tuig van de richel


Het onderwerp is niet meer te vermijden: misdaad en straf, schuld en boete. Vijftien weekeindboefjes kunnen niet opgesloten worden en worden dan maar weer op de maatschappij losgelaten. Een rechtse partij profileert zich: het tuig van de richel moet hard aangepakt worden.
Tuig van de richel? Heeft Jean-Marie Dedecker literaire ambities, of gewoon medewerkers die letters gefret hebben? Tuig, dat woord kennen we nog van ‘langharig werkschuw tuig’, de eretitel van de hippies. Tuig is een synoniem van getuig, van paarden en van schepen; het is ook meer algemeen kleren, of dingen, met een negatieve bijklank is het bocht, rommel. Een richel is een smalle strook. Tuig van de richel is een vaste uitdrukking voor verachtelijk gespuis, zegt Van Dale, zonder zich veel zorgen te maken over de herkomst ervan. Een richel vond je ook in de koestal: een strook planken of metselwerk waarop de koeien met hun achterpoten staan en waarachter het mest valt; dan weet je wel wat er bedoeld is…
Een alternatief is: vee van de richel; ‘vee’ is een oud synoniem voor ‘tuig’ in de pejoratieve betekenis. Een andere vorm is deze: vee of tuig van Laban, een wat louche Bijbelse figuur die we aantreffen in het verhaal over Jacob, een van de aartsvaders van het Joodse volk. We vinden zijn verhaal in het tweede deel van Genesis, hoofdstukken 19 tot 50, erg lezenswaardig, al zal menig puritein opkijken van de zeden die er toen heersten. Het vee van Laban was van mindere kwaliteit, omdat Jacob, die voor Laban werkte, wel voor zijn eigen vee aan rasverbetering deed, maar niet zo voor het vee van zijn werkgever. Dat was niet de eerste slinkse daad van Jacob: herinner u dat hij tevoren het recht van de eerstgeborene (die alles erfde) onrechtmatig verworven had ten nadele van zijn broer Esau. Als Hitler ooit Bijbelse argumenten mocht gezocht hebben voor zijn verwerpelijke racistische - maar helaas ook wijdverbreide ideeën - over de onbetrouwbaarheid en malafide handelspraktijken van de Joden, dan was het verhaal van Jacob daarvoor een ware goudmijn geweest. Helaas had hij al ruim voldoende aan zijn eigen redeloze haat en razernij.
Vee is tuig, tuig is gespuis, de richel is de rand van de stront, Labans vee is genetisch minderwaardig.
Wat Dedecker zegt is puur racisme: de jonge boefjes zullen wel allochtonen geweest zijn, verachtelijk gespuis en genetisch minderwaardig. En dan luidt het dat Dedecker enkel luidop zegt wat wij allemaal denken en niet durven zeggen. Ik hoop van niet!
Schuld en boete, misdaad en straf, we zijn er nog niet uit. Waarom sloeg Kaïn zijn broer Abel dood? (zie: ‘Kaïn en Abel’ in het lijstje hiernaast, 03.03.2008) Mag iemand die honger heeft een brood stelen? Wat bezielde Dutroux? Fourniret? Gisteren was er in Panorama een uitzending over pedofielen. Ik heb ze niet gezien, maar een van de vragen was: kan je zo’n mensen na hun (wellicht volgens velen al te korte) straf terug op de maatschappij loslaten? Is pedofilie te ‘genezen’? Kan een misdadiger tot inkeer komen en een ‘goede moordenaar’ worden? Of hebben de verdedigers van de doodstraf gelijk?
Vroeger was het duidelijk. De mens was geboren met de erfzonde, dat wil zeggen met een neiging tot het kwade. Maar met Gods genade en zijn eigen inspanningen kon hij dat overwinnen en zo de eeuwige zaligheid bereiken. Als hij onderweg zondigde, dan kon hij daarvoor vergiffenis bekomen als hij berouw toonde en zijn leven beterde. Wat zondig was, daarover bestond ook geen twijfel: er waren zelfs lijsten van, met de gepaste penitentie. De mens beschikt, nog steeds volgens die katholieke manier van denken, over een vrije wil: hij kan kiezen voor het goede of voor het kwaad, zijn geweten zegt hem heel duidelijk waar het verschil ligt: om de titel van een oude Clint Eastwood-film te parafraseren en die van een recent boek te citeren: the good, the bad and the difference between them. Als iemand luistert naar het duiveltje op zijn linkerschouder, dan belandt hij in de hel.
Als je een handtas steelt van een oud vrouwtje en haar in het ziekenhuis doet belanden, dan ben je een misdadiger. Als je steelt in een grootwarenhuis, snelheidsbeperkingen negeert, je belastingen niet betaalt &c. evenzo. Dat zijn duidelijke gevallen: er zijn regels, je overtreedt die, je betaalt de boete of je gaat een tijd de gevangenis in, tenminste als je gepakt en veroordeeld geraakt én als er plaats is. Wie jonge meisjes aanrandt en vermoordt zit duidelijk in een andere categorie: zoiets doet men niet nonchalant of voor de sport of uit zelfverdediging. Maar waarom dan wel? Omdat men psychopaat is. En wat is een psychopaat? Iemand die lijdt aan psychopathie, volgens Van Dale, en dat is dan weer een: persoonlijkheidsstoornis gekenmerkt door chronisch antisociaal gedrag waarbij geregeld inbreuk wordt gepleegd op de rechten van anderen.
Men ‘lijdt’ aan een ‘persoonlijkheidsstoornis’… Dat klinkt verdacht veel als een ziekte, een aandoening, toch? Mensen die zoiets doen zijn niet bij hun verstand, het zijn geen normale mensen, die psychopaten, vinden wij. Hun advocaten delen die mening: het zijn zieken die men moet (en kan!) behandelen, men moet ze interneren tot ze genezen zijn en dan weer vrijlaten, niet in een gevangenis stoppen tussen en als (echte) misdadigers. Zijn mensen als Dutroux en Fourniret ziek of gek? Wat doet het ertoe? Ze hebben de wet overtreden en moeten gestraft worden en of ze nu geïnterneerd worden of in de gevangenis gestopt, het zou geen verschil mogen maken, de maatschappij moet zich tegen hen beschermen, dat is het enige dat telt: justitie heeft niets van doen met wraak, enkel met gerechtigheid, niets met morele verontwaardiging van de burger of de pers, alles met serene beoordeling van schuld en boete, misdaad en straf.
Ook psychopaten zijn verantwoordelijk voor hun daden: zij hebben ze gepleegd, zij moeten ter verantwoording geroepen worden, wat er ook in hun jeugd gebeurd is, wat er ook in hun kop omgaat. De discussie over toerekeningsvatbaarheid is er een voor advocaten, niet voor rechters: het is een juridische term, geen medische. De jongeman die in Antwerpen ‘door het lint ging’ is verantwoordelijk voor wat hij deed, ook als hij ‘autistisch’ is, zoals zijn advocaten stellen; zijn eventuele ‘ziekte’ pleit hem niet vrij, maakt hem niet onschuldig en dus onstrafbaar. Men moet de feiten beoordelen, niet de intenties. Wie de minnaar van zijn vrouw vermoordt is misschien wel verblind door passie, maar toch niet onschuldig? De vrouw die haar vijf kinderen ombrengt is niet bij haar verstand, maar kan toch niet vrijuit gaan?
Het onderscheid tussen gewone misdadigers enerzijds, psychopaten, tijdelijk ontoerekeningsvatbaren, criminele geesteszieken, seksuele perverten en mensen die handelen in een onweerstaanbare drang doet voor de maatschappij en dus voor de justitie in de grond weinig ter zake, precies omdat men niet hoeft te oordelen over de intenties, de drijfveren, de oorzaken, de redenen, maar over de feiten, precies omdat de straf niet moet afhangen van het eventueel berouw of het blanco strafregister of de staat van dienst of de huidskleur of de sociale klasse waartoe men behoort, precies omdat de boete geen uiting is van morele verontwaardiging maar enkel een maatregel om de maatschappij te beschermen.
Natuurlijk moest Dutroux veroordeeld worden en ook de pijnlijk jonge Hans Van Themsche en straks ook Fourniret en zijn medeschuldige vrouw. Net zo de mannen in Oostenrijk die elk een jonge vrouw opsloten in een kelder en misbruikten, jarenlang. Zeker, zo’n gedrag is niet normaal, zeker, die mensen zijn niet goed in hun hoofd, maar dat heeft geen belang: wat ze gedaan hebben is voor de maatschappij niet aanvaardbaar: zij zijn schuldig en moeten boeten, ze begingen misdaden en moeten gestraft worden.
Zijn er dan geen gevallen van werkelijk en duidelijk en onbetwistbare geesteszieken die totaal onverantwoordelijk zijn voor hun (mis-)daden? Allicht. Moeten we dan toch geen onderscheid maken? Wellicht. Maar wie zal het onderscheid vaststellen? Zijn Dutroux en Fourniret normale mensen die voor het kwaad gekozen hebben en dus in de hel zullen branden, of zijn zij door hun genetisch materiaal en hun omgeving gemaakt tot de monsters die wij onder ons hebben gekend? Wat is het echte verschil met de weinig benijdenswaardige geesteszieke die opgesloten en platgespoten zijn of haar dagen slijt in een instelling en die zeker zou moorden en verkrachten indien hij of zij vrij zou rondlopen?
Zijn er ooit mensen die, zoals in de roman van André Gide, Les caves du Vatican, puur voor de lol een misdaad begaan, zonder enige aanleiding of reden? Ik kan het niet geloven. Zelfs misdadigers die, volgens de beschrijvingen in de pers, koel en onberoerd over hun misdaden spreken en geen teken van schuldbesef of berouw geven, zijn zover gekomen door een samenloop van omstandigheden, een machine infernale waaraan zij niet konden ontsnappen, in hun aanvoelen, waaraan ze in alle geval niet ontsnapt zijn.
Neen, het is niet zo simpel, schuld en boete, misdaad en straf. De mens is een zeer complex wezen, wij weten nog vrijwel niets over hoe hij ineen zit, zeker niet genoeg om snelle morele oordelen te vellen, zoals wij doen als we met elkaar spreken, kort na de feiten, in de dan tijdelijk terechte heilige verontwaardiging over kleine gauwdieven of verbijsterende psychopaten.
De simplistische moraal van de kerk veroordeelt wie zich afkeert van het goede en bewust kiest voor het kwade, dat door het onfeilbaar kerkelijk gezag is bepaald. Justitie, de maatschappij moet, in respect voor de ondoorgrondelijke menselijke complexiteit, sereen oordelen over wat zij kan toelaten en wat niet, en sereen die middelen inzetten die daartoe nodig zijn, sine ira et studio, zoals Tacitus (Annales I, 1) zegt: ‘zonder ressentiment en zonder toegeeflijkheid’ in de subtiele klassieke vertaling van J. W. Meijer.
Daarmee zijn we ver verwijderd van het hatelijk racisme en het vulgaire populisme van Dedeckers ‘tuig van de richel’. Ook de vijftien jonge boefjes zijn mensen, het zal je kind maar wezen, Jean-Marie. Wat weten wij van hun levensomstandigheden, hun achtergrond, hun wanhoop? En alle mensen, ook zij, hebben recht op een eerlijk proces, sine ira et studio. Maar dan moeten ook zij het ook wel echt krijgen, want daarin heeft Dedecker en met hem alle andere politieke partijen, gelijk: straffeloosheid is een onaanvaardbare aanmoediging van misdadigheid, zoveel weten we dan toch over de mens, daarvoor hoeven we slechts in het eigen hart te kijken.




















