Het nadeel van internet, het web of hoe je
het ook wil noemen, is dat je ongevraagd allerlei ‘gegevens’ of ‘informatie’ binnenkrijgt.
Dat kunnen spams zijn in de mail: reclame
voor penisverlenging en blauwe pilletjes, berichten dat je een onwaarschijnlijk
hoog bedrag gewonnen hebt met de loterij, vragen om steunbetuiging aan zieke
kinderen, waarschuwingen voor computervirussen (die net zelf virussen bevatten),
kettingbrieven…
De meesten onder ons zijn geabonneerd op
een of andere nieuwssite, zoals die van bekende kranten of tv-nieuwszenders.
Daar krijg je het nieuws continu toegediend in korte flashes, die je kan
aanklikken om het volledige verhaal te lezen. Daar zijn interessante berichten
bij van allerlei aard, maar er zit onvermijdelijk ook heel wat sensationeel
nieuws in. Ik reken daartoe alle meldingen van moord en doodslag, slagen en
verwondingen, burenruzies, alsook de seksuele misdaden.
Zelf vind ik dat soort nieuws veeleer afstotend.
Ik wens het niet te weten, zeker niet de gore details. ‘Vrouw steekt haar
twaalfjarig zoontje neer.’ Ik lees met opzet geen kranten of weekbladen,
precies om die berichten te vermijden. Het is al erg genoeg dat het allemaal
gebeurt, we moeten er geen show van maken. Ik vind de algemene belangstelling
daarvoor misplaatst en ongezond. Let wel, ik ontken niet dat die dingen
gebeuren, ik wil niet doen alsof ze niet bestaan. Integendeel: het is allemaal
nog veel erger en het gebeurt veel vaker dan we denken, niet alleen ver van ons
bed, maar soms ook vervaarlijk dicht bij onze bedstee. Maar het is een aspect
van de werkelijkheid dat ik veeleer verafschuw dan dat het me intrigeert.
Af en toe is er iets dat toch blijft
hangen, dat enige tijd in mijn kop rondspookt en me doet nadenken.
Zo schreef ik hier enige tijd geleden over
Robert King, de bekende dirigent van barokmuziek, die in 2007 vier jaar cel
kreeg voor seksueel misbruik, klik hier voor het hele verhaal: https://blog.seniorennet.be/kareldhuyvetters/archief.php?ID=580833.
Ondertussen is hij weer vrij en treedt weer op met zijn Consort, ook in ons land, zonder dat iemand zich druk maakt over
die feiten.
Dezer dagen verschijnen her en der
berichten over de beroemde pianist en dirigent, Michail Pletnev (53); die zou
zich in Pattaya, Thailand schuldig gemaakt hebben aan het verkrachten van een
minderjarige jongen. Hij riskeert twintig jaar cel.
Artiesten zijn mensen zoals iedereen, er is
geen enkele reden om aan te nemen dat zij meer of minder deugdzaam zouden zijn
dan anderen. Het hoeft ons dus niet te verbazen als men een muzikant, een
regisseur of een beeldhouwer, zeg maar, betrapt op seksuele misdrijven. Je kan
blijkbaar een uitstekend pianist zijn en toch een dronkaard, zoals Andrei
Nicholsky (on-)zaliger, klik hier: https://blog.seniorennet.be/kareldhuyvetters/archief.php?ID=651484.
Of een vooraanstaand pianist en dirigent zoals Pletnev en toch aan sekstoerisme
doen.
Toch zijn dergelijke berichten telkens een diepe
teleurstelling voor elke rechtgeaarde muziekliefhebber. Men verwacht van zijn
idolen, van de mensen die men bewondert en dankbaar is om hun uitzonderlijke
gaven, dat zij op alle gebied ten minste onbesproken zijn. Dat kan natuurlijk
niet, dat weten we ook wel. Maar er is nog een verschil, vind ik, tussen de
bekende gierigheid en verregaande slonzigheid van Beethoven of de minder dan
voorbeeldige huwelijkstrouw van Haydn en de berichten over de seksuele misdaden
van Robert King en Michail Pletnev.
Ik wil nog even blijven stilstaan bij deze
laatste. Hij werd dus aangehouden in een beruchte (als we die term nog mogen
gebruiken in dit geval) Thaise stad waar sekstoerisme welig tiert. Dat is een
onderscheid met Robert King, die zich vergreep aan zijn leerlingen en muzikanten
in zijn dienst. Pletnev betaalde voor zijn seks, je kan niet zeggen dat de
jongen die hij ‘misbruikt’ heeft zich niet kon verzetten, nee, hij heeft
toegestemd. Dat wil niet zeggen dat er geen misbruik is, helemaal niet: wij
moeten ons verzetten tegen elke vorm van prostitutie, zeker van minderjarigen.
In die zin is die jongen nog steeds een slachtoffer. Maar we mogen ook de ogen
niet sluiten voor het georganiseerde sekstoerisme in Thailand en elders. Dat de
zedenpolitie Pletnev oppakt, is terecht, maar misschien is het ook wel heel erg
hypocriet: er zijn vele tienduizenden sekstoeristen die men ongemoeid laat, van
wie men het geld opstrijkt en voor wiens seksuele misdaden men meer dan één
oogje dichtknijpt. Is het omdat het een wereldberoemde artiest is? Ik weet het
niet.
Er is recentelijk veel te doen over
seksueel misbruik. Hier in Vlaanderen is alles in een stroomversnelling gekomen
na de gedwongen bekentenissen van de voormalige bisschop van Brugge, klik hier
voor mijn reactie toen: https://blog.seniorennet.be/kareldhuyvetters/archief.php?ID=631861.
Maar wij weten al veel langer dat kinderen misbruikt worden in de kerk, lees
wat ik daarover schreef in 2008, lang voor de bekentenissen van de bisschop: https://blog.seniorennet.be/kareldhuyvetters/archief.php?ID=141243.
Prof. Karlijn Demasure, lid van de
kerkelijke commissie die gevallen van misbruik door priesters en religieuzen
onderzocht, sprak van vijfduizend mogelijke gevallen in Vlaanderen alleen… En
dan gaat het vrijwel uitsluitend over misbruik van mannelijke jongeren door
mannelijke religieuzen; ander misbruik, door vrouwelijke religieuzen, of van
vrouwelijke jongere of oudere slachtoffers, daarover zijn er geen cijfers, maar
dat het voorkomt, veel voorkomt, dat weten we wel.
Seksueel misbruik doet zich niet alleen in
de kerk voor, dat is zeker. Het is niet eens overtuigend bewezen dat er,
procentueel gezien, meer daders zijn binnen de kerk dan daarbuiten. Maar het is
zoals met beroemde artiesten: je verwacht niet dat uitgerekend priesters en
religieuzen zich schuldig zouden maken aan dat soort dingen. Fout dus:
priesters en religieuzen zijn geen haar beter of slechter dan andere mensen.
Blijkbaar is het kerkelijke verbod op elke vorm van seksuele beleving voor
niemand haalbaar, wat had je gedacht.
Wij leven in een promiscue, permissieve
wereld. In gewone taal betekent dat dat er heel wat kan op seksueel gebied. Er
is vrijwel geen enkele rechter die zich nog zal wagen aan de vervolging van wat
volwassenen met elkaar doen in de beslotenheid van hun relatie, van welke aard
of duur de relatie ook is. Ook onder jongeren is er intense seksuele activiteit
van allerlei slag op steeds jongere leeftijd. Het Thaise sekstoerisme gebeurt
open en bloot, om zo te zeggen. Porno vind je overal, tot de meest harde vormen
toe, ook met kinderen, ook met dieren. Er is een indrukwekkende seksindustrie,
met miljardenomzet. Het is allemaal zo, hoe zal ik zeggen, ‘normaal’ (?!?) dat
een mens zich afvraagt: wat heeft Michail Pletnev voor vreselijks gedaan dat
hij voor twintig jaar de cel in moet? Hij heeft voor een luttel bedrag wat gore
seks gehad, neem ik aan, gedurende een half uur of zo, op een of andere manier,
met een mannelijke prostitué die nog geen achttien was.
Als twee jongens van zestien met elkaar in
bed belanden voor een potje seks, dan zal geen haan daarnaar kraaien. Het gaat
dus niet om de fysieke daden die Pletnev gesteld heeft: er zijn geen gewonden
gevallen of zo. Het gaat ook niet om de seksindustrie. Het gaat enkel over het
feit dat hij, als individu, seks heeft gehad met een ander, minderjarig individu.
Dat zijn partner een betaalde prostitué was, is niet ter zake: volwassenen
mogen geen seks hebben met minderjarigen.
Waarom niet?
Wij komen uit een wereld waarin seks uitsluitend
behoorde tot de wereld van de volwassenen. Met kinderen werd niet over
seksualiteit gesproken. Het bestaan van seks onder of met minderjarigen werd op
alle mogelijke manieren ontkend. Natuurlijk was dat een dwaasheid: kinderen
zijn even seksueel als volwassenen en zelfs veel meer seksueel dan de meeste
volwassenen. Zij zijn seksueel actief van op zeer jonge leeftijd, alleen of met
anderen, zoals de biechtvader vroeger altijd wou weten. Die anderen zijn
seksgenoten of niet, leeftijdsgenoten of niet. Volwassenen hebben altijd seks
gehad met kinderen, dit is geen nieuw verschijnsel, daar zijn geleerde en
vooral ook minder geleerde boeken over geschreven. Ik zei het hier al eerder:
is er niets, absoluut niets van al wat mogelijk is op seksueel gebied dat de
mens nog niet gedaan heeft.
Men spreekt in deze context vaak over de
(seksuele) onschuld van kinderen. Dat die onschuld bestaat zal ik niet
ontkennen. Maar men mag ze niet verwarren met onwetendheid: kinderen zijn
misschien wel naïef, maar ze zijn niet onnozel. En over de seksuele onschuld
van Thaise prostituees, mannelijke, vrouwelijke of andere, daarover moeten we
ons helaas al helemaal geen illusies maken, vrees ik.
Men zou kunnen zeggen, zoals de kerk dat
doet, dat seks enkel binnen het huwelijk kan. Dat sluit dan meteen kinderen uit
en zeker seks met partners van hetzelfde geslacht, want die is niet op de
voortplanting gericht en dus verboden. Toch was men ook vroeger zeer tolerant:
meisjes werden al op zeer jonge leeftijd huwbaar verklaard. En homofiele seks en
seks met prenubiele minderjarigen had het niet onaantrekkelijke voordeel dat er
geen risico’s op voortplanting was, een aspect dat priesters en religieuzen
nooit ontgaan is, zeker toen er nog geen voorbehoedsmiddelen waren. Het lijkt
wel of de kerk Bill Clinton volgt, die stelde dat seks die niet op voortplanting
gericht is (orale, anale, alles behalve heteroseksuele genitale seks zonder
voorbehoedsmiddelen) géén seks is.
Seksualiteit is, zoals aartsbisschop
Léonard en met hem de hele katholieke kerk zegt, van nature gericht op de
voortplanting; ze voor iets anders gebruiken is ‘ziekelijk’. De brave man en de
kerk vergissen zich, natuurlijk. Seksualiteit is veel rijker dan louter een
soort dierlijke drift die de voortplanting aantrekkelijk maakt voor het
zoogdier dat de mens is. Seksualiteit doordringt ons hele wezen en onze hele
beschaving. Wij zijn seksueel in al wat we denken en doen. Onze seksuele
activiteit uit zich op miljoenen manieren. Als je daaraan zou twijfelen, klik
op Google eens ‘seks’ of ‘sex’ in en bekijk het resultaat, al dan niet met de
afbeeldingen erbij…
Heel lang geleden, ik moet een jaar of zes
geweest zijn, ging ik op zomerkamp met de Christelijke Mutualiteiten, ik
vermoed in Erwetegem. Op zaterdag gingen we onder de douche, in afzonderlijke
douchecellen natuurlijk. Een potige non kwam de jongentjes om beurten
inspecteren onder de douche. Dat was voor mij een probleem: wij hadden thuis
geen douche, ik werd wekelijks gewassen staande op een stoel, met daarnaast een
emmer. Daar stond ik dus, in de rij, wachtend op mijn beurt, in een gebreide zwembroek,
niet wetend of ik die moest uittrekken of niet. Je broek uittrekken, dat was
onkuisheid. Iemand anders in zijn blootje zien, dat was onkuisheid. Toch heb ik
toen van in de rij gezien, toen het gordijn van een van de douches even opzij
werd geschoven door de non van dienst, dat het jongetje helemaal bloot was. Ik
wist dus wat er van mij verwacht was. Dat was een opluchting, want ik was erg
bevreesd om me belachelijk te maken, om niet te weten hoe je onder de douche
ging. Maar ik heb nog jaren ernstige morele twijfels gehad: ik had onkuisheid
bedreven door mijn gluren naar het naakje van dat knaapje achter het gordijn…
De tijden zijn veranderd, gelukkig maar.
Het probleem is, dat we niet goed meer weten wat mag en kan en wat niet.
Vroeger was dat duidelijk: onkuisheid was een doodzonde, je riskeerde de hel,
eeuwig. En dat zichzelf of elkaar bevredigen onkuisheid was, daarover bestond
niet de minste twijfel.
Vandaag zijn de grenzen wel heel ver
verschoven. Het gaat zelfs zover dat toen ik het bericht las over Pletnev in
Thailand, ik me spontaan en oprecht vragen stelde over de celstraf van twintig
jaar die hij riskeert. Niet alleen staan die in schril contrast met de
onwaarschijnlijk lichte vier maand voorwaardelijk voor een dronken doodrijder
van drie studentes, onlangs nog hier bij ons in Vlaanderen. Ik vermoed dat Pletnev
zelf ook verstomd stond over de aantijging en de mogelijke straf. Ik veronderstel
zelfs dat hij zijn daad niet echt als moreel grondig fout gedrag heeft aangevoeld.
Twintig jaar voor wat casual sex met
een betaalde prostitué?
Het enige wat ik met mijn verhaal heb
willen aantonen, is dat wij met zijn allen eens heel diep moeten nadenken over waar
wij met de seksualiteit naartoe gaan en of het nog mogelijk is om samen af te spreken
waar we naartoe willen. Het kerkelijke standpunt is nu onaanvaardbaar. De
wereld verzet zich unaniem als men een vrouw dreigt te stenigen voor
overspel (terwijl de man vrijuit gaat) of als men een homo-koppel in Afrika vervolgt. Wij tasten de grenzen van het welvoeglijke en het toelaatbare elke dag
verder af. Er is verregaande normvervaging en onzekerheid, dat stellen we
voortdurend vast in de sensatiepers, in de artistieke wereld, de reclame, bij
de politie én in de rechtspraak.
Waar liggen de grenzen?
Waarom?
Op welke principes steunen wij ons nog?
Wie zal het ons zeggen?