realis presentia


Nooit gedacht dat we dat nog zouden meemaken: een priester in clergy, met Romeinse boord (of: met een stuk in zijn kraag), die op Tv een forum krijgt om de officiële leer van de katholieke kerk te verkondigen. De aanleiding: er zou in Rome een beslissing in de maak zijn die het aan priesters die dat willen, de toelating verleent om de mis te doen in de zogenaamde tridentijnse ritus.
Om te beginnen: tridentijns is een barbarisme, een woord overgenomen uit een vreemde taal zonder dat daar veel reden voor is.
Trento is een stad in het noorden van Italië. Van 1545 tot 1563 werd daar een concilie gehouden, het concilie van Trente, in het Nederlands. In het Latijn heet die stad Tridentum, het was dus het Consilium Tridentinum, want de taal van de kerk was het Latijn. Dat concilie was een reactie op het succes van het protestantisme. Men probeerde de kritiek van hervormers als Luther, Calvijn, Zwingli en vele anderen, ook brave katholieken zoals Erasmus, op bedenkelijke toestanden in de kerk, om te zetten in eigen hervormingen, die allerlei misbruiken moesten uitroeien.
Het betekende ook een meer centraliserende aanpak van de leer van de kerk en van de dagelijkse praktijken van de liturgie. Zo heeft men toen nauwkeurig het ritueel bepaald voor de missen bij allerlei gelegenheden, en dat voor de hele katholieke wereld. Dat is dus de ritus tridentinus, de tridentijnse ritus. Beter ware: de liturgie van (het concilie van) Trente.
Die ritus heeft het tweede Vaticaans concilie in 1970 afgeschaft en vervangen door een meer moderne. Het belangrijkste verschil is ongetwijfeld het gebruik van de volkstaal, het meest zichtbare de draai van 180° die de priester maakte: voortaan was zijn gelaat naar de gelovigen gewend.
En alsof ze daar in Rome niets anders te doen hebben, zijn ze nu aan het overleggen of het toch niet beter ware dat men ook weer de liturgie van in 1545 zou kunnen gebruiken, niet verplicht natuurlijk, maar het zou weer mogen.
Ene adellijke dame, die ook journaliste is, verkondigde zonder verpinken dat ze daarover zeer verheugd was. Al dat moderne gedoe tijdens de mis, men is voorwaar meer met de armen en de vierde wereld bezig dan met God… (sic!)
Een mediafiguur, die ook een soort professor is in een soort faculteit in de al dan niet katholieke universiteit in Leuven, deed zwakke pogingen om zowel de herkenbare Opus Dei-vertegenwoordiger als de minder herkenbare sympathisante ervan op andere aspecten van de zaak te wijzen, maar was merkwaardig tolerant voor deze nieuwe ontwikkeling, of eerder: voor dit met vele eeuwen terugdraaien van de klok.
Ik was het meest gegrepen door de rustige, zelfverzekerde, hiëratische manier waarop de Opus Dei-figuur de essentie van de eucharistieviering uitlegde: de priester brengt er, door zijn woord en gebaar, God zelf aanwezig in het vlees en bloed van Christus, onder de gedaante van het brood en de wijn.
In de theologie noemen ze dat de realis presentia, de reële aanwezigheid: het is niet symbolisch, het is niet bij manier van spreken, neen: het brood ís het vlees, de wijn ís het bloed. Dit is een geloofspunt dat ergens in de loop der eeuwen moet ontstaan zijn, maar dat ook steeds controversieel is geweest, ook bij vooraanstaande leden van de katholieke kerk. Het is ook een harde noot om kraken, dat echte vlees en bloed. Letterlijk genomen gaf het aanleiding tot allerlei vreemde gebruiken: een hostie mocht je niet met je handen aanraken, allen de priester mocht dat en hij alleen mocht de wijn drinken; je mocht ook niet bijten op de hostie: inslikken! En je moest nuchter zijn, en in staat van genade, dus eerst biechten. Die hostie werd ook het voorwerp van een zeer fanatieke verering, met tentoonstelling in pompeuze monstransen, soms veertig uren onafgebroken, ik heb dat zelf ook nog mee gedaan.
Een van twistpunten van de protestanten was precies die realis presentia, en op dat punt was Trente dan ook onverbiddelijk: aan die werkelijke aanwezigheid viel niet te tornen. In het 2de Vaticaans concilie heeft men daarop veel minder de nadruk gelegd, en veel meer op de viering van de gemeenschap, waarbij Christus ‘werkelijk aanwezig’ is.
Als men nu vanuit Rome weer aansluiting zoekt bij de besluiten van Trente, dan wil men ook zeer nadrukkelijk die realis presentia affirmeren, zoals de Opus Dei-figuur ook met al zijn overtuigingskracht deed. Godsdienst is in die optiek geen manier waarop de mens omgaat met de belangrijke aspecten van het leven en met zijn medemens, nee, het is de dienst van God, de almachtige vader, schepper van hemel en aarde. En de priester is niet een mens zoals een andere, maar de vervanger van Christus op aarde, hij die in de eucharistieviering het wonder van de transsubstantiatie kan volbrengen: de werkelijke, niet-symbolische verandering van brood en wijn in echt vlees en echt bloed, en die zo dus het kruisoffer van Christus herhaalt.
Dit is wat men de gelovigen van vandaag vraagt te aanvaarden als dogma, als onbetwistbare waarheid, verkondigd door een onfeilbare paus.
De protestanten hebben van de Latijnse woorden die dat wonder bewerkstelligen een spottende uitdrukking gemaakt. ‘Want dit is mijn lichaam’ is in het Latijn: hoc est enim corpus meum, en dat werd in zowat alle talen: hocus pocus, een toverformule die goochelaars gebruiken om een konijn uit een hoed te toveren, een bevallige medewerkster te laten verdwijnen, een geldstuk uit je neus of een knoop uit een touw te halen. In het Engels werd hocus pocus later ook nog hoax, bedrog.
Het moge blasfemisch klinken, maar ik denk dat ze het bij het rechte eind hebben. Als we niet reageren als men ons vraagt totaal ongeloofwaardige stellingen te aanhoren, dan zijn we intellectueel oneerlijk.
Dat we dat nog moeten meemaken: op de openbare omroep krijgt een vertegenwoordiger van een niet ongevaarlijke sectaire beweging binnen een verwaarloosbare minderheidsgodsdienst de gelegenheid om een zeer betwistbaar standpunt over een controversieel dogma te verdedigen op basis van een uitspraak van een concilie uit 1545-1563. In alle ernst.
Noch de professor, noch de barones die hem tegenspreekt, de fine fleur van onze Vlaamse intelligentsia. Enkel de schrijfster van dienst die even vermeldt dat het, niet voor zichzelf, maar voor een buitenstaander, neem nu iemand van een totaal andere cultuur, toch wel wat luguber, ja kannibalistisch moet overkomen, al dat vlees en bloed…
Ik gruw van die godsdienst, ik ween bij zulk vertoon.

















