47
Nog voor hij uitgesproken was, kwam Judas eraan, een van de twaalf, in
gezelschap van een grote, met zwaarden en knuppels bewapende bende, die door de
hogepriesters en de oudsten van het volk was gestuurd. 48 Met hen had zijn
verrader een teken afgesproken. ‘Degene die ik kus,’ had hij gezegd, ‘die is
het, die moet je gevangennemen.’ 49 Hij liep recht op Jezus af, zei: ‘Gegroet,
rabbi!’ en kuste hem. 50 Jezus zei tegen hem: ‘Vriend, ben je daarvoor
gekomen?’ Daarop kwam de bende naderbij, ze grepen Jezus vast en namen hem
gevangen. 51 Nu greep een van Jezus’ metgezellen naar zijn zwaard. Hij trok
het, haalde uit en sloeg de dienaar van de hogepriester een oor af. 52 Daarop
zei Jezus tegen hem: ‘Steek je zwaard
terug op zijn plaats. Want wie naar het zwaard grijpt, zal door het zwaard
omkomen. 53 Weet je niet dat ik mijn Vader maar te hulp hoef te roepen en
dat hij mij dan onmiddellijk meer dan twaalf legioenen engelen ter beschikking
zou stellen? 54 Maar hoe zouden dan de Schriften in vervulling gaan, waar staat
dat het zo moet gebeuren?’ 55 Toen zei Jezus tegen de omstanders: ‘Met zwaarden
en knuppels bent u uitgetrokken om mij te arresteren, alsof ik een misdadiger
ben! Dagelijks was ik in de tempel om onderricht te geven, en toen hebt u me
niet gevangengenomen. 56 Maar dit alles gebeurt opdat de geschriften van de
profeten in vervulling gaan.’ Daarop lieten alle leerlingen hem in de steek en
vluchtten weg. (Mt. 26, 47-56)

De Bijbel zegt: wie met het zwaard omgaat,
zal door het zwaard vergaan. Dat staat enkel bij Matteus letterlijk zo te lezen;
in de andere evangelies maakt Jezus een einde aan de schermutseling, bij
Matteus en Johannes met het bevel het zwaard weer op te bergen. Enkel Johannes
noemt Petrus als de leerling die het zwaard trekt en geeft ook als enige de
naam van de dienaar van de hogepriester: Malchus. Lukas is de enige die vermeldt
dat Jezus ‘het oor aanraakte en hem genas’; die passage is overigens betwist.
Men zegt: het doel heiligt de middelen. Dan
is de vraag: heiligt het doel ook het zwaard?
Enkele jaren geleden, toen in verscheidene
Brusselse kerken illegale immigranten langdurige hongerstakingen hielden, verzette
Godfried Kardinaal Danneels zich voor de camera tegen de sans-papiers door te stellen dat een immoreel middel, zoals hongerstaking,
nooit kan leiden tot een moreel verantwoord doel, in dit geval het verkrijgen
van een verblijfsvergunning. Het immoreel middel, dus de misdaad, is in ons
voorbeeld: het mishandelen en misschien zelfs doden van het eigen lichaam. Of
het een verblijfsvergunning een moreel verantwoord doel is voor mensen die
illegaal aanwezig zijn in een land, is overigens zeer de vraag. Dergelijke
vergunningen worden het best afgeleverd alvorens men het land betreedt, of na
een legale asielprocedure.
Wat immoreel is, is verboden. Dat is de
essentie van de moraal. Dus lijkt de redenering van de Kardinaal te kloppen: je
mag je doel alleen op een aanvaardbare manier nastreven, je mag geen misdaden
begaan om een verantwoord of zelfs een nobel doel te bereiken.
Wie over lijken gaat om te bekomen wat hij
wil, bijvoorbeeld dictators zoals Stalin, Hitler, Mao, Pol Pot, wordt door
iedereen veroordeeld, zou je denken. Maar zelfs een intellectueel zwaargewicht
als Sartre heeft jarenlang het communisme, met al zijn zware tekortkomingen en
ronduit genocide aberraties, halsstarrig verdedigd. Het was, zoals Marx en
Engels al gesteld hadden, een noodzakelijke gewelddadige tussenfase om de
dictatuur van de adel, de kapitalisten en de kerk te breken en de macht zo aan
het volk terug te geven. Eens dat doel bereikt was, zou men terugkeren naar een
geweldloze maatschappij en naar democratie.
De geschiedenis heeft ons geleerd dat dit
een vergissing was.
Er zijn wel meer mensen, ook hier bij ons
en vandaag nog, die denken dat er ook goede dictators zijn, leiders die zich
opofferen om eens en voor altijd komaf te maken met al wat er verkeerd is, tabula rasa, een schone lei. En dat daarbij lijken vallen, dat wil men er
nog bijnemen, het is een prijs die men wil betalen.
Helaas blijkt de redenering nooit te
kloppen. De ‘onvermijdelijke’ slachtoffers vallen maar al te gauw, het kwaad daarentegen
raakt niet zo snel uitgeroeid, er moeten steeds nieuwe categorieën van mensen
uitgeschakeld worden, er staan steeds nieuwe tegenstanders op, er zijn altijd
nieuwe schuldigen voor alles wat verkeerd gaat, de heilsstaat is altijd voor
morgen.
En ook de heldhaftige dictators blijken
niet die onzelfzuchtige redders in de nood te zijn, die na volbrachte taak de
macht spontaan weer afstaan aan het volk dat hen luidkeels heeft toegejuicht
toen ze de macht grepen om orde op zaken te stellen. Ze worden keer op keer
herverkozen in steeds grondiger vervalste verkiezingen, of ze schaffen de
verkiezingen en het parlement ‘tijdelijk’ af. Ze worden ‘Président Fondateur à
vie’ en zelfs na hun dood regeren ze verder, in de persoon van hun zoon, Baby
Doc, Kim bis of Kabila fils.
Na enige tijd blijkt ook dat zij kwansuis
enorme persoonlijke rijkdommen vergaren, die ze dan het liefst op buitenlandse
banken plaatsen, waar hun familie er ook na de val nog kan van genieten. En dat
ze zichzelf goed soigneren: ook de Sovjet dictators reden in Rolls Royces rond,
dronken champagne en aten kaviaar, namen frivole vakanties, hielden er maîtresses
op na… Het patroon is helaas voorspelbaar: als een man alle macht naar zich
heeft toegetrokken, wordt hij een grootschalig moorddadig beest, een vulgaire seksuele
pervert, een ordinaire dief, een onbedaarlijke verslaafde aan eten, drinken en
drugs, een pertinente leugenaar, een goedkope bedrieger, een vuige schrift- en
geschiedenisvervalser.
Power corrupts, absolute power corrupts
absolutely.
Ook binnen de Rooms-katholieke kerk heeft
het doel vaak de middelen geheiligd. De kruisvaarten zijn een gemakkelijk, maar
onweerlegbaar voorbeeld met verschrikkelijke impact. Om de heilige plaatsen te
vrijwaren van Moslimbezetting en ontheiliging, om de bedevaartsroutes veilig te
stellen, werden oorlogen uitgevochten op een nooit geziene schaal. Of neem los Reyes
Catolicos, waarbij in de naam van de
katholieke God de gelovigen van elke andere godsdienst gewelddadig werden
bekeerd of gekeeld. De uitroeiing van de Katharen, Albigenzen, Hugenoten en
andere protestanten… The Defenders of the Faith mochten alle middelen gebruiken en
maakten maar al te graag van dat goddelijk privilege gebruik. Van onschuldige
mannen en vrouwen werden bekentenissen afgedwongen door onwaarschijnlijk
gruwelijke foltering en wanneer ze dan hun onbestaande schuld bekend hadden,
werden ze publiekelijk verbrand.
Ik ben geneigd om de Kardinaal voor één
keer gelijk te geven: het is altijd verkeerd om moreel verwerpelijke middelen
te gebruiken, want wie ze gebruikt, gaat er onvermijdelijk aan ten onder. Wie
er met de vuile voeten doorgaat, heeft geen propere handen. Wie dus met het zwaard
omgaat, zal erdoor vergaan. Helaas kan niet elk oor geheeld worden dat door
Petrus is afgehouwen, noch elke kind of vrouw die door brutale kolonisators of
nietsontziende warlords is verminkt.
Maar wat dan met het legitiem verzet tegen
bijvoorbeeld net zo’n dictatuur? Wat met de zogenaamd rechtvaardige oorlog? De
verdediging van have en goed, jezelf en je familie?
Laten we een concreet voorbeeld nemen. De
Verenigde Staten zijn, samen met verscheidene van hun bondgenoten, waaronder
ook België en tot voor kort ook Nederland, in een oorlog gewikkeld tegen de
Taliban in Afghanistan. Het moslimfundamentalistisch regime van de Taliban was in
eigen land zeer gewelddadig en werd ook verantwoordelijk geacht voor terrorisme
in het buitenland. Het bood onderdak aan Osama Bin-Laden en zijn Al Qaida. Op
grond daarvan meende en meent de V.S. nog steeds dat een militaire ingreep
noodzakelijk en verantwoord was. In die oorlog mag de tegenstander gedood
worden; dat er ook collateral damage zou
zijn, is onvermijdelijk: doden en gekwetsten onder de plaatselijke
burgerbevolking, materiële schade bij bombardementen, verstoring van het
economisch leven en van het sociale weefsel; doden en gekwetsten en levenslang
gehandicapten ook onder de eigen troepen en de hulpverleners; de enorme kosten
van de langdurige oorlogsvoering vallen ten laste van de burgers van de
betrokken landen.
Nog los van het feit dat die oorlog deerlijk
mislukt is, dat het doel dus niet bereikt is (zoals elk weldenkend mens
voorspeld had), kunnen en moeten we de vraag stellen of het ooit verantwoord is
dat mensen gedood worden om een doel, welk doel dan ook, te bereiken.
Als het gaat om individuele misdadigers,
dan heeft de beschaafde wereld op die vraag een antwoord gevonden: de doodstraf
is afgeschaft in de meeste landen. Wat iemand ook misdaan heeft, is nooit een
reden om hem of haar om het leven te brengen. Wij hebben afstand genomen van het
barbaarse (maar Bijbelse) ‘oog om oog, tand om tand’. Onze rechtspraak is niet
uit op wraak, maar op het vrijwaren van de rechtsstaat.
In de meest landen is de overgrote
meerderheid van de bevolking de mening toegedaan dat dezelfde redenering geldt
voor het voeren van oorlog. Landen, zoals mensen, moeten hun conflicten
oplossen door onderhandelingen. Indien dat niet lukt, moet men ‘misdadige’
regimes onder druk zetten met niet-gewelddadige middelen en dat is wat er in de
praktijk gebeurt en meestal heeft dat ook resultaat, zij het op lange termijn.
Het zijn echter vooral de (militaire) grootmachten,
de Verenigde Staten en Rusland, die voortdurend actief in echte oorlogen
verwikkeld zijn, niet om het eigen grondgebied te vrijwaren, maar
agressieoorlogen, gevoerd in andere landen. Het zijn, dat hebben we sinds lang
ervaren, geen succesvolle operaties. Ze zijn dus, achteraf gezien, nooit
verantwoord, precies omdat ze hun doel niet bereiken, ondanks enorme offers.
Denk aan Vietnam.
Maar dat is achteraf bekeken en dus kan men
dat argument niet gebruiken om over de toelaatbaarheid van dergelijke oorlogen
een oordeel te vellen nog voor ze beginnen. Men weet immers niet hoe ze gaan
aflopen, men voorspelt altijd een korte en krachtige ingreep om de democratie
te herstellen.
We moeten dus een ander principe inroepen,
een moreel standpunt innemen. Is het ooit verantwoord om mensen te doden
omwille van wat zij denken of doen, dat is de vraag.
We zeiden het al, niet op individuele
basis, de doodstraf vinden wij immoreel, onaanvaardbaar in een beschaafde
wereld, er zijn alternatieven; en als die alternatieven niet volmaakt zijn, als
men veroordeelden misschien te gemakkelijk vrijlaat en zo toestaat dat ze
opnieuw toeslaan, dan moet men bedenken dat ook de doodstaf niet volmaakt is
als middel: wat als men een onschuldige veroordeelt en ombrengt? Die mogelijk
is er steeds, dat heeft men ook vastgesteld.
Is er enige reden waarom het doden van een
groep mensen door een andere groep wel verantwoord zou zijn, terwijl het doden
van individuen, zelfs gruwelijke misdadigers, overal afschuw oproept?
Vooreerst is het doden van grotere
aantallen mensen hoe dan ook steeds erger dan het doden van enkelingen. Een
natuurramp is immers ook ‘erger’ naarmate er meer menselijke slachtoffers zijn. Als één moord al vreselijk is, hoe zouden honderden, duizenden, miljoenen doden dat niet nog zoveel meer zijn? Vervolgens moeten we vaststellen dat in een oorlog de slachtoffers, in
tegenstelling met de rechtspraak, meestal onschuldig zijn. Het zijn, behalve in
uitzonderlijke gevallen van genocide en misdaden tegen de mensheid, niet de simpele
soldaten die zich hebben schuldig gemaakt aan de misdaden die de aanleiding
zijn voor de oorlog; het zijn de politieke en militaire leiders van het
betrokken land, bij hen berust de verantwoordelijkheid.
Ook de doden die vallen in eigen rangen
zijn, in principe en meestal ook in de praktijk, totaal onschuldig, net zoals
de burgerslachtoffers. In de rechtspraak is de gerechtelijke dwaling, waarbij
onschuldigen veroordeeld en bestraft worden, het ergste wat er kan gebeuren.
Waarom zou dat anders zijn in globale of plaatselijke gewapende conflicten?
Oorlogen worden steeds voorgesteld als
onvermijdelijk en dus noodzakelijk: er is geen andere oplossing. Wanneer we
echter de geschiedenis, zelfs alleen maar de meest recente, bekijken, dan
blijkt steeds dat dit in feite niet zo is. De inval in Irak was onvermijdelijk,
noodzakelijk, omdat Irak in het bezit was van massavernietigingswapens en die
ook wou gebruiken. Men heeft moeten vaststellen dat die wapens er niet waren;
de vraag of Sadam Hoessein ze ook wou gebruiken komt daarbij evident te
vervallen. Overigens weten we zeker dat andere landen dergelijke wapens zonder
enige twijfel hebben en vrijwel zeker niet zullen aarzelen om ze te gebruiken
wanneer ze daartoe aanleiding zien (Israël, Noord-Korea, Iran, Pakistan,
India,…). Moeten we dan tegen elk van die landen pre-emptive oorlogen voeren?
Oorlogen vragen een hoge tol aan onschuldige
mensenlevens. Ze zijn verwoestend en vereisen een langdurig en kostelijk
herstel, economisch zowel als menselijk. Ze bereiken nooit hun doel. Ze duren
altijd langer dan gepland. Elk weldenkend mens, elke religieus geïnspireerd
mens, iedereen die een ernstige morele afweging maakt, moet tot de conclusie
komen dat er duizend redenen zijn om geen oorlog te voeren en geen enkele
reden, ooit, om dat wel te doen.
Wanneer een politiek leider dus aan een
ander land de oorlog verklaart of op een of andere manier militair ingrijpt,
maakt hij zich ipso facto schuldig aan misdaden tegen de
mensheid. Er is geen enkel excuus, geen enkel. Dat geldt voor iedereen, niet
alleen voor kleine dictators en warlords in ontwikkelingslanden, maar ook en vooral voor
de allergrootsten der aarde, inzonderheid de Verenigde Staten van Amerika.
Als we nog iets dieper graven, dan stelt
zich de vraag waarom de ene mens de andere niet mag doden. We kunnen ons
tevreden stellen met het feit dat ‘gij zult niet doden’ het eerste en oudste
morele voorschrift is van de mensheid, maar dat is niet meer dan de
vaststelling van een feit. In principe is het dan nog altijd mogelijk dat dit
een verkeerde regel zou zijn.
De echte grond van de zaak is dat in
kwesties van leven en dood wij allen gelijk zijn, dat niemand dan boven een
ander staat als het gaat over het meest fundamentele van een mens, zijn leven.
Waar zou men immers dat recht halen? Op wat zou het gesteund zijn?
Op eigenbelang bijvoorbeeld. Laten we dat
even aannemen: het eigen leven is belangrijker dan dat van de andere; als
iemand mij aanvalt, dan mag ik mij verdedigen en desgevallend de andere doden;
als iemand anders voedsel heeft, dan mag ik dat afnemen enzovoort. Het is
evident dat we er zo niet komen, want wat voor mij geldt, geldt ook voor de
andere. Een moraal die enkele eigenbelang kent, leidt tot oorlog en waanzin.
Het gelijkheidsbeginsel, de erkenning van het feit dat de andere over dezelfde
rechten beschikt als ik, is de grondslag van de beschaving.
Zoals Spinoza het zo mooi zegt: niets is
nuttiger voor de mens dan de mens. Wij zijn niet alleen gelijk en kunnen dus
nooit aanspraak maken op enig voorrecht, we hebben elkaar ook nodig. Geen mens
kan overleven zonder de anderen, niet in primitieve omstandigheden, niet in een
moderne en complexe maatschappij. Het is dus zelfs in ons eigen belang dat we
de andere niet doden, maar ermee samenwerken. Meer nog: het is onze enige kans
op overleven.
Het hoogste ideaal van de mens is zijn
vrijheid, het zich niet onderworpen weten aan de willekeurige macht van de
andere, aan het recht van de sterkste. Voor die vrijheid hebben we alles veil,
maar ook dat is een universeel principe, dat voor iedereen geldt. Onze vrijheid
kan niet gaan ten koste van die van de andere, ten koste van het leven van de
andere.
En zo hebben we de drie principes van elke
moraal ontsloten: vrijheid, gelijkheid en solidariteit. Wanneer we die op een
verstandige manier toepassen, is de kans klein dat we een fundamenteel foute
beslissing nemen. Dat zijn de beginselen die aan de basis moeten liggen van
elke individuele keuze in ons leven, maar ook van elke politieke beslissing.
Enkel wanneer deze principes ten volle gevrijwaard zijn, is een beslissing
moreel verantwoord.
Doe eens een test, voor jezelf, op kleine schaal, of op
wereldvlak. Het is een gouden regel: vrijheid, gelijkheid, solidariteit.