de mislukking van het integratiebeleid

In Vlaanderen hebben we al vele jaren een politieke partij die zich, zij het op puur negatieve en hatelijke wijze, bijna volledig concentreert op de vele migranten die naar ons land gekomen zijn. Volgens hen moet Vlaanderen niet zozeer onafhankelijk zijn, maar vooral bevrijd van alle ’vreemden’: integreren of vertrekken is hun simplistische, rabiate boodschap.
Zij lijken nu steun te krijgen uit onverdachte bron: bondskanselier Angela Merkel, daarin bijgetreden door onze dienstdoende eerste minister, de gefrustreerde kluns Leterme, beweren publiekelijk dat het immigratiebeleid mislukt is: er is te weinig integratie, de inwijkelingen hebben zich niet aangepast maar leven in eigen gemeenschappen, met behoud van hun gebruiken en gewoonten, hun taal en godsdienst. Het naast elkaar bestaan van gemeenschappen met een in essentie verschillende cultuur, ja zelfs een verschillende beschaving, wordt aangevoeld als een mislukking, als iets dat niet goed is, dat niet mag, iets dat aanleiding geeft tot conflicten, een bedreiging van de maatschappij en de welvaart.
Men gaat er daarbij zonder verder nadenken van uit dat de immigranten zich zonder meer moeten aanpassen aan hun nieuw vaderland: zij moeten de taal of zelfs de talen leren, ze moeten zich kleden zoals wij en al onze culturele normen en regels overnemen. Wat de godsdienst betreft, is het duidelijk dat men beducht is voor de islamisering, kijk maar naar het succes van Wilders in Nederland. Andere politieke partijen mompelen wel iets over godsdienstvrijheid, maar ook over grenzen: niemand wil hier de sharia ingevoerd zien, zelfs niet voor moslims.
Dat verlangen, of die eis tot algehele of grotendeelse integratie, is mijns inziens onredelijk en ook onterecht. Zo werkt immigratie niet. Wanneer een land vreemde arbeidskrachten aantrekt, asielzoekers toelaat, gezinshereniging aanvaardt, buitenlandse studenten lokt en burgers van een groot deel van de wereld zonder meer toelaat om legaal in te wijken, dan moet men daarvan de gevolgen dragen, alle gevolgen, ook de onvoorziene, ook de ongemakken.
Zeker, er moet aanpassing zijn, maar geen eenzijdige! Wij moeten ons evenzeer aanpassen aan hun aanwezigheid als zij aan hun nieuwe levensomstandigheden. Het zou mooi zijn als zij onze taal vlekkeloos spraken op korte tijd, maar laten we ernstig zijn: Elio Di Rupo, eventjes de toekomstige eerste minister, en bijna alle andere Waalse en Brusselse vooraanstaande politici schieten op dat punt eveneens flagrant tekort; nochtans meent men dat we daaraan geen aanstoot mogen nemen… We veroordelen en verbieden zelfs het dragen van een hoofddoek aan moslima’s, maar we tolereren de vreemdste klederdrachten bij onze schoolgaande jeugd, bijvoorbeeld de lachwekkende hangbroeken die zo ver naar beneden zakken dat zowat de hele onderbroek zichtbaar is.
Vreemdelingen verschillen van ons, maar wij verschillen onderling niet minder. Ik voel me meer verbonden met een Indiase theologiestudent dan met een Vlaamse Blokker, meer met een combattieve moslima met hoofddoek dan met een morbide autochtone gothic. Ik heb minder last van het vrijdagavondgebed dan van de wekelijkse voetbalrelletjes. Ik erger me meer aan de katholieke kerk in Vlaanderen dan aan de Dalai Lama.
Welke cultuur is het overigens die de immigranten moeten assimileren? Ik heb eens een culturele quiz gemaakt, dan kan je jezelf testen, klik hier: https://blog.seniorennet.be/kareldhuyvetters/archief.php?ID=91.
De oplossingen vind je hier: https://blog.seniorennet.be/kareldhuyvetters/archief.php?ID=92.
Laten we eerlijk zijn: we weten zelf zo weinig van onze eigen cultuur, dat we allerminst reden hebben om van recente allochtonen te eisen dat zij er wel alles over weten.
En dan de taalvereisten waarop iedereen zo insisteert. De meeste allochtonen kennen ten minste drie talen; Nederlands, Frans of Duits, onze ‘nationale’ talen zijn voor hen vaak al de vierde taal. Hoeveel Vlamingen kunnen zich op een dergelijke taalknobbel beroemen?
Racisten menen dat iemands begaafdheid en intellectuele vermogens verschillen naargelang de etnische afkomst. Een neger kan nooit zo slim zijn als een blanke, wat ie ook doet, dat is dan de regel. Dat is natuurlijk onzin. Niemand twijfelt eraan dat Kofi Annan of Nelson Mandela beschaafde mensen zijn en elke vergelijking met om het even welke blanke kunnen doorstaan. Er zijn talloze voorbeelden van individuele niet-blanken die tijdens hun eigen leven de sprong hebben gemaakt van onder de klapperboom naar het beschaafde westen en die in niets moeten onderdoen voor blanken die hier al tienduizend jaar hun roots hebben. De wetenschap heeft ons op afdoende wijze aangetoond dat er wel raciale kenmerken zijn, maar dat ze niets te maken hebben met de intrinsieke verstandelijke en emotionele vermogens van de mens.
Dat wil natuurlijk niet zeggen dat er helemaal geen verschillen zijn. Verspreid over de hele wereld heb je allerlei groepen van mensen en die hebben allemaal een geschiedenis, die voor een groot gedeelte bepaalt wie en wat ze zijn, individueel en als groep. Het is evident dat er concentraties zijn van hoge beschaving en er zijn ook manifest fel achtergestelde gebieden, ik moet daarvan zelfs geen voorbeelden geven. Soms ben ik diep pessimistisch, op het wanhopige af, over de kansen om de onderontwikkeling van bijvoorbeeld zwart Afrika te keren. Maar ik twijfel er geen ogenblik aan dat individuele Afrikaanse negers in staat zijn om zich op uiterst korte tijd te ontwikkelen tot het hoogste beschavingsniveau, noch dat het ‘zwarte ras’ in globo staat is om integraal deel uit te maken van de beschaafde wereld. Onder de juiste omstandigheden kunnen zij zich evengoed opwerken als wij gedaan hebben. Daarbij moeten wij steeds bedenken dat wij, westerse blanken, voor een groot stuk verantwoordelijk zijn voor de ongunstige omstandigheden waarin de ‘onderontwikkelde’ wereld zich bevindt. Wij zijn rijk geworden door de koloniale roofbouw op de grondstoffen en de slavenarbeid van de Derde Wereld en ons beschavingspeil wordt nog steeds in ruime mate bepaald door het schrijnende, blijvende onevenwicht in de betalingsbalans tussen Noord en Zuid.
Wanneer wij dus spreken over immigratie, dan hebben we het over het samenleven van gelijkwaardige burgers, met dezelfde rechten en plichten, maar niet noodzakelijk met dezelfde waarden, dezelfde cultuur, dezelfde godsdienst, dezelfde huidskleur. De internationaal erkende mensenrechten stellen uitdrukkelijk dat elkeen vrij is om zijn of haar leven in te richten zoals het hem belieft, binnen de grenzen van de geldende wetgeving. Het is evenmin toegelaten om wetten op te stellen die mensen discrimineren op niet-essentiële kenmerken of eigenschappen zoals ras, huidskleur, godsdienstige of levensbeschouwelijke overtuiging, geslacht, seksuele voorkeur, afkomst, laat staan kledij, haartooi of culinaire smaak, of literaire en artistieke interesse.
De massale migratie van onze moderne tijd brengt dus mee dat er in bepaalde landen, vooral in West-Europa en Noord-Amerika, een steeds grotere diversiteit zal zijn, die in de plaats komt van de monocultuur die honderd jaar geleden nog vrijwel overal intact was.
Merkel, Leterme en het Vlaams Belang en ook Wilders hebben gelijk als ze zeggen dat de integratie mislukt is, je moet ziende blind zijn om dat te ontkennen. Maar zij trekken allen helaas dezelfde totaal verkeerde conclusie. Zij denken dat we moeten blijven proberen om de volledige integratie na te streven en zelfs af te dwingen, terwijl we allen niet anders kunnen dan vaststellen dat dit nergens lukt, dat het in recente tijden nergens volledig of zelfs maar goeddeels geslaagd is.
Ik meen dat men realist moet zijn en de volledige integratie van allochtone immigranten zelfs niet moet beogen.
Zeker, er zijn minimale vereisten, maar die zijn wettelijk vastgelegd of kunnen in niet-discriminerende regels vastgelegd worden. Een elementaire basiskennis van een landstaal is daar zeker bij, maar dat moet niet eens opgelegd worden: zonder die taalkennis kan men in onze maatschappij niet functioneren. Maar men zal wel moeten aanvaarden dat allerlei mensen hun moedertaal spreken thuis, in de eigen kerk en de eigen verenigingen, misschien zelfs de eigen scholen en zelfs op het werk: de ploegen van allochtone arbeiders die onze straten opbreken hebben geen Nederlands of Frans nodig en als zij zich niet wensen te integreren, kunnen zij perfect op alle gebied aan hun trekken komen in hun lokale nationale of taalkundige gemeenschap. Daarmee verhogen ze hun kansen niet, noch die van hun kinderen om hogerop te geraken, bijvoorbeeld door hoger onderwijs te volgen, maar ook voor veel Vlaamse gezinnen is dat niet de eerste doelstelling.
Begrijp me niet verkeerd: ik ben geen voorstander van dergelijke getto’s, want dat zijn het uiteindelijk, maar ik meen dat we ons daar niet kunnen of mogen tegen verzetten, uit respect voor de eigenheid van de immigranten. Het is een manier van samenleven die wij moeten aanvaarden in onze ruimere gemeenschap. Wat is er verkeerd mee dat bijvoorbeeld een Roemeens, Berbers of Peruviaans immigrantengezin de eigen taal blijft spreken, generaties lang? Als ze maar voldoende kennis hebben van een andere gangbare taal, dan is dat voldoende om hier te overleven en een waardig bestaan uit te bouwen. In het zuiden van de Verenigde Staten is het Spaans zowat de landstaal.
Een reëel probleem met dergelijke getto’s of concentratiewijken is echter dat ons onderwijs, in een van de landstalen, daaronder lijdt. Wie een taalachterstand heeft omdat ie een andere moedertaal heeft en de onderwijstaal enkel op school gebruikt, die heeft een probleem, niet alleen voor de taalvakken, maar ook voor de andere, omdat taal nu eenmaal het middel is om kennis door te geven, alle kennis, ook wiskunde, fysica, scheikunde…
Wie dus alle kansen wil open houden om zich op te werken, zal een zo goed als perfecte taalbeheersing moeten hebben. Maar net zoals voor de autochtone bevolking is dat een ideaal dat slecht voor weinigen weggelegd is. Er is nog steeds een Vlaams slecht opgeleid en werkloos of slecht betaald proletariaat, naast een gelijksoortige allochtone onderlaag van de maatschappij. Er is geen enkele intrinsieke reden (maar wel historische) waarom er een oververtegenwoordiging zou zijn van de allochtonen in dat proletariaat, tenzij ze daar zelf voor kiezen en er is geen enkele reden die ik kan bedenken waarom ze dat zouden willen blijven doen.
Het ziet er niet naar uit dat wij op korte termijn naar de uniforme samenleving gaan waarvan Merkel, Leterme of de racisten in Vlaanderen en Nederland dromen, een situatie waarin de allochtone immigranten en hun nakomelingen naadloos geïntegreerd zijn op alle gebied. Wij zullen moeten leren leven met allerlei tussenvormen, gaande van individuen die alle obstakels overwinnen en tot de top van de maatschappelijke ladder doordringen, over anderen die enkel de laagste sporten bestijgen. Sommigen zullen op termijn als gelijken omgaan met de autochtone blanken en ook door hen aanvaard worden, anderen zullen verkiezen om hun culturele eigenheid te behouden en zich in een eigen midden op te houden, hun eigen culturele verenigingen uit te bouwen enzovoort.
Er is geen formule die voor iedereen geschikt is of die we aan iedereen moeten willen opleggen. We doen dat niet voor de ‘eigen’ bevolking, waarom zouden we het doen voor de allochtonen? We zullen moeten leren leven met zichtbare, tastbare diversiteit op velerlei manieren, met mensen van allerlei afkomst, geaardheid, belangstelling en voorkeur. Dat is de toekomst van de mensheid en ik verkies ze boven elke vorm van opgelegde eenvormigheid of afgedwongen kunstmatige of valse gelijkheid.



















