onrust

Ik ben wat onrustig, de laatste dagen.
Een mens voelt dat heel goed aan, je kent immers de signalen. De spijsvertering werkt wat tegen, je slaapt minder goed, je droomt van akelige of compromitterende dingen, je bent meer prikkelbaar en reageert emotioneel op wat er in je omgeving gebeurt. Je hebt onbestemde verlangens en onverklaarbare antipathieën. Kortom, je bent uit je gewone doen en je voelt je daar allerminst goed bij. Stilaan begin je je af te vragen hoe dat komt, wat de aanleiding of de oorzaak is.
Misschien is het gewoon ‘het vallen van de blaren’, een jaargetijde waarin iedereen wat melancholisch wordt. De zomer is voorbij, de natuur gaat geleidelijk over op een trager ritme, de winter staat voor de deur. Je komt minder buiten en daardoor ontmoet je minder mensen, de kans op vereenzaming neemt toe.
Over enkele maanden word ik vijfenzestig. Ik stel vast dat ik met gemengde gevoelens uitkijk naar 16 januari 2011. Niet dat er ook maar iets gaat veranderen: ik ben al op pensioen sinds eind oktober 2005. Ik plan geen grote feestelijkheden. Het vooruitzicht dat ik vanaf dan gratis op de bus mag en voor een paar euro met de trein mag rijden, is wel leuk maar niet echt wereldschokkend. Ik maak immers weinig gebruik van het openbaar vervoer, niet omdat ik veel met de auto reis (ik rijd zelf nooit met de auto, nooit gedaan), maar omdat ik me weinig verplaats en ook niet van plan ben om daaraan veel te veranderen. Toch is er iets met het ronden van die kaap. Ik denk dan aan mijn Vader zaliger, die werkte tot zijn 65ste en een jaar later al begraven was. Of aan mijn broer die al op zijn 59ste stierf; ik hoor hem nog zeggen: ik was wel graag zo oud geworden als ons Vader… Ik denk ook aan mij oudste broer, tien jaar ouder dan ik en sinds twintig jaar geplaagd door ernstige gezondheidsproblemen, die nu lijken te culmineren. Hoe dan ook, in onze maatschappij ben je op 65 officieel ‘oud’ en dat doet me blijkbaar toch wel iets.
Wij mensen zijn erg gehecht aan onze gewoonten en ik ben een goed voorbeeld van die algemene regel. Ik draag mijn schoenen twintig jaar, mijn cardigans tot ze van mijn lijf vallen, een nieuwe jas koop ik wellicht nooit meer. De kans is klein dat ik nog aan nieuwe hobby’s begin of dat ik de oude laat. Mijn ontbijt is een vast ritueel van vers geperst citrussap en ontbijtgranen met melk, gevolgd door de pilletjes voor het hart en de slechte cholesterol. Rond kwart na tien drink ik een kop bancha thee, na de broodmaaltijd op de middag een kop cafeïnevrije espresso, rond half vier een kop kukicha thee. ’s Avonds kook ik, daarna doen we de vaat met de hand, onze vaatwasmachine hebben we van de hand gedaan aan familie. Vervolgens kijken we naar het journaal op tv, soms naar educatieve of culturele programma’s, vooral op BBC, of naar de klassieke muziekzender Mezzo, of luisteren we gewoon naar muziek op radio of cd, Lut met een kruiswoordpuzzel, ik met een boek. Op zaterdagvoormiddag doen we inkopen in een klein grootwarenhuis in het naburige dorp.
Onze huiselijke gewoonten worden zelden onderbroken, we hebben blijkbaar meer behoefte aan de rust van onze vaste gebruiken dan aan de mogelijke opwinding van verrassingen of uitzonderlijke gebeurtenissen.
Een nadeel daarvan is, dat als er dan toch plots iets gebeurt, je er onwennig op reageert, dat het je meer aangrijpt dan normaal is. Onverwacht bezoek, gebeurtenissen in de familie of in de buurt, zelfs feiten in het nieuws zijn al voldoende om de spanning te doen stijgen. De media doen er trouwens alles aan om een en ander zo op te kloppen dat zelfs triviale zaken kunstmatig een belang krijgen dat wij ze zelf niet zouden geven. Een voorbeeld.
Sinds vier weken is Vlaanderen in de ban van de zogenaamde parachutemoord en van de Marollenmoord. Het zijn rechtszaken voor een hof van assisen, dus met een volksjury. In het ene geval gaat het (wellicht) om een passionele moord op een liefdesrivale, in het andere (wellicht) om een gewelddaad van een jonge drugsverslaafde. De beide kwesties hebben voor mij slechts een zeer relatief belang. Ik weet dat dergelijke zaken gebeuren, helaas, maar de details van de concrete gevallen interesseren me niet. Ik lees nooit kranten of magazines en kijk ook niet naar reportages over dergelijke kwesties op tv. Het zijn randverschijnselen in de maatschappij die wat mij betreft slechts een eenmalige vermelding verdienen in het nieuwsoverzicht. Ik heb dus al weken lang uitvoerig de gelegenheid om mij te ergeren aan de misplaatste aandacht die de media aan die kwesties geven.
Een ander voorbeeld. België heeft 129 dagen na de parlementsverkiezingen nog steeds geen regering, er is zelfs geen uitzicht op een mogelijk begin van een regeringsvorming. De reden daarvoor is zeer eenvoudig: de verkiezingsuitslag heeft duidelijk aangetoond dat Vlaanderen, Wallonië en Brussel drie zeer verschillende entiteiten zijn, op werkelijk alle gebied. Men probeert wanhopig te doen alsof dat niet zo is en een federale regering te vormen, maar dat kan onmogelijk lukken. Een Belgische regering moet immers algemene wetten maken en een algemeen beleid voeren voor het hele land, terwijl de Franstaligen een (links) beleid wensen dat voor hen geschikt is, terwijl de Vlamingen een (rechts) beleid willen dat voor Vlaanderen past. Geen van beiden wil dat de andere bepaalt wat in de eigen regio gebeurt. Een vergelijk is niet meer mogelijk en het is ook niet wenselijk: we zijn drie verschillende regio’s, er zijn geen Belgische oplossingen voor onze problemen, het moet maatwerk zijn voor elk van de drie. Een zeer verregaande autonomie op vrijwel alle vlakken is dus de enige oplossing en daarover is iedereen het eens.
Het probleem is echter dat men die autonomie wil regelen binnen een Belgisch staatsbestel. De discussie wordt gevoerd naar aanleiding van de vorming van een federale regering, terwijl ze zou moeten gevoerd worden door de democratisch verkozen parlementen van de drie regio’s. Maar die houden zich zeer ver van die discussie en doen gewoon hun werk voor die aangelegenheden waarvoor de autonomie al een feit is.
Men kan er dus niet uitgeraken en iedereen weet dat, iedereen beseft dat het zo niet verder kan. Zelfs als er nu nog een keer een laatste compromis bereikt wordt, wat weinig waarschijnlijk is, zal dat niet lang standhouden. We gaan naar autonome regio’s, onvermijdelijk. De vraag is alleen wanneer en hoe.
Sinds maanden maak ik me dus dagelijks druk over de zinloze show die opgevoerd wordt voor de televisiecamera’s en microfoons en in kranten en tijdschriften. Men kent de problemen en men weet wat de eindoplossing zal zijn. Maar men gaat toch door met de klassieke onderhandelingen voor de vorming van een federale regering, alsof we nog in 1830 zijn. Geen wonder dus dat ik het ook op dat punt behoorlijk op mijn heupen krijg, zeker als de oppermalloot van de socialistische vakbond ons na de zoveelste ergerlijke treinstaking ook nog eens komt vertellen dat de Vlaamse linkse politieke partijen één front moeten vormen met de Waalse, veeleer dan met de Vlaamse! Die man hoort thuis in een reservaat, een psychiatrische instelling of in Noord-Korea.
Ook de houding van de Franstalige politici is ronduit ergerlijk. Zij zien elke Vlaamse eis voor autonomie (terecht) als een bedreiging van hun onrechtmatig verworven rechten. Maar dat is precies autonomie: je eigen boontjes doppen en niet afhankelijk zijn van anderen, als het goed gaat of het slecht. Men is in Vlaanderen niet meer bereid tot verregaande overdrachten van de ene regio naar de andere. Aangezien het niet lukt om binnen België een billijke verdeling van de middelen af te spreken op basis van objectieve criteria, zit er niets anders op dan het land te verdelen en elk onze zin te doen.
Wij hebben Wallonië of Brussel niet nodig. Wij voelen ons niet met hen verbonden, er zijn geen emotionele banden, wij zijn geen oewaarde landchenoten’. En dat wij hen ooit nodig zouden kunnen hebben, dat zij ons van de ondergang zouden redden, dat is om meer dan één reden erg onwaarschijnlijk: ze hebben ons nog nooit geholpen, hebben ons altijd uitgebuit; zij zijn met drie miljoen, wij met zes miljoen; zij zijn ons niet gunstig gezind, nooit geweest en ook nu niet, want zij weigeren ons het zelfbestuur dat wij al zo lang opeisen.
Het zal mijn lezers geenszins ontgaan zijn dat ik me ook mateloos opwind over godsdienst en religie. Steeds meer mensen wenden zich af van de kerk en dat is een goede evolutie. Maar uit eigen ervaring weet ik dat het niet simpel is om zomaar definitief en volledig te breken met een kerkelijk verleden. Het is een proces dat zou moeten begeleid worden, want de banden waren heel intens en diep, een leven lang. Ik meen ook dat onverschilligheid geen alternatief is voor kerkelijkheid. Ik wil iets in de plaats, maar dat is veel gemakkelijker gezegd dan gedaan. Ik probeer nu al drie jaar enig contact te krijgen met ‘lotgenoten’, maar heb daarin nog geen enkel concreet resultaat geboekt. Ik wil graag gelijkgezinden ontmoeten, met hen praten of corresponderen; ik wil me inzetten voor een vrijzinnige, humanistische maatschappij, ik wil deelnemen aan manifestaties en samenkomsten en vieringen, ik wil me dienstbaar maken in een niet-confessionele samenleving. Maar dat lukt me absoluut niet. Jammer.
Naast deze grote of ernstige ergernissen zijn er ook nog enkele mindere, maar die toch bijdragen tot de malaise. Door een jarenlang gebrek aan lichaamsbeweging en eindeloze uren gebogen over boeken of starend naar een computerscherm, zittend in een zetel, heb ik een heel stramme nek gekregen en dat is echt wel hinderlijk. Het is vervelend als je lichaam tegen wringt bij je hobby: lezen en schrijven.
We hebben ons recentelijk een laptop aangeschaft, dan kunnen we allebei ongestoord computeren. Daarbij hoort ook een draadloze internetverbinding en een lokaal netwerk, natuurlijk. Met enige moeite heb ik dat geïnstalleerd. Maar nu zijn er allerlei compatibiliteitsproblemen en conflicten tussen toestellen en programma’s en dat is veel minder gemakkelijk op te lossen als je geen specialist bent. Een laptop heeft geen muis maar een ‘pad’, een kleine zone aan het toetsenbord waarop je kan klikken en vegen en schuiven… Dat is even wennen, wellicht zelfs langer dan even, want aan mijn rechterhand ben ik 20% gehandicapt na een val met de moto en een Sudek-episode. Ik voel allerlei krampen en stijfheid door die ongewone bewegingen en houdingen.
En dan is er het Zaans klokje dat ik ooit kocht in de brocante: plots stilgevallen. Een reinigingsbeurt en wat zuinig aangebrachte olie brachten soelaas, maar dan viel plots de haak waaraan het ophing uit de muur en daar gaapt nu een vrij aanzienlijk gat, dat zich maar moeilijk laat vullen op een manier die toelaat om er weer een plug in aan te brengen. Dus ligt het klokje nu al enkele weken stom en triest te wachten en mis ik mijn dagelijkse gewoonte om de gewichten op te trekken en het vrolijke belletje op het halve en het volle uur. Enkele dagen later kreeg ook het Kundo-klokje kwalijke kuren: zomaar stilvallen; dat zal ook reinigen en oliën worden, maar dat is een erg delicate zaak: de ronddraaiende ‘slinger’ hangt op aan een stalen draadveer en voor je het weet, knapt die af…
Deze zomer heb ik verzuimd om wat buitenschilderwerk te doen aan ramen en deuren en ook enkele kleine herstellingen aan de goten weeral uitgesteld. Nu is het daarvoor te vochtig en te koud, het zal dus volgend jaar moeten gebeuren, maar dat zeg ik nu al enkele jaren…
We hebben nu gescheiden riolering in de straat en we moeten daarop aansluiten. De gemeente draagt voor duizend euro bij en we zouden een schatting van de kosten krijgen, maar die is er nog niet. De oprit is in asfalt, dat zal dus breekwerk worden, geen aangenaam vooruitzicht.
Als ik dat zo allemaal bijeen zie, dan denk ik enerzijds: waarover maak ik me druk? Maar anderzijds begrijp ik ook wat beter waarom ik me niet helemaal lekker voel. Er is namelijk een irritante verstoring van de normale gang van zaken, van de vaste gebruiken in ons gezinnetje en dat wringt bij het gewoontedier dat ik ben. Langs de andere kant is er een ongelooflijke lethargie en een manifeste onwil om iets te veranderen in dit apenland van ons en om de politieke en ideologische problemen eindelijk een deugdelijke oplossing te geven en voorgoed een einde te maken aan de kerkelijke overheersing in Vlaanderen.
Het is wellicht die tegenstelling in mij die de oorzaak is van mijn ongemak. Van sommige dingen in mijn directe omgeving wens ik helemaal niet dat ze veranderen, voor andere, meer algemene en principiële kan het voor mij niet snel genoeg gaan.
Ik hoop, lieve lezers, dat ik jullie niet verveeld heb met deze jeremiade. Misschien heb je jezelf er een beetje in herkend en heb ik je zo wat geholpen om de relativiteit van de dingen in te zien. Dat ik het allemaal eens heb mogen zeggen/schrijven heeft op mij hopelijk een gelijkaardig effect.



















