalde expliciete en gedetailleerde beschuldigingen door de hoogste magistraat van het land, namen de heren hun verantwoordelijkheid op. Maar… wat gebeurde er onmiddellijk nadien? Allebei haastten zij zich om verklaringen af te leggen waarin zij met grote verontwaardiging ontkenden, niet alleen dat zij zouden betrokken zijn bij de feiten, maar dat die feiten zelfs onbestaande waren, verzonnen dus, en wel door de hoogste magistraat en zelfs door de hele gerechtelijke macht, om de uitvoerende macht in diskrediet te brengen, of om een interne strijd tussen de zittende en de staande magistratuur uit te vechten op de rug van de arme, reine politici.
Even een woordje over die magistratuur. Hogere ambtenaren van het gerecht noemt men magistraten; als zij tijdens een rechtszaak de functie vervullen van rechter, dan spreken zij hun oordeel zittend uit, in het Frans assis, vandaar het Hof van Assisen. Als zij de rol van aanklager opnemen, wat men ook het openbaar ministerie noemt, of de parketmagistraten, dan spreken die hun beschuldigingen staande uit. Vandaar.
En ook een beetje uitleg over de drie machten in ons land (en andere). Je hebt de wetgevende macht, dat is het parlement; de uitvoerende macht is de koning en zijn ministers; er is evenwel ministeriële verantwoordelijkheid (daar heb je het weer), die zegt dat niet de koning maar enkel de betrokken minister ter verantwoording kan geroepen worden voor het parlement. De rechterlijke macht kennen we. Het was Montesquieu (1689-1755) die dit systeem van de democratie vaste vorm gaf als de trias politica (al is die term niet van hem). De scheiding tussen die drie machten, waarover nu zoveel te doen is, vormt wel degelijk de grondslag van onze samenleving: de drie instanties houden elkaar zorgvuldig in de gaten en zorgen er zo voor dat niemand zijn boekje te buiten gaat. In een democratie is iedereen gelijk voor de wet en de wet gelijk voor iedereen.
Men prijst deze minister van justitie omdat hij zich verantwoordelijk gedragen heeft. Maar klopt dat wel? Hij heeft wel ontslag genomen, maar dan uitsluitend omdat hij niet anders kon: het hoofd van de rechterlijke macht beschuldigde hem van het ergste vergrijp tegen de democratie, het doorbreken van de scheiding tussen de rechtspraak en de het regeren van het land. Hij is volgens de eerste voorzitter van het Hof van Cassatie tussengekomen, in mindere of meerdere mate, of heeft ten minste die indruk gewekt, in een rechtszaak die burgers hadden aangespannen tegen de regering, heeft zijn invloed aangewend, op een of andere manier, om te proberen gelijk te halen, ten nadele van de burgers. Maar in plaats van dat gefundeerd oordeel van de hoogste rechterlijke instantie te aanvaarden, beschuldigt hij nu zelf die rechterlijke macht van leugens en machtsmisbruik. Daarmee bewijst hij de democratie de slechtst mogelijke dienst: de uitvoerende macht beweert luidop en zonder enige scrupule dat de rechterlijke macht corrupt en oneerlijk is. Hij zegt letterlijk dat de rechterlijke macht zelf in zeer belangrijke mate verantwoordelijk is voor wat er gebeurd is.
En de veelgeplaagde eerste minister volgt hem daarin op de voet: ook hij kon vooral wegens de politieke druk niet anders dan aftreden en nam dan maar de hele regering met zich mee, of ze nu iets afwisten van zijn malversaties of niet: ook hen werd ‘gevraagd’ hun verantwoordelijkheid op te nemen, hoewel zij geenszins in staat van beschuldiging gesteld werden, zoals de beide andere heren, door het gerecht. Die beschuldiging alleen was overigens voor een man als Leterme geen reden om af te treden, er was een stevige dolkstoot in de rug nodig en die hebben de Vlaamse liberalen maar al te graag en met klinische precisie uitgevoerd: ze hebben hem het vertrouwen ontzegd en daarmee was hij zijn meerderheid kwijt. En zelfs na die fatale dolkstoot hebben ze hem nog urenlang met man en macht van zijn stoel moeten sleuren en schoppen.
Wat was de eerste publieke daad na die ongracieuze val? Een brief, nog een, waarin hij staande houdt dat de beschuldigingen ongegrond, verzonnen zijn, leugens dus. Verre van zijn verantwoordelijkheid op te nemen, wijst hij die verontwaardigd af: hij is onschuldig, hij is valselijk beschuldigd. Dat is, mij dunkt, wel het toppunt van onverantwoordelijk gedrag, van incivisme: het is een eerste minister die de instellingen van het land in gevaar brengt om zijn eigen hachje te redden en die daarmee nog vrolijk doorgaat nadat hij, na de smadelijke veroordeling door het hoogste gerechtelijke gezag van het land, ook door zijn politieke medestanders tot aftreden was gedwongen.
Wat wij meemaken is pijnlijk, onthutsend, onvoorstelbaar. Maar het is ook zeer menselijk. Het kan ons misschien verbazen dat mensen zoals een eerste minister en een minister van justitie in staat zijn tot regelrecht incivisme en tot het belagen van de grondvesten van de democratische staatsstructuren, maar het is helaas geen onbekend fenomeen. De kern van de zaak ligt hierin dat mensen die een hogere functie bekleden wel eens dreigen te vergeten dat zij maar mensen zijn, eenvoudige mensen zoals u en ik. Zij menen dat zij boven de wetten staan, aangezien zij de wetten maken; dat zij boven de andere mensen staan, omdat zij die mensen kunnen maken en kraken. Zij menen te handelen in het algemeen belang, en vinden dat daarvoor het particulier belang, dat van u en mij, moet wijken. Zij zijn ‘verantwoordelijk’ voor de goede werking van de staat en zij menen dat daarvoor alle middelen goed zijn, ook leugentjes om bestwil en meer sinistere praktijken. Zij spreken van de raison d’état (dankjewel, Van Dale voor je bloemrijke uitleg: ‘staatsraison’, punt uit…), van het groter goed, van het publieke belang waarvoor dat van de enkeling moet wijken. Zij zijn geen mensen meer zoals u en ik, zij vereenzelvigen zich met hun functie, zijn worden hun functie.
En daar liggen de wolfijzers en schietgeweren. Er zijn natuurlijk gevallen waarin het niet anders kan: als je een weg of een kanaal moet trekken, dan zal er moeten onteigend worden; met een billijke vergoeding is men er van af, ook al kan men het verdriet niet betalen van de mensen die tot verhuizen gedwongen worden, noch de prijs voor de dood van dat gepensioneerd koppeltje, twee oude bomen die men toch nog heeft verplant. Mensen die met macht bekleed worden, hebben het niet gemakkelijk, zij weten dat zij niet voor iedereen goed kunnen doen en dat hun keuzes vaak slachtoffers maken. Maar daar gaat het hier niet om. Wat wij nu meemaken, is dat enkele burgers, mensen zoals u en ik, zich machten toe-eigenen die zij niet hebben, die zij niet mogen hebben, die hen ontzegd zijn door de grondwet zelf. En dat zij die macht gebruiken om een gelijk te halen dat zij met de gewone rechtsmiddelen, die van u en van mij, niet kunnen halen. Op dat moment maken zij de fundamentele vergissing door een onderscheid te maken tussen de rechtbank en de individuen die daarin zetelen. Zij zien niet meer het onafhankelijke gerechtelijke apparaat, maar de ongetwijfeld feilbare mensen van vlees en bloed. ‘Wat! zo zeggen zij, enkele rechters van niemendal, en dan nog van een andere ‘signatuur’, dat wil zeggen benoemd op voorspraak van een andere politieke partij dan de hunne (want álle rechters in België zijn politiek benoemd, zoals bekend), die twee klungels brengen ons fiscaal Fortis-kaartenhuisje in gevaar! Dat zullen we eens rap regelen, zie: een telefoontje hier en daar en dat is weer geregeld! Wat denken die kerels wel! Weten zij wel wat de gevolgen zullen zijn? Waar is hun verantwoordelijkheidsgevoel?!’
En zo zijn we weer bij het begin. Verantwoordelijkheid. Het is het opperste democratisch principe, namelijk dat wij, ieder van ons, kunnen gevraagd worden om tegenover de andere burgers rekenschap te geven voor wat we gedaan hebben en dat wij ons aan hun oordeel onderwerpen. Verantwoordelijk zijn betekent zich niet onttrekken aan de wetten, ook niet omwille van welk hoger belang dan ook. Nood breekt wet NIET, in een democratie mag niemand de wet breken, ook de wetgever niet. In een democratie is een procureur-generaal niet meer of niet beter dan de rechters die met een zaak belast zijn, staat zelfs een minister van justitie niet boven ook maar de eerste de beste vrederechter in de uitoefening van zijn functie. In een democratie zijn wij allemaal gelijk. En dat is wat ontelbare mensen die een hogere functie bekleden zo gemakkelijk vergeten. Het is precies daarom dat Montesquieu dat rigoureuze onderscheid gemaakt heeft en de scheiding der machten tot het meest heilige principe van de democratie heeft verheven.
Wij leven in een land waar enkele van onze hoogste gezagsdragers deze principes manifest en flagrant met voeten treden. Dat moet ons aanzetten tot de hoogste waakzaamheid, want de geschiedenis, vooral die van de twintigste eeuw, leert ons waartoe dat kan leiden. Verre van mij om de wat banale personen in kwestie te vergelijken met de totaal waanzinnige en ontstellend misdadige dictators die zoveel tientallen miljoenen medemensen de dood ingejaagd hebben in naam van het hoger belang. Maar zij maken zich wel schuldig aan het zelfde misdrijf: het ondergraven van ons hoogste goed: de democratie.



















