De 95 stellingen van Luther


Er zijn vandaag officieel ongeveer twee miljard christenen in de wereld, dat is een derde van de totale wereldbevolking, we zijn al met meer dan zes miljard mensen op deze aarde. Ongeveer een derde van alle christenen noemt zich protestant. Zij sieren zich zo met een woord, protestatio, dat gebruikt werd door zes Duitse Fürsten en veertien vrije steden, op 19 april 1529, om te protesteren, op de Reichstag in Speyer, tegen de veroordeling van Maarten Luther en zijn leerstellingen. De oorsprong van het protestantisme legt men traditioneel op 31 oktober 1517, de dag waarop Luther zijn 95 stellingen op de kerkdeuren in Wittenberg nagelde.
Wij, oudere katholieken, zijn opgevoed in een midden waarin protestanten niet beter waren dan ongelovigen, misschien zelfs nog slechter, want zij waren tegen de paus en de bisschoppen en ze geloofden niet in Maria! Wij wisten en weten van het protestantisme in feite helemaal niets af.
Wat was er zo bijzonder aan die 95 stellingen van Luther, dat ze zo’n enorme gevolgen gehad hebben? Wat staat erin?
Met enig zoekwerk zal je de Duitse tekst wel vinden op Wikipedia en andere sites, maar ik wil de lectuur ervan niet echt aanraden: het zijn redeneringen waarvoor toch wel enige kennis nodig is van de wat vreemde theologie van die tijd en van de historische omstandigheden.
Waarover ging het toen?
Och, het is allemaal grotendeels petite histoire, zoals gewoonlijk: veel meer kleinmenselijk falen dan heilige principes. In heel grote lijnen moeten we zeggen dat het te maken heeft met de basiliek van Sint-Pieter in Rome. Met de bouw van de huidige basiliek, ons wel bekend van de jaarlijkse televisiebeelden, is men begonnen in 1506, op de plaats die al sinds vele eeuwen vereerd werd als het graf van Petrus en waar talloze pausen begraven lagen. Zo’n enorm bouwwerk, bijna 2,5 hectaren groot en met plaats voor 60.000 mensen de grootste kerk ter wereld, kostte ongelooflijk veel geld. Leo X (van de Medici-familie) was paus van 1513 tot zijn dood in 1521. Als een onderdeel van de fundraising campagne voor de basiliek gaf hij toelating aan een Dominicaanse pater, Johan Tetzel, om in Duitsland pauselijke aflaten te verkopen. Die kreeg daarbij de steun van de bisschop van Mainz, die zich zwaar in de schulden had gestoken om de bisschopszetel te verwerven (zo ging dat toen…) en die voor zijn steun een deel van de opbrengsten kreeg.
Wat waren nu die aflaten die men verkocht?
Het begint met het feit dat de mens zondig is: hij doet wel eens verkeerde dingen. De Kerk wierp zich op als de ‘arbiter’ in kwesties van goed en kwaad: zij besliste wat fout was en hoe zwaar de overtreding en dus ook de straf, zoals een scheidsrechter op het voetbalveld. Men moest verschijnen voor de gemeenschap of haar vertegenwoordiger en daar zijn zonden belijden of opbiechten. Op die ‘biecht’ volgde de uitspraak van de straf. Men beriep zich darvoor op een tekst uit het evangelie van Johannes: "Ontvang de H. Geest. Die gij hun zonden vergeeft, die zijn ze vergeven. Die gij hun zonden behoudt, die zijn ze behouden" (Joh.20:22-23) Hoe die tekst daar gekomen is, laten we aan de exegeten en de tekstkritiek over, maar ik vermoed dat hij niet echt behoort tot de ipsissima verba Christi, hij komt in de andere drie, synoptische evangeliën in alle geval niet zo voor. Geen wonder dat het Evangelie, letterlijk nochtans de Blijde Boodschap, lang een verboden boek was.
Ja, er waren ook straffen, gele en rode kaarten en uitsluitingen en rechtbanken en beroepsprocedures, zoals nu nog bij het voetbal.
De Bijbel zegt dat wie gelooft zalig zal worden en wie niet gelooft, veroordeeld. Dat werd, na enige interpretatie: als je (zwaar) zondigt ga je naar de hel, voor altijd. Dat is natuurlijk zeer drastisch, té onherroepelijk en definitief om aanvaardbaar te zijn voor mensen. Naast de hel kwam er dus een vagevuur, waar je na je dood tijdelijk kon boeten voor kleinere overtredingen om dan nadien toch naar de hemel te gaan. De straffen werden gaandeweg uitgedrukt in een aantal dagen die je in het vagevuur moest doorbrengen, een soort light hel, waar het vuur je zonden moest uitvagen, het purgatorium.
Maar de mens is vindingrijk, zeker de zondige mens maar nog vindingrijker zijn de rechters en de advocaten… Waarom die straf in het vagevuur al niet proberen delgen door hier op aarde boete te doen?
Aanvankelijk ging het om zonden en hun vergeving, dus schuld en boete, hier en nu, en dat was zinvol. Als je iemand bestolen had, dan moest je dat gaan biechten en dan kreeg je een straf, bijvoorbeeld het bidden van drie Weesgegroeten voor een appel. Voor zwaardere feiten kon dat bijvoorbeeld een maand vasten zijn, voor nog zwaardere een pelgrimstocht naar Compostella, Rome of zelfs Jeruzalem. Dat was dus boetedoening: de zondaar kreeg een soort van lichamelijke straf opgelegd, die hem terug op het rechte pad moest brengen. Natuurlijk was er ook een element van afschrikking mee gemoeid: als je wist dat op moord een reis naar Jeruzalem stond, dan dacht je even na voor je je messen trok. Dat was althans het idee.
Mensen zijn ‘maar’ mensen en dus liep het al gauw verkeerd. De boetedoening werd opgelegd door de kerk, de priesters, de bisschoppen en uiteindelijk de paus. Die moesten ook leven en dus begon men met een systeem waarbij je de opgelegde ‘boete’ kon afkopen. Stel dat je een maand vasten had gekregen; dat kon, zoals ook nu nog gebruikelijk is bij onze lagere rechtbanken, omgezet worden in een geldstraf. Je betaalde de boete en je schuld was kwijtgescholden. De oorspronkelijke gedachte klopte nog altijd, want je moest dat geld derven, missen, je kon er geen bier of wijn meer mee kopen; je had er ook moeten voor werken, dus het deed nog altijd pijn, dus het was een boetedoening. Althans als je niet veel geld had; voor de machtigen en de rijken was het wel anders: ze betaalden de boete en merkten niet eens dat ze minder geld hadden, desnoods verhoogden ze de belastingen of namen iemands bezit in beslag…
Het ging nog verder: waarom niet rechtstreeks de dagen vagevuur omzetten in een boete? Dat gebeurde eerst nog met een omweg: bij elk gebed, elke versterving, elke goede daad stond vermeld hoeveel dagen ‘aflaat’ (indulgentia) je kreeg. Ik herinner me uit mijn jeugd dat op de doodsprentjes dergelijke formules nog altijd stonden: ‘Mijn Jezus bermhertigheid’ (100 dagen aflaat). Als je bij de consecratie opkeek naar de hostie en driemaal zei, mét overtuiging: ‘Mijn Heer en mijn God!’ kreeg je, geloof ik, drie jaar aflaat!
Naast gebeden was er ook de verering van de heiligen en van hun relikwieën: stukjes van hun gebeente of van hun kleding. In de Middeleeuwen was dat uitgegroeid tot een heuse commercie. In de hofkerk van Wittenberg hadden de plaatselijke graven een indrukwekkende collectie relikwieën opgebouwd, wel 20.000 stuks, waaronder een flesje met melk van de borst van Maria zelf, stro uit de kribbe van Bethlehem en het stoffelijk overschot van een van de ‘onnozele kinderen’, die op bevel van Herodes vermoord waren. Door die kerk te bezoeken en er in de offerblokken geld te stoppen, kon je massaal aflaten verdienen: aan honderd dagen per stuk zat je al gauw aan duizenden dagen, genoeg voor zelfs serieuze recidivisten en de meest onverbeterlijke don Juan.
En het ging steeds maar verder. Voor kleinere zonden kon je nog bij de pastoor terecht, maar voor grotere werd je doorverwezen naar de bisschop en zo uiteindelijk naar de paus zelf. De paus kon je zelfs een algemene aflaat geven, dan was je er meteen vanaf, geen vagevuur meer, bij je dood rechtstreeks naar de hemel! Dat gaf aanleiding tot verschrikkelijke tonelen, met priesters die hun zegen en de absolutie onthielden aan mensen die afschuwelijke lichamelijke en mentale pijnen leden op hun sterfbed, tenzij ze zich vrijkochten, meestal door grote delen van hun bezit aan ‘goede werken’ te schenken, waaronder kerken en kloosters, in ruil voor hun zielenheil.
Alles heeft zijn prijs en waar een pastoor nog te koop was voor een appel en een ei of liever nog een goeie fles of een uurtje in het hooi, viel er met de prijs van een pauselijke algemene aflaat niet te lachen.
Op den duur was het een schandalige en schaamteloze handel. Geestelijken van alle standen, tot en met de paus, spraken royaal straffen uit met eeuwenlange verblijven in het vagevuur, maar verkochten de aflaten erbij voor baar geld. Het systeem was zelfs uitgebreid tot de overledenen: de levenden konden aflaten verdienen voor de zieltjes van bijvoorbeeld hun familieleden. Als kind heb ik nog gebeden voor de zieltjes van de heidense kindjes! Vroeg of laat moest er tegen dergelijke stupide en perfide praktijken een reactie komen.
Dat is wat er ten tijde van Luther gebeurde. Toen hij vernam dat in Mainz dergelijke pauselijke aflaten verkocht werden, zonder biecht of bekering of goede voornemens, gewoon voor geld, als in een snoepwinkel, dacht hij eerst dat het ging om de zoveelste bedrieger. Toen hij vernam dat ook de bisschop eraan meewerkte en zijn percentje kreeg en dat het uiteindelijk de paus was die het recht om dergelijke aflaten te verlenen zelf verkocht had voor ongelooflijke bedragen, om zijn basiliek in Rome te bekostigen, toen werd Maarten Luther terecht boos.
Hij was professor theologie aan de universiteit en hij was er zeker van dat dit systeem door en door rot was. Het had niets meer te maken met goed en kwaad, het was uitbuiting en plat bedrog op grote schaal. Mensen boden zich aan in de biechtstoel met papieren aflaten die ze op voorhand hadden gekocht van handelaars en tussenpersonen. Het kwam zelfs zo ver dat men niet eens meer ging biechten: gewoon door de aflaten te kopen, waren de zonden vergeven.
In 95 korte zinnetjes legt Luther uit wat er verkeerd is met de aflaten en de handel en je hoeft geen theologisch genie te zijn om dat zelf ook te weten. Het is verbazingwekkend dat een zo onschuldige theologische tekst zo’n ongelooflijke gevolgen heeft gehad. De Reformatie heeft de kerk verscheurd tot op vandaag, voorgoed, zonder uitzicht op hereniging. Er zijn oorlogen gevoerd, er zijn mensen vervolgd en vermoord, miljoenen mensen, gelovige mensen, om hun geloof.
De katholieke kerk heeft haar systeem van zonde, boete en aflaten nooit herroepen, ook de heiligenverering niet, noch de relikwieën. Zij heeft zich nooit verontschuldigd voor de aflatenhandel. Ze zal zich nooit verzoenen met de principes van het protestantisme. In de basiliek die letterlijk gebouwd is op de ruïnes van de christelijke eenheid zetelt nog steeds in al zijn pontificale glorie de opvolger van Leo X en de pausen na hem, die met het boetegeld van de armste goedgelovigen een hemeltergend monument hebben opgericht, dat zijn majestueuze maar schuldige schaduw werpt over het simpele kruis van Golgotha.
Het is niet zeker dat Luther die stellingen echt op de deur van de kerk heeft getimmerd. Dat verhaal komt het eerst voor bij Melanchthon (modieus renaissance-Grieks voor Schwarzerd, zwarte aarde) in 1546. En als hij het toch gedaan heeft, dan was dat niet zo’n dramatisch gebaar als wij nu denken: men hing toen allerlei berichten uit aan of op de poorten van de kerken, zoals men nu nog hier en daar doodsbrieven uithangt. Zeker is dat hij de tekst aan de bisschop heeft gestuurd, die hem ook aan Rome bekend maakte en ja, die konden er niet mee lachen, natuurlijk en Luther werd veroordeeld. Zo ging de zaak aan het rollen en het is nooit meer geworden zoals voorheen.
Natuurlijk zijn er allerlei andere elementen bijgekomen, politieke, sociale, economische of ook weer heel menselijke, zoals bij de afscheuring van de Anglicaanse kerk, waar de pauselijke belastingen een doorn in het oog waren van de Engelse koningen en de pauselijke weigering om een koninklijk huwelijk te ontbinden een aanleiding om die belastingen om te zetten in… koninklijke. Tussen haakjes, ook het ongeldig verklaren van een huwelijk had toen (en nu…) een prijs, het was dus niet dat Rome nooit huwelijken ongeldig verklaarde, wat had je gedacht.
Ach, het is allemaal zo menselijk. Religie is menselijk en dus gaat het zeker zo vaak fout als goed. Maar toen, in die tumultueuze 16de eeuw, is het wel echt verkeerd gegaan in heel de toen bekende wereld en de rol die vooral de katholieke kerk daarin gespeeld heeft, was op zijn zachtst gezegd… onzalig.


















