de armen zult ge altijd bij u hebben


1 december 2010. Het is koud buiten, het vriest tot vijf graden onder nul en de gure noordenwind maakt dat het aanvoelt als min twaalf; in het Engels noemt men dat de wind chill factor, letterlijk de windkiltefactor of de gevoelstemperatuur. Kil is het ook in het hart van de Belgen, want duizenden mensen leven hier op straat, dag en nacht, sommigen met heel jonge kinderen. Asielzoekers, daklozen, marginalen, sans-papiers. Waarom?
Het is een complexe zaak, maar niet zo ingewikkeld dat er geen oplossing zou te vinden zijn. Er is immers plaats en geld genoeg in België om nog veel meer mensen behoorlijk op te vangen, dat is evident. Er is dus sprake van manifeste onwil. En waarom wil men niet? Luister naar de wijze woorden van de eerste minister van de al maanden uittredende regering: wij moeten de vluchtelingenstroom tegenhouden, dat is de eerste prioriteit; er mogen niet zoveel mensen naar België komen, of toch niet dat soort mensen: ongeschoolde economische migranten, want onze wetgeving voorziet dat die hier niet welkom zijn. Na een (veel te lange) procedure stuurt men die onverbiddelijk terug. Men moet die mensen dus ontraden om naar hier te komen. Als men nu de vluchtelingen die zich hier aanbieden goed opvangt, dan verspreidt dat nieuws zich als een lopend vuurtje en dat veroorzaakt een aanzuigeffect.
Haveloze en uitzichtloze mensen overal ter wereld die vernemen dat je in België eten en drinken krijgt, opvang in tehuizen of zelfs op hotel, dat advocaten klaar staan om ervoor te zorgen dat je een dwangsom van meer dan 500 euro per diem toegewezen krijgt als de overheid niet goed voor jou zorgt, dat een procedure via handige of menslievende advocaten en verenigingen kan uitgesponnen worden tot vele jaren en dat je ondertussen niet kan uitgewezen worden; kandidaat vluchtelingen die dat vernemen, hoeven er geen twee keer over na te denken: de schamele have en goed verkopen en allen hierheen! En als ze ons vermeend eldorado niet zelf ontdekken, dan zijn er genoeg handige mensenhandelaars die hen daarover inlichten en hen, voor een fikse vergoeding, zelfs naar hier brengen.
Het is volkomen terecht dat de regering probeert om die machine infernale stil te leggen. Maar haar pogingen om de optimistische berichten over asiel in België te ontkrachten, worden ogenblikkelijk pertinent tegengesproken door de feiten. Asielzoekers hebben het wel degelijk goed in België, uitzonderlijk goed. De publieke opinie zal niet dulden dat zij hier echt onmenselijk behandeld worden. Wij staan min of meer open voor elke migratie, wij willen die sukkelaars helpen, wij hebben een ingeworteld barmhartige Samaritaan-gevoel. Wij hebben lak aan de wetgeving die economische migratie van ongeschoolden verbiedt. Wij wensen niet dat afgewezen asielzoekers en andere ongewenste migranten manu militari het land uitgezet worden. Wij herinneren ons de ontstellende dood van Semira Adamu, die door al te ijverige rijkswachters verstikt werd bij haar gedwongen repatriëring per vliegtuig. Wie hier afgewezen is, krijgt het bevel het grondgebied te verlaten, maar dat bevel wordt niet uitgevoerd en wie het negeert, riskeert niets: wat kan men als straf opleggen? Gevangenis? Bevel tot uitwijzing? Juist.
Er zijn dus duizenden illegalen in ons land, sans-papiers, zoals in alle rijke landen. Zij leven en werken in de marge van de maatschappij. Het zijn onze moderne slaven, zonder rechten, uitgebuit en ingezet voor het werk dat niemand anders wil doen. Zij worden getolereerd, want niemand weet hoe men ze op een humane manier kan verwijderen en niemand, behalve rabiate racisten, wil ze kost wat kost terugsturen naar de miserie waarvoor ze gevlucht zijn. Zo zijn we niet. Denk ik.
Het is dus een vicieuze cirkel, een eindeloze spiraal van wederzijds onbegrip. Wij kunnen de migranten niet tegenhouden. België heeft geen eigen grenzen meer en die van Europa zijn zo lek als een zeef. Amerika probeert zijn grens met Mexico te sluiten en dat kost stukken van mensen, maar elke dag trekken er duizenden toch illegaal over of onder de afsluitingen. Het is dus echt wel onmogelijk, moeten we toegeven, om ongewenste immigratie tegen te houden. Het lukt evenmin om hen terug te zenden. Er zit dus niets anders op dan ze op te vangen. Maar zelfs als we dat maar halfhartig doen, is dat blijkbaar nog voldoende om hen massaal naar hier te doen komen. Twintigduizend per jaar, dat is zoveel als een middelgrote stad die er elk jaar bijkomt in België. Die mensen verdwijnen in de meest gore krochten van onze samenleving en leiden daar een mensonwaardig bestaan. En precies dat lokt dan weer de volkomen terechte menselijke reactie uit dat we voor hen toch iets moeten doen, zonder ons af te vragen hoe het zover kunnen komen is, zonder ons druk te maken over de gevolgen van onze goede werken: het kan niet dat we mensen laten creperen op straat. En omdat men dat weet, komt men naar hier, want waar ze vandaan komen, crepeert men wel op straat. De slechtste vooruitzichten in België zijn vaak nog beter dan de beste voor de armsten in de armste landen ter wereld.
Er is dus geen structurele oplossing. Wij zullen dus verder gaan met zwakke, vrijwel nutteloze pogingen om de immigratie te ontraden, met een opvang die het midden zoekt tussen milde gelatenheid en barse weerstand, met humanitaire hulp waar de staat faalt. Het staat in het evangelie. Jezus zei: de armen zult ge altijd bij u hebben.
Het loont de moeite om die verrassende Bijbeltekst even na te lezen want daar staat ongeveer het tegenovergestelde van wat wij vermoeden.
Beginnen we met Lukas, hoofdstuk 10:
38Toen ze verder trokken ging hij een dorp in, waar hij gastvrij werd ontvangen door een vrouw die Marta heette. 39Haar zuster, Maria, ging aan de voeten van de Heer zitten en luisterde naar zijn woorden. 40Maar Marta werd helemaal in beslag genomen door de zorg voor haar gasten. Ze ging naar Jezus toe en zei: ‘Heer, kan het u niet schelen dat mijn zuster mij al het werk alleen laat doen? Zeg tegen haar dat ze mij moet helpen.’ 41De Heer zei tegen haar: ‘Marta, Marta, je bent zo bezorgd en je maakt je veel te druk. 42Er is maar één ding noodzakelijk. Maria heeft het beste deel gekozen, en dat zal haar niet worden ontnomen.’
De blijde boodschap is hier dus niet dat je je gasten, lees: de armen, de asielzoekers, goed moet opvangen en verzorgen, maar dat je naar het woord van God moet luisteren. Dat is precies wat de meeste christenen altijd gedaan hebben en nog doen: naar de mis gaan en naar de prediking luisteren en de armen aan hun lot overlaten, op enige aalmoezen na. Er staat letterlijk dat er maar één ding noodzakelijk is: luisteren naar God. Wie dat doet, die verwerft een schat die hem of haar niet zal worden ontnomen, ook al heeft men tijdens zijn leven zijn naasten verwaarloosd. Léonard en Ratzinger zullen het graag horen. Zij zijn ervan overtuigd dat ook zij het beste deel hebben gekozen.
We vinden deze passage niet bij Markus of Matteüs, maar bij Johannes, hoofdstuk 11, staat dit merkwaardige verhaal te lezen:
1Zes dagen voor Pesach ging Jezus naar Betanië, naar Lazarus die hij uit de dood had opgewekt. 2Daar hield men ter ere van hem een maaltijd; Marta bediende, en Lazarus was een van de mensen die met hem aanlagen. 3Maria nam een kruikje kostbare, zuivere nardusolie, zalfde de voeten van Jezus en droogde ze af met haar haar. De geur van de olie trok door het hele huis. 4Judas Iskariot, een van de leerlingen, degene die hem zou uitleveren, vroeg: 5‘Waarom is die olie niet voor driehonderd denarie verkocht om het geld aan de armen te geven?’ 6Dat zei hij niet omdat hij zich om de armen bekommerde – hij was een dief: hij beheerde de kas en stal eruit. 7Maar Jezus zei: ‘Laat haar, ze doet dit voor de dag van mijn begrafenis; 8de armen zijn immers altijd bij jullie, maar ik niet.’
De evangelist laat niets onverlet om het contrast zo scherp mogelijk te maken. De olie waarmee Jezus’ voeten worden gezalfd, is de duurste die er is, het hele huis ruikt ernaar. Dat Maria dan ook nog de voeten van de Heer afdroogt met heur haar, zal menig feminist de wenkbrauwen doen fronsen. Is dit de Jezus die wij kennen, de eerste socialist, de wereldverbeteraar? Is dit een voorbeeld voor ons allemaal?
Blijkbaar heeft de redacteur het er ook wat moeilijk mee en maakt hij zich zorgen over de reacties van zijn lezers. Maar het verwijt dat hij heeft uitgelokt door het ronduit schokkende beeld van de verspillende luxe en de misplaatste, bijna slaafse verwennerij van Jezus door Maria, dat verwijt legt hij in de mond van Judas, de verrader, die hier al een veeg uit de pan meekrijgt: hij is de penningmeester van de Jezus & Apostelen, BVBA en het is vanuit die functie dat hij zich druk maakt over zoveel verspilling. Johannes gaat nog een stap verder: Judas’ verwijt en zijn zorg voor de armen is leugenachtig, hij meent niet wat hij zegt, hij denkt helemaal niet aan de armen die men had kunnen helpen met de vorstelijke som van 300 denarie, maar aan zijn eigen zakken, die hij vult met diefstal uit de verenigingskas. Hoe dan ook, Jezus veegt alle bezwaren van tafel. Hij ziet dit slechts als een voorschot op de balseming van zijn lichaam na zijn dood. Vreemd is dan wel dat in het evangelie letterlijk gezegd wordt dat men toen nieuwe olie heeft gebruikt, bij Marcus (c. 16) is het uitgerekend Maria van Magdala die samen met anderen wordt uitgestuurd om geurige olie te gaan kopen. Zwak argument dus. Maar Jezus gaat verder: laat Maria maar doen; de armen kunt ge altijd verzorgen, die zullen er immers altijd zijn; Jezus daarentegen is er maar één keer en dus moet men daarvan gebruik maken om hem te eren, ook als dat gebeurt met zoveel aperte verspilling en zoveel verwerpelijke onderdanigheid.
Het beeld dat we hier van Jezus krijgen stemt overeen met wat de kerk altijd al heeft vooropgesteld: bovenal bemin uw God. Als we bekijken hoeveel inspanning en hoeveel geld er door de kerk is uitgegeven om God af te beelden en om hem een waardig huis te bouwen, als we al het goud zien dat voor zijn aanschijn en dat van zijn heiligen is opgestapeld, als we bedenken hoezeer wij in de liturgie bezig zijn met hem te loven en te eren, te aanbidden en te prijzen, dan valt elke vergelijking met de goede werken van de christengelovigen onvermijdelijk in het nadeel van de armen uit. Tot daar dus de blijde boodschap van het evangelie.
Wat is het alternatief? Wat is onze verantwoordelijkheid als mens en medemens in het complexe en frustrerende verhaal van de immigranten?
Vooreerst moeten we zakelijk zijn, zoals steeds en het probleem rationeel benaderen. Dat betekent dat we Europees moeten denken en handelen: onze grenzen zijn Europees; als we die willen beschermen, dan moet dat daar gebeuren, niet in elk land en zeker niet in een land dat geen buiten-Europese buren heeft. Vervolgens moet men vaststellen dat het sluiten van de grenzen een praktische onmogelijkheid is, evenals de verplichte repatriëring van alle illegalen en afgewezen asielzoekers. Men moet dus werken aan structurele maatregelen in de landen van waaruit de immigratie afkomstig is. Enkel indien het verschil tussen de armste landen en de rijkste kleiner wordt, zal de armoede-immigratie kunnen afnemen. Waarschijnlijk zal het duren tot de kruimels van de tafels van de rijken voldoende zijn om alle armen ter wereld te voeden eer we zover zijn.
Ondertussen zullen de armen altijd bij ons zijn. Zij verwachten niet dat wij hun voeten overgieten met Chanel n°5 en ze afdrogen met ons haar. Maar wij mogen ons niet onttrekken, om welke reden dan ook, aan onze elementaire plichten als medemens. Wij moeten degenen die hier zijn een menswaardig bestaan gunnen, een mogelijkheid om ten minste te overleven. Welke vorm dat moet aannemen en hoe dat praktisch kan geregeld worden, daarvoor zijn er in België meer dan genoeg magistraten, ambtenaren, politieke verantwoordelijken, humanitaire organisaties en vrijwilligers om dat uit te maken. Maar dat wij met ons allen niet in staat zijn om een paar duizend mensen van straat te houden in deze vrieskou, dat is schandalig.




















