Secularism, Mike King

Het is voor een gewone burger soms moeilijk om de vrije markteconomie te begrijpen. Ik heb het nu niet over de vlucht van bedrijven naar lagelonenlanden: het onmiddellijk voordeel daarvan is ook voor een leek duidelijk. Nee, het zijn eerder kleine, onopvallende zaken die me intrigeren. Ik was op zoek bij Amazon, de grootste internetboekhandel ter wereld, naar boeken over, je raadt het nooit: atheïsme, secularisatie, ongeloof, vrijzinnigheid. Een trok mijn aandacht: Mike King, Secularism. The Hidden Origins of Disbelief, 323 pp., index, bibliografie, Cambridge, 2007. Maar nog meer dan de titel was het de prijs die me opviel: $52,50 doch afgeprijsd naar $1,67 en dat voor een nieuw boek. Bij het Britse filiaal kost het zelfde boek £25. Ik heb het besteld in Amerika, samen met nog enkele andere, zodat de verzendingskosten verspreid over drie of vier boeken bijna verwaarloosbaar waren. De auteur is Mike King, docent (computergrafiek, maar dat moet je wel even opzoeken) aan de London Metropolitan University. Het boek telt 323 pagina’s van vrij groot formaat, behoorlijk gebonden, met een slappe maar vrij stevige kaft en een knappe omslagfoto, waarop computergrafiek van de auteur leuk gecombineerd is met klassieke foto’s van Darwin, Marx en Freud.
Bij nader toezien merk je dat het niet om ‘echt’ professioneel drukwerk gaat: de inkt glanst, wat op een printer wijst; het zetwerk is verzorgd, maar mijn door jaren DTP geoefend oog ziet ook daar sporen van Word: de uitvulling is onregelmatig, de hoofdletters zijn te groot in vergelijking met de ‘kleine’ letters, de pagina’s ‘registreren’ niet: de lijnen waarop de letters van de woorden staan op de recto- en de versozijde van het blad komen niet overeen en dat geeft een grijze doorkijkschaduw tussen de regels.
Wat de inhoud betreft: ik heb veel moeite gehad met dit boek. De reden is, dat je niet weet waar de auteur naartoe wil; ik denk dat hij het zelf ook niet weet. En nu ik het boek uit heb, weet ik het nog niet. Er is ondertussen een vervolg verschenen: Postsecularism: the Hidden Challenge to Extremism, ($52,50!), maar ik ben niet geneigd om het mij meteen aan te schaffen, misschien wel als het afgeprijsd wordt tot 1 dollar.
De basisgedachte van het boek is niet echt origineel, maar best wel interessant. De recente opflakkering van atheïstische boeken richt zich vooral op het christendom, meer bepaald het katholicisme, nog meer bepaald het conservatief dogmatisch rooms katholicisme van de 19de eeuw en de overblijfselen en doorwerking daarvan in de 20ste en 21ste eeuw, om nog te zwijgen van de voorgeschiedenis: de ‘duistere’ middeleeuwen, de kruistochten en de Inquisitie. De auteur meent dat die boeken in de eerste plaats antiklerikaal zijn, veeleer dan atheïstisch. Zij verzetten zich tegen de uitwassen van de wereldse machtsstructuren van de katholieke kerk, tegen haar inmenging in de politiek, de maatschappij en de cultuur. Ook binnen de kerk is dat een constant proces sinds haar ontstaan. De auteur stelt dus dat daar niets verkeerds mee is, dat Richard Dawkins groot gelijk heeft met zijn kritiek, maar de verkeerde conclusie trekt: uit de vaststelling dat de kerk van Rome verkeerd bezig is, volgt nog niet dat God niet bestaat!
Het boek is een omvangrijke poging om enerzijds atheïstische stellingen uit het verleden en het heden in die zin te analyseren en zo te ontkrachten, anderzijds een even ambitieuze inspanning om uit de geschiedenis van de filosofie (en de theologie) een andere religie te distilleren, of aanzetten en pogingen daartoe en ook een andere ‘God’ dan de ‘valse’ God die de atheïsten verketteren.
Dat is inderdaad een best aardige gedachte, die we ook bij Ken Wilber lezen (klik hier: https://blog.seniorennet.be/kareldhuyvetters/archief.php?ID=449263) en die ik hier al herhaaldelijk naar voren heb gebracht.
Het beeld van God heeft door de eeuwen heen allerlei gedaanten aangenomen, in alle uitingen van de menselijke beschaving: het volksgeloof, de magie, de superstitie, de kunst en de literatuur, de theologie en de filosofie, de politiek… De huidige Catechismus van de Katholieke Kerk heeft vrijwel niets te maken met wat de ‘katholieke kerk’ gelooft en nauwelijks iets met wat ‘Rome’ zelf gelooft. Wie dus de strijd aanbindt met ‘God’, vecht tegen windmolens zoals Don Quichote, of tegen een Hydra: voor elke kop die je afhouwt, komen er twee in de plaats. God is zo overal, dat hij nergens is. Ieder heeft zijn hoogsteigen persoonlijk godje.
Dat is één manier om het te bekijken. Daarmee gaan we evenwel voorbij aan het verschijnsel van de georganiseerde godsdiensten, die wel degelijk dogmatisch vastleggen wat men moet geloven en die daaraan ook streng de hand houden, of hielden. Antiklerikalisme mag men het best niet te nauw interpreteren: het is niet enkel een verzet tegen de onterechte inmenging van de kerk in het wereldse, maar ook het afwijzen van alle ondemocratische machtsstructuren binnen het instituut van de kerk zelf. Atheïsten zoals Dawkins zijn evenzeer gekant tegen de streng hiërarchische opbouw van de kerk en wat dat doet met mensen, bedienaars en gelovigen, als tegen de uitspraken van die kerk over maatschappij, moraal en samenleving.
Het is echter zeer de vraag of we door een scherpzinnige analyse van de geschiedenis van de theologie, de filosofie en zelfs de hele beschaving tot een beeld kunnen komen van wat godsdienst zou zijn zonder de uitwassen, de aberraties, de misdaden, het machtsmisbruik, het geweld, de kathedralen, de kerken, de kloosters, de kunstschatten… Blijft er wel iets over? Mike King meent van wel en probeert dat krampachtig aan te tonen bij een hele reeks van auteurs, van het vroegste begin van het christendom tot op onze dagen. Hij verwijst ook voortdurend naar en gaat diep in op de Oosterse tradities: Boeddhisme, Taoïsme, Hindoeïsme, Zen.
Maar het mag, wat mij betreft, allemaal niet baten. Zelfs als we een heel eind weegs gaan met de auteur, en daartoe zal elke lezer wel bereid zijn, ook deze, toch meen ik dat wat overblijft na het wegsnijden van alle gezwellen en aanwassen niets meer te maken heeft met wat men gemeenlijk verstaat onder God, god, godsdienst of religie.
De geschiedenis (en het gezond verstand) leert ons dat alle pogingen om de kerk van binnen uit te hervormen faliekant aflopen: ze leiden tot bloedige vervolging, schisma, verdeeldheid en broedertwist, of ze worden in de kiem (en het bloed) gesmoord. En alle theologen zijn het erover eens: wie twijfelt aan de basisprincipes van ‘het geloof’: een persoonlijke God die zich via zijn kerk openbaart, ingrijpt in de wereld en goed en kwaad vergeldt, nu of later; een onsterfelijke ziel voor de mens en leven na de dood; wie daaraan ook maar enigszins twijfelt, die eindigt niet alleen buiten de kerk maar uiteindelijk als antiklerikaal atheïst, al dan niet virulent.
Ook Mike King moet het toegeven: hier in het Westen is niemand, maar dan ook absoluut niemand van de lange rij auteurs die hij naar voren schuift, erin geslaagd om zelfs maar een aanzet te geven voor dat andere geloof, die andere ‘religie’, die andere ‘Ene’ of ‘…’. Er zijn enkel een aantal sekten en daarover valt even weinig goeds te zeggen als over de traditionele godsdiensten, en wel om identiek dezelfde redenen.
In de ogen van de auteur vindt blijkbaar enkel de diepste westerse erotische mystiek en de meest verregaande oosterse meditatie genade. Ik deel zijn respect voor die oplossingen, maar ze zijn enkel weggelegd voor zeer uitzonderlijke persoonlijkheden en zelfs bij hen leiden ze vaker naar de waanzin dan naar de harmonie die ze zo vurig betrachten.
Dit is een meestal boeiend boek, maar uiteindelijk is het teleurstellend. De auteur kan niet waarmaken wat hij belooft of toch nastreeft: aantonen dat er een alternatieve traditie is, of een mogelijkheid om iets tot stand te brengen dat het beste uit alle mislukte pogingen combineert. In feite maakt Mike King dezelfde fout als die hij de atheïstische auteurs van vroeger en nu aanwrijft: zij vergissen zich van vijand, door God aan te vallen en af te wijzen terwijl ze de misvattingen van de kerk op het oog hebben. Van zijn kant meent hij immers dat er onder al het belastende en betreurenswaardige van de concrete godsdiensten toch een zuivere kern van menselijke religiositeit schuilt, het sacrale, en dat er achter al de verkeerde godsbeelden toch muss ein lieber Vater wohnen.
Hij kan of wil zich met andere woorden niet losmaken van de religieuze traditie, hij probeert ze te redden, kost wat kost. Maar hij vergist zich waar hij stelt dat de atheïsten geen oog hebben voor de ‘rest’, het residuaire dat hem zo na aan het hart ligt. Zo spreekt hij herhaaldelijk zijn verwondering uit over Dawkins’ onverbloemd ontzag voor de schoonheid van het universum; het is iets dat Mike King niet begrijpt, ook niet bij andere auteurs. Bij Antonio Damasio zou hij de oplossing kunnen vinden, maar zijn vooringenomenheid belet hem dat en dus breekt hij Damasio tot op de grond af.
Is er iets anders dan het materiële? Maar natuurlijk! Alle atheïsten begrijpen dat, alleen Mike King en de fundamentalisten van alle slag niet. Het is nochtans niet moeilijk, vind ik. Kijk: onze gedachten gebeuren in onze hersenen, die intens en diep verbonden zijn met gans ons lichaam. Als je dus zegt dat die gedachten een fysieke gebeurtenis zijn, dan is dat juist: zonder die fysieke gebeurtenissen in onze hersenen zijn er namelijk geen gedachten. Damasio heeft overtuigend aangetoond dat beschadigingen van bepaalde hersencentra onvermijdelijk gevolgen hebben voor specifieke aspecten het denkvermogen (in de ruimste zin van het woord, dus inclusief de emoties). Maar geen enkele materialistische denker zal zeggen, zoals Mike King wel doet, dat de gedachten zelf in die veronderstelling ook materieel zijn. De hersenactiviteit is een tastbaar, meetbaar gebeuren, daarover is iedereen het eens. De meningen beginnen pas uiteen te lopen als we de inhoud, de betekenis van die hersenactiviteit gaan bekijken, voor de persoon in wie ze voorkomen, maar vooral ook als we de gevolgen van die denkactiviteit bekijken in het gedrag van de persoon en de invloed die hij of zij daardoor heeft op zijn of haar omgeving.
Hersenactiviteit alleen, als een reeks elektrochemische verschijnselen, heeft geen enkele betekenis op zich. Er moet een persoon aan te pas komen voor wie die flitsen een concrete betekenis krijgen in zijn handelen. Wanneer een persoon ophoudt hersenactiviteit te vertonen, verklaren we hem of haar (hersen-)dood. Hersenactiviteit zonder een persoon die ze beleeft, is onmogelijk, zo stelt Damasio zeer duidelijk. Er is dus geen tweedeling, op geen enkele manier. Wie denkt, leeft, wie leeft, denkt en wie niet, niet.
Er is dus geen enkele reden om aan te nemen dat Dawkins, Dennett en anderen pure materialisten zijn, zoals Mike King blijkt te denken. Onze genen bepalen niet, echt niet wat we denken en doen, dat zegt ook Dawkins herhaaldelijk heel duidelijk. Wij zijn geen machines, dat is niet de pointe van het atheïsme. Hoe kan je overigens van ronduit geniale auteurs als Dawkins en Dennett, maar zeker van Stephen Hawking en zelfs van Darwin en Einstein zeggen dat ze ‘pure materialisten’ zijn? Kan een louter fysiek brein als in een soort stream of unconsciousness, volledig gedetermineerd door het verleden en de omgeving, zomaar gedachten genereren als die van deze genieën? Waarom gebeurt het dan precies bij hen (en niet bij Mike King)?
De fundamentele vergissing van Mike King blijkt in zijn formele verwerping van de (klinisch ondersteunde) bevindingen van mensen als Antonio Damasio. Er is wel degelijk een wereld van onze hogere geestelijke vermogens, daar twijfelen ook de ‘materialisten’ niet aan, noch de atheïsten. Maar die wereld is onlosmakelijk verbonden met mensen, met hun lichaam, inzonderheid hun hersenen. De mens is zo geëvolueerd; zijn proportioneel buitenmaatse hersenen hebben ons gaandeweg een evolutionair voordeel bezorgd en dat is duidelijk te merken hier op aarde. Maar er is geen enkele reden om te spreken van een hogere dimensie, om met andere woorden de wereld van de gedachten, de gevoelens, de emoties in de meest ruime zin, los te maken van het materiële: zonder de materiële hersenen is er geen hogere dimensie, punt uit. Er valt dus niets te zoeken achter, boven of onder de mens en zijn gedachten, er is geen spirituele nevenwereld, geen bovennatuurlijke wereld, geen hiernamaals, geen hemel en geen hel en ook geen God, god of ‘…’.
Er valt dus niets te ‘redden’. Kunst is kunst, het is geen dimensie van ‘het religieuze’. Dat geldt ook voor literatuur, wetenschap, filosofie en ‘theologie’ (die dan godsdienstwetenschap wordt), poëzie, mystiek, meditatie, naastenliefde, erotische liefde, maatschappelijk engagement en wat nog meer: die zijn allemaal wat ze zijn en geen uitdrukking van iets anders, iets ongrijpbaars, iets heiligs, sacraal.
Maar het is niet omdat we God en godsdienst verwerpen als op zijn minst nutteloze en op zijn slechtst schadelijke menselijke ideeën, dat er geen plaats is voor al die diepste kenmerken van ons menselijk bestaan die we zojuist opgesomd hebben. Er is geen enkele reden waarom materialistisch evolutionaire atheïsten geen poëzie zou kunnen smaken of schrijven, waarom zij hun medemens minder graag zou zien, waarom zij niet zouden kunnen verliefd worden, trouw blijven of juist niet, waarom ze niet zouden kunnen mediteren, of aan filosofie en zelfs theologie doen. Integendeel: het is mijn heilige overtuiging dat ze dat des te beter kunnen doen in de mate dat ze zich hebben bevrijd van alle onredelijk bijgeloof in bovennatuurlijke krachten en wezens. Atheïsme, Darwinisme, Freud en de evolutionaire psychologie, wetenschappelijk materialisme zijn niet de oorzaak van de secularisatie, de ontkerkelijking of de ontheiliging, the disenchantment van de wereld, ze zijn integendeel zelfs de enige garantie daarvan. De secularisatie, de profanatie en de verregaande banalisering van de wereld is veeleer het resultaat van religies die op stupide waanbeelden berusten.
Immers, wanneer mensen ontdekken dat hun geloof alle redelijke grond mist, zijn er drie mogelijkheden. Ofwel wordt men totaal onverschillig en geniet van het leven zonder omzien, zoals de overgrote meerderheid van de mensen; ofwel denkt men na, geniet bewust van het leven in volle respect voor de medemens en het milieu, zoals een veeleer kleine minderheid doet; ofwel verheft men de eigen religie tot godsdienstwaanzin en religieus terrorisme. Het is zeer te hopen dat die laatste groep niet weer groter wordt, maar steeds kleiner.
Laatst vroeg een Vlaamse krant de lezers om zich uit te spreken over de vraag of er een God is die het Universum heeft geschapen. Van de meer dan 21.000 antwoorden zijn er 76% negatief, 24% positief. Wetenschappelijk is zo’n krantenpoll niet, maar ik was toch blij dat het resultaat niet net andersom was.
Postscriptum: zoals wel meer auteurs die nooit Latijn geleerd hebben, slaat Mike King flagrant de Bal mis in die taal. Maar zelfs als je geen woord Latijn kent, zou je moeten weten dat Descartes spreekt over res cogitans en res extensa, en niet het door Mike King telkens weer schaamteloos herhaalde gruwelijke res extensans.




















