Congo, ons aards paradijs


Ik besef het: ik weet er eigenlijk niets over, maar toch wil ik het erover hebben: Congo, onze vroegere kolonie, ex-Zaïre, nu een democratische republiek. Mijn informatie bestaat uit de nieuwsberichten en enkele documentaires die recentelijk te zien waren op Canvas+. Het beeld dat we daarin gekregen hebben, heeft me geschokt. Wij zitten hier knus in ons veilige landje, terwijl ginds sinds jaren een bloedige oorlog woedt. Van het vernis van beschaving die wij ooit naar daar brachten, schiet er vrijwel niets over. Al de economische hulp die wij en andere partners ooit boden, is door het oerwoud opnieuw overwoekerd. De infrastructuur van het land is zo goed als onbestaande. In een land dat, zo leerden we op school, tachtig keer zo groot is als België, leven ‘nauwelijks' 62 miljoen mensen. Het bruto nationaal product is ongeveer 10 miljard dollar, of 170 $ per kop. Als we dat vergelijken met België, komen we tot ontstellende verschillen: ons BNP is maar liefst 454 miljard dollar, dus meer dan 42.000 $ per kop, dat is 263 keer meer.
Dat brengt ons tot de bittere vaststelling dat de wereld op zijn kop staat. Onder normale omstandigheden zou Congo een aards paradijs moeten zijn, want het heeft alle natuurlijke troeven in handen, en zou België een nietig dwergstaatje moeten zijn dat niet eens in zijn eigen behoeften kan voorzien.
Waarom is het dan niet zo? Hoe komt het dat Congo zich niet kan waarmaken? Waarom is er daar voortdurend oorlog? Waarom slaagt men er niet in om de overvloedige natuurlijke rijkdommen nuttig te gebruiken? Waarom loopt men er achter op alle mogelijke punten van de beschaving? Waarom is de samenleving een vreemde mengeling van moderne technologie en het stenen tijdperk?
Het zou een ronduit racistische en dus verfoeilijke gedachte zijn om dat te wijten aan de Congolezen. Dat belet nochtans zeer velen niet om precies dat te denken, ook al durft men het niet meer zo gemakkelijk zeggen of schrijven. Velen blijven ervan overtuigd dat met een kleine toplaag van experts het land op korte tijd tot de rijkste van de wereld zou behoren. Dat vertaalt zich vandaag niet in een nieuwe brutale openlijke kolonisatiegolf, maar in even onaanvaardbare betutteling, door internationale organisaties zoals de UNO, die de rol van politie (zouden moeten) overnemen, of onduidelijke maar niet minder aanwezige landen en bedrijven, die de economie (zouden moeten) in handen nemen. De Congolese bevolking en haar leiders spelen daarbij respectievelijk de rol van straatarme goedkope handarbeiders en schandelijke profiteurs. Een middenklasse van ambtenaren, handelaars, ondernemers en professionele werklieden lijkt totaal te ontbreken. De politieke macht is in handen van wie op dat moment de bovenhand heeft in het leger: het geweld heerst, de wapens beslissen.
Als we de racistische uitleg verwerpen, namelijk dat ‘die negers' niet in staat zijn om beter te doen, dan moeten we een andere verklaring hebben voor de blijvende Congolese chaos. En dat is niet gemakkelijk.
We zouden kunnen vergelijken met andere Afrikaanse landen in het evenaarsgebied: indien Congo daarvan opmerkelijk verschilt, dan moeten we oorzaak wellicht zoeken in de geschiedenis van het land zelf. Zelfs met mijn beperkte kennis van zaken moet ik vaststellen dat het hele evenaarsgebied en zelfs nog grotere delen van Afrika sinds vele jaren vrijwel hetzelfde trieste lot delen van Congo. Het heeft dus niet veel zin om met een verwijtende vinger naar België te wijzen, zoals men bijvoorbeeld in Amerika, Engeland en Frankrijk wel eens doet: deze landen hebben het niet beter gedaan in de landen die zij gekoloniseerd hebben of, in het geval van Amerika, met de Afrikanen waarmee zij te maken hebben. Vergelijkingen met andere ex-kolonies, buiten Afrika, bijvoorbeeld in Amerika, Azië en Oceanië, zijn zeer moeilijk: in Noord- en Zuid-Amerika heeft men de autochtone bevolking grotendeels uitgeroeid; in Azië heeft men de aanwezige culturen, die dateren van lang voor de onze, deskundig vernietigd en vervangen door de Westerse.
We moeten dus vaststellen dat er in Afrika een grotere weerstand is tegenover Westerse cultuurpatronen. Een vergelijking met bijvoorbeeld Japan is op dat punt spectaculair. Dat doet me vermoeden dat het verschil gelegen is in de al te bruuske en gewelddadige gedwongen overgang van een primitieve, kleinschalige oerwoudcultuur naar een Westerse liberaal-kapitalistische, technologische democratie. Dat is pas goed begonnen rond de tijd dat België zijn onzalige vorm kreeg, met een regelrechte strooptocht op de natuurlijke rijkdommen en een wrede uitbuiting van de lokale bevolking. Geleidelijk aan kwam er ruimte voor een zekere humanisering, met meer aandacht voor het lot van de bevolking, maar steeds op een paternalistische, koloniale manier. Het onderwijs, de gezondheidszorg, de godsdienst, het werd allemaal van boven uit opgelegd, men wou van de negers blanken maken. En dat lukte ook, ten dele: zoals Darwin al zei is het perfect mogelijk om in individuele gevallen op zeer korte tijd een ‘primitieve wilde' om te vormen tot iemand die zonder al te veel moeilijkheden een plaats kan innemen in onze moderne beschaving en daar zelfs de hoogste posities kan ambiëren. Dat is, mijns inziens, het beste bewijs dat elk racisme verdacht en radicaal fout is: niet de huidskleur of de afkomst bepalen of beperken de mogelijkheden van een mens, maar de omstandigheden.
Er is dus iets fundamenteels verkeerd gegaan in de confrontatie van het Westen met Afrika. Wij dragen een zware schuld voor de agressieve verstoring van alle mogelijke natuurlijke evenwichten bij de onmenselijke kolonisatie. En ook na de ‘dépendence', zoals de eenvoudige Congolees de onafhankelijkheid met onbewuste humor omschreef, hebben we hen niet eerlijk behandeld. De prijs van het koper, bijvoorbeeld, daalde toen op enkele dagen met een snelheid die wij alleen kennen van het Fortis-aandeel. Wij beroven Kongo nog altijd, economisch, wij betalen geen eerlijke prijs voor wat wij daar weghalen. En we verkopen onze producten te duur, niet in het minst de wapens die ook een gevaarlijke idioot als onze huidige minister van oorlog daar nog altijd gaat deponeren alsof het zilverpapier van Vlaamse chocoladerepen was.
Telkens ik geconfronteerd wordt met nieuws uit Afrika bloedt mijn hart. In mijn uiterste onmacht kan ik niet anders dan wanhopig besluiten: laten wij Westerlingen daar allemaal zo snel mogelijk weggaan, eens en voor altijd, en voor de rest onze contacten baseren op echt eerlijke principes en prijzen. Laten we, kortom, Afrika respecteren zoals we dat doen met bijvoorbeeld onze buurlanden of de Verenigde Staten, Rusland, China, India, Japan... en hen niet beschouwen als een bende arrogante straatboefjes.
Ik zie het helaas nog niet gebeuren. Wij hebben iets met Afrika, wij hebben iets met negers. Het is iets dat in ons verleden ligt, in de tweehonderd jaar van onze destructieve contacten met het Zwarte Continent. Er is geen enkele reden om te denken dat het niet anders kan. Wij mensen, als menselijke soort, zijn ooit in Afrika ontstaan, daar ligt onze oorsprong, ons warme nest, ons natuurlijke habitat, onze tuin van Eden. Wij zijn gedoemd met een onuitroeibaar, onvervulbaar en overweldigend smartelijk heimwee naar dat paradijs, en wij zijn diep gekwetst dat we daar exemplaren aantreffen van een ras waarin we, zelfs met heel veel goede wil, onze gelijke niet kunnen herkennen en erkennen. Het raadselachtig heimwee dat we zo koesteren is ons latent, virulent racisme. Zolang we dat niet beseffen, is er geen toekomst voor ons of voor hen in Afrika.



















